FreshRSS

🔒
❌ About FreshRSS
There are new articles available, click to refresh the page.
Yesterday — 6 September 2026Trends

Daft Studios is een creatieve hotspot in de Ardennen: ‘In deze sector moet je wel een beetje gek zijn’

6 September 2026 at 08:10

Midden in de bossen van Malmedy runnen twee West-Vlamingen een internationale studio die al tien jaar lang groeit in een sector waar streaming, krimpende opnamebudgetten en artificiële intelligentie de spelregels radicaal herschrijven. "Bij ons boek je niet zomaar een studio. We bieden een plek waar muzikanten zich helemaal kunnen concentreren op hun creativiteit."

The post Daft Studios is een creatieve hotspot in de Ardennen: ‘In deze sector moet je wel een beetje gek zijn’ appeared first on Trends.be.

Before yesterdayTrends

Brepols maakt jaarlijks vier miljoen agenda’s: ‘Ons bedrijf bestaat al langer dan België’

16 August 2026 at 08:30

Al 230 jaar staat het Kempense familiebedrijf Brepols synoniem voor vakmanschap in de grafische industrie. Sinds de jaren zestig zijn agenda’s uitgegroeid tot hét producticoon. "Wij behoren tot de oudste ondernemingen van de Lage Landen", vertelt CEO Marc Aerts.

The post Brepols maakt jaarlijks vier miljoen agenda’s: ‘Ons bedrijf bestaat al langer dan België’ appeared first on Trends.be.

Tweede verblijven in het buitenland: vijf alternatieven voor een vakantiewoning

13 July 2026 at 20:50

Een tweede verblijf is lang niet de enige manier om zorgeloos van vakantie te genieten. Er bestaan verschillende alternatieven voor de aankoop van een vakantiewoning, met meer vrijheid, minder verplichtingen en een kleiner financieel risico. Drie experts vertellen hoe die formules werken en waarop u het best let. "Kijk door de marketing heen: het echte verschil zit in de totale kostprijs."

The post Tweede verblijven in het buitenland: vijf alternatieven voor een vakantiewoning appeared first on Trends.be.

Tweede verblijven in het buitenland: vijf alternatieven voor een vakantiewoning

13 July 2026 at 20:50

Een tweede verblijf is lang niet de enige manier om zorgeloos van vakantie te genieten. Er bestaan verschillende alternatieven voor de aankoop van een vakantiewoning, met meer vrijheid, minder verplichtingen en een kleiner financieel risico. Drie experts vertellen hoe die formules werken en waarop u het best let. "Kijk door de marketing heen: het echte verschil zit in de totale kostprijs."

The post Tweede verblijven in het buitenland: vijf alternatieven voor een vakantiewoning appeared first on Trends.be.

Van Werchter tot Wellington: podiumbouwer Stageco laat sterren schitteren over de hele wereld

30 May 2026 at 09:10

Wat in 1975 begon als een praktische oplossing voor een klein Vlaams festival, groeide uit tot de grootste podiumbouwer ter wereld. Met acht vestigingen, een miljoenenomzet en een internationale klantenlijst die leest als een muziekencyclopedie. "In de woonkamer van Bono hangt een foto met de kerk van Werchter."

The post Van Werchter tot Wellington: podiumbouwer Stageco laat sterren schitteren over de hele wereld appeared first on Trends.be.

Zo gebruikt u stekkerbatterijen veilig

26 May 2026 at 08:24

Stekkerbatterijen zijn vrij goedkoop, eenvoudig te installeren en razend populair. Maar wie ze in huis haalt, moet goed nadenken over de plaatsing, de veiligheid en de combinatie met andere toestellen.

The post Zo gebruikt u stekkerbatterijen veilig appeared first on Trends.be.

Eén op de zes werknemers is niet gemotiveerd: tips voor leidinggevenden en medewerkers

4 May 2026 at 07:57

Steeds meer werknemers zeggen dat ze niet of nauwelijks gemotiveerd zijn, leert de motivatiebarometer van Mensura. De welzijns- en preventiedienst geeft tips om die motivatie op te krikken.

The post Eén op de zes werknemers is niet gemotiveerd: tips voor leidinggevenden en medewerkers appeared first on Trends.be.

Eén op de zes werknemers is niet gemotiveerd: tips voor leidinggevenden en medewerkers

4 May 2026 at 07:57

Steeds meer werknemers zeggen dat ze niet of nauwelijks gemotiveerd zijn, leert de motivatiebarometer van Mensura. De welzijns- en preventiedienst geeft tips om die motivatie op te krikken.

The post Eén op de zes werknemers is niet gemotiveerd: tips voor leidinggevenden en medewerkers appeared first on Trends.be.

‘Te vlot is ook niet goed’: vijf tips om uw eerste verkopers aan te werven

20 April 2026 at 08:05

Als de oprichter van een bedrijf niet langer zelf alle verkopen kan regelen, hoe zorgt die er dan voor dat een externe medewerker dat even geloofwaardig doet?

The post ‘Te vlot is ook niet goed’: vijf tips om uw eerste verkopers aan te werven appeared first on Trends.be.

Hoe Belgian Cycling Factory de fietsindustrie hertekent: diehard fietsers maken betere fietsen

18 April 2026 at 09:00

Met vier eigen merken, een productie van 50.000 tweewielers per jaar en stevige groeicijfers is Belgian Cycling Factory een van de opvallendste spelers in de Europese fietsindustrie. Achter dat succes schuilen vakmanschap en scherpe strategische keuzes. "De combinatie van technische expertise en dagelijkse voeling met het product én de sport vormt het fundament van Belgian Cycling Factory", zegt oprichter en CEO Jochim Aerts.

The post Hoe Belgian Cycling Factory de fietsindustrie hertekent: diehard fietsers maken betere fietsen appeared first on Trends.be.

Zonnepanelen: waar kunt u terecht als een installateur failliet gaat of stopt?

14 April 2026 at 09:08

Van bijna een op de vier zonnepaneelinstallaties in ons land is de oorspronkelijke installateur niet meer in bedrijf. Duizenden eigenaars kunnen daardoor nergens meer terecht voor service, reparaties of opvolging. Bedrijven zoals Solar Assistance springen in dat gat.

The post Zonnepanelen: waar kunt u terecht als een installateur failliet gaat of stopt? appeared first on Trends.be.

Clock-O-Matic verzoent traditie met technologie: ‘Onze klokken moeten de tijd overleven’

8 April 2026 at 10:36

De klokken van de Notre-Dame in Parijs, uurwerken op Amerikaanse militaire begraafplaatsen wereldwijd en de grootste beiaard in Zuid-Korea: allemaal steunen ze op de expertise van Clock-O-Matic. De Belgische kmo is uitgegroeid tot een wereldspeler. "Vrienden waren op vakantie in Madrid en belden lachend dat de torenklok er niet juist stond. Wij hebben die vanuit Holsbeek meteen juist gezet."

The post Clock-O-Matic verzoent traditie met technologie: ‘Onze klokken moeten de tijd overleven’ appeared first on Trends.be.

Clock-O-Matic verzoent traditie met technologie: ‘Onze klokken moeten de tijd overleven’

8 April 2026 at 10:36

De klokken van de Notre-Dame in Parijs, uurwerken op Amerikaanse militaire begraafplaatsen wereldwijd en de grootste beiaard in Zuid-Korea: allemaal steunen ze op de expertise van Clock-O-Matic. De Belgische kmo is uitgegroeid tot een wereldspeler. "Vrienden waren op vakantie in Madrid en belden lachend dat de torenklok er niet juist stond. Wij hebben die vanuit Holsbeek meteen juist gezet."

The post Clock-O-Matic verzoent traditie met technologie: ‘Onze klokken moeten de tijd overleven’ appeared first on Trends.be.

Laurent Sorber van AI-specialist Superlinear: ‘De winnaar is wie de juiste problemen oplost’

29 March 2026 at 10:02

Acht jaar geleden werd Superlinear opgericht om organisaties efficiënter te maken. Vandaag telt het AI-bedrijf veertig medewerkers en werkt het voor klanten zoals de Haven van Antwerpen, Colruyt Groep en Atlas Copco. "Onze oplossing boekt efficiëntiewinsten van 10 tot 30 procent op systeemniveau."

The post Laurent Sorber van AI-specialist Superlinear: ‘De winnaar is wie de juiste problemen oplost’ appeared first on Trends.be.

Wanneer wordt een warmtepomp financieel interessant? ‘We zitten op een kantelpunt’

17 March 2026 at 08:00

Zelfs zonder de oorlog in Iran verschuiven de spelregels op de energiemarkt langzaam en onomkeerbaar. Is het nog verstandig een oude gasketel te vervangen door een nieuwe?

The post Wanneer wordt een warmtepomp financieel interessant? ‘We zitten op een kantelpunt’ appeared first on Trends.be.

Ondernemer Ashkan Joshghani schetst de onzekere toekomst van Iran: ‘Het debat wordt valselijk heel binair voorgesteld’

10 March 2026 at 11:34

De dood van grootayatollah Ali Khamenei roept bij veel Iraniërs gemengde gevoelens op. De hoop op het mogelijke einde van een repressief regime vloeit samen met de vrees voor wat daaruit kan ontstaan, zoals een burgeroorlog of een versplintering, analyseert Ashkan Joshghani, de oprichter van de Gentse spin-off Exoligamentz.

The post Ondernemer Ashkan Joshghani schetst de onzekere toekomst van Iran: ‘Het debat wordt valselijk heel binair voorgesteld’ appeared first on Trends.be.

Bita Ghorayshian (Belgische consultant met Iraanse roots): ‘We willen vooral dat onze mensen het overleven’

6 March 2026 at 12:36

Achter geopolitieke analyses schuilen families die onbereikbaar zijn, jeugdherinneringen aan oorlog en een voortdurende angst om slecht nieuws te ontvangen. Hoewel haar leven zich grotendeels in België afspeelde, blijft Iran voor freelanceconsultant en mental coach Bita Ghorayshian een deel van haar identiteit. "We volgen alles minuut per minuut, gewoon om te weten: leeft iedereen nog?"

The post Bita Ghorayshian (Belgische consultant met Iraanse roots): ‘We willen vooral dat onze mensen het overleven’ appeared first on Trends.be.

Antwerpse galeriehoudster Kathy Pedrami over Iran: ‘Na 47 jaar angst is de bevolking uitgeput’

4 March 2026 at 11:24

Voor Belgische ondernemers met Iraanse wortels gaat de oorlog in Iran niet louter over internationale politiek, maar over familie, vriendschappen en een geboorteland dat hen nooit heeft losgelaten. Dat geldt ook voor Kathy Pedrami, oprichtster van de Antwerpse Pedrami Gallery. ‘Zelfs na bijna dertig jaar in België duikt Iran nog altijd op in mijn nachtmerries.’

The post Antwerpse galeriehoudster Kathy Pedrami over Iran: ‘Na 47 jaar angst is de bevolking uitgeput’ appeared first on Trends.be.

Frucare vrolijkt uw cocktail op: ‘Soms zit het succes in een dun schijfje fruit’

21 February 2026 at 10:03

Doorzetten, experimenteren en kiezen voor kwaliteit en inclusie: dat zijn de ingrediënten waarmee Frucare in minder dan vier jaar uitgroeide tot een vaste waarde in de horeca. De gedroogde fruitschijfjes van het bedrijf belanden vooral in cocktails en mocktails. "Het enige wat ik niet gedaan heb, is een uitgebreid concurrentieonderzoek. Als je dat wel doet, word je een kopie", zegt oprichter en CEO Maxim Rosiers.

The post Frucare vrolijkt uw cocktail op: ‘Soms zit het succes in een dun schijfje fruit’ appeared first on Trends.

Frucare vrolijkt uw cocktail op: ‘Soms zit het succes in een dun schijfje fruit’

21 February 2026 at 10:03

Doorzetten, experimenteren en kiezen voor kwaliteit en inclusie: dat zijn de ingrediënten waarmee Frucare in minder dan vier jaar uitgroeide tot een vaste waarde in de horeca. De gedroogde fruitschijfjes van het bedrijf belanden vooral in cocktails en mocktails. "Het enige wat ik niet gedaan heb, is een uitgebreid concurrentieonderzoek. Als je dat wel doet, word je een kopie", zegt oprichter en CEO Maxim Rosiers.

The post Frucare vrolijkt uw cocktail op: ‘Soms zit het succes in een dun schijfje fruit’ appeared first on Trends.

‘Gen Z verkiest extra loon boven andere voordelen’

17 February 2026 at 06:58

Jongere werknemers willen liever een hoger nettoloon dan extralegale voordelen, blijkt uit een onderzoek van Robert Half. Het resultaat verrast, want jarenlang klonk dat vooral flexibele voordelen en cafetariaplannen in trek waren bij jong talent.

The post ‘Gen Z verkiest extra loon boven andere voordelen’ appeared first on Trends.

‘Gen Z verkiest extra loon boven andere voordelen’

17 February 2026 at 06:58

Jongere werknemers willen liever een hoger nettoloon dan extralegale voordelen, blijkt uit een onderzoek van Robert Half. Het resultaat verrast, want jarenlang klonk dat vooral flexibele voordelen en cafetariaplannen in trek waren bij jong talent.

