FreshRSS

🔒
❌ About FreshRSS
There are new articles available, click to refresh the page.
☐ ☆ ✇ Trends

‘Wie beschermt de werkgever?’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Het principe dat als je ziek bent tijdens de vakantie, je je vakantiedagen terugkrijgt, verdient minstens een grondige evaluatie.

The post ‘Wie beschermt de werkgever?’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Data News

‘Wie beschermt de werkgever?’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Het principe dat als je ziek bent tijdens de vakantie, je je vakantiedagen terugkrijgt, verdient minstens een grondige evaluatie.

The post ‘Wie beschermt de werkgever?’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Wie beschermt de werkgever?’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Het principe dat als je ziek bent tijdens de vakantie, je je vakantiedagen terugkrijgt, verdient minstens een grondige evaluatie.

The post ‘Wie beschermt de werkgever?’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Data News

‘Wie beschermt de werkgever?’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Het principe dat als je ziek bent tijdens de vakantie, je je vakantiedagen terugkrijgt, verdient minstens een grondige evaluatie.

The post ‘Wie beschermt de werkgever?’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Onze fiscaliteit zit nog in het tijdperk van de vrachtwagen’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Economische macht zit steeds minder in wat je kunt vastpakken en steeds meer in wat ergens op een server staat.

The post ‘Onze fiscaliteit zit nog in het tijdperk van de vrachtwagen’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Data News

‘Onze fiscaliteit zit nog in het tijdperk van de vrachtwagen’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Economische macht zit steeds minder in wat je kunt vastpakken en steeds meer in wat ergens op een server staat.

The post ‘Onze fiscaliteit zit nog in het tijdperk van de vrachtwagen’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Trends

‘De ene overheid koopt tijd, de andere kerncentrales’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Stabiliteit ontstaat niet door één ingreep, maar door een consequente lijn aan te houden door de jaren heen.

The post ‘De ene overheid koopt tijd, de andere kerncentrales’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Trends

‘De ene overheid koopt tijd, de andere kerncentrales’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Stabiliteit ontstaat niet door één ingreep, maar door een consequente lijn aan te houden door de jaren heen.

The post ‘De ene overheid koopt tijd, de andere kerncentrales’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Koopkracht beschermen begint niet bij loonindexering’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

De automatische loonindexering is een systeem waarin we niet de oorzaken aanpakken, maar de gevolgen compenseren.

The post ‘Koopkracht beschermen begint niet bij loonindexering’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Koopkracht beschermen begint niet bij loonindexering’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

De automatische loonindexering is een systeem waarin we niet de oorzaken aanpakken, maar de gevolgen compenseren.

The post ‘Koopkracht beschermen begint niet bij loonindexering’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Europa wil meer productiviteit, maar maakt ondernemen paradoxaal genoeg duurder en complexer’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Europa maakt zich zorgen over zijn productiviteit. Economen en beleidsmakers herhalen het al jaren: onze economie groeit te traag, onze productiviteit blijft achter en we verliezen terrein tegenover de Verenigde Staten en delen van Azië. De diagnose lijkt duidelijk. De oplossing blijkbaar ook: meer digitalisering, meer automatisering, meer technologie.

The post ‘Europa wil meer productiviteit, maar maakt ondernemen paradoxaal genoeg duurder en complexer’ appeared first on Trends.be.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Eerst de kraan dicht, dan pas de emmer bijvullen’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Er moet alles aan worden gedaan om wie kan werken, te activeren. Niet door streng te straffen, maar door slim te stimuleren.

Er is een begrotingsakkoord. In een politiek landschap dat vaker blokkeert dan vooruitkijkt, voelt dat bijna als een prestatie op zich. Maar alweer wordt naar de ondernemers gekeken. Naar de economische motor die al jaren op volle toeren draait, terwijl één remblok voortdurend aansleept: de hoge kosten van onze arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Ja, er zijn noodzakelijke maatregelen genomen. Maar opnieuw stijgt het aandeel van de nieuwe inkomsten, wat eigenlijk een eufemisme is voor: we halen het geld waar we denken dat het zit. Niemand lijkt zich de essentiële vraag te stellen: waar verdwijnt het geld naartoe dat we al jarenlang in dit systeem pompen? Waarom kijken we eerst naar de inkomsten, en pas helemaal aan het einde, bijna schoorvoetend, naar de uitgaven?

Dat brengt me bij de olifant in de kamer: de activering van mensen die leven van een uitkering. Het debat daarover durven we in België nauwelijks te voeren. Want zodra je er kritisch naar kijkt, wordt dat al snel opgevat alsof je de mensen viseert die echt niet kunnen werken. Dat is niet het punt. Maar we mogen ook niet blind zijn voor de realiteit: het systeem creëert te veel mogelijkheden om niet te werken. Zoveel zelfs dat sommige mensen er financieel nauwelijks op vooruitgaan door wel te werken. Dan loopt er fundamenteel iets fout.

Anekdote 1: de man die werk zocht. Ik werd onlangs nog eens met de neus op het probleem gedrukt. Op een moment dat het bijzonder druk was, vroeg een man of we geen werk hadden. Ik contacteerde hem en vroeg of hij een week kon inspringen. Dat bleek niet mogelijk te zijn, het moest een langlopend halftijds contract zijn, zodat het combineerbaar was met een halftijdse ziekte-uitkering, anders zou hij die verliezen. Dan breekt mijn klomp. Dat is niet de schuld van die man, maar van een structuur die zo rigide is dat het mensen niet toelaat te werken. Elke dag dat iemand die kan en wil werken, niet werkt, kost dat de samenleving geld. Dus graag wat meer flexibiliteit.

