Private Capital Belgium, de sectorfederatie van de Belgische private-equityfondsen, blaast deze week veertig kaarsjes uit. Destijds was private equity pionierswerk in België, vandaag is het gemeengoed. Toch blijft het Belgische fondsenkapitaal te versnipperd en te kleinschalig om op te tornen tegen de machtige buitenlandse spelers.
De investeringsmaatschappij Gimv wil Europese kampioenen maken. Daar is tijd voor nodig, en daarom komt er ook een apart fonds. Gimv Anchor moet uitgroeien tot de helft van de portefeuillewaarde van Gimv, aldus CEO Koen Dejonckheere. "Wij mikken niet op gemiddelden, maar op de winnaars."
Met 300 miljoen euro extra op zak, is het Brusselse LIZY klaar voor het grote werk. De pionier in leasing van tweedehandsauto’s wil dankzij digitalisering en artificiële intelligentie Europees marktleider worden. "De autoleasemarkt is zo groot als een oceaan. Maar terwijl onze concurrenten rondvaren met oude olietankers, hebben wij een speedboot gebouwd." (lees verder onder de video)
Ondanks alle rampberichten zijn er nog maakbedrijven die goed gedijen, zoals ABC Engines. Het Gentse bedrijf produceert al sinds 1912 verbrandingsmotoren die schepen, locomotieven en generatoren aandrijven, goed voor duizenden pk’s per stuk. Maar de concurrentie is hard, en komt steeds meer uit China. "Het is knokken voor elke euro."
De bakkerstiel gold lang als een zaak van mannen. In Brugge hebben vrouwen die ban doorbroken. Al vijf generaties lang staan vrouwen aan het roer van Oud Huis Deman, in 1880 gestart als een bakkerij, vandaag een ambachtelijke koekjesmaker. Tegenslagen bleven niet uit, maar door volharding werd de familiezaak een succes. Zelfs Winston Churchill was klant.
We onderschatten het vermogen van kinderen om simultaan meerdere talen te leren op hoog niveau. Dat zegt Els Consuegra, onderwijskundige aan de VUB, in Carte Blanche, de zomereditie van Trends Talk. Ze pleit voor een tweetalig onderwijs vanaf de crèche, te beginnen in Brussel, maar uitbreidbaar naar het hele land.
Ondanks alle rampberichten zijn er nog maakbedrijven die goed gedijen, zoals ABC Engines. Het Gentse bedrijf produceert al sinds 1912 verbrandingsmotoren die schepen, locomotieven en generatoren aandrijven, goed voor duizenden pk’s per stuk. Maar de concurrentie is hard, en komt steeds meer uit China. "Het is knokken voor elke euro."
De bakkerstiel gold lang als een zaak van mannen. In Brugge hebben vrouwen die ban doorbroken. Al vijf generaties lang staan vrouwen aan het roer van Oud Huis Deman, in 1880 gestart als een bakkerij, vandaag een ambachtelijke koekjesmaker. Tegenslagen bleven niet uit, maar door volharding werd de familiezaak een succes. Zelfs Winston Churchill was klant.
We onderschatten het vermogen van kinderen om simultaan meerdere talen te leren op hoog niveau. Dat zegt Els Consuegra, onderwijskundige aan de VUB, in Carte Blanche, de zomereditie van Trends Talk. Ze pleit voor een tweetalig onderwijs vanaf de crèche, te beginnen in Brussel, maar uitbreidbaar naar het hele land.
Het dagelijks eten op ons bord vinden we vanzelfsprekend. Maar droogteperiodes worden frequenter, de bodemkwaliteit degradeert en open ruimte gaat verloren. Zullen onze boeren het nog kunnen bolwerken in die omstandigheden? Het wordt niet gemakkelijk, maar Joris Relaes, directeur van het landbouwonderzoekscentrum ILVO, is optimistisch.
Ambacht heeft altijd een geschiedenis. Bij Visatelier Depaepe in Knokke-Heist gaat het vakmanschap vijf generaties terug, tot in 1910. Het is een verhaal van vallen en telkens weer sterker opstaan. Vrouwen speelden vaak de hoofdrol. "Wij zijn het sterke geslacht."
De landbouw van de toekomst wordt hightech, met drones, robotica, sensoren en artificiële intelligentie. Dat zal landbouw productiever en minder milieubelastend maken, maar ook moeilijker haalbaar voor de klassieke gezinsboerderij, zo zegt Joris Relaes, directeur van landbouw- voedingsonderzoekscentrum ILVO, in Carte Blanche, de zomereditie van Trends Talk. De gezinsboerderij zal een ‘agri-kmo’ worden.
Vanaf 1 juli voert Europa strengere importquota in voor staal, als dam tegen de wereldwijde overproductie. De noodlijdende Europese staalindustrie mag weer hopen. Aperam, een producent van roestvast staal, investeert 160 miljoen euro in Europa, vooral in België. "Zonder de Europese maatregelen hadden we deze investering niet gedaan."
Vrouwen stoten nog altijd te weinig door naar de topposities in bedrijven, en dat komt onder meer omdat ze zich ver houden van de zogenoemde kantoorpolitiek, de informele machtsstructuren in het bedrijf. Dat zegt An Goovaerts, gewezen hoofdredacteur van Trends, in Trends Talk. Zij schreef een boek voor ambitieuze vrouwen die carrière willen maken in het bedrijfsleven.
Vrouwen stoten nog altijd te weinig door naar de topposities in bedrijven, en dat komt onder meer omdat ze zich ver houden van de zogenoemde kantoorpolitiek, de informele machtsstructuren in het bedrijf. Dat zegt An Goovaerts, gewezen hoofdredacteur van Trends, in Trends Talk. Zij schreef een boek voor ambitieuze vrouwen die carrière willen maken in het bedrijfsleven.
Vrouwen stoten nog altijd te weinig door naar de topposities in bedrijven, en dat komt onder meer omdat ze zich ver houden van de zogenoemde kantoorpolitiek, de informele machtsstructuren in het bedrijf. Dat zegt An Goovaerts, gewezen hoofdredacteur van Trends, in Trends Talk. Zij schreef een boek voor ambitieuze vrouwen die carrière willen maken in het bedrijfsleven.
Europa verbindt extra voorwaarden aan het tarievenakkoord met de Verenigde Staten, maar dat kan de vernedering van de onevenwichtige deal niet wegmasseren, volgens de Leuvense econoom Jan Van Hove. En met Trump weet je nooit wat hij morgen doet. "We kopen zekerheid, maar er blijft onzekerheid."
Ondanks de stevige concurrentie blijft het Vlaamse cosmeticamerk Ray groeien, zonder extern kapitaal. Het succesrecept is tweevoudig: producten met gezonde ingrediënten en direct contact met de klanten. De toekomst oogt goed. "Mensen willen er op hun best uitzien. Dat zal altijd zo blijven"
Maatschappelijk hebben overnames geen al te beste reputatie, maar in drie kwart van de gevallen leveren ze sterkere bedrijven op, leert een enquête van Vlerick Business School. Het roofkapitalisme van weleer heeft plaats gemaakt voor groeigericht ondernemerschap.
De beste biotechbedrijven in Vlaanderen zullen altijd middelen vinden om hun groei te financieren, al zal het dan om internationaal kapitaal gaan, volgens Koen Dejonckheere, de CEO van de investeringsmaatschappij Gimv. In Trends Talk blikt hij terug op de beslissing om niet langer in biotech te investeren. Een pijnlijke beslissing, want Gimv lag mee aan de basis van de Vlaamse biotechindustrie.
De Europese dwarsligger Viktor Orbán is out. Zijn pro-Europese tegenstander Péter Magyar haalde een monsterzege in de Hongaarse verkiezingen van vorige zondag. Maar zal de conservatieve nationalist Magyar wel zo gemakkelijk de EU-lijn volgen? Dat zal meevallen, volgens Europaspecialist Steven Van Hecke.
De Europese dwarsligger Viktor Orbán is out. Zijn pro-Europese tegenstander Péter Magyar haalde een monsterzege in de Hongaarse verkiezingen van vorige zondag. Maar zal de conservatieve nationalist Magyar wel zo gemakkelijk de EU-lijn volgen? Dat zal meevallen, volgens Europaspecialist Steven Van Hecke.
Toen Iran de Straat van Hormuz blokkeerde, zette dat een nooit geziene kettingreactie in gang. Heeft de wereldwijde goederenhandel blijvende schade opgelopen? Dat valt mee, volgens de Leuvense econoom Jan Van Hove. "De globalisering zal blijven bestaan, maar niet langer naar westers model."
Toen Iran de Straat van Hormuz blokkeerde, zette dat een nooit geziene kettingreactie in gang. Heeft de wereldwijde goederenhandel blijvende schade opgelopen? Dat valt mee, volgens de Leuvense econoom Jan Van Hove. "De globalisering zal blijven bestaan, maar niet langer naar westers model."
Wie het terrein van Odoo oprijdt in Louvain-la-Neuve, merkt het meteen: dit bedrijf groeit als kool. Op de overvolle parking staan auto’s dubbel geparkeerd, een aantal chauffeurs heeft zijn toevlucht moeten nemen tot de grasperken. Binnen is er veel volk, vooral jong volk, de gemiddelde leeftijd kan niet veel hoger zijn dan dertig jaar. Voor …
Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de energieprijzen opnieuw omhoog geschoten, maar de Europese staalproducent Aperam heeft daar niet zoveel last van. Dat zegt Jimmy De Wilde, de CEO van de grote Aperam-fabriek in Genk, in Trends Talk. Meer nog, de fabriek in Genk werkt zelfs kostenefficiënter dan zijn concurrenten in de VS, ondanks de lagere Amerikaanse energieprijzen.
Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de energieprijzen opnieuw omhoog geschoten, maar de Europese staalproducent Aperam heeft daar niet zoveel last van. Dat zegt Jimmy De Wilde, de CEO van de grote Aperam-fabriek in Genk, in Trends Talk. Meer nog, de fabriek in Genk werkt zelfs kostenefficiënter dan zijn concurrenten in de VS, ondanks de lagere Amerikaanse energieprijzen.
Ruim een week al staat het Midden-Oosten in brand. Dat bezorgt ook Dirk Coorevits, de CEO van Soudal, kopzorgen. De wereldspeler in voegmastieken, lijmen en polyurethaanschuimen draait in het Midden-Oosten jaarlijks zo’n 70 miljoen euro omzet.
Vlaamse bedrijven hebben veel technologisch vernuft en creativiteit, maar missen het nodige kapitaal om door te groeien, volgens de technologie-investeerder Jürgen Ingels, die begin deze maand zijn verhaal mocht doen bij de Amerikaanse vedette Oprah Winfrey. Zelf begon hij te ondernemen als tiener. Maar niet iedereen kan ondernemer worden. "Het moet in je bloed zitten."
Vlaamse bedrijven hebben veel technologisch vernuft en creativiteit, maar missen het nodige kapitaal om door te groeien, volgens de technologie-investeerder Jürgen Ingels, die begin deze maand zijn verhaal mocht doen bij de Amerikaanse vedette Oprah Winfrey. Zelf begon hij te ondernemen als tiener. Maar niet iedereen kan ondernemer worden. "Het moet in je bloed zitten."
Het is niet omdat het Amerikaanse Hooggerechtshof de invoertarieven van Donald Trump afgeschoten heeft, dat de internationale handel opnieuw in stabiel vaarwater komt, waarschuwt Jan Van Hove, professor internationale economie aan de KU Leuven. “Donald Trump zal zich nooit laten doen.”
Investeerders in durfkapitaalfondsen ontsnappen vandaag aan de meerwaardebelasting. Als dat fiscaal voordeel teruggedraaid zou worden, dan zullen de durfkapitaalfondsen verhuizen naar andere landen, en daar ook investeren. Dat zou een verlies betekenen voor de Vlaamse economie, waarschuwt Jürgen Ingels van het durfkapitaalfonds Smartfin in Trends Talk dit weekend.
Het is niet omdat het Amerikaanse Hooggerechtshof zijn wereldwijde invoertarieven afgeschoten heeft, dat Donald Trump zijn protectionisme zal laten varen, waarschuwt Jan Van Hove, professor Internationale Economie aan de KU Leuven. Trump heeft immers nog andere instrumenten in zijn gereedschapskist zitten om opnieuw tarieven op te leggen.
Investeerders in durfkapitaalfondsen ontsnappen vandaag aan de meerwaardebelasting. Als dat fiscaal voordeel teruggedraaid zou worden, dan zullen de durfkapitaalfondsen verhuizen naar andere landen, en daar ook investeren. Dat zou een verlies betekenen voor de Vlaamse economie, waarschuwt Jürgen Ingels van het durfkapitaalfonds Smartfin in Trends Talk dit weekend.