The post ‘Gen Z verkiest extra loon boven andere voordelen’ appeared first on Trends.

Vlaamse ondernemer van Iraanse afkomst Ashkan Joshghani over de vrijheidsstrijd: ‘Het Iraanse volk zit in een deadlock’

16 January 2026 at 12:38

Terwijl Iran wegzakt in protest en repressie, voelen ook Belgische ondernemers met Iraanse roots de impact van het geweld. Voor Ashkan Joshghani (33), de oprichter van de Gentse start-up Exoligamentz, is Iran een open wonde. “Wat nu gebeurt, is schrijnend. Maar de gruwel raakt nauwelijks naar buiten. Overheden en technologiebedrijven moeten alles doen om communicatie in Iran mogelijk te maken.”

Ashkan Joshghani is de oprichter van Exoligamentz, een spin-off van de Universiteit Gent. Met zijn achtergrond in vechtsport en diergeneeskunde ontwikkelde hij een handschoen die vingergewrichten beschermt: “Een alternatief voor klassieke sporttape.” Achter dat ondernemerssucces schuilt een jeugd die onlosmakelijk verbonden is met Iran. “Ik ben in Vlaanderen geboren, maar mijn ouders vluchtten in 1989 met drie jonge kinderen naar België”, getuigt hij.

“Mijn moeder heeft ons gered. Ze zag dat Iran uitzichtloos werd voor de toekomst van haar gezin.” Ze maakte zowel de revolutie van 1979 als de oorlog met Irak mee. Die geschiedenis ontbreekt volgens Joshghani te vaak in de berichtgeving. De focus ligt op vandaag, niet op hoe het regime is ontstaan. “Vóór 1979 woedde in Iran een machtsstrijd tussen de monarchie, parlementaire krachten en geestelijken. Tegelijk behandelden grootmachten Iran, vanuit een Koude Oorlog-logica, als een strategisch speelveld met een verdeel-en-heerspolitiek en religie als dam tegen het communisme. Dat cyclische patroon speelt tot op vandaag.”

Verbroken banden en angstige berichten

Hoewel Exoligamentz geen enkele band heeft met Iran – “geen onderdelen, geen productie, helemaal niets” – blijft het land emotioneel dichtbij. Familiebanden zijn er nauwelijks nog. “De revolutie heeft zoveel verbroken. Families zijn uit elkaar gerukt, kinderen zijn niet samen opgegroeid. De banden herstellen is bijna onmogelijk.”

Uit zijn tijd als onderzoeker aan de UGent heeft hij nog contact met Iraanse ex-collega’s, die hier hun doctoraat deden. Hun verhalen zijn onrustwekkend. “Iemand kon onlangs tien seconden bellen met zijn broer in Iran. Langer lukte niet, omdat het internet voor de bevolking is platgelegd.” De broer vertelde dat de familie veilig is, maar dat er nu ook doden vallen in kleinere steden en dorpen. “Dat is nieuw. De straten staan vol zwaarbewapende revolutionaire gardes. Het is pure repressie.”

De afsluiting van het internet is volgens Joshghani een cruciale strategie van het regime. “Het is bewust. Ze willen de informatiestroom controleren, omdat ze weten wat gebeurt als moorden en executies gedocumenteerd worden. De internationale druk zou toenemen.” Daardoor is het voor de buitenwereld moeilijk om informatie te verifiëren.

Dat mensen protesteren, begrijpt hij volledig. “Dit is niet de eerste keer. Sinds 1979 zijn er herhaaldelijk massaprotesten geweest, telkens beantwoord met geweld, executies en gevangenisstraffen.” De katalysator verschilt: in 2022 was het de dood van Mahsa Amini, vandaag is het de economische crisis. “Maar de kern is dezelfde: een samenleving die de dictatuur wil stoppen.” Opvallend is dat het protest zich nu breder verspreidt. “Het zijn niet alleen studenten. Ook de bazaar, het economische hart van Iran, beweegt mee. Dat zegt alles.”

‘Het Iraanse regime wil de informatiestroom controleren, omdat men weet wat gebeurt als moorden en executies gedocumenteerd worden’

Ashkan Joshghani

CEO Exoligamentz

Een land met een enorm potentieel

Joshghani benadrukt dat Iran, ondanks alles, een land met een groot potentieel is. “Het land heeft een hoogopgeleide, ambitieuze bevolking met een rijke cultuur. Academisch, ondernemend, artistiek: Iraniërs voegen met weinig middelen en mogelijkheden overal waarde toe.” Dat potentieel wordt volgens hem al 47 jaar systematisch onderdrukt. “Sociaal, politiek, cultureel, economisch: overal heerst de dictatuur.”

De kloof tussen de samenleving en het regime wordt dieper, en de nieuwe generatie wordt zichtbaar progressiever. “Ongeveer de helft van de bevolking is jonger dan 35. Ondanks een extreem conservatief systeem weigert een groot deel daarin mee te gaan. Ze willen een andere toekomst.”

Over de toekomst is Joshghani tegelijk hoopvol en bezorgd. “De kern van de beweging is duidelijk: weg van de theocratische dictatuur, naar de opbouw van een democratische, seculiere en soevereine rechtsstaat, met het behoud van territoriale integriteit.” Maar de realiteit is hard. “Het volk zit in een deadlock. Ze willen dit regime weg, maar elke poging wordt met geweld onderdrukt.”

Buitenlandse interventies zijn volgens Joshghani niet altijd altruïstisch: economische belangen spelen mee, en ze zouden een ravage en instabiliteit nalaten. “Het Midden-Oosten is doelbewust ontwricht: ruïnes, miljoenen doden en miljoenen mensen op de vlucht.” Hij ziet de wanhoop. “Wat is het alternatief, als Iraniërs blijven sterven? Het is een schrijnend dilemma.”

‘Het blijft bewonderenswaardig hoe weerbaar Iraniërs zijn, en hoe ze ondanks beperkingen en repressie, alsnog een hoog academisch niveau bereiken’

Ashkan Joshghani

CEO Exoligamentz

Vrij ondernemen is onmogelijk

Dat hij een ondernemer is in België, dankt Ashkan Joshghani mee aan de context waarin hij hier kon opgroeien. “Met het huidige regime had ik in Iran absoluut niet dezelfde kansen gehad.” Hij wijst op het grote aantal Iraanse doctoraatsstuddenten aan de UGent. “Het blijft bewonderenswaardig hoe weerbaar Iraniërs zijn, en hoe ze ondanks beperkingen en repressie, alsnog een hoog academisch niveau bereiken. Maar echte kansen om daar een toekomst op te bouwen? Die zijn er nauwelijks.”

Zijn oproep is duidelijk en urgent. “Het internet moet open. Dat is nu de absolute prioriteit. Overheden en technologiebedrijven moeten alles doen om communicatie in Iran mogelijk te maken. Zonder internet blijft het volk geïsoleerd en kwetsbaar.” Voorlopig blijft hij toekijken, werken en spreken, vanuit België. “Ik ben bezorgd, ook over wat na een eventuele val van het regime komt. De transitie wordt cruciaal. Dit gaat over mensenrechten en over de verantwoordelijkheid van de wereld.”

The post Vlaamse ondernemer van Iraanse afkomst Ashkan Joshghani over de vrijheidsstrijd: ‘Het Iraanse volk zit in een deadlock’ appeared first on Trends.

Carrièreswitch voor vijftigplussers is realistischer dan ooit

7 January 2026 at 06:58

Meer dan 60 procent van de 55- tot 64-jarigen in België is aan het werk. Dat is een record. “Veel van hen zijn een nieuw hoofdstuk in hun carrière gestart”, stelt Pranvera Xhemajli van Sixie vast. “In tijden van arbeidskrapte zijn vijftigers en zestigers meer dan ooit waardevol én gewild”, vult Mathieu Vandenhende van Nestor aan.

Steeds meer Belgen herbekijken hun loopbaan na hun vijftigste. Soms uit noodzaak, soms omdat ze er zin in hebben, soms uit financiële overwegingen. Toen de uitzendspecialist Nestor tien jaar geleden begon als arbeidsbemiddelaar voor vijftigplussers en gepensioneerden, botste die groei nog op een hardnekkig taboe. “Wie de vijftig voorbij was, werd vaak als afgeschreven beschouwd”, zegt Mathieu Vandenhende, de gedelegeerd bestuurder van Nestor. “Grote bedrijven voerden collectieve ontslagen door, het brugpensioen was een veelgebruikte uitweg en er waren vooroordelen over de inzetbaarheid van oudere medewerkers.”

Die trend is vandaag gekeerd. De arbeidskrapte speelt in het voordeel van vijftig- en zestigplussers. “Bedrijven merken dat ervaring, betrouwbaarheid en stabiliteit troeven zijn, en dat de oudere werknemer van vandaag veel flexibeler denkt dan vroeger”, benadrukt Pranvera Xhemajli, businessunitmanager bij Sixie, een hr-specialist die zestigplussers begeleidt naar passende opdrachten.

Diverse mogelijkheden

Hoe pakken vijftigers en zestigers een carrièreswitch het beste aan? Alles begint bij nadenken over de verwachtingen, zeggen beide experts. Veel vijftigplussers botsen op een verschil tussen wat zij zoeken en wat de arbeidsmarkt biedt. “Een open blik hebben is belangrijk”, zegt Vandenhende. “Wie bereid is een iets lager loon te aanvaarden of een andere jobinvulling te overwegen, merkt vaak dat er veel kansen ontstaan.”

Daarbij is het belangrijk om de mogelijkheden te verkennen, want die zijn ruimer dan vaak gedacht. Pranvera Xhemajli: “Met uitzendarbeid kun je verschillende banen proberen zonder langdurige verplichtingen. Flexi-jobs zijn bijzonder populair bij gepensioneerden, onder meer omdat bedrijven er steeds meer voor openstaan en het loon volledig netto is – mensen betalen tot een bepaald bedrag geen belastingen of sociale bijdragen op hun flexiloon. En wie over een sterke expertise beschikt, kan kiezen voor freelance- of zelfstandige activiteiten en zo een klantenbestand uitbouwen.” Het omgekeerde komt ook voor: zelfstandigen die de zekerheid van een loontrekkende functie opzoeken, bijvoorbeeld om een pensioen op te bouwen.

Anderen vinden hun weg in deeltijds werk of in een lichtere versie van hun vroegere baan, bijvoorbeeld in administratieve taken. Of ze opteren voor een landingsbaan, die 55-plussers onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid biedt om hun wekelijkse arbeidsduur tijdelijk te verminderen met één dag of twee halve dagen per week. Volgens Mathieu Vandenhende is het takenpakket verrassend gevarieerd, “van magazijnwerk of leveringen tot administratieve ondersteuning, commerciële opdrachten of enkele dagen per week helpen op kantoor.”

‘Bedrijven merken dat ervaring, betrouwbaarheid en stabiliteit troeven zijn, en dat de oudere werknemer van vandaag veel flexibeler denkt dan vroeger’

Pranvera Xhemajli

businessunitmanager

Zelfreflectie

“Veel mensen twijfelen”, ervaart Pranvera Xhemajli. “Is dit het juiste moment om te veranderen? Kan ik een andere baan vinden? Zal ik die kans überhaupt krijgen?” Ze merkt dat begeleiding essentieel is, omdat de onzekerheden vaak niet alleen professioneel, maar ook financieel van aard zijn. “Sommige mensen haken af uit bezorgdheid over de financiële voorwaarden, zoals de opgebouwde voordelen bij hun huidige werkgever.”

Veel vijftigers en zestigers kiezen ervoor om uitvoerende taken op zich te nemen zonder zware verantwoordelijkheid, merkt Nestor. Dat betekent echter niet dat de job minder waardevol is; voor velen voelt dat juist bevrijdend. Mathieu Vandenhende: “Wie overstapt naar lichtere of deeltijdse functies, moet soms zijn loonverwachtingen bijstellen, maar voor velen weegt het nieuwe evenwicht – meer tijd voor familie, hobby’s of kleinkinderen – ruimschoots op tegen dat verschil.”

Om de juiste match te vinden start Sixie vaak met een traject van zelfreflectie. Wie ben ik vandaag? Wat kan ik? Wat wil ik? Waar krijg ik energie van en wat wil ik niet meer doen? Door dat grondig te onderzoeken, kunnen mensen beter inschatten welke richting voor hen zinvol is en welke baan het beste past bij hun levensfase en ambitie. Daarbij benadrukt Xhemajli dat realisme belangrijk is: “Het vinden van een nieuwe functie kan tijd vragen, maar de vraag naar ervaren kandidaten blijft groot.”

Geen midlifecrisis

“VDAB biedt loopbaanbegeleiding aan, maar die richt zich vooral op mensen die nog midden in hun carrière staan”, zegt Mathieu Vandenhende. “Er zijn in Vlaanderen loopbaancheques beschikbaar voor werknemers, die ze kunnen gebruiken via erkende loopbaancentra”, tipt Pranvera Xhemajli. “Maar we merken dat die vaak zeer snel weg zijn. Bij de vorige uitgave van de loopbaancheques waren ze bijvoorbeeld na zeven minuten volledig uitverkocht.”