Anekdote 2: uitzendarbeid is een gokspel. Ook in ons bedrijf werken we regelmatig met uitzendkrachten. Het gebeurt meer dan eens dat mensen de eerste dag gewoon niet komen opdagen. Of één dag komen, cashen, en daarna verdwijnen. En wie betaalt uiteindelijk opnieuw de rekening als die persoon niet werkt? Juist: wij allemaal, de ondernemers en de werknemers die wel bijdragen. Een arbeidsmarkt waar vrijblijvendheid geen gevolgen heeft, is een arbeidsmarkt die zichzelf ondergraaft. Wie zich engageert om te komen werken, moet ook komen werken.

Anekdote 3: aanvullende vergoedingen die demotiveren. En dan zijn er nog de talrijke verzekeringen tegen inkomensverlies. Opnieuw: die zijn goed voor wie het echt nodig heeft. Maar laten we eerlijk zijn: hoe motiverend is het nog terug te keren naar de werkvloer, als je door al die systemen nauwelijks inkomen verliest? Goedbedoelde bescherming mag geen hangmat worden, zeker niet in tijden waarin elk paar handen telt.

Christophe Deborsu toonde onlangs in zijn documentaire Sans boulot, tous fraudeurs? pijnlijk aan hoe makkelijk het is in een uitkering te blijven hangen. Niet uit slechte wil, maar omdat het systeem zo ontworpen is. We betalen jaarlijks miljarden om mensen te ondersteunen die niet werken. Voor wie niet kan werken, hoort dat zo. Maar er moet wel alles aan worden gedaan om wie kan werken, te activeren. Niet door streng te straffen, maar door slim te stimuleren. De regering zegt dat ze honderdduizend langdurig zieken wil activeren. Ik hoop dat ze woord houdt. Iedereen moet solidair mee het bad in. Kijk eerst waar geld onnodig weglekt, vraag dan pas aan ondernemers opnieuw bij te dragen. Ondernemers zijn bereid hun deel te betalen, maar niet om een systeem te blijven financieren waarvan zelfs de meest gemotiveerde werkzoekende toegeeft dat het hem tegenhoudt vooruit te komen.

The post ‘Eerst de kraan dicht, dan pas de emmer bijvullen’ appeared first on Trends.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Kan de kmo nog mee met de digitale trein?’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Voor veel kmo’s in ons land is digitalisering steeds vaker een verplicht nummer, dat vooral handenvol geld kost.

Het klinkt vanzelfsprekend: wie automatiseert en digitaliseert, bouwt een efficiënter bedrijf. Alles wat geen toegevoegde waarde heeft – het manueel overtikken van gegevens, het verwerken van papieren facturen, het dubbel ingeven van orders – kan worden uitgezuiverd. Wat overblijft, is een slanker, sneller en winstgevender proces. Dat klinkt als muziek in de oren van elke ondernemer.

En toch. Voor veel kmo’s in ons land is digitalisering steeds vaker een verplicht nummer, dat vooral handenvol geld kost. Op papier is de digitale belofte eenvoudig: wie investeert in software en digitale processen, vermijdt fouten, wint tijd en kan makkelijker groeien. Grote bedrijven met een stevige ICT-afdeling profiteren daar al jaren van. Kleine ondernemingen botsen evenwel vaak op een andere realiteit. Digitaliseren betekent niet alleen de aanschaf van software, maar ook de opleiding van personeel, het aanpassen van processen, en telkens weer investeren in upgrades. Tegen de tijd dat één proces eindelijk is geautomatiseerd, staat alweer een nieuwe versie of een alternatief klaar. Voor een kmo voelt dat als een never ending story, die de kas steeds verder leegzuigt.

Dat kmo’s worstelen met digitalisering blijkt ook uit recente cijfers. Voor bijna alle ondernemingen in België zijn computers en internet vanzelfsprekend. Maar slechts 20 procent van de micro-ondernemingen (2 tot 9 werknemers) zegt vandaag aan data-analyse te doen, tegenover 65 procent bij bedrijven met meer dan 50 werknemers. Bij cloudoplossingen gaapt een gelijkaardige kloof. En dan is er de olifant in de kamer: Peppol en de verplichte elektronische facturatie. Volgens een studie bij 300 Belgische kmo’s beschikt slechts 38 procent vandaag over een boekhoudpakket dat compatibel is met Peppol. Amper 25 procent is aangesloten op het netwerk, terwijl vanaf 1 januari 2026 elektronisch factureren via Peppol verplicht wordt voor de meeste b2b-transacties.

Rijdt de digitale trein niet te snel? Voor grote organisaties is digitalisering een investering die ze kunnen dragen. Kleine bedrijven kunnen het opgelegde tempo steeds moeizamer volgen. Dat tast de voedingsbodem van ons ondernemerschap aan. Een startende ondernemer heeft meestal een visie, een talent of een product dat hij of zij in de markt wil zetten. Tegelijk moet diezelfde starter vandaag van nul af een digitaal proces opzetten, dat voldoet aan alle regels. Vaak is die persoon daar voldoende voor opgeleid. Zelden is er budget om meteen alles digitaal in te richten. Het gevaar is reëel dat sommigen er zelfs niet meer aan beginnen. En wie startend ondernemerschap fnuikt, fnuikt tegelijk de economische motor die onze begroting draaiende houdt.

Dat betekent niet dat we digitalisering moeten afwijzen. Integendeel: ze kan levensreddend zijn voor bedrijven die efficiëntie zoeken. Maar we moeten realistischer zijn over de weg ernaartoe. Niet alles moet digitaal. Ondernemers moeten keuzes kunnen maken over wat echt meerwaarde biedt, en het mag gerust modulair: in de plaats van in één groot project kan digitalisering beter in kleinere, betaalbare fasen worden ingevoerd. Als digitalisering verplicht wordt, moet daar ook een proportioneel ondersteuningskader tegenover staan, in de vorm van subsidies, opleidingspakketten en collectieve platforms.