Nu de Europese industrie in ademnood zit, is de verleiding groot om de groene transitie terug te schroeven. Dat zou een fundamentele vergissing zijn, zegt professor economie Luc Soete. Duurzaamheid zal de industrie niet verzwakken, maar juist versterken in de economische clash met China. "De pauzeknop indrukken is uitstel van executie."
Nu de Europese industrie in ademnood zit, is de verleiding groot om de groene transitie terug te schroeven. Dat zou een fundamentele vergissing zijn, zegt professor economie Luc Soete. Duurzaamheid zal de industrie niet verzwakken, maar juist versterken in de economische clash met China. "De pauzeknop indrukken is uitstel van executie."
Nu de Europese industrie in nood verkeert, komt de politiek in de verleiding om met subsidies te strooien. Het is tweederangsbeleid, waarschuwt de Leuvense bedrijfseconoom Leo Sleuwaegen. "Subsidies zijn in het beste geval een redmiddel."
Nu de Europese industrie in nood verkeert, komt de politiek in de verleiding om met subsidies te strooien. Het is tweederangsbeleid, waarschuwt de Leuvense bedrijfseconoom Leo Sleuwaegen. "Subsidies zijn in het beste geval een redmiddel."
In een wereld die steeds meer opgedeeld geraakt in geïsoleerde invloedssferen, heeft het Europese model nog appeal.
Vorige week schaarde een meerderheid van de EU-lidstaten zich achter een historisch vrijhandelsakkoord met de Latijns-Amerikaanse Mercosur-landen. Als alles goed gaat, zet voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen zaterdag haar handtekening onder het akkoord met Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay.
Het vrijhandelsakkoord is het grootste dat de EU ooit afgesloten heeft, maar had heel wat voeten in de aarde. De onderhandelingen hebben liefst 25 jaar gekost, en even leek het belang van de Europese veeboeren nog een onoverkomelijke struikelsteen. Maar het langetermijndenken heeft het deze keer gehaald. De nieuwe kansen op economische groei en welvaart van 700 miljoen mensen mochten primeren.
Dat is goed nieuws voor de geloofwaardigheid van Europa. Op geopolitiek vlak kan het oude continent toch nog iets gedaan krijgen, zo blijkt. In een wereld die steeds meer opgedeeld geraakt in geïsoleerde invloedssferen, heeft het Europese model van openheid, vrijhandel en internationale rechtszekerheid nog appeal. De Argentijnse president, Javier Milei, mag dan wel een vriend zijn van Donald Trump, zijn verzet tegen het vrijhandelsakkoord met de EU heeft hij laten varen.
Reden tot feesten is er niet. Slechts een kleine meerderheid van de EU-lidstaten stond achter het akkoord, en de goedkeuring door het Europees Parlement kan nog maanden aanslepen. Bovendien maken vrijhandelsakkoorden van Europa nog geen grootmacht. De EU heeft wereldwijd al tientallen vrijhandelsakkoorden afgesloten, onder meer met zwaargewichten als Japan, Zuid-Korea en Canada. Maar Donald Trump kan zonder verpinken Groenland innemen. De internationale rechtsorde verkruimelt, en dan telt alleen rauwe kracht. Europa heeft weinig meer dan mooie idealen. De echte test komt nu.
SuperNova is meer dan een technologiefestival, aldus initiatiefnemer Jürgen Ingels. Daarom zal Arnold Schwarzenegger het evenement in maart afsluiten. “Schwarzenegger is het toonbeeld van iemand die zichzelf telkens heruitgevonden heeft. Precies wat nodig is in deze tijden van geopolitieke en technologische omwentelingen.”
De keuze voor de Oostenrijks-Amerikaanse acteur is niet gratuit, aldus initiatiefnemer Jürgen Ingels. “De slagzin van deze vierde editie luidt: Reinvent yourself, vind jezelf opnieuw uit. Arnold Schwarzenegger is het toonbeeld van iemand die zichzelf telkens heruitgevonden heeft. Precies wat nodig is in deze tijden van geopolitieke en technologische omwentelingen. Schwarzenegger is van bescheiden komaf, maar werkte zich naar de wereldtop in bodybuilding. Toen hij daarna wilde acteren, lachte iedereen hem uit, maar toch is hij een Hollywood-ster geworden. Vervolgens wilde hij het tot gouverneur van Californië schoppen. Opnieuw was er veel scepsis, maar toch is hij er geraakt. Vele mensen reageerden verrast toen ze hoorden dat Arnold Schwarzenegger op onze affiche stond. Maar dat is net wat we met het festival willen bereiken. SuperNova wil mensen wakker maken.”
Ik dacht dat SuperNova over technologie ging.
JÜRGEN INGELS. “Het gaat over veel meer dan technologie. SuperNova wil mensen inspireren. Sprekers van over de hele wereld geven hun visie op de toekomst. Je leert er over de wereld van morgen. Bovendien wil SuperNova mensen met elkaar in contact brengen. Niet voor niets hebben we een bar van 60 meter, de langste van Europa. In de eerste editie hadden we al gemerkt dat de bar een laagdrempelige manier was om mensen te verbinden. Iedereen komt aan de bar staan. Mensen uit verschillende sectoren spreken er met elkaar, leren van elkaar, en worden daardoor creatiever. Wie je kent is veel belangrijker dan wat je kent, ook als ondernemer. Ondernemen in een vacuüm is heel moeilijk. Elon Musk heeft ooit gezegd dat bij elk nieuw bedrijf een babyborrel hoort, met een meter, peter en andere mensen die het nieuwe bedrijf helpen om te slagen.”
Was SuperNova ook geen plek waar bedrijven en investeerders elkaar kunnen vinden?
INGELS. “Er zakken inderdaad een 300-tal buitenlandse durfkapitalisten naar het event af. Als Belgische bedrijven grote bedragen ophalen – pakweg 10 tot 20 miljoen euro – zijn de eerste contacten vaak op SuperNova gelegd. Cijfers heb ik niet, maar dat zal veranderen. Vanaf nu zullen we monitoren hoeveel investeringsdeals SuperNova voortbrengt. Misschien is dat wel de belangrijkste meerwaarde van het event: ondernemers vinden er de middelen om hun bedrijf te doen groeien. En ik ga er niet flauw over doen: ook voor mijn investeringsfonds Smartfin is SuperNova een uitgelezen kans, wegens het rechtstreeks contact met durfkapitalisten uit de hele wereld.”
Tickets voor het meerdaagse event kosten 1.000 euro. Dat is niet weinig. Is SuperNova voor de happy few?
INGELS. “Die klacht hoor ik wel vaker, maar berust op een misverstand. Wie alleen naar SuperNova komt (op 25 en 26 maart, nvdr) betaalt 650 euro. Voor 300 euro extra krijg je ook toegang tot CyberNova, onze nieuwe event rond cyberveiligheid (op 24 maart, nvdr). Wie SuperNova wil combineren met Arnold Schwarzenegger (op 29 maart, nvdr) betaalt 350 euro extra, ook al geen groot bedrag. Bovendien is in die prijzen ook catering van topkwaliteit inbegrepen, wat van vele andere festivals niet kan worden gezegd. Alles bijeen zitten wij ver onder de toegangsprijs van gelijkaardige festivals in Europa, zoals VivaTech in Frankrijk en Slush in Finland.”
Maakt SuperNova winst?
INGELS. “Neen, en dat is ook niet de bedoeling. We draaien ongeveer break-even. Een vijfde van onze kosten wordt gedekt door subsidies van Vlaio (Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen). De overige 80 procent zijn eigen inkomsten, zoals ticketverkoop en privésponsoring. SuperNova is dus niet bepaald een subsidieverslindend monster. Wat niet wegneemt dat de Vlaamse subsidies erg welkom zijn. Overigens krijgen ook VivaTech en Slush overheidssubsidies.”
Hoeveel bezoekers telde de vorige editie?
INGELS. “Zowat tienduizend, van wie 20 procent uit het buitenland. En we groeien. De Waagnatie aan de Antwerpse kaaien wordt te klein. Volgend jaar moeten we uitwijken naar een andere locatie, wegens werken aan de kaaien. Misschien wordt het opnieuw Antwerpen, maar het kan ook Brussel worden, of Amsterdam.”
Welke zijn uw ambities met SuperNova?
INGELS. “We willen het grootste ondernemerschapsfestival van de Benelux worden, het Tomorrowland van technologie en ondernemerschap. Als er gesproken wordt over grote techfestivals in Europa, dan moet de naam SuperNova vallen. Het festival moet de Vlaamse technologie gedurende drie dagen in het brandpunt van de belangstelling plaatsen. Vlaanderen is nog te vaak een flyover zone voor Amerikaanse en Britse investeerders op weg naar Berlijn of andere Europese steden. SuperNova moet duidelijk maken dat ook hier veel kansen liggen.”
Blijft het bij een evenement?
INGELS. “SuperNova moet een merk worden rond technologie en ondernemerschap, een beetje zoals het Wintercircus, de Gentse hub rond start-ups en innovatie. Op dezelfde manier zou ook SuperNova een vaste stek kunnen worden voor mensen met innovatieve ondernemingsplannen. Van daaruit moet een beweging ontstaan die aanspoort om informatie te delen, te ondernemen, te investeren en niet bij de pakken te blijven zitten. In Vlaanderen klagen we te veel, en zien we onze troeven niet. We hebben fantastische wetenschappers en ingenieurs, en bouwen sterke bedrijven. Er is geen enkele reden waarom wij geen nieuwe grote multinationals zouden kunnen bouwen. We moeten meer geloven in onszelf. We kunnen het. Dat is de filosofie van SuperNova.”
De chemische industrie verschuift van Europa naar China, en dus moet Soudal meeschuiven. De Kempense wereldspeler in voegmastieken, lijmen en polyurethaanschuimen heeft zojuist een nieuwe fabriek geopend in China. “De chemische grondstoffen zijn daar 20 tot 30 procent goedkoper”, zegt Dirk Coorevits, de CEO van Soudal. In China gaat alles ook sneller vooruit. “Daar kan Europa nog wat van leren.”
In vijf jaar tijd kan veel gebeuren, ook bij Soudal, de producent van siliconen, voegmastieken, lijmen en polyurethaanschuimen voor bouwtoepassingen. CEO Dirk Coorevits werd Trends Manager van het Jaar 2020, toen Soudal nog een omzet van afgerond 910 miljoen euro draaide. Dit jaar zal het bedrijf uit Turnhout voorbij de mijlpaal van 1,5 miljard euro gaan. “De bedoeling is jaarlijks 10 procent te groeien, en dat halen we meestal”, zegt Coorevits. “En we investeren ons te pletter, vorig jaar voor een record van 168 miljoen euro. Dit jaar is het alweer meer dan 100 miljoen euro.”
Dat geld gaat zowel naar overnames als naar nieuwe fabrieken. Coorevits geeft een lange opsomming: er zijn nieuwe fabrieken in aanbouw of op komst in Letland en de Verenigde Arabische Emiraten, en uitbreidingen van productievestigingen in Polen, Slovenië en Zuid-Korea. Ook aan overnames is er geen gebrek, met vorig jaar die van de grote Italiaanse lijmproducent Durante Adesivi. Dit jaar volgden overnames in Egypte, Saudi-Arabië en Japan. “We investeren meer dan een grote multinational zou doen, omdat we onze toekomst willen veiligstellen. Al die investeringen kosten uiteraard geld. Maar winstmaximalisatie op korte termijn is bij ons niet het ordewoord.”
De klapper is de zonet geopende productievestiging in China, een investering die, eenmaal als die op volle toeren draait, 70 miljoen euro zal hebben gekost. Het gaat om een primeur voor Soudal. “Als we een nieuwe fabriek bouwden, was dat om de lokale markt te bedienen. Althans tot voor kort”, zegt Dirk Coorevits. “In China hebben we voor de eerste keer een fabriek gebouwd die aan de wereldmarkt zal leveren.”
‘Alle westerse bedrijven in China moeten hun fabrieksplannen afgeven, al tientallen jaren lang. Zo hebben de Chinezen heel wat technologische kennis kunnen opbouwen’
Waarom investeren in wereldbevoorrading vanuit het verre China, en niet vanuit Europa?
