❌

Reading view

Man overboord: dit doe je in de eerste minuten

Het gebeurt zelden in een storm. Het gebeurt op een zondagnamiddag, als iemand zich bukt om een stootwil recht te hangen en een golf van een passerende boot de rest doet. Wat er daarna gebeurt, hangt af van de eerste paar minuten, en dus van wat iedereen aan boord op dat moment al weet.

Waarom koud water zo weinig tijd geeft

De Britse kustwachtautoriteit MCA beschrijft in haar richtlijn over man overboord vier fases. In de eerste minuten krijg je te maken met koudeschok: je ademhaling en hartslag schieten omhoog en komen pas na ongeveer vijf minuten weer tot rust. Wie dan nog niet uit het water is, kan zichzelf meestal niet meer helpen.

Na zo’n tien à vijftien minuten begint de kou je spieren te raken. Je armen en handen doen niet meer wat je wil, en dan lukt het niet meer om zelf een ladder te pakken of een lijn vast te houden. Na ongeveer een half uur volgt onderkoeling. Dat zijn cijfers uit een richtlijn voor beroepsvissers, maar je lichaam reageert in een Belgische jachthaven of op de Schelde niet anders.

Roepen, gooien, wijzen, markeren

Het draaiboek past in vier woorden, en het helpt als iedereen aan boord het kent vóór je de steiger loslaat:

1. Roepen.Wie het ziet, roept luid “man overboord” en blijft dat herhalen tot de schipper het hoort.

2. Gooien. Eén bemanningslid pakt de reddingsboei en gooit hem zo dicht mogelijk bij de drenkeling. Een vest, een stootwil of een kussen mag ook. Zolang de motor draait, houd je de lijn van de boei bij je weg, anders draait ze rond je schroef.

3. Wijzen. Eén persoon doet niets anders dan wijzen naar de drenkeling en dat blijven doen. In golven of in het donker raak je iemand in een paar seconden kwijt.

4. Markeren. Druk meteen op de MOB-knop van je plotter of gps. Zo ligt de plek vast, ook als je een stuk verder bent geraakt.

Lukt het niet om de drenkeling terug te zien of binnen te halen, dan is het tijd voor de marifoon: Mayday op kanaal 16, met je positie. Op de binnenwateren kan je ook 112 bellen.

Terugkeren zonder zelf in de problemen te komen

Onder motor draai je rustig bij en benader je de drenkeling tegen de wind in of dwars, met de motor in neutraal vlak voor je er bent. Je wil de schroef nooit in de buurt van iemand hebben. Onder zeil bestaan er twee gangbare manoeuvres: de quick stop (je gaat door de wind en laat de boot bijliggen, ideaal met een kleine bemanning) en de achtmanoeuvre, die meer vaardigheid vraagt maar in ruwer water betrouwbaarder is. Welke je gebruikt, is minder belangrijk dan dat je hem al eens geoefend hebt.

Binnenhalen is een fase op zich

Hier gaat het vaak mis. Volgens dezelfde MCA-richtlijn overlijdt ongeveer een vijfde van de mensen die levend uit het water gehaald worden tijdens of kort na de redding, vaak doordat de bloeddruk plots daalt wanneer iemand verticaal wordt opgehesen. Haal een drenkeling dus bij voorkeur zo horizontaal mogelijk binnen boord en zet de motor uit.

Eenmaal aan boord: natte kleren uit, een droge deken of reddingsdeken om, liggend houden en opwarmen in kleine stappen. En bel 112, ook als hij zegt dat het wel meevalt. Na een val in koud water mag je niet inschatten.

Voorkomen is beter dan genezen

Een automatisch reddingsvest dat je ook echt draagt, doet meer dan het beste draaiboek. Voor wie alleen op het dek moet werken, hoort een lifeline bij het vest. Laat daarnaast niemand alleen over de reling hangen, en geef bij de briefing vóór vertrek aan waar de reddingsboei ligt, waar de MOB-knop zit en wie wat doet. Tien minuten praten voor vertrek wint tien minuten paniek achteraf.