De digitale trein rijdt, en niemand kan hem tegenhouden. De vraag is niet óf we mee moeten, wel hoe we ervoor zorgen dat kmo’s niet uit de bocht vliegen. Als digitalisering een stille dood van ondernemerschap in de hand werkt, dan is de maatschappelijke kostprijs groter dan de besparing die het oplevert. Het is tijd dat we digitalisering zien voor wat het is: geen tovermiddel maar een investering, die slim en haalbaar moet zijn en begeleid moet worden. Want alleen dan kan ook de kleine ondernemer mee profiteren van de efficiëntie waar iedereen van droomt.

De auteur is general manager van Mastermail en voorzitter van Voka Vlaams-Brabant

Lees ook: Hoe kmo’s creatief omgaan met verloning van werknemers

The post ‘Kan de kmo nog mee met de digitale trein?’ appeared first on Trends.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Kan de kmo nog mee met de digitale trein?’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Voor veel kmo’s in ons land is digitalisering steeds vaker een verplicht nummer, dat vooral handenvol geld kost.

Het klinkt vanzelfsprekend: wie automatiseert en digitaliseert, bouwt een efficiënter bedrijf. Alles wat geen toegevoegde waarde heeft – het manueel overtikken van gegevens, het verwerken van papieren facturen, het dubbel ingeven van orders – kan worden uitgezuiverd. Wat overblijft, is een slanker, sneller en winstgevender proces. Dat klinkt als muziek in de oren van elke ondernemer.

En toch. Voor veel kmo’s in ons land is digitalisering steeds vaker een verplicht nummer, dat vooral handenvol geld kost. Op papier is de digitale belofte eenvoudig: wie investeert in software en digitale processen, vermijdt fouten, wint tijd en kan makkelijker groeien. Grote bedrijven met een stevige ICT-afdeling profiteren daar al jaren van. Kleine ondernemingen botsen evenwel vaak op een andere realiteit. Digitaliseren betekent niet alleen de aanschaf van software, maar ook de opleiding van personeel, het aanpassen van processen, en telkens weer investeren in upgrades. Tegen de tijd dat één proces eindelijk is geautomatiseerd, staat alweer een nieuwe versie of een alternatief klaar. Voor een kmo voelt dat als een never ending story, die de kas steeds verder leegzuigt.

Dat kmo’s worstelen met digitalisering blijkt ook uit recente cijfers. Voor bijna alle ondernemingen in België zijn computers en internet vanzelfsprekend. Maar slechts 20 procent van de micro-ondernemingen (2 tot 9 werknemers) zegt vandaag aan data-analyse te doen, tegenover 65 procent bij bedrijven met meer dan 50 werknemers. Bij cloudoplossingen gaapt een gelijkaardige kloof. En dan is er de olifant in de kamer: Peppol en de verplichte elektronische facturatie. Volgens een studie bij 300 Belgische kmo’s beschikt slechts 38 procent vandaag over een boekhoudpakket dat compatibel is met Peppol. Amper 25 procent is aangesloten op het netwerk, terwijl vanaf 1 januari 2026 elektronisch factureren via Peppol verplicht wordt voor de meeste b2b-transacties.

Rijdt de digitale trein niet te snel? Voor grote organisaties is digitalisering een investering die ze kunnen dragen. Kleine bedrijven kunnen het opgelegde tempo steeds moeizamer volgen. Dat tast de voedingsbodem van ons ondernemerschap aan. Een startende ondernemer heeft meestal een visie, een talent of een product dat hij of zij in de markt wil zetten. Tegelijk moet diezelfde starter vandaag van nul af een digitaal proces opzetten, dat voldoet aan alle regels. Vaak is die persoon daar voldoende voor opgeleid. Zelden is er budget om meteen alles digitaal in te richten. Het gevaar is reëel dat sommigen er zelfs niet meer aan beginnen. En wie startend ondernemerschap fnuikt, fnuikt tegelijk de economische motor die onze begroting draaiende houdt.

Dat betekent niet dat we digitalisering moeten afwijzen. Integendeel: ze kan levensreddend zijn voor bedrijven die efficiëntie zoeken. Maar we moeten realistischer zijn over de weg ernaartoe. Niet alles moet digitaal. Ondernemers moeten keuzes kunnen maken over wat echt meerwaarde biedt, en het mag gerust modulair: in de plaats van in één groot project kan digitalisering beter in kleinere, betaalbare fasen worden ingevoerd. Als digitalisering verplicht wordt, moet daar ook een proportioneel ondersteuningskader tegenover staan, in de vorm van subsidies, opleidingspakketten en collectieve platforms.

De digitale trein rijdt, en niemand kan hem tegenhouden. De vraag is niet óf we mee moeten, wel hoe we ervoor zorgen dat kmo’s niet uit de bocht vliegen. Als digitalisering een stille dood van ondernemerschap in de hand werkt, dan is de maatschappelijke kostprijs groter dan de besparing die het oplevert. Het is tijd dat we digitalisering zien voor wat het is: geen tovermiddel maar een investering, die slim en haalbaar moet zijn en begeleid moet worden. Want alleen dan kan ook de kleine ondernemer mee profiteren van de efficiëntie waar iedereen van droomt.

De auteur is general manager van Mastermail en voorzitter van Voka Vlaams-Brabant

Lees ook: Hoe kmo’s creatief omgaan met verloning van werknemers

The post ‘Kan de kmo nog mee met de digitale trein?’ appeared first on Trends.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Een meerwaardebelasting mag niet raken aan de kern van ondernemen’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Een goedbedoelde maatregel dreigt een rem te zetten op innovatie en durfkapitaal, net nu die essentieel zijn voor onze economische toekomst.

Er is een politiek akkoord over de nieuwe meerwaardebelasting, en zoals vaak is de communicatie optimistisch: ‘de kleine spaarders worden beschermd’, ‘de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten’, ‘een evenwichtige solidariteitsbijdrage’. Op papier klinkt het allemaal redelijk. Maar als ondernemer en bedrijfsleider kijk ik liever wat écht onder de motorkap zit. Ik zie een regeling die nuance bevat – denk aan de vrijstelling tot 1 miljoen euro voor wie minstens 20 procent van een vennootschap bezit – maar ook een risico. In dit land vinden we steeds meer dat ondernemers gewoon wat meer mogen bijdragen, terwijl we uit het oog verliezen hoeveel risico aan de wieg van de meerwaarde ligt.