Vandenhende vult aan: “De overheid had vroeger extra steunmaatregelen voor oudere werknemers, maar die zijn midden 2023 afgeschaft. Specifieke subsidies voor loopbaanbegeleiding van vijftigplussers bestaan dus helaas niet meer.”

Tot slot beklemtoont Xhemajli dat een carrièreswitch op latere leeftijd geen midlifecrisis is, maar een volwassen beweging in de loopbaan. “Na jarenlang te hebben gegeven aan gezin, werkgever en maatschappij, kiezen veel mensen dan vaak het werk dat honderd procent bij hen past. Het is meer dan de moeite waard om die stap te durven zetten.”

Voor wie is een late carrièreswitch interessant?

1/ De actieve vijftigplusser die nog vooruit wil

Zij willen hun carrière tot hun pensioenleeftijd volop voortzetten. Ze zijn vaak op zoek naar een nieuwe uitdaging, een beter evenwicht, of een baan die beter aansluit bij hun waarden.

2/ De vroege pensioenreiziger die actief wil blijven

Steeds meer mensen gaan zo snel mogelijk met pensioen, maar willen toch enkele dagen per week blijven werken – om bezig te blijven, sociale contacten te onderhouden of wat bij te verdienen. Ze kiezen voor lichtere of minder verantwoordelijke taken dan tijdens hun hoofdcarrière.

3/ Mensen die hun baan verliezen na hun vijftigste

Hoewel die groep kleiner is dan vroeger, komt het uiteraard nog voor. Maar anders dan tien jaar geleden raken de meesten vrij vlot weer aan de slag. Sommigen vinden hun weg als zelfstandige of consultant, anderen via de VDAB, uitzendarbeid of flexi-jobs.

The post Carrièreswitch voor vijftigplussers is realistischer dan ooit appeared first on Trends.

Onlinefraude piekt rond feestdagen en vakanties

6 January 2026 at 06:31

De ondernemer Peter Van Welden speelde in drie maanden 300.000 euro kwijt door oplichters. In zijn boek Opgelicht vertelt hij hoe een schijnbaar onschuldige kennismaking online uitgroeide tot een destructieve valstrik. “Onlinefraudeurs maken vaak gebruik van specifieke momenten om mensen te misleiden”, waarschuwt Mary Ann Borgers van de slachtofferhulporganisatie Neniu.

In maart 2024 ontving Peter Van Welden een LinkedIn-bericht van een vrouw die zei in Groot-Brittannië te wonen. Ze wilde via ondernemerscontacten België beter leren kennen, met het oog op mogelijke investeringen in ons land. “In het begin was ik voorzichtig, want je krijgt natuurlijk veel van dit soort berichten en uitnodigingen”, getuigt Van Welden. “Maar haar toon bleef heel professioneel en vriendelijk. En ze leek me erg goed te kennen, want ze wist allerlei details van mijn carrière. Uiteindelijk ben ik via berichten met haar beginnen te communiceren.”

De vertrouwensrelatie die daaruit voortvloeide, werd de hefboom voor de oplichters. Enkele weken later volgde de vraag of Van Welden wilde investeren in bitcoins. “Ik begon met een kleine storting. Op grafieken, die achteraf vals bleken te zijn, zag ik indrukwekkende rendementen. Dat overtuigde me om nog meer te investeren.” Het ging al snel om duizenden euro’s.

Toen Peter Van Welden enige tijd later een deel van zijn geld terug wilde krijgen, begon het echte bedrog. “We zullen er alles aan doen om te zorgen dat je dat bedrag terugkrijgt”, klonk het. Van Welden werd doorgestuurd naar verschillende contactpersonen bij diverse malafide beleggingsplatformen. “Ik kreeg de boodschap dat een terugbetaling op dat moment moeilijk was. Ik moest opnieuw investeren om te bewijzen dat ik betrouwbaar en mijn bedrijf financieel gezond was.”

Dat patroon herhaalde zich meerdere keren, op een geraffineerde en professionele manier, totdat Peter Van Welden uiteindelijk besloot de stekker eruit te trekken. “Het is altijd moeilijk zoiets te accepteren. Je verliest geld en probeert het terug te krijgen, maar op een gegeven moment moet je het loslaten.” Voor Van Welden speelde gêne ook een rol. Hij voelde zich geïsoleerd. “Ik deed het in stilte, handelde uit schaamte. Toen mijn vrouw erachter kwam, ben ik alles kwijtgeraakt: mijn geld en mijn relatie. Ik ben heel diep gevallen.”

‘Zolang mensen geloven dat snel geld verdienen mogelijk is, blijven ze kwetsbaar. Dat geldt voor ondernemers en particulieren’

Peter Van Welden

Ondernemer

Snel handelen

Mary Ann Borgers van Neniu, een organisatie die sinds 2014 slachtoffers van onlinefraude helpt, herkent het patroon. Ook zij werd ooit benaderd met een aanbod voor een lening, maar ontdekte al snel dat het om oplichting ging. “Ik moest een commissie betalen voordat ik de lening kreeg. Dat klopte niet. Gelukkig had ik op dat moment geen geld, anders was ik in de val gelopen.” Die ervaring leidde ertoe dat ze ging onderzoeken hoe oplichters te werk gaan.

Borgers geeft enkele concrete adviezen om onlinefraude te voorkomen: klik nooit zomaar op links in e-mails, geef nooit je pincode via de telefoon, en controleer altijd zorgvuldig de afzender van een e-mail of de URL. “De bank zal nooit een pincode of handelingen op je computer vragen. Als je twijfelt, bel dan altijd terug via het officiële nummer van de bank, niet het nummer dat in de e-mail staat.”

Eén klik kan het verschil maken tussen veilig blijven en een slachtoffer worden. “Er zijn veel communicatiekanalen en je moet kritisch met elk kanaal omgaan. Geloof niet alles wat je op het internet ziet of hoort, en controleer altijd de bronnen.”

Als mensen toch in een val trappen, is snel handelen cruciaal. “Doe altijd aangifte bij de politie. Dat helpt de overheid ook om een beter beeld te krijgen van wat er gebeurt”, legt Borgers uit. Daarnaast is contact opnemen met de bank essentieel. Moderne banken bieden Card Stop en klantenservice aan, die 24 uur per dag bereikbaar zijn. In sommige gevallen is het mogelijk een overschrijving te blokkeren of terug te halen, al is dat niet altijd gegarandeerd.”

Ann Borgers adviseert ook zo veel mogelijk betalingen met een kredietkaart te doen, omdat die vaker nog kunnen worden teruggedraaid in geval van fraude. Peter Van Welden stapte naar de politie, het gerecht en advocaten, maar botste op een harde realiteit. “Het geld werd via cryptowallets verplaatst buiten Europa. Daarna viel alles stil. Ons systeem is duidelijk niet in staat dit type fraude op te sporen of te vervolgen.”

Afrikaanse prins

Door een boek uit te brengen en lezingen te geven krijgt Peter Van Welden regelmatig berichten van andere slachtoffers. “Het zijn schrijnende verhalen. Mensen die een miljoen euro kwijt zijn. Zelfstandigen die hun winkel niet meer durven binnen te stappen, omdat ze bang zijn dat klanten iets zullen merken. Partners die nergens van weten.” Volgens Van Welden worden slachtoffers te vaak behandeld alsof zij de schuldigen zijn. “Dat maakt de drempel om te praten nog hoger.”

Bovendien wordt de fraude persoonlijker. Geen vage Afrikaanse prins of de weduwe van een gefortuneerde president die miljoenen belooft, maar mensen die je achtergrond kennen, je leefwereld binnendringen en je vertrouwen misbruiken. Volgens Van Welden speelt nog iets anders: onze cultuur van snel rendement en groei. “Zolang mensen geloven dat snel geld kunt verdienen, blijven ze kwetsbaar. Dat geldt voor ondernemers en particulieren. Fraudeurs weten dat en spelen daarop in.”

Oplichters maken vaak gebruik van specifieke momenten om mensen te misleiden. Mary Ann Borgers: “Vlak voor de feestdagen of rond vakanties zien we altijd een piek. Mensen hebben plots geld nodig en zijn kwetsbaarder voor fraude”, legt Borgers uit. “Een gouden tip: als iets te aantrekkelijk klinkt, zeker online en via onbekenden, wees dan extra alert.”

Durven praten

Slachtoffers zwijgen vaak maandenlang, of zitten gevangen in ontkenning. “De grootste fout die ik heb gemaakt, was zwijgen. Als je twijfelt, praat dan met iemand. Wacht niet tot je put zo diep is dat je er bijna niet meer uitgeraakt”, zegt Peter Van Welden. “De dag dat je erover durft te praten, begint het herstel. Ik kreeg ongelooflijk veel steun toen ik mijn verhaal deelde. Maar je hebt moed nodig. Je hebt zoveel verloren, dat praten aanvoelt als nóg een risico.”

Bijna 10 miljoen meldingen bij Safeonweb in 2025

Het afgelopen jaar stuurden alerte burgers bijna 10 miljoen verdachte berichten door naar verdacht@safeonweb.be. Safeonweb is het onlineplatform van het Centrum voor Cybersecurity België (CBB). “Phishing is allerminst op zijn retour”, besluit CBB. “Oplichters zetten nog steeds massaal phishingcampagnes op touw.”

Uit een bevraging blijkt dat 43 procent van de Belgen verdachte berichten doorstuurt. “Deze stroom aan informatie is van onschatbare waarde voor ons phishingschild, het BAPS-systeem en stelt ons in staat om burgers sneller te waarschuwen.” In 2025 kon CBB op die manier 200 miljoen keer mensen doorverwijzen naar een waarschuwingspagina, nadat ze hadden geklikt op de verdachte links.

Lees ook de tips van financieel toezichthouder FSMA (Wat als je opgelicht bent?) en de Economische inspectie (Slachtoffer van bedrog? Wat kunt u doen?)

The post Onlinefraude piekt rond feestdagen en vakanties appeared first on Trends.

Stamhoofd digitaliseert het verenigingsleven

5 January 2026 at 13:02

De Warmste Week, de jaarlijkse actie van de VRT voor het goede doel, geeft telkens een boost aan het verenigingsleven. Dat is ook wat – op een heel andere manier uiteraard – Stamhoofd wil doen met zijn software. “Meer dan 2.000 verenigingen gebruiken mijn systeem al.”

In veel Vlaamse verenigingen verlopen de administratie en de communicatie nog altijd met papieren registers, Excel-bestanden en losse cashbetalingen. Stamhoofd ontwikkelde een digitaal platform in de vorm van een mobiele app en een website, ontworpen om het verenigingsleven te moderniseren en te digitaliseren. De gebruikersfocus ligt op sportclubs, jeugdbewegingen, culturele verenigingen, muziek- en theatergroepen en scholen.

Simon Backx, afgestudeerd in industriële informatica en nadien werkzaam in IT, ontwikkelde Stamhoofd initieel in bijberoep: “Ik bouwde een digitale oplossing voor mijn vroegere Scouts-groep in Wetteren. Daar verliep de administratie behoorlijk chaotisch; handgeschreven documenten werden overgetypt, soms nogmaals ingegeven in het systeem van de koepelorganisatie. Vaak ging geld verloren, omdat niet duidelijk was wie al betaald had voor een activiteit.” Zijn systeem werkte zo goed, dat na een tijdje ook andere verenigingen erom vroegen. Zo is uiteindelijk enkele jaren geleden Stamhoofd ontstaan.

Vandaag gebruiken meer dan 2.000 organisaties en 150.000 mensen Stamhoofd, goed voor jaarlijks zo’n 25 miljoen euro aan transacties. Dat geld komt van inschrijvingen en lidgelden, maar ook de ticketverkoop voor fuiven en eetfestijnen, of andere evenementen zoals een tombola of wafelenbak.

Drie in één

De app combineert drie belangrijke functies. Eerst en vooral de ledenadministratie en veiligheid. Verenigingen kunnen eenvoudig een account aanmaken en hun leden toegang geven. Via het ledenportaal kunnen mensen online inschrijven, lidgeld betalen en medische gegevens invoeren. “Bij een ongeval, bijvoorbeeld als een kind valt tijdens een jeugdactiviteit, kan de leiding snel de ouders contacteren en controleren of er allergieën zijn”, illustreert Simon Backx.

Met Stamhoofd kunnen organisaties ook evenementen beheren, tickets verkopen en merchandising aanbieden. Ook traditionele fondsenwervende acties, zoals eetfestijnen, kunnen via het platform verlopen. Tijdens De Warmste Week zetten veel van die verenigingen een extra stap, door met Stamhoofd hun inzamelacties te organiseren. “Dit is relevant voor een breed scala aan verenigingen, van sportclubs en jeugdbewegingen tot theatergroepen, koren, muziekverenigingen en scholen”, klinkt het. Tot slot is er de communicatie. Hoewel leden nog niet onderling kunnen chatten via Stamhoofd, kunnen leidinggevenden via de oplossing wel eenvoudig e-mails en sms’jes sturen naar alle leden. “Zo weet iedereen over verplaatste activiteiten, wijzigingen of belangrijke mededelingen”, zegt Backx.