Wil je dit niet enkel lezen maar ook leren toepassen? In onze avondcursus theorie leer je de vaarregels en de veiligheidsbasis, en tijdens de praktijkles oefen je de manoeuvres op het water. Alle opleidingen vind je op www.vaarschool.be.

The post Man overboord: dit doe je in de eerste minuten first appeared on www.vaarschool.be.

  •  

ICC vaarbewijs België: wat je moet weten vóór je het aanvraagt

Smiling woman in a striped shirt and blue jacket holds up a green ID-style card at a marina, with boat masts and a lighthouse in the background.

Wil je met een boot naar het buitenland, maar weet je niet of je Belgisch Stuurbrevet volstaat? Het ICC vaarbewijs België roept vaak vragen op, zeker omdat het naast je nationale brevet bestaat. Het ICC is geen andere naam voor je Stuurbrevet en vervangt het ook niet. Het is een aanvullend, internationaal erkend document dat nuttig kan zijn wanneer je buiten België vaart.

In dit artikel lees je wat het ICC betekent en hoe je Belgische vaarbevoegdheid bepaalt welke categorieën op je ICC kunnen staan. Ook krijg je zicht op de voorbereiding en de digitale aanvraagstappen. Zo weet je welk document je al hebt, welke gegevens je nodig hebt en hoe je je traject naar een aanvraag plant.

Belangrijkste Punten

  • Het ICC is een internationaal aanvullend document, geen vervanging van je Belgisch Stuurbrevet.
  • Je Belgische vaarbevoegdheid bepaalt mee welke vaargebieden op je ICC kunnen staan.
  • Breng je vaarplannen en brevetgegevens in kaart om je voorbereiding op het ICC vaarbewijs België gericht aan te pakken.
  • Sinds juli 2021 hoort een praktijkexamen bij het behalen van het Belgisch Stuurbrevet. Ontdek hoe dat in je traject past.

Wat betekent een ICC vaarbewijs in België?

ICC staat voor International Certificate for Operators of Pleasure Craft (ICC). Het is een internationaal certificaat dat je vaarbevoegdheid voor pleziervaartuigen weergeeft. Het wordt uitgegeven binnen het kader van UNECE-resolutie 40. Voor Belgische schippers kan het nuttig zijn in het buitenland. Of het volstaat, hangt af van de lokale regels en het vaargebied.

Het ICC vervangt je Belgisch Stuurbrevet niet. Het is een aanvullend document waarvan de categorieën samenhangen met je Belgische vaarbevoegdheid. Met een beperkt stuurbrevet kom je in aanmerking voor een ICC voor binnenwateren, aangeduid met I. Met een algemeen stuurbrevet kan het ICC binnenwateren en kustwateren vermelden, met de aanduidingen I en C. Ook het type vaartuig, motor of zeil, speelt mee in de categorieën.

Wat is het verschil tussen een ICC en een Belgisch Stuurbrevet?

Je Belgisch Stuurbrevet toont aan welke vaarbevoegdheid je in België hebt. Het ICC is bedoeld als internationaal herkenbaar aanvullend bewijs. De documenten hebben dus een verschillend doel en vervangen elkaar niet automatisch. Controleer voor vertrek de voorwaarden van de bevoegde overheid en de regels voor je bestemming. De erkenning en het toegelaten gebruik kunnen afhangen van het land, het vaargebied en de categorie op je document.

Het Belgisch Stuurbrevet bepaalt je nationale vaarbevoegdheid. Het ICC is een aanvullend internationaal certificaat waarvan de bruikbaarheid afhangt van je bestemming en de vermelde categorieën. Wil je nationale brevetten naast elkaar leggen? De gids Belgisch en Nederlands Stuurbrevet vergelijken helpt je de verschillen te begrijpen. Ga er niet van uit dat documenten met een gelijkaardig doel overal dezelfde waarde hebben.