Laat me duidelijk zijn: wie spaart of belegt in financiële activa en daar winst op maakt, mag gerust fiscaal bijdragen. Maar er is een wereld van verschil tussen een beursbelegger en een ondernemer. Die laatste neemt persoonlijke risico’s, geeft mensen werk, financiert groei vaak met privévermogen en zet zijn of haar reputatie op het spel. Als die na twintig jaar zijn bedrijf verkoopt, dan is de meerwaarde geen cadeautje van de markt, maar de uitkomst van zweet, onzekerheid en volharding.

In dat licht is het essentieel dat de regeling, zoals ze vandaag voorligt, de meerwaarde bij de verkoop van een eigen bedrijf grotendeels vrijstelt, voor wie dus minstens 20 procent bezit. Dat is goed. Maar tegelijk is het een fragiele bescherming, vol voorwaarden en tijdelijke mechanismen. De exittaks die twee jaar geldt, de complexiteit rond de waardebepaling, het ontbreken van een gunstregime voor investeerders onder de 20 procentgrens… Allemaal signalen dat dit een glijdende schaal kan worden.

Een bijzonder pijnpunt is de behandeling van businessangels en minderheidsinvesteerders. Heel wat start-ups kunnen enkel groeien dankzij mensen die bereid zijn in een vroeg stadium kapitaal, expertise en vertrouwen te investeren – vaak in ruil voor 10 tot 15 procent aandelen. Die mensen nemen wel risico, maar vallen niet onder de vrijstellingsregeling, omdat ze de drempel van 20 procent niet halen. Zo dreigt een goedbedoelde maatregel ongewild een rem te zetten op innovatie en durfkapitaal, net nu die essentieel zijn voor onze economische toekomst.

Dan is er nog het bredere plaatje. De rechtszekerheid in België staat onder druk. Vandaag is de vrijstelling er. Morgen misschien niet meer. Vandaag is het tarief 10 procent. Over twee jaar, wie zal het zeggen? Ondernemers kunnen veel aan – volatiliteit, concurrentie, marktfluctuaties – maar ze hebben nood aan voorspelbaarheid. Wat ze vandaag vooral zien, is een staat die steeds gretiger kijkt naar wie werkt, spaart, investeert of onderneemt. De meerwaardebelasting past in een bredere beweging waarin het nemen van initiatief– het opbouwen van waarde – wordt herleid tot een bron van verdacht voordeel. Alsof je pas een goede burger bent als je niets opbouwt dat potentieel meer waard wordt. Die mentaliteit staat haaks op wat onze economie nodig heeft.

Ik ben niet tegen bijdragen. Belast wie winst maakt zonder inzet. Belast wie speculeert zonder verantwoordelijkheid. Maar raak niet aan de kern van ondernemen: het nemen van risico met eigen middelen, het creëren van werkgelegenheid, het bouwen aan iets dat groter is dan jezelf. De staat zou dat moeten ondersteunen, niet afremmen.

In plaats van het eigenaarschap te ondermijnen, zouden we een fiscaliteit moeten uitwerken die investeren in bedrijven aanmoedigt, ook voor minderheidsaandeelhouders. Investeren in groei, ook al is het ‘maar’ met 15 procent aandelen, is evengoed een daad van vertrouwen én engagement. Wie de risico’s draagt, hoort niet behandeld te worden als een bron van extra opbrengst, maar als wat hij is: de drijvende kracht achter de vooruitgang.

The post ‘Een meerwaardebelasting mag niet raken aan de kern van ondernemen’ appeared first on Trends.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Een meerwaardebelasting mag niet raken aan de kern van ondernemen’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Een goedbedoelde maatregel dreigt een rem te zetten op innovatie en durfkapitaal, net nu die essentieel zijn voor onze economische toekomst.

Er is een politiek akkoord over de nieuwe meerwaardebelasting, en zoals vaak is de communicatie optimistisch: ‘de kleine spaarders worden beschermd’, ‘de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten’, ‘een evenwichtige solidariteitsbijdrage’. Op papier klinkt het allemaal redelijk. Maar als ondernemer en bedrijfsleider kijk ik liever wat écht onder de motorkap zit. Ik zie een regeling die nuance bevat – denk aan de vrijstelling tot 1 miljoen euro voor wie minstens 20 procent van een vennootschap bezit – maar ook een risico. In dit land vinden we steeds meer dat ondernemers gewoon wat meer mogen bijdragen, terwijl we uit het oog verliezen hoeveel risico aan de wieg van de meerwaarde ligt.

Laat me duidelijk zijn: wie spaart of belegt in financiële activa en daar winst op maakt, mag gerust fiscaal bijdragen. Maar er is een wereld van verschil tussen een beursbelegger en een ondernemer. Die laatste neemt persoonlijke risico’s, geeft mensen werk, financiert groei vaak met privévermogen en zet zijn of haar reputatie op het spel. Als die na twintig jaar zijn bedrijf verkoopt, dan is de meerwaarde geen cadeautje van de markt, maar de uitkomst van zweet, onzekerheid en volharding.

In dat licht is het essentieel dat de regeling, zoals ze vandaag voorligt, de meerwaarde bij de verkoop van een eigen bedrijf grotendeels vrijstelt, voor wie dus minstens 20 procent bezit. Dat is goed. Maar tegelijk is het een fragiele bescherming, vol voorwaarden en tijdelijke mechanismen. De exittaks die twee jaar geldt, de complexiteit rond de waardebepaling, het ontbreken van een gunstregime voor investeerders onder de 20 procentgrens… Allemaal signalen dat dit een glijdende schaal kan worden.