Fors besparen

De groei van Stamhoofd verliep tot nu vooral via mondreclame. In de App Store scoort de app een indrukwekkende 4,9 op 5. Niet alleen kleinere verenigingen maken gebruik van het platform, ook grotere organisaties zoals Johnson & Johnson, Thomas More en HoGent zetten Stamhoofd in voor interne evenementen, zoals personeelsactiviteiten.

Daarnaast werken jeugdkoepels als KSA en FOS Open Scouting met een gepersonaliseerde whitelabelversie, ondergebracht in de aparte vzw Tipi. “Vaak willen koepels hun IT in eigen huis houden, maar dat kost te veel en is niet meer van deze tijd. Door ze onder één dak te brengen en samen te investeren, kan fors bespaard worden. Zo hoeft niet elke jeugdvereniging het wiel opnieuw uit te vinden”, zegt Simon Backx.

In België bestaan ook andere digitale systemen voor verenigingen, zoals Twizzit en Ordolio. Zij ondersteunen verenigingen met ledenbeheer, administratie en sponsorwerving. Ordolio wil met meer dan 500 aangesloten verenigingen en zes federaties in Vlaanderen en Wallonië bijvoorbeeld ook uitgroeien tot de digitale ruggengraat achter het Belgische verenigingsleven.

‘Het belangrijkste is gebruiksvriendelijkheid en betaalbaarheid. Onze app werkt intuïtief. Dat vertellen mensen ook in de online reviews’

Simon Backx

Stamhoofd heeft volgens Simon Backx al een voorsprong: “Het belangrijkste is gebruiksvriendelijkheid en betaalbaarheid. Onze app werkt intuïtief. Dat vertellen mensen ook in de online reviews. Daarnaast zijn onze prijzen zeer democratisch. Bij veel andere systemen betaal je kunstmatig hoge transactiekosten of verborgen kosten, bij ons is dat minimaal. De app en website van Stamhoofd zijn bovendien open source.” Dat betekent dat de broncode van de software openbaar beschikbaar is. Iedereen kan die broncode inzien, gebruiken, aanpassen of verder ontwikkelen, afhankelijk van de licentievoorwaarden.

Ook het verdienmodel van Stamhoofd is erg transparant. Verenigingen betalen 1 euro per lid per jaar om de administratie te beheren, en 2 procent van de omzet op verkopen zoals tickets voor evenementen via het platform, met een maximum van 20 cent per ticket. “Verenigingen zijn de bron van zoveel mooie vriendschappen, herinneringen en ervaringen. Met Stamhoofd willen we hen helpen op een betaalbare manier te digitaliseren”, benadrukt Simon Backx.

Hij schat dat verenigingen honderden euro’s per jaar besparen, als ze Stamhoofd gebruiken. “Een slechte administratie kan al snel 300 euro of meer kosten aan gemiste of niet opgehaalde inkomsten. Met Stamhoofd verloopt alles veel soepeler, en de investering verdien je terug.”

Extra functies

Simon Backx werkt samen met één collega, zijn broer Bjarne Backx, handelswetenschapper van opleiding. “Onze groei is nog overzichtelijk, maar we plannen de komende jaren uit te breiden, nu ook het gebruik fors groeit”, zegt Simon Backx. “De app wordt binnenkort meertalig, met ondersteuning voor Frans. Ook de markt van Nederland wordt verkend. “We kunnen onze app wel niet één-op-één vertalen en in andere regio’s lanceren. Culturele verschillen zijn belangrijk. In België is het bijvoorbeeld normaal dat verenigingen wafels verkopen voor fondsenwerving, iets wat in andere Europese landen minder gebruikelijk is.”

Ook volgen in de nabije toekomst nog extra functies. Zo krijgt de app binnenkort een activiteitenkalender en extra communicatietools. “We werden onlangs ook geselecteerd om deel te nemen aan het acceleratorprogramma Start it @KBC”, besluit Simon Backx. “Met die begeleiding willen we Stamhoofd nog steviger op de rails zetten, zonder onze initiële overtuiging te lossen. We geloven dat verenigingen veel efficiënter kunnen werken door te investeren in digitale oplossingen.”

The post Stamhoofd digitaliseert het verenigingsleven appeared first on Trends.

De Finse werkcultuur is ook mogelijk in Belgische bedrijven

26 November 2025 at 07:44

In Finland is een evenwichtige work-lifebalance al jarenlang meer dan een modewoord, het is een vanzelfsprekendheid. Werk en privéleven lopen er intuïtief in elkaar over, met wederzijds vertrouwen als hoeksteen. Een opmerkelijk laag ziekteverzuim is een van de gevolgen.

Een ziek familielid, een kapotte vaatwasser of zelfs een gebroken hart, bij Solita hoeven medewerkers daar geen vakantie voor te vragen. “Wij vinden dat een werkgever ook een maatschappelijke rol te spelen heeft”, zegt Liese Hennus, directeur People & Culture bij het technologie- en databedrijf Solita Belgium. “Onze mensen moeten voelen dat we hen steunen, niet alleen op het werk, maar ook daarbuiten.”

Die visie vertrekt vanuit een eenvoudig maar krachtig principe: de driehoek tussen de medewerker, de klant en de organisatie. Die driehoek moet in balans blijven. “Elke beslissing toetsen we aan één vraag: heeft dit een positieve impact op onze mensen, onze klanten én ons bedrijf?” legt Hennus uit.

Opvallend lage ziektecijfers

Het resultaat is een bedrijfscultuur waarin menselijke noden centraal staan. Via een digitaal platform kunnen medewerkers ondersteuning krijgen bij persoonlijke uitdagingen, zoals gesprekken met psychologen, hulp bij stress en begeleiding bij slaapproblemen. “Onze mensen krijgen daarbij toegang tot bijpassende oefeningen, alsook een aantal sessies met een expert”, zegt Hennus. Daarnaast heeft iedere medewerker een coach die niet alleen over prestaties, maar ook over het welzijn en de ontwikkeling van medewerkers waakt. Liese Hennus: “De coaches praten met de medewerkers over hoe het echt met hen gaat.”

Dat vertrouwen vertaalt zich in opvallend lage ziektecijfers. In 2024 bedroeg het ziekteverzuim bij Solita in ons land amper 1,4 procent. Het Belgische gemiddelde zit rond 10 procent. “Als je mensen meer autonomie en vrijheid geeft, daalt de druk. Daardoor vallen ze minder snel uit”, benadrukt Liese Hennus.

‘Begin klein. Vraag tijdens een meeting eens hoe het met mensen gaat’

Liese Hennus, Solita Belgium

Volgens de organisatiepsycholoog Eva De Winter, de voorzitter van de Vereniging voor Arbeids- en Organisatiepsychologie (Vocap) en de zaakvoerder van Rewire, is die aanpak in België uitzonderlijk: “Ik hoor zelden dat bedrijven zo ver gaan in hun flexibiliteit. Het is een mooi voorbeeld van vertrouwen en mensgericht beleid, maar dit werkt alleen als het ingebed is in de cultuur en de structuur van de organisatie. En het moet ook passen bij de aard van de baan en de bedrijfsactiviteiten. Niet elke organisatie kan dit zomaar kopiëren.”

Peilen, luisteren en bijsturen

Om de vinger aan de pols te houden stuurt Solita om de drie weken een korte anonieme welzijnsenquête uit. “Dat lijkt vaak, maar medewerkers weten dat hun feedback serieus genomen wordt: we koppelen snel terug, en dat schept vertrouwen”, zegt Liese Hennus. Die peilingen meten onder meer de autonomie, de loopbaanontwikkeling, de flexibiliteit en de werkdruk. “We bekijken vooral trends over langere tijd. Zo merkten we dat veel mensen behoefte hadden aan duidelijkere loopbaanpaden. Daar hebben we actief op ingezet.”

Een ander concreet resultaat: het Leuvense kantoor werd te klein. “Mensen gaven aan dat ze wel naar kantoor wilden komen om te connecteren, maar dat er soms te weinig plaats en te veel lawaai was”, schetst Liese Hennus. “We hebben daarom een groter kantoor gehuurd. Met dat soort feedback gaan we meteen aan de slag.” Nog een voorbeeld: na vragen over mobiliteit schakelde het bedrijf ook over van bedrijfswagens in eigen aankoop naar een leasingformule, volledig afgestemd op wat medewerkers belangrijk vinden.

Een flexibele wisselwerking

Bij Solita werkt flexibiliteit in twee richtingen. “Je krijgt veel vrijheid, maar we verwachten ook betrokkenheid”, vertelt Liese Hennus. “We vragen niemand om voltijds op kantoor te zitten, maar als er een belangrijke meeting is, verwachten we wel dat ze erbij zijn.”

Ook Eva De Winter onderstreept dat punt: “Vrijheid is prachtig, maar vraagt maturiteit en duidelijke afspraken binnen teams. Het is geen vrijheid, blijheid. Er moet een evenwicht zijn tussen autonomie en verantwoordelijkheid. Teams moeten goed afstemmen, zodat de continuïteit van het werk gewaarborgd blijft.”

Als iemand onverwacht niet kan werken, zoekt het bedrijf samen met de medewerker een oplossing. “Soms betekent dat tijdelijk minder werken, soms een andere regeling”, zegt Hennus. “Het belangrijkste is dat we meedenken, niet dat we een rigide oplossing opleggen.”

Die autonomie vraagt ook volwassenheid en zelfsturing. Liese Hennus: “Voor wie uit bedrijven komt met veel regels, is dat soms wennen. Wij controleren niet wat je overdag doet. We vertrouwen erop dat je je werk doet. Dat vertrouwen is wederzijds.”

Volgens Eva De Winter begint dat bij leiderschap: “Zulke modellen vragen een positief mensbeeld. Je moet geloven dat mensen het juiste doen als je hen vrijheid geeft. Dat vergt ook leiders die vertrouwen durven geven en die het kader scheppen waarin die autonomie kan floreren.”

Twee vestigingen, één filosofie

Solita heeft in België 71 medewerkers, verspreid over een hoofdkantoor in Leuven en een kleiner satellietkantoor in Gent. Wereldwijd werken meer dan 2.200 mensen voor Solita, verspreid over tien landen. Hoewel de basisprincipes in alle landen dezelfde zijn, krijgt elke vestiging de vrijheid om het beleid aan te passen aan de lokale context.

“Een kantoor met 71 mensen heeft een andere maturiteit dan een met 1.500”, zegt Liese Hennus. “In Finland is de structuur nog losser, met minder formele KPI’s”, vertelt Hennus. “In België merken we dat mensen toch net ietsje meer duidelijkheid en structuur nodig hebben. We vertalen de Finse waarden naar wat hier werkt.”

Eva De Winter onderstreept wel dat allicht niet iedereen zich goed voelt bij zo’n model: “Sommige mensen hebben nood aan meer structuur en voorspelbaarheid. Daarom is het belangrijk dat medewerkers bewust kiezen voor zo’n organisatiecultuur. Het werkt alleen als het aansluit bij wie je bent.”

Hoewel het Finse werkmodel niet overal één-op-één toepasbaar is, gelooft Liese Hennus dat elk bedrijf er inspiratie uit kan halen. “Begin klein”, raadt ze aan. “Vraag tijdens een meeting eens hoe het met mensen gaat. Creëer bewustzijn bij leidinggevenden dat welzijn meer is dan regels of voordelen. Het gaat om meedenken met je mensen.”

“Wie zijn mensen écht ziet en steunt, krijgt dat honderdvoudig terug”, besluit Liese Hennus. En precies dat, zegt De Winter, is waar veel organisaties nog van kunnen leren. “Vertrouwen is geen risico, het is een investering.”

Lees ook: Leeft u al sisu? De Finse levenfilosofie kan Europa redden

The post De Finse werkcultuur is ook mogelijk in Belgische bedrijven appeared first on Trends.

Belgische legaltechs Lawcloud en Nexa AI bundelen de krachten: ‘AI wordt een sparringpartner van de advocaat’

17 November 2025 at 14:54

De Belgische legaltechbedrijven Lawcloud en Nexa AI slaan de handen in elkaar om advocatenkantoren te versterken met artificiële intelligentie. Hun samenwerking moet het opstellen van conclusies, adviezen en analyses niet alleen sneller, maar ook inhoudelijk scherper maken. “Onze AI stelt vragen, dwingt de gebruiker kritisch te denken en laat de advocaat beslissen.”

Lawcloud, opgericht in 2017 en geleid door Joeri Maes, is een van de toonaangevende aanbieders van legal practice management software in België. Zijn platform centraliseert zowat alles wat een advocatenkantoor nodig heeft: het beheer van dossiers, partijen, facturen, documenten en communicatie – volledig geïntegreerd met Microsoft Office 365. “We willen het kloppende hart van een advocatenkantoor zijn”, legt Joeri Maes uit. “Vanuit één platform moet een advocaat alles kunnen doen: van een e-mail sturen tot een aangetekende zending via bpost, een digitale handtekening via Connective of het registreren van telefoongesprekken via Fonzer. Ons doel is een ecosysteem uit te bouwen waarin alle relevante tools naadloos samenwerken.”