ICC vaarbewijs in België: bereid je traject stap voor stap voor

Begin je voorbereiding met je vaarplannen. Noteer waar je wil varen en of je met een motorboot of zeilboot het water op gaat. Die keuzes helpen je bepalen welke categorieën relevant zijn. Kijk daarna welke vaarbevoegdheid op je Belgische brevet staat en vergelijk die met de actuele ICC-voorwaarden van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Zo bereid je je aanvraag voor het ICC vaarbewijs België gericht voor.

Voor een Belgische aanvraag moet je de Belgische nationaliteit hebben of officieel in België wonen, en over een passend Belgisch vaarbevoegdheidsbewijs beschikken. Je dient de aanvraag digitaal in via Vaarschool.be. Wij behandelen je aanvraag en sturen die door naar de FOD Mobiliteit en Vervoer.

Welke informatie verzamel je vóór je ICC-aanvraag?

Verzamel eerst de gegevens die je al kent en raadpleeg daarna het officiële portaal voor de actuele aanvraagdetails. Zo voorkom je dat je met een verouderde checklist werkt. Sinds juli 2021 is een praktijkexamen verplicht om het Belgisch Stuurbrevet te behalen. Dat examen hoort bij het nationale brevet. Je hoeft dus geen examens voor je ICC af te leggen, het is een louter administratieve procedure.

Noteer je vaargebied, type vaartuig, Belgische woonplaats of nationaliteit, brevetgegevens en digitale aanmeldmogelijkheid. Controleer daarna de actuele documentenlijst op het officiële aanvraagportaal. Wil je eerst je basiskennis voor het nationale brevet opbouwen of opfrissen? Bekijk de theorieopleiding voor het Belgisch Stuurbrevet.

Van Belgisch Stuurbrevet naar ICC: kies je volgende stap

Wanneer helpt begeleiding bij je vaaropleiding?

Moet je nog aan je Belgisch Stuurbrevet beginnen of wil je je theorie opfrissen? Een opleiding geeft structuur aan je voorbereiding. Kies een leertraject dat aansluit bij je voorkennis en je doel. Vaarschool.be biedt theorieopleiding voor het Belgisch Stuurbrevet en begeleidt cursisten al meer dan 20 jaar. Meer dan 38.000 cursisten gingen je voor en de slaagkans bij de examens bedraagt 98%.

Met een theorieopleiding bouw je doelgericht kennis op voor je nationale vaarbevoegdheid. Daarna kan je gerichter bekijken hoe je brevet aansluit bij je plannen voor het ICC vaarbewijs België. Ontdek de opleidingen van Vaarschool.be en kies een volgende stap die past bij jouw leerdoel.

Zet je vaarplannen om in een haalbare volgende stap

Maak van je ICC-traject een concreet plan. Stem je vaarplannen af op je Belgische vaarbevoegdheid en gebruik de actuele aanvraagvoorwaarden als leidraad. Zo bepaal je of je eerst nog aan je kennis of brevet wil werken, of al klaar bent om je aanvraag voor te bereiden. Het ICC vaarbewijs België is een aanvulling op je nationale brevet en kan een stap zijn richting een goed voorbereide vaart buiten België.

Wil je je theorie voor het Belgisch Stuurbrevet versterken? Vaarschool.be is erkend als representatieve organisatie voor het Stuurbrevet onder nummer E11. Ontdek de nautische opleidingen van Vaarschool.be en kies een leertraject dat aansluit bij je ervaring en plannen. Start met de theorieopleiding en werk gericht toe naar je Belgisch Stuurbrevet.

Veelgestelde vragen over het ICC

Is een ICC vaarbewijs hetzelfde als een Belgisch Stuurbrevet?