Een bijzonder pijnpunt is de behandeling van businessangels en minderheidsinvesteerders. Heel wat start-ups kunnen enkel groeien dankzij mensen die bereid zijn in een vroeg stadium kapitaal, expertise en vertrouwen te investeren – vaak in ruil voor 10 tot 15 procent aandelen. Die mensen nemen wel risico, maar vallen niet onder de vrijstellingsregeling, omdat ze de drempel van 20 procent niet halen. Zo dreigt een goedbedoelde maatregel ongewild een rem te zetten op innovatie en durfkapitaal, net nu die essentieel zijn voor onze economische toekomst.

Dan is er nog het bredere plaatje. De rechtszekerheid in België staat onder druk. Vandaag is de vrijstelling er. Morgen misschien niet meer. Vandaag is het tarief 10 procent. Over twee jaar, wie zal het zeggen? Ondernemers kunnen veel aan – volatiliteit, concurrentie, marktfluctuaties – maar ze hebben nood aan voorspelbaarheid. Wat ze vandaag vooral zien, is een staat die steeds gretiger kijkt naar wie werkt, spaart, investeert of onderneemt. De meerwaardebelasting past in een bredere beweging waarin het nemen van initiatief– het opbouwen van waarde – wordt herleid tot een bron van verdacht voordeel. Alsof je pas een goede burger bent als je niets opbouwt dat potentieel meer waard wordt. Die mentaliteit staat haaks op wat onze economie nodig heeft.

Ik ben niet tegen bijdragen. Belast wie winst maakt zonder inzet. Belast wie speculeert zonder verantwoordelijkheid. Maar raak niet aan de kern van ondernemen: het nemen van risico met eigen middelen, het creëren van werkgelegenheid, het bouwen aan iets dat groter is dan jezelf. De staat zou dat moeten ondersteunen, niet afremmen.

In plaats van het eigenaarschap te ondermijnen, zouden we een fiscaliteit moeten uitwerken die investeren in bedrijven aanmoedigt, ook voor minderheidsaandeelhouders. Investeren in groei, ook al is het ‘maar’ met 15 procent aandelen, is evengoed een daad van vertrouwen én engagement. Wie de risico’s draagt, hoort niet behandeld te worden als een bron van extra opbrengst, maar als wat hij is: de drijvende kracht achter de vooruitgang.

The post ‘Een meerwaardebelasting mag niet raken aan de kern van ondernemen’ appeared first on Trends.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Bescheidenheid is geen exportproduct’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Je bouwt geen sterk merk met grijze toonbeelden van voorzichtigheid. Zeker niet in een wereld waar storytelling, profilering en beleving centraal staan.

Ik bezocht onlangs de Wereldexpo in het Japanse Osaka. Een plek die honderdduizenden bezoekers uit de hele wereld ontvangt, en waar landen tonen wat ze zijn en waar ze naartoe willen. Een moment van trots, van profilering, van merkopbouw. Zo dacht ik er tenminste over.

Het thema is veelbelovend: Designing Future Society for Our Lives. Een toekomstgerichte visie, waarin innovatie, cultuur en identiteit samenkomen. Een unieke kans om het beste van België – en Vlaanderen – te laten zien. Als ondernemer keek ik dan ook reikhalzend uit naar wat ‘wij’ brengen.

Het Belgische paviljoen bleek gehuld in een symbool dat zowel intrigerend als verwarrend was: water. Het staat letterlijk in het water, vormgegeven als een ijsblok, en bovenaan hangen ballonnen – althans, dat was de bedoeling. De helft ervan is verdwenen, wat ongewild de vergankelijkheid van het concept illustreert. De ballonnen moesten verdamping voorstellen, een knipoog naar het watercyclusthema. Maar wat is onze link met water? Als klein land met een korte kustlijn en zonder noemenswaardige watertechnologie als speerpunt, voelt het thema willekeurig gekozen. Ik las de toelichting op de website van het paviljoen, maar als alles uitgelegd moet worden, is het dan niet te ver gezocht? Binnenin verschuift de focus naar gezondheidstechnologie. België heeft een sterke kennisindustrie, met universiteiten, biotech en farma van wereldniveau. Dat aspect wordt degelijk, zij het bescheiden, in beeld gebracht. En toch bekroop me een gevoel van gemiste kansen.

Waar zitten de échte symbolen waar we bekend voor staan? Waar zitten onze striphelden? Onze Smurfen en Kuifje, die wereldwijd generaties mee grootbrachten? Waar was onze mode, waarmee Antwerpse designers al decennialang furore maken in Parijs, Milaan en Tokio? Waar is het wielrennen dat zo diep verweven zit in onze cultuur en identiteit? Kortom: waar is het verhaal dat van België een sterk merk maakt? Zelfs culinair, iets waar we écht in uitblinken, was de ervaring bevreemdend. De Belgische wafels worden opgewarmd in een microgolfoven, geserveerd door Japans personeel dat geen affiniteit heeft met onze keuken. Wat hield ons tegen om Vlaamse topchefs een themaweek te laten verzorgen, met streekproducten, in een horecaconcept aangekleed door Belgische modeontwerpers? Een totaalbeleving van onze bourgondische, verfijnde en genereuze eetcultuur. Een smaakvolle ambassade van ons kunnen, letterlijk en figuurlijk.

We hebben zoveel te bieden. Maar waarom kiezen we dan op zo’n mondiaal podium voor middelmatigheid? Waarom zo weinig durf, zo weinig trots, zo weinig identiteit? Misschien zit de verklaring in onze nationale karaktertrekken: bescheidenheid, relativering, pragmatisme. Mooie eigenschappen – in de juiste context. Maar laat ons eerlijk zijn: bescheidenheid is geen exportproduct. Je bouwt geen sterk merk met grijze toonbeelden van voorzichtigheid. Zeker niet in een wereld waar storytelling, profilering en beleving centraal staan.