DIRK COOREVITS. “We blijven ook investeren in Europa. In Turnhout hebben we nog maar pas een ultramoderne en verregaand geautomatiseerde productiesite geopend. Maar om aan voldoende chemische grondstoffen te bemachtigen, moet je vandaag in China zijn. Dat land produceert bijvoorbeeld 70 procent van het wereldwijde volume aan silicone polymeren, tegen prijzen die 20 tot 30 procent lager liggen dan in Europa. Zelfs de Europese chemische industrie investeert niet meer in Europa, maar in China. Het gevolg is dat onze grondstoffen hier ofwel niet meer voorhanden zijn, ofwel veel duurder zijn. En niet alleen de grondstoffen zijn in China goedkoper. Onze machines kopen we in China tegen de helft van de Europese prijs, zonder aan kwaliteit te moeten inboeten. In China is het hele economische ecosysteem veel competitiever dan in Europa. Ik zou zelfs zeggen: China is veel kapitalistischer dan Europa.”
Hoewel China officieel een communistisch land is.
COOREVITS. “In China concurreren bedrijven elkaar kapot om toch maar marktaandeel te winnen. Alleen de sterkste overleven. In Europa worden bedrijven en werknemers veel meer beschermd. In China zijn tientallen bedrijven zoals Soudal, we weten dus wat ons te wachten staat. De zaken gaan in China ook veel sneller vooruit. Neem onze bouwwerf. Als die wat vertraging opliep, zette de aannemer meteen vijftig extra werkkrachten in. De nieuwe fabriek was op de afgesproken dag klaar, alles tiptop in orde. Dat hou je niet voor mogelijk. De snelheid van China, daar kan Europa nog wat van leren.”
‘In het zog van de dollar zijn nog heel wat andere munten verzwakt tegenover de euro. Die depreciatie is voor ons een veel groter nadeel dan de invoerheffingen van Trump’
Nochtans heeft Soudal ook nare ervaringen in China. Zo is een overname uitgelopen op een jarenlang aanslepende rechtszaak.
COOREVITS. “In die tijd was Soudal nog een maatje te klein voor een overname in China. Hoewel we de wet aan onze kant hadden, is die zaak moeten eindigen met een schikking. Het zij zo. Intussen hebben we veel geleerd. We zijn in China om er te blijven. Dat moet ook. Als we competitief willen blijven op de wereldmarkt, moeten we kunnen verkopen tegen Chinese prijzen. Wie nu nog wil verkopen op de wereldmarkt tegen Europese prijzen, wordt het kind van de rekening.”
Wordt de Europese industrie ooit nog even competitief als de Chinese? Of is het te laat?
COOREVITS. “China is ons op veel domeinen al voorbijgestoken. De Chinezen scoren vandaag de meeste patenten wereldwijd. Terwijl wij een nieuwe technologie nog aan het reguleren zijn, staan de Chinezen alweer heel wat stappen verder. In een aantal sectoren heeft Europa de trein definitief gemist, zoals de zonnepanelen. Europa is zeker niet afgeschreven, maar we gaan onze sterktes goed moeten uitkiezen en hard moeten werken om competitief te blijven. In heel veel delen van de wereld draait de economie sneller, omdat er sneller beslist én gehandeld wordt. Europeanen hebben het liever goed. Voor alles wordt gezorgd, alles is beschermd. Intussen steken andere landen ons voorbij. Ik denk aan Zuid-Korea, een van de landen waar Soudal een fabriek heeft (Soudal heeft wereldwijd 31 fabrieken en 84 filialen, en verkoopt in 140 landen, nvdr). Nog niet zo heel lang geleden was Zuid-Korea een straatarm land. Maar ga vandaag eens een kijkje nemen in Seoul: dat is nogal wat anders dan Brussel.”
Soudal is in China om er te blijven, zegt u. Betekent dat ook dat Soudal goede vriendjes moet zijn met de Communistische Partij?
COOREVITS. “Wij betalen niets, als je dat bedoelt. Maar je moet regelmatig bij de mensen van de Partij op bezoek om alles uit te leggen. Als je dat doet, laten ze je met rust. Je moet wel al je investeringsplannen afgeven. Tot het kleinste schroefje moet je documenteren. Het is niet dat Soudal geviseerd wordt. Het is gewoon de Chinese wet. Alle westerse bedrijven in China moeten hun fabrieksplannen afgeven, al tientallen jaren lang. Zo hebben de Chinezen uiteraard heel wat technologische kennis kunnen opbouwen, waarmee ze dan hun voordeel doen.”
U vindt het geen onrechtmatige overheidsbemoeienis?
COOREVITS. “Het is wat het is.”
‘Uiteraard krijgen we geregeld voorstellen, maar we zijn niet te koop. We willen op eigen kracht verder groeien’
Aan de andere kant van de wereld zit Donald Trump. Wegen zijn invoerheffingen zwaar op de cijfers Soudal?
COOREVITS. “Nee. 80 procent van wat we verkopen in de Verenigde Staten komt van onze fabriek daar. We voeren slechts één product uit naar de Verenigde Staten, polyurethaanschuim, waarop we nu een invoerheffing van 15 procent moeten betalen, tegenover 5 procent voorheen. Dat betekent 2 miljoen dollar extra kosten. Tegenover een omzet van omgerekend 1,7 miljard dollar maakt dat het verschil niet. Een veel groter probleem is dat de Trump-tarieven een domper hebben gezet op het wereldwijde economische sentiment, en daardoor ook op de bouwactiviteit. Maar het grootste zorgenkind is de depreciatie van de dollar. Die is sinds de aankondiging van de Trump-heffingen begin april met zowat 10 procent gezakt tegenover de euro. In het zog van de dollar zijn nog heel wat andere munten verzwakt tegenover de euro. Die depreciatie is voor ons een veel groter nadeel dan de invoerheffingen van Trump.”
Wat met de toekomst? Kan Soudal zijn groei op eigen houtje blijven financieren?
COOREVITS. “De banken staan nog altijd te trappelen om ons kredieten te mogen verstrekken. Soudal maakt voldoende cashflow om ze af te lossen. Ook onze solvabiliteit mag er zijn (in 2024 had Soudal een eigen vermogen van 402 miljoen euro, tegenover een totaal aan kort- en langlopende schulden van 623 miljoen, nvdr). We zouden gerust nog meer kunnen investeren en grotere overnames doen. Maar dat willen we niet. Want dan moeten we misschien te veel risico nemen om het gefinancierd te krijgen. Dat zou onze onafhankelijkheid in het gedrang kunnen brengen. Onze stichter-eigenaar Vic Swerts wil zijn bedrijf honderd procent in familiale handen houden. Uiteraard krijgen we geregeld voorstellen, maar we zijn niet te koop. We willen op eigen kracht verder groeien. Dat is ons al 59 jaar gelukt. Volgend jaar zijn we 60 jaar jong. We zijn van plan om jong te blijven.”
Vic Swerts is nog dagelijks aanwezig in het bedrijf. Zijn bureau ligt een paar deuren verder dan het uwe. Jullie zitten elkaar niet in de weg?
COOREVITS. “Ik ben bezig aan mijn 44ste werkjaar bij Soudal. Vic en ik weten ondertussen wat we aan elkaar hebben. Dagelijks loop ik enkele keren zijn bureau binnen om hem op de hoogte te houden, want zo heeft hij het graag. En natuurlijk maken Vic en ik niet alleen de dienst uit. Veel beslissingen worden genomen door het managementteam van een tiental mensen, van wie de meesten hier al twintig jaar of langer werken. En die beslissingen nemen we zonder veel omhaal. We komen samen in een bureau en hakken de knoop door. Intussen is ook al mijn opvolging geregeld. Ben, de zoon van Vic, volgt mij over vijf jaar op als CEO. Jurgen Vandervelden, de schoonzoon van Vic, blijft COO.”
‘Zelfs de Europese chemische industrie investeert niet meer in Europa’
Soudal draait 1,5 miljard euro omzet, heeft wereldwijd tientallen fabrieken en filialen, maar naar verluidt heeft de CEO geen personal assistant.
COOREVITS. “Natuurlijk niet. Wat zou ik daarmee aanvangen?”
Een beetje CEO heeft tegenwoordig toch een personal assistant?
COOREVITS. “Al mijn directe medewerkers kunnen mijn agenda lezen, en daarin een vergadering met mij beleggen, of gewoon binnenlopen in mijn bureau. Soudal is geen starre multinational. De kmo-spirit is hier altijd blijven bestaan.”
Maar toch, hoe houdt u het overzicht?
COOREVITS. “Door een efficiënte structuur met countrymanagers en regionale directeurs, en horizontale departementen als IT, marketing, operaties, hr, aankoop en R&D, die allemaal nauw contact houden met al onze mensen wereldwijd. Ik reis ook heel veel, om voeling te houden met het terrein. En we hebben een uitstekend rapporteringssysteem, met cijfers tot in de kleinste details. Maar ik snap uw vraag. Soudal is een bedrijf dat blijft uitdijen, en dan zijn een goed overzicht en de juiste aansturing cruciaal. Op papier kun je een perfecte organisatie op poten zetten. Maar het zal werken, of niet werken. Dat hangt af van personen. In elk bedrijf of elke organisatie vallen problemen tussen de plooien. Je hebt medewerkers nodig die bereid zijn de problemen op te pikken en op te lossen. Goede mensen vinden, dat is de échte kunst.”
Bekijk hieronder het gesprek met Dirk Coorevits in Trends Talk.
Bio
• 1959: geboren in Waregem
• 1981: master in de toegepaste economische wetenschappen, Universiteit Antwerpen
• 1998: advanced management programme Vlerick Management School
• 2012: advanced management programme Insead
• 1982: exportmanager Soudal
• 1998: CEO Soudal
• Trends Manager van het Jaar 2020
Adieu Remco
Remco Evenepoel rijdt niet langer in het shirt van de ploeg Soudal Quick-Step. Maar Dirk Coorevits is niet bitter om het vertrek van de wielerkampioen. “Als iemand weg wil, dan kun je en mag je die niet tegenhouden. Anders heeft dat een verlammende werking op de ploeg. Dat is voor niemand goed.”
Coorevits ontkent niet dat Evenepoel zich niet langer in zijn sas voelde bij Soudal Quick-Step. “Hij vond dat hij onvoldoende professioneel ondersteund werd bij ons. Maar hij werd natuurlijk wél professioneel ondersteund, anders had hij geen olympische medailles en wereldkampioenschappen gewonnen. Hij blijft ook met dezelfde fiets rijden. Dus, zo slecht zal hij wel niet omringd zijn geweest bij ons. Maar goed, hij probeert zijn carrière verder uit te bouwen. En uiteraard wil hij ook meer geld verdienen, laat ons eerlijk zijn. Het is niet dat Soudal Quick-Step nu in zak en as zit. We hebben nog andere goudhaantjes, zoals Tim Merlier en Paul Magnier. Zij hebben al veel overwinningen bijeen gefietst.”
Evenepoel stapte over naar het rijkere Red Bull-BORA-hansgrohe. Gaat het wielrennen dezelfde weg op als het voetbal, waar alleen de ploegen met de grootste budgetten de beste renners kunnen krijgen? “Die evolutie is volop bezig”, aldus Coorevits. “UAE Team Emirates, de ploeg met het grootste budget, heeft niet toevallig Tadej Pogacar kunnen strikken, de beste renner. En dankzij dat grote budget kan die ploeg ook veel andere goede renners aanwerven om Pogacar te ondersteunen tijdens de koers. Het grote geld doet zijn intrede in het wielrennen.”
Het gevolg is dat een aantal ploegen de plak zal zwaaien, en een aantal kleinere ploegen zal moeten afhaken, wat nu al aan het gebeuren is, volgens Coorevits. Toch zal het kleinere Soudal Quick-Step overleven, ondanks de geldrace, verzekert Coorevits. “Momenteel staan wij vierde in het UCI-klassement, met vijftig overwinningen. Helemaal niet slecht voor een ploeg met het financiële gewicht van Soudal Quick-Step. Maar de duurste renners zullen wij niet meer kunnen aantrekken, want wij zullen nooit de ploeg met het grootste budget worden. Maar dat hoeft ook niet, want vroeger waren we evenmin de rijkste ploeg. Een ploeg als Soudal Quick-Step moet het hebben van inzet, hard werken en collegialiteit. Uiteindelijk is wielrennen ook, en misschien vooral, een ploegsport.”
De chemische industrie verschuift van Europa naar China, en dus moet Soudal meeschuiven. De Kempense wereldspeler in voegmastieken, lijmen en polyurethaanschuimen heeft zojuist een nieuwe fabriek geopend in China. “De chemische grondstoffen zijn daar 20 tot 30 procent goedkoper”, zegt Dirk Coorevits, de CEO van Soudal. In China gaat alles ook sneller vooruit. “Daar kan Europa nog wat van leren.”