Nee. Het zijn twee afzonderlijke documenten. Noteer bij de voorbereiding van een buitenlandse vaart de officiële naam van elk document apart. Zo kan je precies aangeven welk bewijs je bezit wanneer een lokale organisatie of overheid ernaar vraagt. Dat voorkomt verwarring tussen je ICC en je Belgisch Stuurbrevet.

Kan je in België een ICC aanvragen zonder Belgisch Stuurbrevet?

Voor een recreatieve aanvraag heb je een passend Belgisch vaarbevoegdheidsbewijs nodig. Er bestaat ook een route voor bepaalde professionele zeevarenden. Onder meer officieren van de koopvaardij en vissersschippers met STCW-certificaten kunnen een ICC aanvragen. Welke bewijsstukken voor jouw situatie gelden, hangt af van je vaarbevoegdheid. Raadpleeg de actuele voorwaarden wanneer je je aanvraag voorbereidt. In de meeste gevallen kan je met een Belgisch vaarbrevet een Belgisch ICC aanvragen.

Is een ICC vaarbewijs geldig in elk land?

Nee. Ga er niet van uit dat het ICC overal op dezelfde manier wordt aanvaard. De erkenning en voorwaarden kunnen per land verschillen. Ook je vaargebied en de categorieën op je certificaat spelen mee. Controleer vóór een buitenlandse vaarreis de regels van je bestemming. Zo weet je of het ICC vaarbewijs België volstaat voor je geplande vaart.

Hoe vraag je een ICC vaarbewijs aan in België?

Je dient de aanvraag digitaal in en bezorg je de gevraagde gegevens. Vaarschool behandelt je dossier en stuurt het door naar de FOD Mobiliteit en Vervoer.

The post ICC vaarbewijs België: wat je moet weten vóór je het aanvraagt first appeared on www.vaarschool.be.

  •  

Kikkersteek, mastworp en paalsteek: 3 knopen die je als schipper blind moet kunnen leggen

Je vaart de jachthaven binnen, er staat een stevig briesje dwars op de steiger en je bemanningslid springt met de lijn in de hand aan wal. Op dat moment wil niemand horen: “Euh… hoe ging die knoop ook alweer?” Een schipper hoeft geen veertig knopen te kennen. Drie volstaan voor bijna alles wat je als pleziervaarder tegenkomt: de kikkersteek, de mastworp en de paalsteek. Het goede nieuws is dat je ze perfect in de zetel kan oefenen. Deze winter dus.

De kikkersteek: je boot vastleggen op een kikker

De kikker (of klamp) is dat metalen of kunststof onderdeel met twee “hoorns” op je dek of op de steiger. De kikkersteek is dé manier om daar een lijn op te beleggen.

Zo doe je het: https://www.animatedknots.com/cleat-hitch-halyard-knot

Het mooie aan de kikkersteek is dat hij houdt zolang het moet en dat je hem in een paar seconden weer los hebt, zelfs als er spanning op staat. Een veelgemaakte fout is drie of vier kinkslagen bovenop elkaar leggen “voor de zekerheid”. Dan krijg je een prop die je bij vertrek nauwelijks nog loskrijgt. Eén kinkslag is genoeg.

De mastworp: snel iets vastmaken aan een paal of reling

De mastworp bestaat uit twee slagen rond een paal, reling of meerpaal, waarbij de tweede slag over de eerste kruist en het losse eind onder die tweede slag doorgaat. Klaar. Met wat oefening leg je hem met één hand.

Je gebruikt hem bijvoorbeeld om je stootwillen (fenders) aan de reling te hangen, of om tijdelijk vast te maken aan een meerpaal terwijl je wacht voor een sluis of brug. Hij is ook makkelijk bij te stellen: wil je je stootwil wat hoger of lager, dan schuif je de lijn gewoon door.