Als ondernemer weet ik dat je maar één kans krijgt om een eerste indruk te maken. Dat geldt ook voor landen op een Wereldexpo. Wij hadden de kans om België, Vlaanderen te laten schitteren — niet alleen als land van wetenschap, maar ook van cultuur, stijl, gastronomie en levenskwaliteit. We hadden ons kunnen tonen als een innovatief, smaakvol, creatief land dat zijn tradities eert én de toekomst omarmt. Maar de indruk die het paviljoen geeft is: België is oké. Maar oké verkoopt niet. Trots wel. Identiteit wel. Beleving wel. En die maken we zélf. Mijn oproep is dan ook simpel: durf trots te zijn op wat we goed doen. Laat ons het merk België en het merk Vlaanderen uitbouwen met dezelfde ondernemerszin waarmee we onze bedrijven groot maken. Laat ons in de toekomst zulke kansen niet enkel benutten, maar grijpen met beide handen.

De auteur is general manager van Mastermail

The post ‘Bescheidenheid is geen exportproduct’ appeared first on Trends Kanaal Z.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Donald Trump geeft les in onderhandelen’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Trump laat zien dat de wereld niet draait op redelijkheid, maar op invloed.

Met een simpele mededeling deed de Amerikaanse president Donald Trump de wereldeconomie wankelen. Plots staan de wereldleiders – van Berlijn tot Brussel – bij hem in de rij om te onderhandelen. De boodschap is duidelijk: wie niet komt praten, zal betalen. Want wie denkt dat dit een louter economische maatregel is, vergist zich. De importtarieven zijn niet het doel, ze zijn de openingszet in een onderhandelingsspel.

Die techniek zien we vaak in de geopolitiek, maar opvallend weinig in het bedrijfsleven: bewust beginnen aan de bovenkant. De lat hoog leggen. Niet als einddoel, maar als hefboom. Wie als eerste de voorwaarden bepaalt, dwingt de ander in een verdedigende positie. Trump weet dat die tarieven voorlopig geen realiteit hoeven te worden. Wat hij zoekt, is beweging. Concessies. Een herziening van afspraken die volgens hem niet in Amerika’s voordeel zijn. En hij weet één ding heel goed: als je op voorhand toont wat je echt wilt, krijg je het zelden.

In het bedrijfsleven zien we vaak het tegenovergestelde: onderhandelingen die te voorzichtig beginnen, vanuit het idee dat redelijkheid vanzelf beloond wordt. We willen niet gierig lijken, niet te duur en al helemaal niemand voor het hoofd stoten. Dus zetten we in op het compromis, nog voor het gesprek begonnen is. Het gevolg? We ondermijnen onze eigen waarde. Hoe vaak gebeurt het niet dat ondernemers of verkopers al in hun eerste offerte ‘iets extra doen’, ‘de prijs wat drukken’, ‘toch al die korting toepassen’ – om de klant vooral niet af te schrikken? En hoe vaak wordt die toegeeflijkheid dan beantwoord met een vraag om nog een toegeving?

In die zin is Trump een schoolvoorbeeld van hoe je macht opbouwt, hoe controversieel hij ook is. Zijn boodschap is: ik bepaal de spelregels. Wil je iets anders? Kom maar praten, maar weet dat ik niets weggeef zonder iets in ruil te krijgen. Hij hanteert wat de anchoring technique heet: het eerste voorstel bepaalt de setting van het hele gesprek. Zet je dat voorstel slim, dan verschuift het midden automatisch in jouw richting.

In een documentaire over de betreurde Willy Naessens zag ik iets gelijkaardigs. Hij reed naar zijn champagneboer om een grote bestelling te plaatsen. Hij bepaalde nog voor het gesprek welke prijs hij wilde krijgen. Finaal kreeg hij ook die prijs. De leverancier stond onmiddellijk in een zwakke positie. Willy had de toon gezet en de leverancier plooide. Maar het spel was nog niet gespeeld. “We gaan die prijs nog wel afronden”, zei Willy. Er was geen andere optie dan weer toe te geven.

Het eerste voorstel bepaalt de setting van het hele gesprek. Zet je dat voorstel slim, dan verschuift het midden automatisch in jouw richting.

Ondernemers kunnen hier iets van leren. Over positionering, over durven te vertrekken vanuit je werkelijke waarde, in plaats van je aanbod meteen te verwateren uit angst voor verlies. De kunst van het onderhandelen begint bij zelfrespect. Bij weten wat je waard bent. En dat durven te verdedigen. Een offerte is geen liefdadigheid, een prijs geen gok. Het is een weerspiegeling van expertise, inzet, risico en toegevoegde waarde. Als jij je prijs niet serieus neemt, waarom zou de klant dat dan wel doen? Soms moet je de hogere prijs durven te zetten, niet omdat je verwacht dat die meteen wordt aanvaard, maar omdat het de enige manier is om ergens in het midden uit te komen zonder jezelf uit te hollen.

De ironie is dat we in België vaak vol respect kijken naar ‘sterke onderhandelaars’ op wereldniveau en tegelijk in onze onderneming handelen alsof ‘aanvaardbaar’ en ‘aangenaam’ belangrijker zijn dan ‘houdbaar’. Alsof ondernemen geen spel is dat op het scherp van de snee gespeeld mag worden. Trump laat zien dat de wereld niet draait op redelijkheid, maar op invloed. En wie invloed wil, moet een positie durven innemen – hard als het moet, strategisch altijd. Misschien is dat de echte les: durf je openingszet hoog te leggen. Niet omdat je per se wilt winnen, maar omdat je dan toch al niet meteen verloren hebt.

The post ‘Donald Trump geeft les in onderhandelen’ appeared first on Trends Kanaal Z.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Donald Trump geeft les in onderhandelen’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

Trump laat zien dat de wereld niet draait op redelijkheid, maar op invloed.