In vijf jaar tijd kan veel gebeuren, ook bij Soudal, de producent van siliconen, voegmastieken, lijmen en polyurethaanschuimen voor bouwtoepassingen. CEO Dirk Coorevits werd Trends Manager van het Jaar 2020, toen Soudal nog een omzet van afgerond 910 miljoen euro draaide. Dit jaar zal het bedrijf uit Turnhout voorbij de mijlpaal van 1,5 miljard euro gaan. “De bedoeling is jaarlijks 10 procent te groeien, en dat halen we meestal”, zegt Coorevits. “En we investeren ons te pletter, vorig jaar voor een record van 168 miljoen euro. Dit jaar is het alweer meer dan 100 miljoen euro.”
Dat geld gaat zowel naar overnames als naar nieuwe fabrieken. Coorevits geeft een lange opsomming: er zijn nieuwe fabrieken in aanbouw of op komst in Letland en de Verenigde Arabische Emiraten, en uitbreidingen van productievestigingen in Polen, Slovenië en Zuid-Korea. Ook aan overnames is er geen gebrek, met vorig jaar die van de grote Italiaanse lijmproducent Durante Adesivi. Dit jaar volgden overnames in Egypte, Saudi-Arabië en Japan. “We investeren meer dan een grote multinational zou doen, omdat we onze toekomst willen veiligstellen. Al die investeringen kosten uiteraard geld. Maar winstmaximalisatie op korte termijn is bij ons niet het ordewoord.”
De klapper is de zonet geopende productievestiging in China, een investering die, eenmaal als die op volle toeren draait, 70 miljoen euro zal hebben gekost. Het gaat om een primeur voor Soudal. “Als we een nieuwe fabriek bouwden, was dat om de lokale markt te bedienen. Althans tot voor kort”, zegt Dirk Coorevits. “In China hebben we voor de eerste keer een fabriek gebouwd die aan de wereldmarkt zal leveren.”
‘Alle westerse bedrijven in China moeten hun fabrieksplannen afgeven, al tientallen jaren lang. Zo hebben de Chinezen heel wat technologische kennis kunnen opbouwen’
Waarom investeren in wereldbevoorrading vanuit het verre China, en niet vanuit Europa?
DIRK COOREVITS. “We blijven ook investeren in Europa. In Turnhout hebben we nog maar pas een ultramoderne en verregaand geautomatiseerde productiesite geopend. Maar om aan voldoende chemische grondstoffen te bemachtigen, moet je vandaag in China zijn. Dat land produceert bijvoorbeeld 70 procent van het wereldwijde volume aan silicone polymeren, tegen prijzen die 20 tot 30 procent lager liggen dan in Europa. Zelfs de Europese chemische industrie investeert niet meer in Europa, maar in China. Het gevolg is dat onze grondstoffen hier ofwel niet meer voorhanden zijn, ofwel veel duurder zijn. En niet alleen de grondstoffen zijn in China goedkoper. Onze machines kopen we in China tegen de helft van de Europese prijs, zonder aan kwaliteit te moeten inboeten. In China is het hele economische ecosysteem veel competitiever dan in Europa. Ik zou zelfs zeggen: China is veel kapitalistischer dan Europa.”
Hoewel China officieel een communistisch land is.
COOREVITS. “In China concurreren bedrijven elkaar kapot om toch maar marktaandeel te winnen. Alleen de sterkste overleven. In Europa worden bedrijven en werknemers veel meer beschermd. In China zijn tientallen bedrijven zoals Soudal, we weten dus wat ons te wachten staat. De zaken gaan in China ook veel sneller vooruit. Neem onze bouwwerf. Als die wat vertraging opliep, zette de aannemer meteen vijftig extra werkkrachten in. De nieuwe fabriek was op de afgesproken dag klaar, alles tiptop in orde. Dat hou je niet voor mogelijk. De snelheid van China, daar kan Europa nog wat van leren.”
‘In het zog van de dollar zijn nog heel wat andere munten verzwakt tegenover de euro. Die depreciatie is voor ons een veel groter nadeel dan de invoerheffingen van Trump’
Nochtans heeft Soudal ook nare ervaringen in China. Zo is een overname uitgelopen op een jarenlang aanslepende rechtszaak.
COOREVITS. “In die tijd was Soudal nog een maatje te klein voor een overname in China. Hoewel we de wet aan onze kant hadden, is die zaak moeten eindigen met een schikking. Het zij zo. Intussen hebben we veel geleerd. We zijn in China om er te blijven. Dat moet ook. Als we competitief willen blijven op de wereldmarkt, moeten we kunnen verkopen tegen Chinese prijzen. Wie nu nog wil verkopen op de wereldmarkt tegen Europese prijzen, wordt het kind van de rekening.”
Wordt de Europese industrie ooit even competitief als de Chinese. Of is het te laat?
COOREVITS. “China is ons op veel domeinen al voorbijgestoken. De Chinezen scoren vandaag de meeste patenten wereldwijd. Terwijl wij een nieuwe technologie nog aan het reguleren zijn, staan de Chinezen alweer heel wat stappen verder. In een aantal sectoren heeft Europa de trein definitief gemist, zoals de zonnepanelen. Europa is zeker niet afgeschreven, maar we gaan onze sterktes goed moeten uitkiezen en hard moeten werken om competitief te blijven. In heel veel delen van de wereld draait de economie sneller, omdat er sneller beslist én gehandeld wordt. Europeanen hebben het liever goed. Voor alles wordt gezorgd, alles is beschermd. Intussen steken andere landen ons voorbij. Ik denk aan Zuid-Korea, een van de landen waar Soudal een fabriek heeft (Soudal heeft wereldwijd 31 fabrieken en 84 filialen, en verkoopt in 140 landen, nvdr). Nog niet zo heel lang geleden was Zuid-Korea een straatarm land. Maar ga vandaag eens een kijkje nemen in Seoul: dat is nogal wat anders dan Brussel.”
Soudal is in China om er te blijven, zegt u. Betekent dat ook dat Soudal goede vriendjes moet zijn met de Communistische Partij?
COOREVITS. “Wij betalen niets, als je dat bedoelt. Maar je moet regelmatig bij de mensen van de Partij op bezoek om alles uit te leggen. Als je dat doet, laten ze je met rust. Je moet wel al je investeringsplannen afgeven. Tot het kleinste schroefje moet je documenteren. Het is niet dat Soudal geviseerd wordt. Het is gewoon de Chinese wet. Alle westerse bedrijven in China moeten hun fabrieksplannen afgeven, al tientallen jaren lang. Zo hebben de Chinezen uiteraard heel wat technologische kennis kunnen opbouwen, waarmee ze dan hun voordeel doen.”
U vindt het geen onrechtmatige overheidsbemoeienis?
COOREVITS. “Het is wat het is.”
‘Uiteraard krijgen we geregeld voorstellen, maar we zijn niet te koop. We willen op eigen kracht verder groeien’
Aan de andere kant van de wereld zit Donald Trump. Wegen zijn invoerheffingen zwaar op de cijfers Soudal?
COOREVITS. “Nee. 80 procent van wat we verkopen in de Verenigde Staten komt van onze fabriek daar. We voeren slechts één product uit naar de Verenigde Staten, polyurethaanschuim, waarop we nu een invoerheffing van 15 procent moeten betalen, tegenover 5 procent voorheen. Dat betekent 2 miljoen dollar extra kosten. Tegenover een omzet van omgerekend 1,7 miljard dollar maakt dat het verschil niet. Een veel groter probleem is dat de Trump-tarieven een domper hebben gezet op het wereldwijde economische sentiment, en daardoor ook op de bouwactiviteit. Maar het grootste zorgenkind is de depreciatie van de dollar. Die is sinds de aankondiging van de Trump-heffingen begin april met zowat 10 procent gezakt tegenover de euro. In het zog van de dollar zijn nog heel wat andere munten verzwakt tegenover de euro. Die depreciatie is voor ons een veel groter nadeel dan de invoerheffingen van Trump.”
Wat met de toekomst? Kan Soudal zijn groei op eigen houtje blijven financieren?
COOREVITS. “De banken staan nog altijd te trappelen om ons kredieten te mogen verstrekken. Soudal maakt voldoende cashflow om ze af te lossen. Ook onze solvabiliteit mag er zijn (in 2024 had Soudal een eigen vermogen van 402 miljoen euro, tegenover een totaal aan kort- en langlopende schulden van 623 miljoen, nvdr). We zouden gerust nog meer kunnen investeren en grotere overnames doen. Maar dat willen we niet. Want dan moeten we misschien te veel risico nemen om het gefinancierd te krijgen. Dat zou onze onafhankelijkheid in het gedrang kunnen brengen. Onze stichter-eigenaar Vic Swerts wil zijn bedrijf honderd procent in familiale handen houden. Uiteraard krijgen we geregeld voorstellen, maar we zijn niet te koop. We willen op eigen kracht verder groeien. Dat is ons al 59 jaar gelukt. Volgend jaar zijn we 60 jaar jong. We zijn van plan om jong te blijven.”
Vic Swerts is nog dagelijks aanwezig in het bedrijf. Zijn bureau ligt een paar deuren verder dan het uwe. Jullie zitten elkaar niet in de weg?
COOREVITS. “Ik ben bezig aan mijn 44ste werkjaar bij Soudal. Vic en ik weten ondertussen wat we aan elkaar hebben. Dagelijks loop ik enkele keren zijn bureau binnen om hem op de hoogte te houden, want zo heeft hij het graag. En natuurlijk maken Vic en ik niet alleen de dienst uit. Veel beslissingen worden genomen door het managementteam van een tiental mensen, van wie de meesten hier al twintig jaar of langer werken. En die beslissingen nemen we zonder veel omhaal. We komen samen in een bureau en hakken de knoop door. Intussen is ook al mijn opvolging geregeld. Ben, de zoon van Vic, volgt mij over vijf jaar op als CEO. Jurgen Vandervelden, de schoonzoon van Vic, blijft COO.”
‘Zelfs de Europese chemische industrie investeert niet meer in Europa’
Soudal draait 1,5 miljard euro omzet, heeft wereldwijd tientallen fabrieken en filialen, maar naar verluidt heeft de CEO geen personal assistant.
COOREVITS. “Natuurlijk niet. Wat zou ik daarmee aanvangen?”
Een beetje CEO heeft tegenwoordig toch een personal assistant?
COOREVITS. “Al mijn directe medewerkers kunnen mijn agenda lezen, en daarin een vergadering met mij beleggen, of gewoon binnenlopen in mijn bureau. Soudal is geen starre multinational. De kmo-spirit is hier altijd blijven bestaan.”
Maar toch, hoe houdt u het overzicht?
COOREVITS. “Door een efficiënte structuur met countrymanagers en regionale directeurs, en horizontale departementen als IT, marketing, operaties, hr, aankoop en R&D, die allemaal nauw contact houden met al onze mensen wereldwijd. Ik reis ook heel veel, om voeling te houden met het terrein. En we hebben een uitstekend rapporteringssysteem, met cijfers tot in de kleinste details. Maar ik snap uw vraag. Soudal is een bedrijf dat blijft uitdijen, en dan zijn een goed overzicht en de juiste aansturing cruciaal. Op papier kun je een perfecte organisatie op poten zetten. Maar het zal werken, of niet werken. Dat hangt af van personen. In elk bedrijf of elke organisatie vallen problemen tussen de plooien. Je hebt medewerkers nodig die bereid zijn de problemen op te pikken en op te lossen. Goede mensen vinden, dat is de échte kunst.” z
Bio
• 1959: geboren in Waregem
• 1981: master in de toegepaste economische wetenschappen, Universiteit Antwerpen
• 1998: advanced management programme Vlerick Management School
• 2012: advanced management programme Insead
• 1982: exportmanager Soudal
• 1998: CEO Soudal
• Trends Manager van het Jaar 2020
Adieu Remco
Remco Evenepoel rijdt niet langer in het shirt van de ploeg Soudal Quick-Step. Maar Dirk Coorevits is niet bitter om het vertrek van de wielerkampioen. “Als iemand weg wil, dan kun je en mag je die niet tegenhouden. Anders heeft dat een verlammende werking op de ploeg. Dat is voor niemand goed.”
Coorevits ontkent niet dat Evenepoel zich niet langer in zijn sas voelde bij Soudal Quick-Step. “Hij vond dat hij onvoldoende professioneel ondersteund werd bij ons. Maar hij werd natuurlijk wél professioneel ondersteund, anders had hij geen olympische medailles en wereldkampioenschappen gewonnen. Hij blijft ook met dezelfde fiets rijden. Dus, zo slecht zal hij wel niet omringd zijn geweest bij ons. Maar goed, hij probeert zijn carrière verder uit te bouwen. En uiteraard wil hij ook meer geld verdienen, laat ons eerlijk zijn. Het is niet dat Soudal Quick-Step nu in zak en as zit. We hebben nog andere goudhaantjes, zoals Tim Merlier en Paul Magnier. Zij hebben al veel overwinningen bijeen gefietst.”