Dat ecosysteem kreeg zopas een stevige uitbreiding met de integratie van Nexa AI, een start-up in juni opgericht door Jasper D’Hooghe en Sam Van Praet. D’Hooghe verdiende eerder zijn sporen als chief commercial officer bij het leerplatform MobieTrain en was als CEO verantwoordelijk voor de internationale groei van het brillen- en lifestylemerk Komono. Nexa AI ontwikkelde een AI-assistent die advocaten helpt complexe dossiers te verwerken. Hij leest documenten in, vat ze samen, maakt tijdlijnen op, herkent de standpunten van partijen, analyseert juridische argumenten en stelt gerichte vragen om de redenering te verscherpen. Jasper D’Hooghe: “De technologie zegt niet ‘dit is het antwoord’. Ze stelt vragen als ‘heb je hieraan gedacht?’ of ‘waarom gebruik je dit argument?’. Zo blijft de advocaat de eindbeslisser, maar krijgt hij wel een sparringpartner die snel informatie doorploegt en verbanden legt.”

Gevaren van AI

Jasper D’Hooghe heeft geen juridische achtergrond, maar heeft verschillende vrienden die in de advocatuur actief zijn: “Toen ik zag hoeveel tijd ze spenderen aan het schrijven van conclusies en het analyseren van ellenlange dossiers, wist ik dat AI daar een enorme efficiëntiewinst kon brengen. Onze software helpt hen conclusies en adviezen sneller en beter te schrijven. In plaats van uren te spenderen aan het doorploegen van dossiers, kan de advocaat focussen op de essentie, de strategie, de redenering en overtuigingskracht.” Volgens Nexa werken advocaten twee tot drie keer sneller, of kunnen ze in dezelfde tijd een veel beter onderbouwde argumentatie ontwikkelen. Al meer dan 25 kantoren gebruiken de tool, waaronder Lydian, Elegis, Lawtree en Desdalex.

De samenwerking tussen beide bedrijven is niet oppervlakkig. Nexa’s AI-assistent zit volledig ingebed in de interface van Lawcloud, zodat advocaten vanuit hun vertrouwde omgeving AI-functies kunnen oproepen. Andere juridische softwaresystemen kunnen ook worden gekoppeld aan Nexa als een aparte applicatie, maar minder uitgebreid en naadloos als via Lawcloud.

‘Samen bouwen we de komende jaren aan een pan-Europees ecosysteem. Daar wacht de advocatuur al jaren op’

Joeri Maes,

Lawcloud

De samenwerking komt er op een moment dat de juridische wereld zich steeds bewuster wordt van de potentiële gevaren van onoordeelkundig AI-gebruik. Zo haalde het Gentse hof van beroep onlangs hard uit naar een advocaat voor wat het hof omschreef als “onoordeelkundig en ongecontroleerd gebruik van artificiële intelligentie”. “Generieke taalmodellen zoals ChatGPT kunnen hallucineren of rechtsartikelen verzinnen”, verduidelijkt Jasper D’Hooghe. “Daarom is onze AI niet autonoom, maar ondersteunend. Ze stelt vragen, dwingt de gebruiker kritisch te denken en laat de advocaat beslissen.” De oplossing van Nexa werkt met juridisch getrainde AI-modellen die zich baseren op betrouwbare bronnen en interne databanken van het kantoor.

Tweede golf

Lawcloud telt duizenden gebruikers in België en Nederland. Het bedrijf heeft vestigingen in Antwerpen, Amsterdam en Dubai en werkt hard aan verdere internationale uitbreiding. Ook Nexa AI denkt grensoverschrijdend. “De Belgische markt is ons vertrekpunt”, zegt Jasper D’Hooghe. “Maar het juridische landschap is per land anders. We willen stap voor stap uitbreiden, met partners die de lokale regelgeving en gewoontes kennen.” De samenwerking met Lawcloud is daarin een belangrijke troef. “Samen bouwen we de komende jaren aan een pan-Europees ecosysteem voor advocaten”, blikt Joeri Maes vooruit. “Eén toegangspunt, één omgeving, waarin de beste technologieën samenwerken. Daar wacht de advocatuur al jaren op.”

De Belgische legaltechsector heeft de voorbije jaren een opvallende evolutie doorgemaakt. Waar in het begin vooral proces- en workflowautomatisering centraal stond, is er vandaag een tweede golf, gedreven door artificiële intelligentie (AI).

‘Perfectie is bijna vereist in de legaltechsector. Een fout kan zware gevolgen hebben’

Frederik Tibau,

Agoria

Henchman zette de Belgische legaltech internationaal op de kaart. Het bedrijf werd vorig jaar verkocht voor 150 miljoen euro. Frederik Tibau, expert digital innovation & growth bij Agoria, benadrukt dat timing en strategie daarbij cruciaal waren: “Henchman was op het juiste moment op de juiste plaats. Het had een sterk team en een goed product dat precies aansloot bij de behoeften van LexisNexis, het Amerikaanse bedrijf dat Henchman overnam.”

Toch blijft legaltech in België een zeer kleine niche. Over de afgelopen vier jaar haalden Belgische legaltechbedrijven ongeveer 50 miljoen euro op, een fractie van het Europese totaal van 350 tot 400 miljoen euro. Frederik Tibau verduidelijkt: “We zien een kwalitatief momentum, maar geen massale groei. Start-ups die dicht bij hun klanten staan en betrouwbare tools aanbieden, hebben de grootste kans op succes. Perfectie is bijna vereist in deze sector. Een fout kan zware gevolgen hebben. Start-ups die zich richten op specifieke niches en betrouwbare algoritmes ontwikkelen, hebben daarom een groot voordeel.”

Commercieel model

De komst van AI in de advocatuur roept ook onvermijdelijk vragen op over de toekomst van het beroep van advocaat. “AI zal die mensen niet vervangen”, benadrukt Joeri Maes. “Maar de advocaat die AI gebruikt, zal allicht wél de advocaat vervangen die dat niet doet.” D’Hooghe vult aan: “De menselijke aspecten blijven cruciaal: empathie, strategie en verantwoordelijkheid. AI neemt de repetitieve en tijdrovende taken over – het nalezen van honderden pagina’s, het opstellen van tijdlijnen, het doorzoeken van rechtspraak – zodat de advocaat zich kan concentreren op onder meer menselijke interactie, strategie en pleidooien.”

De technologische evolutie zal naar alle waarschijnlijkheid wel een impact hebben op het commerciële model waarin advocatenkantoren opereren. “Vandaag rekenen advocaten vaak per uur af”, besluit Joeri Maes. “Een dossier lezen duurde vaak talloze uren, en dat werd ook zo aangerekend. Nu kan dat substantieel sneller, maar de klant weet dat binnenkort natuurlijk ook. De prijs voor repetitieve taken die door AI ondersteund zijn, kunnen op termijn zakken. Andere vaardigheden zullen aan belang winnen en het verschil maken voor cliënten.”

Vijf belangrijke Belgische legaltechbedrijven

Naast de in het artikel genoemde bedrijven, zijn dit vijf belangrijke techbedrijven uit de juridische wereld.

1 LegalFly: breed inzetbare legaltech, grootste kapitaalronde van 15 miljoen euro in 2024

2 Jurimesh: gericht op datagedreven oplossingen voor juridische processen

3 Emma Legal: gericht op workflowoptimalisatie, 1,6 miljoen euro opgegaald in 2025

4 Corporify: tools voor juridische teams en automatisering van processen

5 Afriwise: gericht op de Afrikaanse markt, 3,7 miljoen opgehaald in 2024

The post Belgische legaltechs Lawcloud en Nexa AI bundelen de krachten: ‘AI wordt een sparringpartner van de advocaat’ appeared first on Trends.

Belgische legaltechs Lawcloud en Nexa AI bundelen de krachten: ‘AI wordt een sparringpartner van de advocaat’

17 November 2025 at 14:54

De Belgische legaltechbedrijven Lawcloud en Nexa AI slaan de handen in elkaar om advocatenkantoren te versterken met artificiële intelligentie. Hun samenwerking moet het opstellen van conclusies, adviezen en analyses niet alleen sneller, maar ook inhoudelijk scherper maken. “Onze AI stelt vragen, dwingt de gebruiker kritisch te denken en laat de advocaat beslissen.”

Lawcloud, opgericht in 2017 en geleid door Joeri Maes, is een van de toonaangevende aanbieders van legal practice management software in België. Zijn platform centraliseert zowat alles wat een advocatenkantoor nodig heeft: het beheer van dossiers, partijen, facturen, documenten en communicatie – volledig geïntegreerd met Microsoft Office 365. “We willen het kloppende hart van een advocatenkantoor zijn”, legt Joeri Maes uit. “Vanuit één platform moet een advocaat alles kunnen doen: van een e-mail sturen tot een aangetekende zending via bpost, een digitale handtekening via Connective of het registreren van telefoongesprekken via Fonzer. Ons doel is een ecosysteem uit te bouwen waarin alle relevante tools naadloos samenwerken.”

Dat ecosysteem kreeg zopas een stevige uitbreiding met de integratie van Nexa AI, een start-up in juni opgericht door Jasper D’Hooghe en Sam Van Praet. D’Hooghe verdiende eerder zijn sporen als chief commercial officer bij het leerplatform MobieTrain en was als CEO verantwoordelijk voor de internationale groei van het brillen- en lifestylemerk Komono. Nexa AI ontwikkelde een AI-assistent die advocaten helpt complexe dossiers te verwerken. Hij leest documenten in, vat ze samen, maakt tijdlijnen op, herkent de standpunten van partijen, analyseert juridische argumenten en stelt gerichte vragen om de redenering te verscherpen. Jasper D’Hooghe: “De technologie zegt niet ‘dit is het antwoord’. Ze stelt vragen als ‘heb je hieraan gedacht?’ of ‘waarom gebruik je dit argument?’. Zo blijft de advocaat de eindbeslisser, maar krijgt hij wel een sparringpartner die snel informatie doorploegt en verbanden legt.”

Gevaren van AI

Jasper D’Hooghe heeft geen juridische achtergrond, maar heeft verschillende vrienden die in de advocatuur actief zijn: “Toen ik zag hoeveel tijd ze spenderen aan het schrijven van conclusies en het analyseren van ellenlange dossiers, wist ik dat AI daar een enorme efficiëntiewinst kon brengen. Onze software helpt hen conclusies en adviezen sneller en beter te schrijven. In plaats van uren te spenderen aan het doorploegen van dossiers, kan de advocaat focussen op de essentie, de strategie, de redenering en overtuigingskracht.” Volgens Nexa werken advocaten twee tot drie keer sneller, of kunnen ze in dezelfde tijd een veel beter onderbouwde argumentatie ontwikkelen. Al meer dan 25 kantoren gebruiken de tool, waaronder Lydian, Elegis, Lawtree en Desdalex.

De samenwerking tussen beide bedrijven is niet oppervlakkig. Nexa’s AI-assistent zit volledig ingebed in de interface van Lawcloud, zodat advocaten vanuit hun vertrouwde omgeving AI-functies kunnen oproepen. Andere juridische softwaresystemen kunnen ook worden gekoppeld aan Nexa als een aparte applicatie, maar minder uitgebreid en naadloos als via Lawcloud.

‘Samen bouwen we de komende jaren aan een pan-Europees ecosysteem. Daar wacht de advocatuur al jaren op’

Joeri Maes,

Lawcloud

De samenwerking komt er op een moment dat de juridische wereld zich steeds bewuster wordt van de potentiële gevaren van onoordeelkundig AI-gebruik. Zo haalde het Gentse hof van beroep onlangs hard uit naar een advocaat voor wat het hof omschreef als “onoordeelkundig en ongecontroleerd gebruik van artificiële intelligentie”. “Generieke taalmodellen zoals ChatGPT kunnen hallucineren of rechtsartikelen verzinnen”, verduidelijkt Jasper D’Hooghe. “Daarom is onze AI niet autonoom, maar ondersteunend. Ze stelt vragen, dwingt de gebruiker kritisch te denken en laat de advocaat beslissen.” De oplossing van Nexa werkt met juridisch getrainde AI-modellen die zich baseren op betrouwbare bronnen en interne databanken van het kantoor.

Tweede golf

Lawcloud telt duizenden gebruikers in België en Nederland. Het bedrijf heeft vestigingen in Antwerpen, Amsterdam en Dubai en werkt hard aan verdere internationale uitbreiding. Ook Nexa AI denkt grensoverschrijdend. “De Belgische markt is ons vertrekpunt”, zegt Jasper D’Hooghe. “Maar het juridische landschap is per land anders. We willen stap voor stap uitbreiden, met partners die de lokale regelgeving en gewoontes kennen.” De samenwerking met Lawcloud is daarin een belangrijke troef. “Samen bouwen we de komende jaren aan een pan-Europees ecosysteem voor advocaten”, blikt Joeri Maes vooruit. “Eén toegangspunt, één omgeving, waarin de beste technologieën samenwerken. Daar wacht de advocatuur al jaren op.”