Er is wel een maar. Een mastworp kan loskomen als de belasting voortdurend van richting verandert, zoals bij een boot die heen en weer gaat in de golfslag. Moet hij langer blijven zitten? Leg dan nog een halve steek rond het staande part. Voor het vastleggen van je boot zelf kies je beter een kikkersteek of een paalsteek.

Kijk naar deze animatie: https://www.animatedknots.com/clove-hitch-knot-rope-end

De paalsteek: de koning van de knopen

De paalsteek maakt een vaste lus die niet verschuift en niet dichttrekt. Daardoor is hij ideaal om een meerlijn over een bolder te leggen, of om een lijn vast te maken aan een ring. En je kan hem na een zware belasting nog altijd losmaken, iets wat je van veel andere knopen niet kan zeggen.

Kijk naar deze animatie: https://www.animatedknots.com/bowline-knot

Eén nadeel: een paalsteek maak je niet los zolang er spanning op staat. Moet je een lijn onder belasting kunnen vieren, beleg die dan op een kikker.

Zo oefen je deze winter thuis

Neem een stuk touw van een meter of twee, liefst een echte landvast van 10 à 12 mm, want met een dun koordje leer je het niet. Als kikker gebruik je een stoelpoot of de deurklink, als paal de leuning van de trap. Leg elke knoop tien keer na elkaar, daarna tien keer met je ogen dicht. Klinkt overdreven? Op de steiger, met wind en een boot die wegdrijft, ben je blij dat je handen het vanzelf doen.

Tijdens het praktijkexamen moet je vlot kunnen aan- en afmeren. Dan wil je niet staan te prutsen met een lijn. Wie de drie knopen in de winter onder de knie krijgt, kan zich in het voorjaar concentreren op het eigenlijke varen.

Wil je deze winter ook al aan je theorie werken? Met onze [online theorieopleiding](https://www.vaarschool.be/theorieopleidingen) studeer je in je eigen tempo, zodat je in het voorjaar klaar bent voor de praktijk.

The post Kikkersteek, mastworp en paalsteek: 3 knopen die je als schipper blind moet kunnen leggen first appeared on www.vaarschool.be.

  •  

Varen in het najaar: zo blijf je zichtbaar bij mist en schemer

Eind september gaat de zon in Vlaanderen rond half acht onder. Eind oktober, na het omschakelen naar wintertijd, gaat ze al onder vóór half zes. Wie na de middag nog een tochtje plant, vaart op de terugweg dus al snel in de schemer. En op heldere herfstochtenden hangt er boven kanaal en rivier vaak een dikke laag mist. Het najaar kan heerlijk varen zijn: rustig water, weinig drukte in de sluizen, prachtige kleuren op de oevers. Maar je moet wel gezien worden.

Wanneer moeten je lichten aan?

Het Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren is duidelijk: de voorgeschreven lichten voer je ’s nachts, en bij verminderde zichtbaarheid ook overdag. Die tweede regel wordt vaak vergeten. Mist om tien uur ’s ochtends? Dan gaan je navigatielichten gewoon aan, net zoals bij een stevige regenbui die het zicht beperkt.

Een tip uit de praktijk: test je lichten vóór je vertrekt, niet pas als het begint te schemeren. Een doorgebrande lamp of een geoxideerd contactje merk je aan de steiger makkelijk op, maar midden op het kanaal heb je er niets meer aan.

Welke lichten heeft jouw boot nodig?

Voor de meeste pleziervaartuigen gelden de regels voor “kleine schepen” (korter dan 20 meter). Wat je precies moet voeren, hangt af van het type boot:

Kleine motorboot

– een wit toplicht in de lengteas, minstens 1 meter hoger dan de boordlichten;

– boordlichten: groen aan stuurboord, rood aan bakboord. Die mogen naast elkaar of samen in één lantaarn op de boeg staan;

– een wit heklicht achteraan. Dat mag wegvallen als je het toplicht vervangt door een wit rondom zichtbaar licht.