Evenepoel stapte over naar het rijkere Red Bull-BORA-hansgrohe. Gaat het wielrennen dezelfde weg op als het voetbal, waar alleen de ploegen met de grootste budgetten de beste renners kunnen krijgen? “Die evolutie is volop bezig”, aldus Coorevits. “UAE Team Emirates, de ploeg met het grootste budget, heeft niet toevallig Tadej Pogacar kunnen strikken, de beste renner. En dankzij dat grote budget kan die ploeg ook veel andere goede renners aanwerven om Pogacar te ondersteunen tijdens de koers. Het grote geld doet zijn intrede in het wielrennen.”
Het gevolg is dat een aantal ploegen de plak zal zwaaien, en een aantal kleinere ploegen zal moeten afhaken, wat nu al aan het gebeuren is, volgens Coorevits. Toch zal het kleinere Soudal Quick-Step overleven, ondanks de geldrace, verzekert Coorevits. “Momenteel staan wij vierde in het UCI-klassement, met vijftig overwinningen. Helemaal niet slecht voor een ploeg met het financiële gewicht van Soudal Quick-Step. Maar de duurste renners zullen wij niet meer kunnen aantrekken, want wij zullen nooit de ploeg met het grootste budget worden. Maar dat hoeft ook niet, want vroeger waren we evenmin de rijkste ploeg. Een ploeg als Soudal Quick-Step moet het hebben van inzet, hard werken en collegialiteit. Uiteindelijk is wielrennen ook, en misschien vooral, een ploegsport.”
België botst op zijn constructiefouten, Europa is een tweederangsspeler geworden, en Xi Jinping stuurt Donald Trump wandelen. Ex-premier Yves Leterme fileert de grimmige actualiteit. En bij een militaire parade in Peking zou hij opnieuw op de eretribune gaan zitten. “België heeft al handelsmissies van meer dan 600 mensen naar China gestuurd zonder kritische vragen te stellen.”
Er zijn enkele wapenfeiten waarmee Yves Leterme zich in het collectieve geheugen van de Belgen heeft genesteld, zoals zijn 797.000 voorkeurstemmen bij de federale verkiezingen van 2007. Of de uitgifte van de Leterme-bon in 2011, die in volle eurocrisis 5,7 miljard euro ophaalde bij de Belgen en de kapitaalmarkten liet zien dat ons land een flinke oorlogskas in huis had. Het meest zal allicht de redding van de kapseizende Belgische banken bijblijven. De Belgische belastingbetaler zal geen cent verliezen aan de bankencrisis, voorspelde toenmalig premier Leterme. Een correcte voorspelling, blijkt nu, dankzij de dividenden en andere opbrengsten die de Belgische overheid nog altijd incasseert via de reddingsoperatie.
Yves Leterme kijkt met een gelouterde blik op die periode terug. “Ik denk nog altijd dat we de bankenredding goed hebben aangepakt. Maar dat is niet louter mijn verdienste, en ik heb ook fouten gemaakt, zoals mijn impulsieve reactie in de zaak-Londers (de toenmalige Cassatievoorzitter die gewag maakte van politieke inmenging door het kabinet-Leterme in een rechtszaak rond de verkoop van Fortis, wat leidde tot het ontslag van de regering-Leterme I, nvdr). Ik stond recht in mijn schoenen en gaf openheid in het parlement, maar ik had het best eerst raad gevraagd aan enkele zwaargewichten in mijn regering”, zegt Yves Leterme. “En bij de kapitaalverhoging van het kapseizende Dexia heb ik de aandeelhouders Arco, Ethias en de Gemeentelijke Holding tot engagementen gedwongen waarvan achteraf bleek dat ze die niet konden nakomen.”
Uit de as van Dexia is de overheidsbank Belfius ontstaan, waarvan de regering-De Wever 20 procent wil verkopen. Wat vindt u daarvan?
YVES LETERME. “Je mist natuurlijk een deel van de toekomstige dividenden, maar al bij al vind ik het geen slechte beslissing. De kapitaalmarkten houden onze schuldgraad in de gaten, en een afbouw van de schuld kan tellen als geruststellend signaal.”
De ensioenhervorming, de meerwaardebelasting, de centenindex, de stopzetting van de uitkeringen voor langdurig werklozen: hoe beoordeelt u het werk van de regering-De Wever?
LETERME. “Het waren telkens bevallingen met de ijzers, maar het zijn goede beslissingen, die bovendien rechtvaardig verdeeld zijn. Zullen ze volstaan? Absoluut niet. De mensen beseffen dat er nog zwaardere beslissingen moeten volgen. Maar België zit vast in een institutioneel keurslijf dat door vorige generaties politici is bedacht. Mede daardoor is de marge om te bezuinigen bij de federale overheid zeer beperkt. Bij gewesten en gemeenschappen, en naar mijn gevoel ook bij steden en gemeenten zit nog wel wat vet. Zij zouden meer verantwoordelijkheid moeten opnemen voor de overheidsschuld. Maar in België is dat vloeken in de kerk.”
‘Ik denk nog altijd dat we de bankenredding goed hebben aangepakt. Maar dat is niet louter mijn verdienste, en ik heb ook fouten gemaakt’
Is het Belgische systeem niet ziek van zichzelf? Hoe kan een land met zo’n hoge belastingdruk niet rondkomen?
LETERME. “We modderen aan. Bart De Wever heeft de grenzen opgezocht van wat mogelijk is. Het is op dit moment eigen aan veel westerse democratieën. De Spaanse premier Pedro Sánchez bestuurt zonder meerderheid. Ook de Franse president Emmanuel Macron is zijn meerderheid kwijt. Nederland is met een moeizame regeringsvorming bezig. In de Duitse coalitie is het kommer en kwel, en in de Britse regering is het al niet veel beter. Dus kom mij niet zeggen dat België de zieke man is. De representatieve democratie is sterker in het verdelen van de lusten dan van de lasten. Bart De Wever pakt het goed aan, maar de particratie beperkt zijn beslissingsruimte.”
Vindt u het jammer dat het kartel tussen cd&v en N-VA destijds is afgesprongen?
LETERME. “Natuurlijk. Een breedgeschouderde volkspartij, met een goed evenwicht tussen rechten en plichten – aanmoedigen wie vooruit wil, meetrekken wie het moeilijk heeft – en een rationale bevoegdheidsverdeling met meer verantwoordelijkheid voor gemeenschappen en gewesten: daarvoor is nog altijd 40 à 50 procent van de Vlamingen te vinden. Ik wilde de christendemocratie opnieuw een centrale plaats geven. Maar aan Waalse kant was dat onmogelijk. Intussen is N-VA compleet veranderd. De partij vraagt al jaren niet meer om een staatshervorming. Maar dat zal opnieuw keren.”
N-VA zal opnieuw de communautaire toer opgaan?
LETERME. “De politiek zal botsen op de constructiefouten in onze institutionele structuur, zoals het ontbreken van een hiërarchie tussen de federale staat en de deelgebieden, en een staatsschuld die te veel op de federale overheid weegt. Het was de prijs om de Franstaligen over de brug te krijgen bij de staatshervormingen. Het resultaat zijn ingewikkelde afspraken rond vereiste meerderheden, gebetonneerd in de grondwet. Geraak daar maar eens van af.”
YVES LETERME. “De poedeldiplomatie van Europa is niet het juiste antwoord.”
Zou dat zo moeilijk zijn? Wat met een federale kieskring, verlost van alle blokkeringsmeerderheden en wettelijke grendels?
LETERME. “Dat is het verhaal van het witte blad. In de politiek, en zeker in de Belgische politiek, start je nooit met een wit blad. Het is immens wat in dit land allemaal vastligt via institutionele afspraken en bijzondere wetten. En als het vastligt, is het nog zeer moeilijk te hervormen. De realiteit van regeringsonderhandelingen, of van een kernkabinet, is dat er zes, zeven mensen aan tafel zitten, van wie de helft een andere taal spreekt. Je zit de vergadering voor en je moet van iedereen een ‘ja’ krijgen. Bij alles wat je voorstelt, is er minstens één die neen zegt. Begin er maar aan. De beslissende kracht van onze representatieve democratie is te versnipperd geraakt. Je hebt te veel mensen nodig die ja moeten zeggen, maar daar het belang niet van inzien, omdat ze de eigen en de partijbelangen voorop plaatsen. Bart De Wever is de sterkste figuur van de voorbije vijftien jaar in de Belgische politiek. Intussen heeft ook Europa hem leren kennen, dankzij het Euroclear-dossier. Maar zelfs hij heeft in de Belgische politiek het ja van Jan en alleman nodig.”
De neen-cultuur is ook ingebakken bij de burgers, zelfs bij projecten van maatschappelijk belang.
LETERME. “Vorig jaar bezocht ik de tentoonstelling over de eerste metrolijn in Parijs, geopend in 1900 ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling. Tussen de beslissing over de aanleg van de metrolijn en de opening ervan zijn iets minder dan achttien maanden verlopen. Vandaag discussieert Parijs al zeventien jaar over de verlenging van de metrolijn. Er is voor de tweede keer een openbaar onderzoek gestart. Die traagheid maakt ons kapot, als je dat vergelijkt met China. Daar gaat alles veel vlugger.”
U bent bestuurder bij de Chinese groep ToJoy. Wat doet die precies?
LETERME. “ToJoy houdt het midden tussen een soort Unizo en een investeringsclub, met honderdduizenden aangesloten bedrijfsleiders uit alle hoeken van China. Ze krijgen advies over allerlei aspecten van bedrijfsvoering en kunnen via een app in contact treden met elkaar voor samenwerking of wederzijdse investeringen. Komt er een interessante joint venture tot stand, dan zal ToJoy vaak een minderheidsparticipatie nemen. Maar ToJoy is vooral een investeringsbemiddelaar. Ik ben een van de vijf niet-Chinese bestuurders. Behalve deelnemen aan de raden van bestuur bestaat mijn taak er vooral in op ledenbijeenkomsten uitleg te geven over Europa.”
‘Europa heeft de laatste tien, vijftien jaar veel kansen gemist om een goede verstandhouding op te bouwen met China’
Begin september volgde u vanaf de eretribune de grote militaire parade in Peking, in het gezelschap van Vladimir Poetin en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un. Wat is uw antwoord op de kritiek?
LETERME. “Er is toen bijzonder veel onzin uitgekraamd, ook al omdat geen enkele Belgische krant of tv-station een journalist had gestuurd. Ik zat twee stoelen naast Hakan Fidan, de minister van Buitenlandse Zaken van Turkije, het op één na grootste NAVO-land. Ook andere Europese politici waren aanwezig, zoals de Griekse en Italiaanse oud-premiers Giorgos Papandreou en Massimo D’Alema. De aanwezigheid van Vladimir Poetin en Kim Jong-un stootte mij ook tegen de borst. Maar wegblijven op zo’n symbolisch belangrijk moment voor de Chinese natie – de tachtigste verjaardag van de Chinese overwinning op Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin massa’s Chinezen gemarteld en gesneuveld zijn – is niet de beste manier om de dialoog gaande te houden. Dat raakt niet alleen de Chinese top, maar ook de modale Chinees.”
Als het te herdoen was, zou u opnieuw op de eretribune plaatsnemen?
LETERME. “Jazeker. België heeft al handelsmissies van meer dan 600 mensen naar China gestuurd zonder kritische vragen te stellen. We hebben op onze knieën gevraagd aan Jack Ma (de oprichter van de Chinese internetgigant Alibaba, nvdr) om te investeren in Bierset. De koning heeft hem zelfs ontvangen.”
U kunt er toch niet omheen dat China een eenpartijstaat is?
LETERME. “Dat is geen detail, inderdaad. Elk project moet door de partij goedgekeurd worden, wat partijleden soms kansen biedt om hun instemming te vermarkten. Daarom blijft er corruptie bestaan. En China blijft kampen met een zware vastgoedcrisis, inkomensongelijkheid en een snelle vergrijzing. De stopzetting van de eenkindpolitiek heeft niet geleid tot een stijgend aantal geboortes. En China is bang dat immigratie de sociale cohesie zal destabiliseren.”
Hoe gaat Europa het best om met China?
LETERME. “Europa heeft de laatste tien, vijftien jaar veel kansen gemist om een goede verstandhouding op te bouwen met China. Eind 2020 had de Duitse bondskanselier Angela Merkel met veel moeite een investeringsakkoord met China rond gekregen, dat Europa vervolgens in de koelkast heeft gestopt, omdat we de Chinezen liever de les lazen over mensenrechten. Intussen hebben we amper kritiek op wat Israël in Gaza doet, of de Verenigde Staten in Venezuela. Die dubbele moraal ontgaat China niet. Bij het begin van de Russische invasie in Oekraïne hebben de Chinese president Xi Jinping, en later ook de Braziliaanse president Lula da Silva, voorstellen op tafel gelegd voor een oplossing, die wij onmiddellijk hebben afgewimpeld. Waarschijnlijk hadden we goede argumenten. Maar het probleem is onze attitude. We teach the world how to behave.Twee derde van de wereld denkt niet meer zoals wij.”