De Belgische legaltechsector heeft de voorbije jaren een opvallende evolutie doorgemaakt. Waar in het begin vooral proces- en workflowautomatisering centraal stond, is er vandaag een tweede golf, gedreven door artificiële intelligentie (AI).

‘Perfectie is bijna vereist in de legaltechsector. Een fout kan zware gevolgen hebben’

Frederik Tibau,

Agoria

Henchman zette de Belgische legaltech internationaal op de kaart. Het bedrijf werd vorig jaar verkocht voor 150 miljoen euro. Frederik Tibau, expert digital innovation & growth bij Agoria, benadrukt dat timing en strategie daarbij cruciaal waren: “Henchman was op het juiste moment op de juiste plaats. Het had een sterk team en een goed product dat precies aansloot bij de behoeften van LexisNexis, het Amerikaanse bedrijf dat Henchman overnam.”

Toch blijft legaltech in België een zeer kleine niche. Over de afgelopen vier jaar haalden Belgische legaltechbedrijven ongeveer 50 miljoen euro op, een fractie van het Europese totaal van 350 tot 400 miljoen euro. Frederik Tibau verduidelijkt: “We zien een kwalitatief momentum, maar geen massale groei. Start-ups die dicht bij hun klanten staan en betrouwbare tools aanbieden, hebben de grootste kans op succes. Perfectie is bijna vereist in deze sector. Een fout kan zware gevolgen hebben. Start-ups die zich richten op specifieke niches en betrouwbare algoritmes ontwikkelen, hebben daarom een groot voordeel.”

Commercieel model

De komst van AI in de advocatuur roept ook onvermijdelijk vragen op over de toekomst van het beroep van advocaat. “AI zal die mensen niet vervangen”, benadrukt Joeri Maes. “Maar de advocaat die AI gebruikt, zal allicht wél de advocaat vervangen die dat niet doet.” D’Hooghe vult aan: “De menselijke aspecten blijven cruciaal: empathie, strategie en verantwoordelijkheid. AI neemt de repetitieve en tijdrovende taken over – het nalezen van honderden pagina’s, het opstellen van tijdlijnen, het doorzoeken van rechtspraak – zodat de advocaat zich kan concentreren op onder meer menselijke interactie, strategie en pleidooien.”

De technologische evolutie zal naar alle waarschijnlijkheid wel een impact hebben op het commerciële model waarin advocatenkantoren opereren. “Vandaag rekenen advocaten vaak per uur af”, besluit Joeri Maes. “Een dossier lezen duurde vaak talloze uren, en dat werd ook zo aangerekend. Nu kan dat substantieel sneller, maar de klant weet dat binnenkort natuurlijk ook. De prijs voor repetitieve taken die door AI ondersteund zijn, kunnen op termijn zakken. Andere vaardigheden zullen aan belang winnen en het verschil maken voor cliënten.”

Vijf belangrijke Belgische legaltechbedrijven

Naast de in het artikel genoemde bedrijven, zijn dit vijf belangrijke techbedrijven uit de juridische wereld.

1 LegalFly: breed inzetbare legaltech, grootste kapitaalronde van 15 miljoen euro in 2024

2 Jurimesh: gericht op datagedreven oplossingen voor juridische processen

3 Emma Legal: gericht op workflowoptimalisatie, 1,6 miljoen euro opgegaald in 2025

4 Corporify: tools voor juridische teams en automatisering van processen

5 Afriwise: gericht op de Afrikaanse markt, 3,7 miljoen opgehaald in 2024

The post Belgische legaltechs Lawcloud en Nexa AI bundelen de krachten: ‘AI wordt een sparringpartner van de advocaat’ appeared first on Trends.

Vega Investment Partners stelt zich open voor particuliere beleggers: ‘We mikken niet op het hoogste rendement, maar op veiligheid’

15 November 2025 at 09:49

Weinig beleggers wagen zich aan opties en afgeleide producten. Te ingewikkeld, te risicovol, klinkt het vaak. Luc Van Hof gebruikt ze al decennia als basis voor zijn beleggingsstrategie, die veiligheid en stabiliteit vooropstelt. Samen met zijn zonen richtte hij de vermogensbeheerder Vega Investment Partners op, die het kapitaal van vermogende particulieren helpt te beheren.

Luc Van Hof behaalde in 1981 zijn diploma financiën, econometrie en operationeel onderzoek aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Zijn loopbaan nam vaart bij de Treasury van de Europese Commissie, gevolgd door functies bij investeringsbanken in Londen, waar hij de dynamiek van de internationale markten leerde kennen. In 1990 richtte hij Analytic Investment Management op, een van de eerste kwantitatieve investeringsfirma’s in Europa, die later werd overgenomen door Robeco (RaboBank). Zijn bedrijf mocht in 2005 de valutaportefeuille van de pensioenfondsen van de Wereldbank beheren.

Daarna ging Luc Van Hof werken voor Capital Hedge, een onderzoeks- en adviesbureau voor institutionele beleggers, waar hij zijn expertise verder uitdiepte. Niet veel later zag het Van Hof Family Office het levenslicht, dat het familievermogen via een strategie beheert. Op die fundering ging Van Hof in zee met de Nederlandse beleggingsonderneming De Vermogensbeheerders, om samen met zijn zonen Ruben en Benjamin onder de commerciële naam Vega Investment Partners diensten van vermogensbeheer aan te bieden aan particulieren.

‘Opties kunnen riskant zijn, maar wij gebruiken ze precies om het risico te beperken’

Luc Van Hof, Vega Investment Partners

Wat maakt uw aanpak anders dan die van klassieke beheerders?

LUC VAN HOF. “Met Vega Investment Partners beheren we de portefeuille van onze klanten op dezelfde manier als ons familiale vermogen. Als familie willen we nooit een daling van 10 procent of meer meemaken. Daarom proberen wij geen vooraf vastgelegd rendement te realiseren, maar vertrekken we van risico. We willen niet het hoogste, maar het meest stabiele rendement halen. Veiligheid komt eerst. Daarvoor combineren we verschillende strategieën die elkaar aanvullen. Je kunt niet vertrouwen op één methode. Die werken in sommige omstandigheden wel, maar niet altijd. Daarom bouwden wij een soort bibliotheek van strategieën, elk met hun eigen gedrag. Dat levert een veel robuuster geheel op.”

U werkt volledig via algoritmes?

LUC VAN HOF. “Inderdaad. Onze strategieën zijn op regels gebaseerd: als dit gebeurt in de markt, dan doen we dat. Maar het gaat vooral om de logica, niet om de technologie. We laten de systemen nooit volledig autonoom handelen. Er is altijd menselijke supervisie. We volgen alles overdag, visualiseren signalen met scores, om te zien wanneer actie nodig is.”

RUBEN VAN HOF. “Dat maakt het ook werkbaar. We hoeven niet 24 uur per dag en zeven dagen per week achter een scherm te zitten. Het systeem geeft een score van 1 tot 10. Boven 7 weten we: er ontstaat een mooie kans, het is allicht tijd om te handelen. Zo blijft alles overzichtelijk en controleerbaar.”

BENJAMIN VAN HOF. “Met mijn achtergrond in IT programmeer ik nieuwe systemen en optimaliseer ik bestaande. We testen alles met historische data en stellen parameters bij om robuuste resultaten te krijgen. Dat is onze grootste troef: een idee hebben, het testen met data en het dan in de markt implementeren. Alles kan systematisch worden getest.”

De focus ligt op indexen en opties?

LUC VAN HOF. “Dat klopt. Wij beleggen uitsluitend in grote indexen, vooral Amerikaanse, zoals de S&P 500, de Nasdaq en de Russell 2000. We kopen geen individuele aandelen. Alles gebeurt via opties en futures op die indexen. Die markten zijn enorm liquide en schaalbaar. Op de S&P 500 worden dagelijks meer dan 1 miljoen futurescontracten verhandeld. Daardoor kunnen we posities opbouwen zonder de markt te verstoren, zelfs bij grote volumes.”

Opties hebben een risicovol imago. Hoe passen ze in een veilige strategie?

LUC VAN HOF. “Opties kunnen riskant zijn, maar wij gebruiken ze precies om het risico te beperken. Een voorbeeld: stel dat je een aandeel koopt tegen 100 euro. Je kunt een stop-loss plaatsen op 90 (een beursorder om het aandeel te verkopen als de koers onder 90 euro daalt, nvdr), maar als de markt de volgende dag opent op 75, werkt die stop-loss niet. Door een putoptie te kopen heb je de garantie dat je tegen 90 euro kunt verkopen, wat er ook gebeurt. Met opties kun je het maximale verlies vooraf bepalen. Met onze strategie riskeren we per transactie niet meer dan 0,1 à 0,2 procent van het kapitaal. Dat is extreem weinig.”

RUBEN VAN HOF. “Opties zijn uniek, omdat je vanaf het begin exact weet welke winst of welk verlies mogelijk is bij de afloop. Bovendien is er bij beursgenoteerde opties geen tegenpartijrisico, omdat de beurs de afwikkeling garandeert. Onze strategieën kunnen perfect dienen als stabiliserende component in een grotere portefeuille. Banken, verzekeraars en institutionele beleggers zien ons als een defensieve laag: we beperken koersdalingen, temperen de volatiliteit en beschermen het kapitaal.”

‘Waarom zouden mensen via ons investeren als we zelf geen vertrouwen hebben in ons beheer?’

Luc Van Hof, Vega Investment Partners

LUC VAN HOF. “We werken ook op korte termijn. Dat varieert van intraday (tijdens de handelsuren van dezelfde dag, nvdr) tot ongeveer twee weken. Tegelijk hebben we hedgingcomponenten die lopen tot juni 2026. Daarmee dekken we ons in tegen risico’s zoals een beurscrash. Die hedging is essentieel: we gebruiken die om de portefeuille proactief te beschermen. We kunnen niet voorspellen wanneer er een crash komt, maar vroeg of laat komt er wel een. Je kunt niet wachten tot de markt daalt om dan pas te hedgen. Dan betaal je veel te veel. Het moet systematisch gebeuren, wat goedkoper is. Ik vergelijk het met een brandverzekering voor je huis. Je wacht niet tot het huis in brand staat om een verzekering te nemen. Je beschermt je vooraf.”

Waarom legt u zo veel nadruk op het beperken van verliezen?

LUC VAN HOF. “Hoe feller de terugval, hoe meer risico’s je moet nemen om het verlies weer goed te maken. Met een daling van 10 procent, gevolgd door een stijging van 10 procent, sta je nog 1 procent in de min. Na een daling van 20 procent en een klim van 20 procent bedraagt het tekort 4 procent. Na een daling en een stijging van 50 procent ben je nog altijd 25 procent verloren. Daarom proberen wij grote dalingen te vermijden.”

Hoeveel geld beheert u vandaag?

RUBEN VAN HOF. “Iets minder dan 50 miljoen euro. Dat lijkt bescheiden, maar dat is een bewuste keuze. We willen geen miljarden beheren. Onze strategieën zijn makkelijk schaalbaar tot 500 miljoen euro, maar niet tot 5 miljard.”

LUC VAN HOF. “Precies. Zodra je te groot wordt, beïnvloed je de markt. We zouden dan de flexibiliteit verliezen die juist onze sterkte is. De komende jaren blijven groeien tot we een half miljard euro beheren, is volgens ons realistisch.”

De opzet is ook dat mensen uit uw netwerk met kleine bedragen kunnen investeren?

LUC VAN HOF. “Absoluut. Via Vega Investment Partners maken we onze familiale strategie toegankelijk voor andere beleggers. In België worden kleine investeerders vaak benadeeld door de hoge kosten die de banken aanrekenen. Wij houden de vaste kosten daarom zo laag mogelijk en werken met een vergoeding die een klant pas betaalt als we effectief een rendement halen. Als we niets verdienen voor onze klanten, verdienen we zelf ook niets.

“We beheren ons familiekapitaal volgens exact dezelfde strategie. Verliezen voelen we dus persoonlijk. Dat schept vertrouwen en zorgt ervoor dat we aan dezelfde kant van de tafel zitten. In Londen wordt het als not done beschouwd als beheerders niet zelf mee investeren in hun strategie. Wij vinden dat vanzelfsprekend: waarom zouden mensen via ons investeren als we zelf geen vertrouwen hebben in ons beheer?”

Leert u ook nog van andere traders?

LUC VAN HOF. “Ja. Ik zit in een club van zo’n twintig optietraders, ex-marketmakers. We hebben om de twee weken videomeetings om ideeën te bespreken. Daar krijg je onbevooroordeelde feedback. Dat is zoals schaakzetten bespreken in een club: je wordt scherper en je ideeën worden getest.”

Vega Investment Partners

De familie Van Hof is vier decennia actief in vermogensbeheer. Haar specialiteit ligt in het onderzoek, de ontwikkeling en de implementatie van systematische beleggingsstrategieën, waarbij streng risicobeheer centraal staat. De Van Hofs hanteren een kwantitatieve, datagedreven aanpak met een focus op indexen. In oktober 2025 ging de familie in zee met de Nederlandse onafhankelijke beleggingsonderneming De Vermogensbeheerders, onder de commerciële naam Vega Investment Partners. De familie Van Hof wil daarmee haar expertise en filosofie toegankelijk maken voor een breder beleggerspubliek.