Met een simpele mededeling deed de Amerikaanse president Donald Trump de wereldeconomie wankelen. Plots staan de wereldleiders – van Berlijn tot Brussel – bij hem in de rij om te onderhandelen. De boodschap is duidelijk: wie niet komt praten, zal betalen. Want wie denkt dat dit een louter economische maatregel is, vergist zich. De importtarieven zijn niet het doel, ze zijn de openingszet in een onderhandelingsspel.

Die techniek zien we vaak in de geopolitiek, maar opvallend weinig in het bedrijfsleven: bewust beginnen aan de bovenkant. De lat hoog leggen. Niet als einddoel, maar als hefboom. Wie als eerste de voorwaarden bepaalt, dwingt de ander in een verdedigende positie. Trump weet dat die tarieven voorlopig geen realiteit hoeven te worden. Wat hij zoekt, is beweging. Concessies. Een herziening van afspraken die volgens hem niet in Amerika’s voordeel zijn. En hij weet één ding heel goed: als je op voorhand toont wat je echt wilt, krijg je het zelden.

In het bedrijfsleven zien we vaak het tegenovergestelde: onderhandelingen die te voorzichtig beginnen, vanuit het idee dat redelijkheid vanzelf beloond wordt. We willen niet gierig lijken, niet te duur en al helemaal niemand voor het hoofd stoten. Dus zetten we in op het compromis, nog voor het gesprek begonnen is. Het gevolg? We ondermijnen onze eigen waarde. Hoe vaak gebeurt het niet dat ondernemers of verkopers al in hun eerste offerte ‘iets extra doen’, ‘de prijs wat drukken’, ‘toch al die korting toepassen’ – om de klant vooral niet af te schrikken? En hoe vaak wordt die toegeeflijkheid dan beantwoord met een vraag om nog een toegeving?

In die zin is Trump een schoolvoorbeeld van hoe je macht opbouwt, hoe controversieel hij ook is. Zijn boodschap is: ik bepaal de spelregels. Wil je iets anders? Kom maar praten, maar weet dat ik niets weggeef zonder iets in ruil te krijgen. Hij hanteert wat de anchoring technique heet: het eerste voorstel bepaalt de setting van het hele gesprek. Zet je dat voorstel slim, dan verschuift het midden automatisch in jouw richting.

In een documentaire over de betreurde Willy Naessens zag ik iets gelijkaardigs. Hij reed naar zijn champagneboer om een grote bestelling te plaatsen. Hij bepaalde nog voor het gesprek welke prijs hij wilde krijgen. Finaal kreeg hij ook die prijs. De leverancier stond onmiddellijk in een zwakke positie. Willy had de toon gezet en de leverancier plooide. Maar het spel was nog niet gespeeld. “We gaan die prijs nog wel afronden”, zei Willy. Er was geen andere optie dan weer toe te geven.

Het eerste voorstel bepaalt de setting van het hele gesprek. Zet je dat voorstel slim, dan verschuift het midden automatisch in jouw richting.

Ondernemers kunnen hier iets van leren. Over positionering, over durven te vertrekken vanuit je werkelijke waarde, in plaats van je aanbod meteen te verwateren uit angst voor verlies. De kunst van het onderhandelen begint bij zelfrespect. Bij weten wat je waard bent. En dat durven te verdedigen. Een offerte is geen liefdadigheid, een prijs geen gok. Het is een weerspiegeling van expertise, inzet, risico en toegevoegde waarde. Als jij je prijs niet serieus neemt, waarom zou de klant dat dan wel doen? Soms moet je de hogere prijs durven te zetten, niet omdat je verwacht dat die meteen wordt aanvaard, maar omdat het de enige manier is om ergens in het midden uit te komen zonder jezelf uit te hollen.

De ironie is dat we in België vaak vol respect kijken naar ‘sterke onderhandelaars’ op wereldniveau en tegelijk in onze onderneming handelen alsof ‘aanvaardbaar’ en ‘aangenaam’ belangrijker zijn dan ‘houdbaar’. Alsof ondernemen geen spel is dat op het scherp van de snee gespeeld mag worden. Trump laat zien dat de wereld niet draait op redelijkheid, maar op invloed. En wie invloed wil, moet een positie durven innemen – hard als het moet, strategisch altijd. Misschien is dat de echte les: durf je openingszet hoog te leggen. Niet omdat je per se wilt winnen, maar omdat je dan toch al niet meteen verloren hebt.

The post ‘Donald Trump geeft les in onderhandelen’ appeared first on Trends Kanaal Z.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Is die meerwaardebelasting wel eerlijk?’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

De aangekondigde invoering van een meerwaardebelasting door de federale overheid veroorzaakt een diep gevoel van onzekerheid, zeker voor ondernemers die met beperkte middelen hun onderneming hebben kunnen uitbouwen tot een volwaardig bedrijf.

Als eigenaar van een bescheiden kmo – waar hard werken en lange dagen de norm zijn, zonder woekerwinsten op te strijken – voel ik de bezorgdheid over die nieuwe maatregel des te sterker. Wij, ondernemers, bouwen onze bedrijven stap voor stap op, vaak met beperkte marges en een grote persoonlijke inzet, en wij vrezen dat deze fiscale maatregel ons extra zwaar zal vallen.

De kern van de nieuwe regeling is eenvoudig in haar opzet: bij de verkoop van een bedrijf wordt gekeken naar de meerwaarde die is gecreëerd, en dat extraatje wordt belast. Maar wat mij en veel collega-ondernemers bezighoudt, is de vraag wanneer die meerwaarde precies wordt vastgesteld. Wordt er vanaf dit moment een ijkpunt vastgelegd, of zal er later een correctie plaatsvinden, wanneer de marktomstandigheden anders zijn? Die onzekerheid maakt het lastig om de lange termijn te plannen en kan leiden tot onverwachte fiscale nadelen.

Voor kmo’s, waar elke investering en elke euro tellen, voelt de invoering van zo’n belasting als een extra steek in de rug. Wij zijn geen grote corporates die kunnen rekenen op flinke reserves om tegenvallers op te vangen. Elke extra belastingdruk is direct voelbaar en kan de investeringsbereidheid aanzienlijk fnuiken. Het idee dat de overheid opeens een graantje wil meepikken van de meerwaarde die bij een verkoop wordt gerealiseerd, roept bij velen de vraag op: is dat wel eerlijk?