Speelt Europa nog mee in de wereld?
LETERME. “Europa is goed voor nog hoogstens 9 procent van de wereldbevolking. Economisch dreigt Europa een tweederangsspeler te worden. In vitale sectoren als hightech en artificiële intelligentie laten we het afweten. Voor cruciale grondstoffen zijn we afhankelijk van andere continenten. En onze eengemaakte markt, dat is vaak weinig eenheid, en zeker weinig eenheidsmarkt. Europa heeft veel ambities, maar geeft zichzelf niet de middelen om ze waar te maken. Voor het industrieel beleid bijvoorbeeld moet het geld grotendeels van de lidstaten komen, zodat de landen met de diepste zakken een voorsprong krijgen.”
Intussen waarschuwt de Franse president Macron dat de Europese industrie dreigt te bezwijken onder het Chinese handelsoverschot.
LETERME. “President Macron legt de vinger op de wonde. Je kunt je handelspartners niet doodknijpen. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Amerikanen het heel anders aangepakt. Zij hebben bakken geld geïnvesteerd in Europa, wat zowel de Amerikanen als de Europeanen ten goede is gekomen. Ik denk dat veel Chinese bedrijven wel te winnen zijn voor investeringen in Europa. Maar dan moeten we afspraken maken met China over productie in Europa en de overdracht van technologische kennis. Zo zou je kunnen eisen dat Chinese auto’s slechts mogen worden verkocht in Europa als ze voor een deel hier zijn gemaakt. We zitten in een zwakke onderhandelingspositie, wegens ons gebrek aan cruciale grondstoffen. Er zitten lithium en andere grondstoffen in de Europese bodem, maar de ontginning botst op ecologisch verzet en ellenlange procedures.”
‘De christendemocratie zal nooit meer sterk genoeg worden om op haar eentje een beslissende kracht te zijn in een samenleving als de onze’
Ziet u Europa nog terugkeren op het wereldtoneel? Of wenkt de onbeduidendheid?
LETERME. “De poedeldiplomatie tijdens de NAVO-top van juni, waar secretaris-generaal Mark Rutte president Trump ‘daddy’ noemde, is alvast niet het juiste antwoord. Die beschamende vertoning was een van de momenten in 2025 waarbij je voelde hoe de geschiedenis in een stroomversnelling kwam. Zo’n moment was ook de top van de Shanghai Cooperation Organisation eind augustus in het Chinese Tianjin, toen president Xi Jinping de rode loper uitrolde voor de Indiase premier Narendra Modi, terwijl beide landen een jaar eerder nog op voet van oorlog hadden gestaan. Trump had Modi met invoertarieven van 50 procent in de armen van China gedreven. Ik denk ook aan het zogenaamde handelsakkoord tussen de VS en de Europese Unie van eind juli, waarbij Trump ons op zijn Schotse golfresort een invoertarief van 15 procent oplegde, en Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen glimlachend op de foto stond. De klapper was de topontmoeting tussen Trump en Xi eind oktober in het Zuid-Koreaanse Busan. Vooraf had Trump met veel bravoure aangekondigd dat de Chinezen meer Amerikaanse soja zouden moeten kopen, of anders kregen ze geen Nvidia-chips. Xi bleef er onbewogen bij en hoefde maar even te zwaaien met restricties op de export van Chinese zeldzame aardmetalen naar de VS. Je zag hoe Trump botste op de limieten van het Amerikaanse leiderschap in de wereldpolitiek.”
Zou u de VS nog een Europese bondgenoot noemen?
LETERME. “Het hangt ervan af of de Amerikaanse democratie nog de kracht heeft om een tegenwicht te bieden tegen Trump en zijn volgelingen. Ik vrees ervoor. De kritiek van Trump en vicepresident J.D. Vance op Europa is er vaak ver over, maar niet alles is compleet onjuist. Woke heeft ons soms te ver gedreven, en de integratie van migranten is niet gelukt. Maar Trump en Vance moeten niet te hoog van de toren blazen. Europa kan net zo goed een reeks Amerikaanse kwalen opsommen: geweld, inkomensongelijkheid, racisme, belabberde publieke infrastructuur en een politieke agenda aangestuurd door machtige financiële groepen.”
Keert u ooit terug naar de politiek?
LETERME. “Neen. Sinds mijn uitstap in 2011 ben ik zeer gelukkig met wat ik doe. Bovendien verschil ik van mening over hoe de christendemocratie zich moet opstellen in het huidige politieke landschap. Ik zeg dat in alle vriendschap, want ik heb veel respect voor de huidige generatie. Maar volgens mij is de christendemocratie veel waardevoller als anker van een sterke centrumformatie die ramen en deuren openzet.”
Hebt u nog een lidkaart van cd&v?
LETERME. “Jazeker. Ik blijf een overtuigd christendemocraat en ik steun mijn partij in wat ze doet. Al zeg ik soms iets wat als kritiek overkomt en vervolgens in de media enorm uitvergroot wordt. Ik zie mijn partijgenoten bijzonder graag, maar cd&v haalde vorig jaar 13 procent van de stemmen. De christendemocratie zal nooit meer sterk genoeg worden om in haar eentje een beslissende kracht te zijn in een samenleving als de onze.”
Bent u tevreden over uw loopbaan?
LETERME. “Ik kan niet klagen. Na mijn uitstap uit de politiek was ik onder meer adjunct-secretaris-generaal van de OESO en lid van de duurzaamheidsraad van Volkswagen, opgericht in het zog van dieselgate. Vandaag ben ik nog altijd actief in interessante bedrijven en organisaties. Niet slecht voor de zoon van een eenvoudige schilder-behanger uit Ieper.”
Bio
• 1960: geboren in Wervik
• 1984: master in de rechten (Universiteit Gent)
• 1985: master in bestuurskunde en publiek management (Universiteit Gent)
• 1987-1989: auditeur bij het Rekenhof
• 1992-1997: administrator bij het Europees Parlement
• 1983-1997: klimt op in de CVP-hiërarchie, onder meer ondervoorzitter CVP-jongeren, nationaal secretaris CVP, schepen in Ieper
• 1997: kamerlid en later fractievoorzitter voor CVP
• 2003: voorzitter CD&V
• 2004: Vlaams minister-president
• 2007: vicepremier in regering Verhofstadt III
• 2008: premier (regering-Leterme I)
• 2009-2011: premier (regering-Leterme II)
• 2011: minister van staat
• 2011-2014: adjunct-secretaris-generaal OESO
• 2014-2019:secretaris-generaal IDEA (Zweeds expertisecentrum voor democratie)
• Sinds 2019: meerdere mandaten, waaronder bestuurder Chinees investeringsplatform ToJoy
Het Belgische systeem van tijdelijke werkloosheidsuitkeringen is aan een opknapbeurt toe, volgens een nieuwe studie van economen uit Gent en Louvain-la-Neuve. Het steunmechanisme wordt te vaak ingezet zonder dat banen op het spel staan. De overheid voerde een mechanisme in om overmatig gebruik te vermijden, maar dat werkt niet naar behoren.
Principieel is er niets mis met ons systeem van tijdelijke werkloosheid, volgens de groep economen uit Gent en Louvain-la-Neuve. In crisistijden laat het systeem bedrijven toe om tijdelijk het aantal werkuren te verminderen, terwijl de overheid de werknemers een uitkering betaalt. Dat geeft bedrijven financiële ademruimte, terwijl ze ontslagen en de bijbehorende kosten vermijden. Zodra de crisis voorbij is, kunnen de bedrijven snel heropstarten.
Tijdens de recessie van 2009 kwam meer dan 5 procent van de werknemers in dat systeem terecht, en tijdens de lockdowns van 2020 was dat bijna één op de drie. Maar Belgische bedrijven bleken veel intensiever gebruik te maken van het systeem dan hun collega’s in andere landen met vergelijkbare beschermingsmechanismen, zoals Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Italië. Nochtans moeten bedrijven in België een responsabiliseringsbijdrage betalen om overmatig gebruik van het systeem te beperken.
Die vaststelling deed vragen rijzen bij de economen. Maakten bedrijven er onnodig gebruik van? Hadden de werknemers ook zonder ondersteuning aan de slag kunnen blijven? De kwestie is niet onbelangrijk. Al te langdurig of slecht gericht gebruik van tijdelijke werkloosheid kan de doorstroming van arbeidskrachten naar betere jobs belemmeren, en zo wegen op de economische groei, met verspilling van overheidsgeld tot gevolg.
Nauwkeurigheid
De studie verschijnt maandag in Gentse Economische Inzichten, een wetenschappelijk tijdschrift van de Universiteit Gent. De economen gebruikten gegevens over de werkgelegenheid, de deelname aan tijdelijke werkloosheid en de financiële toestand van Belgische bedrijven met minstens vijf werknemers. Ze sloten bedrijven met meerdere vestigingen uit, aangezien beslissingen over tijdelijke werkloosheid op het niveau van de vestiging genomen worden. Alles bijeen dekte hun studie nog steeds de helft van de werknemers in de Belgische privésector, wat een goede basis is voor analyse.
Uit die analyse blijkt dat tijdens de grote recessie van 2009 de tijdelijke werkloosheid daadwerkelijk banen heeft beschermd in de zwaar getroffen verwerkende industrie. Voor elke voltijdsequivalent in tijdelijke werkloosheid bleef ongeveer een halve baan behouden, goed voor het behoud van circa 5 procent meer banen dan in bedrijven in dezelfde sector die geen gebruik maakten van het systeem.
Maar in minder zwaar getroffen sectoren vonden de economen geen vergelijkbaar positief effect op de werkgelegenheid. Sommige bedrijven maakten gebruik van de regeling zonder dat er daadwerkelijk banen bedreigd waren. Zelfs in de zwaar getroffen verwerkende industrie verdween het voordeel na ongeveer een jaar, door personeelsinkrimping, automatisering en reorganisatie van de productie. De tijdelijke werkloosheid had blijkbaar alleen maar de noodzakelijke herstructureringen vertraagd.
Conclusie: de doeltreffendheid van de tijdelijke werkloosheid hangt af van de nauwkeurigheid waarmee de steun op de doelgroep gericht wordt. Weinig selectieve steun riskeert banen te subsidiëren die niet bedreigd zijn, schrijven de economen.
Bedienden
Ook tijdens de covidcrisis van 2020 tot 2022 bleek dat de steun alleen banen behoudt bij bedrijven en voor functies die daadwerkelijk bedreigd waren. In minder getroffen sectoren was er geen significant verschil in tewerkstellingseffecten tussen bedrijven met en bedrijven zonder tijdelijke werkloosheid.
Bovendien bleek dat de doelmatigheid van het systeem ook afhangt van de maatregelen om misbruik te beperken. Tijdens de covidcrisis werden de toekenningsvoorwaarden tijdelijk versoepeld, wat vooral voor de bedienden goed nieuws was. Voorheen konden zij slechts onder strenge voorwaarden gebruikmaken van tijdelijke werkloosheid. Arbeiders hadden al voor de crisis een soepelere toegang.
Die soepele toegang leidde tot aanzienlijk oneigenlijk gebruik van het systeem, zonder positieve effecten op de tewerkstelling, vooral in bedrijven die niet door lockdowns werden getroffen en waar ondersteuning niet echt nodig was. Dat betekent dat een grote hoeveelheid overheidsgeld werd ingezet zonder aantoonbaar effect, aldus de studie. Omgekeerd verhinderden te strikte beperkingen – zoals die voor de pandemie voor bedienden – dat bedrijven gebruikmaakten van tijdelijke werkloosheid, zelfs als dat banen had kunnen redden. De restrictieve toegang voor bedienden in de pre-coronaperiode heeft mogelijk geleid tot vermijdbare faillissementen en ontslagen.
De economen pleiten voor een juist evenwicht, maar in plaats van striktere voorwaarden voor arbeiders pleiten ze voor een versterking van de financiële responsabilisering voor zowel arbeiders als bedienden om het oneigenlijk gebruik af te remmen.
Drempel
Een andere aanpak is een versterking van de financiële responsabilisering van bedrijven. In 2005 voerde België een systeem van responsabilisering in voor de bouwsector, dat in 2012 uitgebreid werd naar alle sectoren. Vanaf 110 dagen tijdelijke werkloosheid in eenzelfde kalenderjaar moeten bedrijven een bijdrage per dag per werknemer betalen. De bijdrage loopt op naarmate de duur van de tijdelijke werkloosheid de periode van 110 dagen overschrijdt.