The post Vega Investment Partners stelt zich open voor particuliere beleggers: ‘We mikken niet op het hoogste rendement, maar op veiligheid’ appeared first on Trends.

Een op de drie sollicitanten durft niet over loon te onderhandelen

27 October 2025 at 08:45

Voor veel Belgen blijft praten over geld een lastige kwestie. Uit de nieuwe Salarisgids 2026 van de rekruteringsspecialist Robert Half blijkt dat 28 procent van de Belgische kandidaten niet durft te onderhandelen over hun salaris tijdens een sollicitatiegesprek. “Die terughoudendheid is opvallend in een arbeidsmarkt waar talent aan zet is”, vertelt regiodirecteur Jeroen Diels. Hij deelt tips en inzichten om het probleem aan te pakken.

Bijna een derde van de Belgische sollicitanten onderhandelt niet over het loon uit angst het jobaanbod te verliezen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de rekruteringsspecialist Robert Half. Daarnaast zegt 27 procent het moeilijk te vinden een hoger loon te verantwoorden dan wat in de vacature vermeld staat.

Onderhandelen over het salaris blijft voor veel sollicitanten moeilijk”, zegt arbeidsmarktexpert Jeroen Diels, regional managing director bij Robert Half. “Werkgevers gaan er vaak van uit dat kandidaten in de huidige wedloop om talent stevig onderhandelen, maar dat blijkt dus lang niet altijd het geval.”

Te weinig zelfvertrouwen om te onderhandelen over loon

Naast angst om een jobaanbod te verliezen, speelt ook onzekerheid een belangrijke rol. Eén op de vier kandidaten (25%) geeft toe dat ze simpelweg te weinig zelfvertrouwen hebben om over hun loon te praten. En bijna de helft van de Belgische werknemers voelt zich ongemakkelijk bij loononderhandelingen. “Het gaat duidelijk om een gebrek aan zelfverzekerdheid”, zegt Jeroen Diels. “Sommigen weten gewoon niet goed hoe ze dat gesprek moeten aanpakken of starten. 21 procent geeft aan dat ze onvoldoende onderhandelingsvaardigheden hebben.”

Volgens Diels kunnen zowel werknemers als werkgevers daar iets aan doen. “Voor kandidaten helpt het zich goed te informeren over marktconforme lonen. Wie met feiten kan spreken in plaats van met gevoel, stapt met meer rust in dat gesprek. Werkgevers kunnen op hun beurt transparanter communiceren over hun loonvorken en voordelen. Dat haalt de spanning uit de dialoog.”

Kleine versus grote bedrijven

De drempel voor loononderhandelingen ligt hoger bij kleinere ondernemingen. Sollicitanten bij een kmo vinden het in 32 procent van de gevallen moeilijk over hun salaris te beginnen. Bij grotere bedrijven zakt dat aandeel naar 23 procent. Volgens Jeroen Diels heeft dat te maken met de structuur en de communicatie van organisaties.

“Grote bedrijven hebben vaak een duidelijk loonbeleid en communiceren dat ook beter. Bij kmo’s is dat minder formeel, maar ze zijn wél wendbaarder. Ze werken vaker met een voorstel op maat”, legt hij uit. “Voor kandidaten is het belangrijk te weten dat zowel grote bedrijven als kmo’s bereid zijn een extra inspanning te leveren als een kandidaat de juiste vaardigheden kan aantonen. Gebruik dat in je voordeel tijdens een salarisonderhandeling.”

‘Wie onderhandelt, moet het hele plaatje bekijken, niet alleen het nettobedrag op de loonfiche’

Jeroen Diels, Robert Half Belgium

Zoektocht naar jobzekerheid wint terrein

Al die bevindingen passen ook in een bredere trend op de arbeidsmarkt: zekerheid primeert steeds vaker op ambitie. Uit het onderzoek blijkt dat 69 procent van de Belgische werknemers verwacht een loonsverhoging te krijgen door bij hun huidige werkgever te blijven, in plaats van van job te veranderen. “Dat is een opvallende verschuiving”, zegt Jeroen Diels.

“Na de pandemie zagen we een piek aan vacatures en veel jobwissels. Nu merken we dat mensen meer stabiliteit opzoeken. Ze waarderen hun huidige job opnieuw meer en kijken daar eerst naar groeikansen.” Die tendens is iets minder aanwezig in andere Europese landen. In Nederland denkt 60 procent van de medewerkers dat ze hun loon vooral intern kunnen laten groeien, in het Verenigd Koninkrijk is dat 61 procent.

Nieuwe loontransparantiewet brengt verschuiving

Binnenkort komt er ook een Europese loontransparantiewet, die werkgevers verplicht de salarissen eerlijk en transparant te maken, om zo onder meer de loonkloof tussen gelijkaardige functies en tussen mannen en vrouwen te dichten. Volgens Jeroen Diels kan die wetgeving de drempel om te onderhandelen verlagen.

“Transparantie helpt beide kanten. Werknemers weten beter wat realistisch is, en werkgevers vermijden verkeerde verwachtingen en misverstanden. Het zal het sollicitatieproces eerlijker maken.” Toch zal dat niet overal even snel gaan. “Grote bedrijven zijn al verder in dat proces”, zegt Jeroen Diels. “Bij kmo’s is dat nog wennen. Maar het zal sowieso een nieuwe dynamiek creëren op de arbeidsmarkt. Er zal opener gecommuniceerd worden over loon, en dat is uiteindelijk positief voor iedereen.”

Bedrijven zijn tot slot ook minder geneigd elkaar de kandidaten uit handen te bieden. “Er wordt gemiddeld minder overboden dan voorheen”, merkt Jeroen Diels. “Dat gebeurt nu enkel nog voor zeer schaarse of gespecialiseerde profielen, zeker in domeinen zoals finance, IT of digital.”

Loon is meer dan een bedrag

Het salaris is nog steeds, met voorsprong, de doorslaggevende factor in een sollicitatieproces. Maar werkgevers doen er goed aan meteen transparant te zijn over hun aanbod. “Leg je beste voorstel op tafel, benoem alle voordelen en groeikansen, en vermijd eindeloze onderhandelingen. Zo maak je een sterke eerste indruk én creëer je ruimte om het te hebben over wat echt telt: de inhoud van de job”, zegt Jeroen Diels.

Tot slot benadrukt de arbeidsmarktexpert dat loon slechts één onderdeel is van het totale pakket. “Naast het basissalaris bieden steeds meer bedrijven ook andere voordelen, zoals maaltijdcheques of een hospitalisatieverzekering, bonussen, flexibiliteit of opleidingen”, zegt hij. “Wie onderhandelt, moet dus het hele plaatje bekijken, niet alleen het nettobedrag op de loonfiche.”

Vaker op kantoor werken voor meer loon?

Op de evoluerende arbeidsmarkt worden werkgevers geconfronteerd met veranderende verwachtingen rond flexibiliteit, werkplekcultuur en verloning. Veel bedrijven zoeken naar manieren om medewerkers weer vaker naar kantoor te krijgen. Het loon kan daarbij een belangrijke hefboom zijn. Uit de Salarisgids van Robert Half blijkt dat 69 procent van de werknemers bereid is opnieuw voltijds op kantoor te werken in ruil voor een hoger salaris. Meer dan de helft (57%) van die mensen zou dat zelfs al doen voor een loonsverhoging van 5 tot 10 procent. Lees ook: Telewerk is goed voor de business… als het goed wordt toegepast.

The post Een op de drie sollicitanten durft niet over loon te onderhandelen appeared first on Trends.

Tech-fonds NewSchool haalt 6,1 miljoen euro op: ‘We willen meer doen dan alleen geld op tafel leggen’

6 October 2025 at 11:15

NewSchool, het jonge investeringsfonds van de ondernemer Christophe Morbee, heeft bij zijn eerste kapitaalronde 6,1 miljoen euro opgehaald. De focus ligt op investeringen in b2b-techbedrijven die klassieke sectoren willen transformeren. “Daar ligt een enorm groeipotentieel.”

In nauwelijks een jaar – van de eerste voorbereidingen eind februari tot de officiële oprichting in juli en de succesvolle kapitaalronde in september – ondersteunde NewSchool al dertien start-ups met investeringen tussen 100.000 en 250.000 euro. Achter het venture-capitalfonds staat Christophe Morbee, de ondernemer die eerder het sociaal secretariaat besox omvormde tot een moderne hr-speler.

“Wij willen geen fonds zijn dat alleen geld op tafel legt. We staan naast de oprichters van de bedrijven waarin we investeren. Zeker beginnende ondernemers hebben begeleiding nodig in marketing, sales of het opzetten van een degelijk financieel plan.” Investeerders zijn onder meer Willem Delbare en Roeland Delrue (Aikido), Jean-Louis Van Houwe en Corentin Dubois (Monizze) en Vincent Theeten (Cheqroom, Ringtime).

Focus op oldschool industries

Waar veel VC-fondsen mikken op digitale consumententoepassingen, kiest NewSchool bewust voor wat het zelf oldschool industries noemt. “Denk aan sectoren waar de digitalisatie nog in haar kinderschoenen staat”, legt Morbee uit. “In veel van dat type ondernemingen wordt vaak nog gewerkt met tijdrovende manuele processen. Ik zag onlangs nog een bekend groot bouwbedrijf facturen overtikken in Excel, om ze te importeren in de boekhouding. Dat toont hoe groot het potentieel voor digitalisering daar nog is.”

De achterliggende filosofie is glashelder: elk uur dat technologie bij een medewerker uitspaart, is meteen een tastbare meerwaarde. “Als je software kan aanschaffen waarmee je in minder uren meer gedaan krijgt, dan is dat altijd een schot in de roos”, aldus Morbee.

Moeilijke zoektocht naar kapitaal

Het ophalen van de eerste 6,1 miljoen euro bleek niet vanzelfsprekend. “Ik heb gemerkt dat Vlaamse investeerders erg risicoavers zijn, zeker bij pre-seedinvesteringen in technologie”, vertelt Morbee. “In de Verenigde Staten is dat heel anders. Daar is het normaal 1 à 2 miljoen dollar op te halen om een start-up uit de grond te stampen.”

‘Wij willen succesverhalen creëren, die bewijzen dat ook Europese techbedrijven internationaal kunnen doorbreken’

Christophe Morbee

NewSchool wil de komende jaren investeren in veertig start-ups, die actief zijn in domeinen die gaan van cybersecurity tot compliancy, legal tech, fintech, hr tech & AI. Christophe Morbee: “Met een spreiding van dertig tot veertig investeringen blijft het risico beheersbaar. Bovendien willen wij succesverhalen creëren, die bewijzen dat ook Europese techbedrijven internationaal kunnen doorbreken.”

De praktijkervaring van Morbee geeft het fonds extra geloofwaardigheid. Als eigenaar van het sociaal secretariaat besox moderniseerde hij een klassieke sector door technologie in te zetten. “Mijn ervaring bij besox heeft me geleerd hoe moeilijk, maar ook hoe waardevol het is traditionele industrieën te moderniseren. Die kennis wil ik via NewSchool doorgeven aan de nieuwe generatie oprichters”, klinkt het.

Ook zijn visie op marketing en sales maakt deel uit van de begeleiding. “Veel Europese oprichters zijn te bescheiden. Je kan het beste product ter wereld hebben, maar zonder sterke storytelling of branding verkoop je niets. Ook dat is iets wat we hun willen bijbrengen.”

The post Tech-fonds NewSchool haalt 6,1 miljoen euro op: ‘We willen meer doen dan alleen geld op tafel leggen’ appeared first on Trends.

Belgen zijn Europees kampioen pendelen

4 October 2025 at 09:51

België staat in 2025 opnieuw bovenaan in de Europese pendelranglijst. Uit een internationaal onderzoek van SD Worx blijkt dat Belgen gemiddeld 57 minuten per dag kwijt zijn aan hun woon-werkverkeer. Eén op de vijf pendelt zelfs langer dan anderhalf uur.

Belgen zijn gemiddeld 57 minuten per dag onderweg naar en van het werk. Dat is niet alleen gemiddeld het langst van alle Europeanen, ook de mediaanpendel van de Belgen is met 45 minuten het hoogst. Dat betekent dat de helft van de werknemers minder dan 45 minuten onderweg is, maar de andere helft meer. Dat leert een grootschalig pendelonderzoek van de hr-specialist SD Worx bij 16.000 werknemers in vijftien Europese landen en het Verenigd Koninkrijk.

De Belg woont op gemiddeld 18,5 kilometer van zijn werk en legt dagelijks 37 kilometer af. Enkel Nederlanders wonen verder van hun werkplek: gemiddeld 20 kilometer. In andere landen is dat veel minder: zo wonen werknemers in Servië, Polen en Roemenië gemiddeld slechts 10 kilometer van hun werk. “Brussel en Antwerpen trekken veel pendelaars aan uit de omliggende provincies”, zegt Veerle Michiels, mobiliteitsexpert bij SD Worx. “Voeg daar nog wegenwerken en de files aan toe, en je begrijpt waarom onze landgenoten elke dag gemiddeld zo lang onderweg zijn.”