Al jarenlang zien we dat een aanzienlijk deel van de winstgevendheid van een bedrijf op de een of andere manier naar de overheid vloeit. Niet alleen de jaarlijkse winst wordt belast, ook de banencreatie – die voor ons altijd al een belangrijk aspect van ondernemerschap en economische groei is geweest – zorgt voor overheidsinkomsten. Is dat niet voldoende? Wij dragen bij aan de welvaart door werkgelegenheid te bieden en waarde toe te voegen aan de maatschappij.

Wat mij daarnaast zorgen baart, is dat een extra belasting op de verkoop van een bedrijf het ondernemerschap kan remmen. Ondernemers nemen risico’s, investeren in innovatie en creëren banen. Als bij de overdracht van een bedrijf ineens een extra fiscaal juk wordt opgelegd, kan dat leiden tot terughoudendheid bij het aangaan van financiële risico’s. Wij willen groeien en ons bedrijf verder ontwikkelen, maar de dreiging van een onverwachte belastingdruk kan ertoe leiden dat we voorzichtiger worden en kansen laten voorbijgaan.

Bovendien zal de uitvoering van die nieuwe belastingregel waarschijnlijk heel wat administratieve rompslomp met zich brengen. Onduidelijkheid over waardebepalingen en het bepalen van het juiste tijdstip voor het vastleggen van de meerwaarde kan leiden tot langdurige en kostbare discussies met de fiscus. Voor een onderneming is dat niet alleen tijdrovend, maar ook een constante bron van onzekerheid die innovatie en groei in de weg staat.

Na twintig jaar ondernemerschap, hard werk en veel risico’s vind ik het niet correct dat de overheid plots beslist nog een extra een graantje mee te pikken. Is het nog niet genoeg geweest?

The post ‘Is die meerwaardebelasting wel eerlijk?’ appeared first on Trends Kanaal Z.

☐ ☆ ✇ Trends

‘Is die meerwaardebelasting wel eerlijk?’

By: Daniëlle Vanwesenbeeck

De aangekondigde invoering van een meerwaardebelasting door de federale overheid veroorzaakt een diep gevoel van onzekerheid, zeker voor ondernemers die met beperkte middelen hun onderneming hebben kunnen uitbouwen tot een volwaardig bedrijf.

Als eigenaar van een bescheiden kmo – waar hard werken en lange dagen de norm zijn, zonder woekerwinsten op te strijken – voel ik de bezorgdheid over die nieuwe maatregel des te sterker. Wij, ondernemers, bouwen onze bedrijven stap voor stap op, vaak met beperkte marges en een grote persoonlijke inzet, en wij vrezen dat deze fiscale maatregel ons extra zwaar zal vallen.

De kern van de nieuwe regeling is eenvoudig in haar opzet: bij de verkoop van een bedrijf wordt gekeken naar de meerwaarde die is gecreëerd, en dat extraatje wordt belast. Maar wat mij en veel collega-ondernemers bezighoudt, is de vraag wanneer die meerwaarde precies wordt vastgesteld. Wordt er vanaf dit moment een ijkpunt vastgelegd, of zal er later een correctie plaatsvinden, wanneer de marktomstandigheden anders zijn? Die onzekerheid maakt het lastig om de lange termijn te plannen en kan leiden tot onverwachte fiscale nadelen.

Voor kmo’s, waar elke investering en elke euro tellen, voelt de invoering van zo’n belasting als een extra steek in de rug. Wij zijn geen grote corporates die kunnen rekenen op flinke reserves om tegenvallers op te vangen. Elke extra belastingdruk is direct voelbaar en kan de investeringsbereidheid aanzienlijk fnuiken. Het idee dat de overheid opeens een graantje wil meepikken van de meerwaarde die bij een verkoop wordt gerealiseerd, roept bij velen de vraag op: is dat wel eerlijk?

Al jarenlang zien we dat een aanzienlijk deel van de winstgevendheid van een bedrijf op de een of andere manier naar de overheid vloeit. Niet alleen de jaarlijkse winst wordt belast, ook de banencreatie – die voor ons altijd al een belangrijk aspect van ondernemerschap en economische groei is geweest – zorgt voor overheidsinkomsten. Is dat niet voldoende? Wij dragen bij aan de welvaart door werkgelegenheid te bieden en waarde toe te voegen aan de maatschappij.

Wat mij daarnaast zorgen baart, is dat een extra belasting op de verkoop van een bedrijf het ondernemerschap kan remmen. Ondernemers nemen risico’s, investeren in innovatie en creëren banen. Als bij de overdracht van een bedrijf ineens een extra fiscaal juk wordt opgelegd, kan dat leiden tot terughoudendheid bij het aangaan van financiële risico’s. Wij willen groeien en ons bedrijf verder ontwikkelen, maar de dreiging van een onverwachte belastingdruk kan ertoe leiden dat we voorzichtiger worden en kansen laten voorbijgaan.

Bovendien zal de uitvoering van die nieuwe belastingregel waarschijnlijk heel wat administratieve rompslomp met zich brengen. Onduidelijkheid over waardebepalingen en het bepalen van het juiste tijdstip voor het vastleggen van de meerwaarde kan leiden tot langdurige en kostbare discussies met de fiscus. Voor een onderneming is dat niet alleen tijdrovend, maar ook een constante bron van onzekerheid die innovatie en groei in de weg staat.

Na twintig jaar ondernemerschap, hard werk en veel risico’s vind ik het niet correct dat de overheid plots beslist nog een extra een graantje mee te pikken. Is het nog niet genoeg geweest?

The post ‘Is die meerwaardebelasting wel eerlijk?’ appeared first on Trends Kanaal Z.

❌