Een open motorbootje zonder dek, korter dan 7 meter en niet sneller dan 13 km/u, mag volstaan met één wit rondom zichtbaar licht.

Kleine zeilboot

– boordlichten en een heklicht, of

– boordlichten en heklicht verenigd in één driekleurenlantaarn in de top van de mast, of

– bij een lengte onder 7 meter: één wit rondom zichtbaar licht, met een tweede wit licht bij de hand dat je toont als je een ander schip nadert.

Let op: vaar je met een zeilboot op de motor, dan ben je een motorschip en gelden de lichten van een motorboot.

Roeiboot, kajak of kano

Hier volstaat een wit rondom zichtbaar licht. Heb je geen mast, dan moet je minstens een brandende lantaarn klaar hebben die je op tijd kan tonen.

Mist: wat zegt de wet, en wat zegt je gezond verstand?

Bij slecht zicht verwacht het reglement drie dingen van je. Je past je snelheid aan aan het zicht, het verkeer en de plaatselijke omstandigheden. Je houdt zoveel mogelijk stuurboordwal, zodat tegenliggers bakboord op bakboord passeren. En wie zonder radar vaart, geeft als mistsein één lange stoot met de hoorn, minstens elke minuut. Dat geldt uitdrukkelijk ook voor kleine schepen.

Wie verder vaart bij slecht zicht, moet bovendien een marifoon aan boord hebben, uitluisteren op het juiste kanaal voor schip-schip-verkeer en andere schepen de nodige informatie geven. Heb je geen marifoon of geen certificaat om hem te gebruiken? Dan is je keuze eigenlijk al gemaakt.

Want de belangrijkste regel staat er ook: kan je niet meer veilig verder, dan ga je stilliggen op de dichtstbijzijnde geschikte plaats, zo ver mogelijk uit de vaargeul. Voor een plezierboot zonder radar is dat bij echte mist bijna altijd de beste beslissing. Een binnenschip van 110 meter kan niet zomaar uitwijken, en een kleine boot is op zijn radar soms nauwelijks zichtbaar. Een radarreflector in de mast maakt daar een wereld van verschil.

De Vlaamse aanvullende reglementen voegen daar nog iets aan toe: ook waar je normaal op volle toegelaten snelheid mag varen, moet je je snelheid verminderen bij nacht, schemering en mistig weer.

Je najaarschecklist

– Navigatielichten getest, reservelampjes aan boord.

– Hoorn of misthoorn binnen handbereik.

– Een goede zaklamp of zoeklicht, maar schijn daarmee nooit in de stuurhut van een ander schip.

– Radarreflector gemonteerd.

– Warme, waterdichte kledij en een reddingsvest dat je ook echt draagt: het water is in oktober al fris.

– Je vaarplan afgestemd op zonsondergang, met marge voor een trage sluis.

– Weersverwachting en zichtbaarheid gecheckt, ook voor de terugweg.

Lichten en geluidsseinen: examenstof én praktijk

Lichten herkennen is niet alleen nuttig op het water. Het is ook een vast onderdeel van het theorie-examen voor het Belgisch Stuurbrevet. Wie ’s avonds een toplicht met een groen boordlicht ziet naderen, moet meteen weten wat er op hem afkomt en wie moet uitwijken. Die kennis bouw je het makkelijkst op tijdens de rustige wintermaanden.

Wil je lichten, dagmerken en geluidsseinen goed onder de knie krijgen? In onze theorieopleidingen komen ze uitgebreid aan bod, met veel voorbeelden en oefenvragen. Bekijk het aanbod op [www.vaarschool.be/theorieopleidingen](https://www.vaarschool.be/theorieopleidingen). Voor de marifoon kan je terecht bij onze [marifoonopleidingen](https://www.vaarschool.be/marifoonopleidingen-home).

The post Varen in het najaar: zo blijf je zichtbaar bij mist en schemer first appeared on www.vaarschool.be.

  •  
❌