De economen oordeelden dat die responsabilisering het overmatige gebruik van het steunmechanisme slechts in beperkte mate teruggedrongen heeft. Door de relatief hoge drempel van 110 dagen moest slechts een minderheid van de bedrijven de bijdrage betalen. Bovendien schakelden veel bedrijven over op ‘drempelbeheer’, praktijken om het aantal dagen van tijdelijke werkloosheid per werknemer te verminderen en zo onder de limiet van 110 dagen te blijven. De economen pleiten daarom voor een verlaging van de drempel.
Tussen opeenvolgende periodes van tijdelijke werkloosheid geldt slechts een wachttijd van één week. Dat is te kort, oordeelt de studie, want in de praktijk komt zo’n korte wachttijd neer op onbegrensd gebruik. Ook de recente verplichting voor werknemers om zich na drie maanden tijdelijke werkloosheid in te schrijven als werkzoekende is weinig zinvol. Dat geldt ook voor het aanbod aan algemene opleidingen voor tijdelijk werklozen. Die opleidingen zijn weliswaar bruikbaar in andere bedrijven, maar een job in een ander bedrijf is voor een tijdelijke werkloze niet aan de orde. Hij of zij is meer gebaat met bedrijfsspecifieke opleidingen. Algemene opleidingen komen van pas op lange termijn, bij een aanhoudende en structurele crisis.
Het systeem van tijdelijke werkloosheid moet zeker niet op de schop, besluit de studie. Tijdens de recessie van 2008-2009 en de coronapandemie hebben ze steun geboden aan werknemers en bedrijven. Maar het oneigenlijke en overmatige gebruik moeten eruit, samen met de tijdrovende en complexe procedures die vandaag nog gelden voor bedienden. Ten slotte moet ook worden bekeken hoe het systeem beter ingepast kan worden in het ruimere stelsel van beschermende maatregelen voor de werkgelegenheid, zoals de ontslagbescherming, de werkloosheidsverzekering en flexibiliteitsregelingen.
Het wielrennen komt volop in het zog van het voetbal, waar enkel nog de rijkste ploegen de beste spelers kunnen kopen, zo waarschuwt Dirk Coorevits, de CEO van Soudal, in Trends Talk dit weekend. Soudal is de medesponsor van de wielerploeg Soudal Quick-Step, die haar goudhaantje Remco Evenepoel zag vertrekken naar de concurrentie.
Remco Evenepoel rijdt voortaan voor een nieuwe ploeg, Red Bull-BORA-hansgrohe. Het zal even wennen worden om de wielerkampioen niet langer in het shirt van Soudal Quick-Step te zien rijden. Evenepoel had nog een contract lopen bij Soudal Quick-Step. Maar Dirk Coorevits, de CEO van Soudal, is niet bitter. “Als iemand echt weg wil, dan kun je en mag je die ook niet tegenhouden. Want anders heeft dat toch een soort verlammende werking op de ploeg. En dat voor niemand goed”, zegt Coorevits in Trends Talk dit weekend. (zie video hierboven)
Is Evenepoel vertrokken omdat hij meer zal verdienen bij zijn nieuwe ploeg? “Hij zal er zeker niet minder verdienen”, antwoordt Coorevits. De overstap van Evenepoel illustreert hoe het wielrennen dezelfde weg opgaat als het voetbal, waar de ploegen met de grootste budgetten de beste renners kunnen krijgen, aldus Coorevits. “De evolutie is volop bezig. UAE Team Emirates, de ploeg met het grootste budget in het wielergebeuren, heeft Tadej Pogacar, de beste renner. En die ploeg kan ook nog veel andere goede renners aanwerven om Pogacar te ondersteunen, want uiteindelijk is wielrennen een ploegsport. Maar het grote geld, onder andere ook met Red Bull, doet zijn intrede in het wielrennen.”
Hard werken
Een aantal ploegen zal de plak zwaaien, en een aantal kleinere ploegen zal moeten afhaken, wat nu al aan het gebeuren is, volgens Coorevits. Toch zal het kleinere Soudal Quick-Step overleven, ondanks de geldrace, volgens Coorevits. “Wij willen een goede ploeg zijn die het moet hebben van hard werken en van collegialiteit, en toch ook goede renners heeft. Momenteel staan wij vierde in het UCI-klassement, met vijftig overwinningen. We doen het dus goed, terwijl we zeker niet het grootste budget hebben.”
Wat niet wegneemt dat Coorevits met spijt Evenepoel heeft zien vertrekken. “Hij was de bekendste renner in onze geledingen. Hij heeft de ploeg veel bijgebracht, en wij hebben hem ook veel bijgebracht. Maar we hebben nog andere goudhaantjes, zoals Tim Merlier en Paul Magnier, die ook heel veel overwinningen bijeen fietsen. We gaan voor de lange termijn, we willen de wielerploeg verder ondersteunen. We gaan zeker niet afhaken.”
Trends Talk is ook een weekend lang te bekijken op Trends Z.
Een kleine 200.000 langdurig werklozen staan op het punt hun werkloosheidsuitkering te verliezen. Zij maken amper een kans op de arbeidsmarkt. Wordt dit vooral een factuur voor het OCMW en het ziekenfonds? “Je zal zien, in de straten van Brussel zullen nog meer armen rondlopen.”
De langdurig werklozen verliezen hun uitkering, besliste de regering-De Wever in het voorjaar. Voortaan eindigen werkloosheidsuitkeringen al na maximaal twee jaar. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) stuurde al brieven met het slechte nieuws naar de langdurig werklozen. Op 1 januari wordt de uitkering stopgezet van mensen die langer dan twintig jaar werkloos zijn. In de daaropvolgende maanden is de rest van de langdurig werklozen aan de beurt.
Drijft het slechte nieuws de langdurig werklozen naar de arbeidsmarkt, wat toch de bedoeling van de regering is? Colruyt Group merkt een effect. “In de sollicitaties die wij ontvangen, zit inderdaad een toenemend aandeel langdurig werklozen”, zegt woordvoerder Maria Clara Geurs. “Het is een opvallende stijging, die zeker samenhangt met de berichten over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd.” Volgens Geurs solliciteren langdurig werklozen vooral op functies als bediende-verkoper, magazijnier, nachtwaker en medewerker van het contactcenter. “Sinds de coronapandemie is ook duidelijk geworden dat retail werkzekerheid biedt. Daarom zijn we top of mind bij sollicitanten.”
Dat laatste geldt blijkbaar niet voor bpost en het logistieke bedrijf Katoen Natie, die geen stijging bespeuren van het aantal sollicitanten die langdurig werkloos zijn. “Integendeel zelfs”, klinkt het bij Katoen Natie. Ook bij de Luikse voedingsdistributeur Trendy Foods valt geen nieuws te melden, ook al telt Wallonië veel meer langdurig werklozen. “Het is nog te vroeg”, zegt Bert Mons, de gedelegeerd bestuurder van Voka West-Vlaanderen, een regio waar de bedrijven schreeuwen om arbeidskrachten. Vooralsnog krijgen die geen langdurig werklozen uit het vlakbij gelegen Henegouwen aan de deur. Ze zouden nochtans welkom zijn. “We merken dat onze 16.000 Noord-Franse werknemers weer voor hun thuisregio dreigen te kiezen, door de gunstige economische evolutie daar”, zegt Mons. “Ik betwijfel of we überhaupt Henegouwse of andere Waalse langdurig werklozen zullen zien. Die zullen in de eerste plaats terecht moeten in Waalse bedrijven, zeggen Waalse ondernemers mij.”
‘De sollicitaties op laagdrempelige vacatures als magazijnier of schoonmaker zijn gestegen met 15 tot 40 procent. De alarmbellen zijn duidelijk afgegaan’
Thomas Wauters
Maar toch, er beweegt iets op de arbeidsmarkt. De helft van de Vlaamse maatwerkbedrijven krijgt meer sollicitaties van langdurig werklozen, meldde de koepelfederatie Groep Maatwerk onlangs. “Voor onze vacature voor maatwerkcoach – waarvoor we valide mensen zoeken – kregen we het afgelopen jaar nul reacties binnen”, zegt Luk Cools, de directeur van het maatwerkbedrijf De Brug in Mortsel. “Nu bieden zich 250 mensen aan. Van die 250 zijn er 50 die al sinds 2016 of eerder niet aan de slag zijn.”
Ook het uitzend- en selectiebedrijf Accent merkt een effect. “Wij zien een duidelijke stijging van het aantal reacties op onze onlinevacatures”, zegt chief research & development officer Thomas Wauters. “In de periode januari-oktober 2025 tellen we 12 procent meer onlinesollicitaties dan in dezelfde periode van 2024. Of de belangstelling van langdurig werklozen komt, kunnen we niet vaststellen, maar wel indirect afleiden: de sollicitaties op laagdrempelige vacatures als magazijnier of schoonmaker zijn gestegen met 15 tot 40 procent. De alarmbellen zijn duidelijk afgegaan.”
De cijfers
Op de arbeidsmarkt komt een enorme golf langdurig werklozen aanrollen. Tussen 2026 en midden 2027 zullen in Vlaanderen 62.676 werklozen hun uitkering verliezen, schat de RVA. In Wallonië gaat het om 88.561 werklozen, in Brussel om 41.715 en in Duitstalig België 952. Alles samengeteld zullen 193.904 Belgische werklozen hun uitkering verliezen, een onwaarschijnlijk groot aantal. Eind oktober telde België in totaal 283.653 volledig uitkeringsgerechtigde werklozen.
Hoeveel kans maken die vele tienduizenden pechvogels op de arbeidsmarkt? Het ziet er slecht uit. Het Europees statistiekagentschap Eurostat onderzocht de kansen van werkzoekenden die minstens twee jaar werkloos waren om in het volgende kwartaal een baan te bemachtigen. Voor de Belgische 25- tot 54-jarige langdurig werklozen was die kans amper 6 procent in 2024. (zie grafiek Langdurig werklozen: de jobkansen). De voorbije jaren bleef ons land systematisch onder het Europese gemiddelde, met uitzondering van 2019. Andere EU-landen, en dan vooral Nederland, Noorwegen en Denemarken, doen het beter dan België.
De Belgische beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd geldt niet voor 55-plussers, als ze tenminste een loopbaan van meer dan 30 jaar kunnen voorleggen. In elk geval zijn de perspectieven voor langdurig werklozen ouder dan 55 jaar nog beroerder. In België kon vorig jaar slechts 4 procent van hen in het volgende kwartaal werk vinden, opnieuw onder het Europese gemiddelde. En opnieuw doen andere EU-landen het beter, met Noorwegen en Denemarken op kop. (lees verder onder de grafieken)
De gevolgen
Zo te zien stevent België af op een sociaal drama. Langdurig werklozen zomaar op de arbeidsmarkt loslaten, maakt van hen vogels voor de kat. De Gentse economieprof Bart Cockx, gespecialiseerd in de evaluatie van het arbeidsmarktbeleid, is niet verbaasd. “Bij de langdurig werklozen heb je hoe dan ook een grote groep die heel weinig kans maakt om een baan te vinden. Ze zijn laaggeschoold, of hebben medische of psychische problemen, of moeten omkijken naar zorgbehoevende familieleden, of verkeren in andere situaties waardoor ze heel moeilijk inpassen in een reguliere baan. Ze hebben nooit vaardigheden verworven waarmee werkgevers iets kunnen aanvangen, of hebben die mettertijd verloren.”
Wat leert de ervaring elders? “In bijna alle andere landen stoppen de uitkeringen na een, twee of maximaal drie jaar”, zegt Cockx. “Dan volgt een verhoogde uitstroom uit de werkloosheid. Dat effect is significant, maar blijft klein. De uitstroom gaat 2 à 3 procentpunt hoger dan het normale niveau. Maar daarmee is de grote groep langdurig werklozen niet aan de slag. Het is niet omdat je je uitkering verliest, dat je daarom een baan vindt.”
En zelfs dan nog. Samen met een collega bestudeerde Cockx het effect van werkgeversubsidies voor de aanwerving van werklozen tussen 45 en 48 jaar oud. “De subsidie verhoogde hun kans op een job met 5 procent – wat al niet veel is – maar nog geen jaar later waren ze hun baan alweer kwijt”, zegt Cockx. “Ze worden immers vaak aangeworven voor kleine, seizoensgebonden jobs, zoals pakjes inpakken in de aanloop naar Kerst. Ze leren er niets en kunnen er ook geen opleidingen volgen. Als die mensen dat werk dan weer verliezen, lopen hun uitgaven door. Ze moeten zien te overleven. Ik vrees voor Amerikaanse toestanden, waar mensen op straat terechtkomen. Want niet iedereen wil de vernedering slikken om bij het OCMW aan te kloppen. Je zal het zien, in de straten van Brussel zullen nog meer armen rondlopen. Dat zeg ik niet als wetenschapper, maar als bezorgde mens.”
‘Veel langdurig werklozen hebben nooit vaardigheden verworven waarmee werkgevers iets kunnen aanvangen, of hebben die mettertijd verloren’
Bart Cockx
Het probleem
De stopzetting van de werkloosheidsuitkering is bedoeld als financiële prikkel voor de werklozen. Maar als die prikkel pas na een of twee jaar komt, is het kalf al half verdronken. “Degenen met de grootste kans op een job stromen al in de eerste maanden uit de werkloosheid”, zegt Cockx. “Je blijft over met een groep werklozen die zelfs met financiële prikkels niet aan werk zullen raken, omdat ze gewoon weinig kans maken.”
Daarom moet de overheid al bij de instroom de mensen identificeren met een grote kans op langdurige werkloosheid en hen actief begeleiden. “Wij gebruiken een AI-tool om de kans op werk in te schatten”, zegt Joke Van Bommel, woordvoerder van de VDAB. “Werkzoekenden met een lage kans op werk, en dus een hoog risico op langdurige werkloosheid, komen bovenaan onze lijst: hen bellen we als eerste op, zodat we snel kunnen helpen.”
Toch heeft Cockx twijfels. “De VDAB heeft onvoldoende capaciteit en effectieve instrumenten om deze groep te helpen. Vele van deze mensen worden dus langdurig werkloos. België grijpt nog veel te weinig in bij de aanvang van de werkloosheid. Wij wachten tot mensen langdurig werkloos worden en proberen dan pas om het probleem op te lossen met een financiële sanctie. Maar veel werklozen hebben tegen dan al hun spaargeld opgebruikt en hebben juist meer nood aan financiële ondersteuning. Als je dan toch met financiële prikkels wilt werken, doe dat dan aan het begin van de werkloosheidsperiode, want dan werken die het best. Het merendeel van de nieuwe werklozen heeft al wat spaarcenten opgebouwd en kan gerust enkele maanden zonder uitkering voortgaan. Voor hen voer je het best een wachttijd in. Voor de groep met een laag inkomen die niet kon sparen, kun je de wachttijd schrappen.”
‘De meeste werkgevers zitten niet te wachten op iemand met een groot gat in zijn of haar cv’
Greetje Allaert
Zoals het er nu voorstaat, dreigt de beperking van de werkloosheidsuitkeringen een vestzak-broekzakoperatie te worden. Het Riziv mag zich opmaken voor meer uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, suggereert een studie uit 2023 van Belgische langdurig werklozen gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Public Economics. Controle van langdurig werklozen van minder dan 49 jaar op zoekgedrag naar jobs bleek vrijwel geen tewerkstellingseffect te hebben. De langdurig werklozen kwamen gewoon in de arbeidsongeschiktheid terecht. De afname van de gecumuleerde werkloosheidsuitkeringen per individu werd grotendeels weggeveegd door de toename van de gecumuleerde ziekte-uitkeringen. Dat doet vermoeden dat de budgettaire winst van de werklozencontrole neerkomt op ‘very close to zero’, aldus de studie.
Allicht moeten ook de OCMW’s zich klaarmaken voor een toeloop. “Dat hangt af van het profiel van de langdurig werkloze”, zegt Ive Marx, economieprofessor (UAntwerpen) en expert sociaal beleid. “Veel langdurig werklozen wonen wellicht samen met een partner die een inkomen heeft, zodat ze veel kans maken om boven de inkomensgrens voor een leefloon te vallen.”
Waarschijnlijk zullen vooral werkloze alleenstaanden en gezinshoofden in het systeem van het leefloon terechtkomen. Het OCMW moet leefloners naar een job leiden, maar Marx heeft er geen goed oog in. “Er is een sterkere samenwerking nodig met de VDAB. We weten echter dat de communicatie en de samenwerking tussen de OCMW’s en de VDAB niet altijd optimaal verlopen.” Ook Cockx maakt zich weinig illusies. “Een OCMW is totaal niet uitgerust om mensen steun te bieden in hun zoektocht naar werk.”
‘België grijpt nog veel te weinig in bij de aanvang van de werkloosheid. Wij wachten tot mensen langdurig werkloos worden en proberen dan pas om het probleem op te lossen met een financiële sanctie’
Bart Cockx
De aanpak
Net daar kunnen andere organisaties inspringen, zoals JobRoad, een vzw die mensen uit kansengroepen aan een baan in de privésector helpt. “De OCMW’s voelen de druk toenemen, en kloppen nu meer dan vroeger bij ons aan”, zegt Wauters, die zijn functie bij Accent combineert met de leiding over JobRoad. “Iemand uit een kansengroep naar een baan in de privésector leiden is een apart metier. Het OCMW en soms zelfs de VDAB spreken de taal van de werkgevers onvoldoende. JobRoad spreekt die taal wél en zorgt ervoor dat de werkgever zijn klassieke rekruteringsproces achterwege laat en onze kandidaten een kans geeft.”
Volgens Wauters verdient de privésector een veel grotere plaats in de activering van leefloners door het OCMW. Vandaag verloopt die activering veelal via werkervaringstrajecten in de publieke of semi-publieke sector. “Denk aan de gemeentelijke groendienst, het woon-zorgcentrum of de kringwinkel”, zegt Wauters. “Maar soms maakt zo’n traject de kloof tussen de leefloner en de reguliere arbeidsmarkt nog breder. Want in de publieke of semi-publieke sector zijn de regels net iets minder streng. Een keer een halfuur te laat aankomen op het werk wordt in de kringwinkel al eens door de vingers gezien. In de privésector kan zoiets niet. Het resultaat is dat zo’n leefloner nog moeilijker toe te leiden is naar de privésector dan voorheen. Leg daarom bij de activering meteen de link naar de privésector, eventueel via uitzendarbeid. De samenwerking met de uitzendkantoren kan de activering een veel groter bereik bezorgen, en zo de verwachte toeloop op de OCMW’s helpen opvangen.”
En wat met de werkgevers? Staan zij open voor langdurig werklozen? “De meeste werkgevers zitten niet te wachten op iemand met een groot gat in zijn of haar cv”, zegt Greetje Allaert, adviseur bij Randstad RiseSmart, dat mensen uit kansengroepen begeleidt naar werk. “We gaan eerlijk het gesprek met de bedrijfsleiders aan, en zeggen wat ze mogen verwachten en wat niet. Alleen zo kun je hen overtuigen om iemand een kans te geven. Maar we zien dat onze kandidaten soms weinig feedback of zelfs helemaal geen reactie krijgen op hun sollicitatie. Onze coaches nemen dan contact op met het bedrijf om alsnog uitleg te krijgen. Daaruit kan de werkzoekende leren.”
Ook de werkgever moet een traject doorlopen, volgens Allaert. “Iemand uit een kansengroep aanwerven is een ingrijpende beslissing. Hoe ga je met zo iemand om? Hoe integreer je hem of haar in de bedrijfswerking? Allemaal zaken die je vooraf grondig moet doordenken. Het team moet overtuigd zijn, de vakbonden moeten mee in het bad zitten, en ook de leidinggevende moet daarin worden gecoacht. Als alle puzzelstukjes in elkaar vallen, gebeuren er mooie dingen.”
‘De politieke conclusie had al veel vroeger getrokken moeten worden. Nu pas komt de politiek erachter dat vele tienduizenden mensen al jaren werkloos zijn’
Ive Marx
De verantwoordelijkheid
Als mensen jarenlang zitten te verkommeren in de werkloosheid, gaan ook de vakbonden niet vrijuit, volgens Marx. “De sociale zekerheid wordt mee beheerd door de sociale partners, en dus ook de vakbonden. Tegelijk betalen de vakbonden de uitkeringen van zowat 90 procent van werklozen uit. Ik zeg niet dat de vakbonden daar geld aan verdienen, maar het is een belangrijke bron van klantenbinding. Het is geen toeval dat België een veel hogere graad van vakbondslidmaatschap heeft dan de buurlanden. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de vakbonden een zware verantwoordelijkheid dragen voor de langdurige werkloosheid.”
Maar het is ook een falen van de overheid, volgens Marx. “We waren zowat het enige land ter wereld met werkloosheidsuitkeringen van onbeperkte duur. En tegelijk waren we een land met een krappe arbeidsmarkt en een lage werkzaamheidsgraad. De politieke conclusie had al veel vroeger getrokken moeten worden. Nu pas komt de politiek erachter dat vele tienduizenden mensen al jaren werkloos zijn, vaak zelfs meer dan twintig jaar. Het is onvoorstelbaar hoe dit kon gebeuren.
In 2001 besliste Zweden om na twintig weken werkloosheid de uitkering voor een werkloze te verlagen. Voorheen bleef de uitkering gelijk op 80 procent van het laatst verdiende loon. Samen met enkele andere economen greep de Belg Johannes Spinnewijn, professor aan de London School of Economics en wereldautoriteit inzake arbeidsmarktbeleid, de maatregel aan om het effect van dalende uitkeringen – en dus van financiële prikkels – te bekijken. Hun bevindingen verschenen in het gezaghebbende The American Economic Review.
Wat bleek? Financiële prikkels zijn in de eerste twee maanden drie keer sterker dan na zes maanden. Ook na drie maanden is de prikkel nog altijd dubbel zo sterk als na zes maanden. Dat staat haaks op de degressieve uitkeringen in België en de stopzetting ervan na maximaal twee jaar. Wat nog niet wil zeggen dat het Zweedse systeem beter is. Maar dat valt allicht ook niet te zeggen van het Belgische.
Het wielrennen komt volop in het zog van het voetbal, waar enkel nog de rijkste ploegen de beste spelers kunnen kopen, zo waarschuwt Dirk Coorevits, de CEO van Soudal, in Trends Talk dit weekend. Soudal is de medesponsor van de wielerploeg Soudal Quick-Step, die haar goudhaantje Remco Evenepoel zag vertrekken naar de concurrentie.
Remco Evenepoel rijdt voortaan voor een nieuwe ploeg, Red Bull-BORA-hansgrohe. Het zal even wennen worden om de wielerkampioen niet langer in het shirt van Soudal Quick-Step te zien rijden. Evenepoel had nog een contract lopen bij Soudal Quick-Step. Maar Dirk Coorevits, de CEO van Soudal, is niet bitter. “Als iemand echt weg wil, dan kun je en mag je die ook niet tegenhouden. Want anders heeft dat toch een soort verlammende werking op de ploeg. En dat voor niemand goed”, zegt Coorevits in Trends Talk dit weekend.
Is Evenepoel vertrokken omdat hij meer zal verdienen bij zijn nieuwe ploeg? “Hij zal er zeker niet minder verdienen”, antwoordt Coorevits. De overstap van Evenepoel illustreert hoe het wielrennen dezelfde weg opgaat als het voetbal, waar de ploegen met de grootste budgetten de beste renners kunnen krijgen, aldus Coorevits. “De evolutie is volop bezig. UAE Team Emirates, de ploeg met het grootste budget in het wielergebeuren, heeft Tadej Pogacar, de beste renner. En die ploeg kan ook nog veel andere goede renners aanwerven om Pogacar te ondersteunen, want uiteindelijk is wielrennen een ploegsport. Maar het grote geld, onder andere ook met Red Bull, doet zijn intrede in het wielrennen.”
Hard werken
Een aantal ploegen zal de plak zwaaien, en een aantal kleinere ploegen zal moeten afhaken, wat nu al aan het gebeuren is, volgens Coorevits. Toch zal het kleinere Soudal Quick-Step overleven, ondanks de geldrace, volgens Coorevits. “Wij willen een goede ploeg zijn die het moet hebben van hard werken en van collegialiteit, en toch ook goede renners heeft. Momenteel staan wij vierde in het UCI-klassement, met vijftig overwinningen. We doen het dus goed, terwijl we zeker niet het grootste budget hebben.”
Wat niet wegneemt dat Coorevits met spijt Evenepoel heeft zien vertrekken. “Hij was de bekendste renner in onze geledingen. Hij heeft de ploeg veel bijgebracht, en wij hebben hem ook veel bijgebracht. Maar we hebben nog andere goudhaantjes, zoals Tim Merlier en Paul Magnier, die ook heel veel overwinningen bijeen fietsen. We gaan voor de lange termijn, we willen de wielerploeg verder ondersteunen. We gaan zeker niet afhaken.”