Eén op de vijf Belgische werknemers behoort tot de ‘toppendelaars’, die dagelijks meer dan anderhalf uur reizen. Daarin is België opnieuw koploper in Europa. Uit het onderzoek van SD Worx blijkt dat de ontevredenheid van de pendelaars toeneemt naarmate hun reistijd stijgt. 24 procent van de Belgen is ontevreden over de tijd dat ze onderweg zijn, goed voor een plaats in de Europese top drie, samen met Frankrijk (25%) en Duitsland (24%).

Zolang de reistijd onder 45 minuten blijft, is minder dan 10 procent ontevreden. Van wie meer dan twee uur per dag onderweg is, is 62 procent niet tevreden. “Als je elke week bijna een hele werkdag in de auto of op de trein doorbrengt, komt onvermijdelijk je werk-privébalans onder druk”, bevestigt Veerle Michiels. “Het is voor sommige mensen zelfs een reden om ander werk te zoeken, dichter bij huis, of om te verhuizen.”

‘Als je elke week bijna een hele werkdag in de auto of op de trein doorbrengt, komt onvermijdelijk je werk-privébalans onder druk’

Veerle Michiels, SD Worx

Fiets in opmars

De eigen wagen is het belangrijkste vervoersmiddel voor de Belgen: 55 procent gebruikt die dagelijks. En ook hierin zijn we ruimschoots het nummer één: 11 procent van de Belgische pendelaars rijdt met een bedrijfswagen.

Lees ook: De files waren nog nooit zo lang, maar: ‘Wat vinden we een probleem?’

Volgens Veerle Michiels is de fiets wel in opmars. 18 procent fietst naar het werk. 10 procent doet dat met een gewone fiets en 8 procent fietst elektrisch. Daarmee zit België in de Europese top drie, al blijft Nederland de absolute koploper. “In de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen wordt enorm veel gefietst. Wie fietst of wandelt, is doorgaans tevredener: je hebt je reistijd volledig in de hand en je bent niet afhankelijk van files. In de auto weet je nooit hoelang het duurt. Bovendien beweeg je op de fiets, wat fysieke en psychologische voordelen oplevert.”

Toch hebben veel mensen geen zin om de fiets te nemen, zelfs niet met de beschikbaarheid van de elektrische fiets. In Nederland heeft een studie van TU Delft uitgewezen dat bijna 1 miljoen mensen die op minder dan 15 kilometer van hun werk wonen, toch niet willen fietsen. “Voor België bestaan zulke cijfers niet, maar de ervaring leert dat er heel wat redenen zijn waarom mensen toch voor de auto kiezen”, zegt Veerle Michiels. “De fietsinfrastructuur kan onveilig zijn, het weer ongunstig, of de combinatie met schoolritten en boodschappen te complex. Het is dus niet altijd onwil, maar vaak een optelsom van praktische bezwaren.” SD Worx ziet wel dat de veralgemeende fietsvergoeding die in mei 2023 is ingevoerd een stimulans geeft. “Die maatregelen maken het makkelijker om mensen te overtuigen over te stappen naar de fiets.”

Openbaar vervoer

11 procent van de Belgen neemt de trein. Dat is bijna dubbel zoveel als het Europese gemiddelde (6%). Vooral ambtenaren in Brussel zijn goed vertegenwoordigd in dat cijfer, doordat hun treinabonnement volledig wordt vergoed. De federale overheidsdiensten en gelijkgestelde instanties betalen 88 procent van het abonnement; de resterende 12 procent komt van de overheid. De meeste andere werkgevers in de openbare sector schieten 100 procent voor. Het systeem wordt soms ook gebruikt door privébedrijven: de werkgever neemt 80 procent van het abonnement voor zijn rekening, de overheid de resterende 20 procent.

Hoewel de trein relatief goed scoort, blijft het openbaar vervoer in België kampen met uitdagingen. “Stiptheid is cruciaal”, zegt Michiels. “Daarnaast zie je dat de coronaperiode een blijvende impact heeft gehad. Toen ontdekten veel mensen de fiets als alternatief voor korte afstanden. Het openbaar vervoer heeft sindsdien moeite om reizigers terug te winnen.”

Flexibele mobiliteit

Ook het thuiswerk beïnvloedt het pendelen. Slechts 7 procent van de Belgen werkt structureel thuis, wat minder is dan in de meeste andere landen. Volgens SD Worx blijft deels telewerken een belangrijke hefboom. “Wie een lange pendel heeft, haalt veel winst uit een of twee dagen thuiswerk per week. Dat maakt je werk-privébalans veel gezonder”, zegt ze.

Ook flexibelere mobiliteitsbudgetten kunnen een belangrijk verschil maken. Vandaag worden werknemers meestal enkel financieel ondersteund voor één vervoersmiddel. Veerle Michiels: “Het federale mobiliteitsbudget biedt veel potentieel om je mobiliteit flexibeler te organiseren: de ene dag gebruik je de fiets, de andere dag de auto of de tram, afhankelijk van de omstandigheden. Momenteel is dat enkel beschikbaar voor werknemers met een bedrijfswagen, als hun werkgever het mobiliteitsbudget aanbiedt.”

In België is het gebruikelijk dat werkgevers bijdragen aan de reiskosten van hun personeel, wat vaak is vastgelegd in een wet of een cao. Maar die tussenkomst is meestal gekoppeld aan één hoofdvervoermiddel. Dat maakt overstappen naar een alternatief minder aantrekkelijk, omdat dan niet altijd een terugbetaling volgt. “Met een mobiliteitsbudget voor iedereen zou dat anders zijn: ook werknemers zonder bedrijfswagen kunnen dan vrijer kiezen hoe ze zich verplaatsen. Dat zou ook het fileleed verminderen.”

Wie in een straal van 10 kilometer van het werk woont, kan met zijn mobiliteitsbudget bovendien huisvestingskosten betalen, zoals huur, een hypotheekrente en kapitaalaflossingen. En wie dichter naar het werk verhuist, kan via het mobiliteitsbudget de huur van een verhuiswagen financieren onder de noemer ‘deeloplossingen’.

The post Belgen zijn Europees kampioen pendelen appeared first on Trends.

Fraudeurs azen op gamers

29 September 2025 at 11:48

Febelfin waarschuwt jongeren en hun ouders voor de gevaren van oplichting met videogames. Op sociale media lokken cybercriminelen spelers met valse beloftes zoals gratis coins of exclusieve items. In feite zijn ze uit op hun persoonlijke gegevens. “Wat onschuldig lijkt, kan grote financiële gevolgen hebben”, waarschuwt Isabelle Marchand van Febelfin.

Oplichters maken handig gebruik van de populariteit van onlinegames om persoonlijke gegevens van spelers buit te maken. Hoewel er geen exacte cijfers voor ons land beschikbaar zijn, slaat de Belgische Federatie van de Financiële Sector alarm. “We houden daar geen statistieken over bij, maar we horen van verschillende bronnen en instanties dat dit type fraude steeds vaker gebeurt”, vertelt Isabelle Marchand, de woordvoerder van Febelfin.

Sommige oplichters bieden valse beloningen via enquêtes aan. “Jongeren krijgen tijdens het gamen een boodschap van iemand in hun contactenlijst dat ze gratis munten of in-game-items in de wacht kunnen slepen als ze een korte vragenlijst invullen”, legt Isabelle Marchand uit. “Maar eigenlijk worden hun persoonlijke gegevens buitgemaakt en vervolgens doorverkocht of misbruikt.”

De tweede methode is phishing via vervalste websites. Spelers worden ertoe verleid hun inloggegevens in te vullen op een nepwebsite die sprekend lijkt op een echte gamepagina. Oplichters gebruiken die gegevens vervolgens om toegang te krijgen tot het gameaccount. “Die accounts worden nadien verkocht via digitale communicatiekanalen als Telegram of zelfs op het dark web”, weet Marchand.

‘Wachtwoorden, je echte naam, je woonplaats, inloggegevens: hou die informatie altijd geheim’

David Verbruggen, Video Games Federation Belgium

Op sociale media duiken ook regelmatig gebruikersgroepjes op waar gamemunten goedkoop worden aangeboden. Het klinkt aantrekkelijk: dezelfde munten, maar dan voor een fractie van de prijs. Ook daar schuilen vaak fraudeurs achter. “Vaak zijn die munten afkomstig van gestolen accounts – je stapt dus mee in een illegaal circuit”, zegt Isabelle Marchand. “In sommige gevallen is het zelfs pure oplichting: je betaalt, maar ontvangt niets in ruil.”

Zodra de oplichters de persoonlijke gegevens van de speler in handen hebben, kunnen ze zich voordoen als een officiële instantie, en zo jongeren of hun ouders overtuigen om geld over te schrijven. De phishingwebsites zijn nog gevaarlijker. Isabelle Marchand: “Als die valse website ook vraagt naar bankkaartgegevens en pincodes – en mensen gebruiken vaak dezelfde code voor meerdere kaarten – dan kan de schade groot zijn. Met die gegevens kunnen oplichters toegang krijgen tot je onlinebankomgeving.”

Bespreekbaar maken

Bewustwording is volgens Febelfin de sleutel tot bescherming. “Het is cruciaal dat jongeren, maar ook ouders en leerkrachten, zich bewust worden dat er frauduleuze praktijken plaatsvinden via de berichtenapps die spelers tijdens het gamen vaak gebruiken om contact met elkaar te houden”, benadrukt Marchand. Daarom heeft Febelfin een bewustmakingscampagne gelanceerd die zich richt op het herkennen van die vormen van fraude en het bespreekbaar maken ervan.

In de campagne getuigt een moeder die anoniem wil blijven hoe haar zoon in de val is getrapt. “Ruben speelde al jaren Minecraft en had een goed opgebouwd account. Op een avond kreeg hij via de berichtendienst Discord een bericht van een zogezegde vriend die hem een VIP-status beloofde. Daarvoor moest hij zijn e-mailadres en een code doorgeven. Niet veel later bleek zijn account gehackt: het wachtwoord was veranderd en hij had geen toegang meer. We konden verdere schade gelukkig voorkomen, maar hij verloor zijn account en moest het spel opnieuw aankopen. Een pijnlijke les, maar hij is nu wel veel waakzamer online.”

Kritisch blijven

David Verbruggen, de general manager van Video Games Federation Belgium (VGFB), reikt enkele tips aan om fraude te voorkomen. “Wij drukken spelers op het hart dat ze sommige dingen nooit online mogen delen. Wachtwoorden, je echte naam, je woonplaats, inloggegevens: hou die informatie altijd geheim. Hoe minder informatie je deelt, hoe beter. En dat geldt niet enkel voor onbekenden. Ook met vrienden deel je het best geen wachtwoorden.”

De videogamesector raadt ook sterk aan fraudepraktijken te rapporteren. David Verbruggen: “We stellen vast dat fraudeurs vooral opereren in externe communicatiekanalen zoals Discord en Telegram, die volledig losstaan van de videogames. Daar hebben wij als sector helaas geen vat op. Mocht zich iets soortgelijks toch voordoen in de voice- of chatfunctie van een videogame, dan kun je dat in zowat alle onlinegames eenvoudig melden. Je kunt de fraudeur ook meteen blokkeren, zodat die geen contact meer kan opnemen.”

Febelfin raadt ook aan altijd kritisch te blijven bij het zien van aanbiedingen voor videogames, nooit persoonlijke gegevens zomaar te delen en enkel in te loggen via officiële kanalen. “Praten over die risico’s helpt echt”, besluit Isabelle Marchand. “Want hoe beter jongeren die trucs herkennen, hoe kleiner de kans dat ze er het slachtoffer van worden.”

Lees hier over de klacht die de consumentenorganisatie Test-Aankoop indiende tegen de makers van games zoals FortniteEA Sports FC 24Minecraft en Clash of Clans

Vijf tips om veilig te gamen

1 Geef nooit persoonlijke gegevens door

Oplichters doen zich vaak voor als medespelers, moderators of zelfs officiële medewerkers van een game. Geef nooit uw echte naam, adres, telefoonnummer, wachtwoorden of bankgegevens door – ook niet als iemand u iets leuks in ruil belooft. Echte gamebedrijven zullen daar nooit om vragen.

2 Trap niet in gratis beloningen

Sommige pop-ups of berichten vragen een korte vragenlijst in te vullen in ruil voor gratis coins of exclusieve items. Laat u niet misleiden: die enquêtes zijn vaak een manier om uw gegevens buit te maken om die later te misbruiken voor phishing of fraude. Wat onschuldig lijkt, kan bittere gevolgen hebben.

3 Controleer altijd de URL

Krijgt u een link toegestuurd naar een website waar u moet inloggen met uw gamegegevens? Check dan goed of het om een officiële website gaat. Valse websites lijken vaak sterk op de echte, maar hebben een vreemd webadres, zoals fortnite-prizes.net in plaats van fortnite.com. Twijfelt u? Log dan nooit in en raadpleeg de officiële website van het spel.

4 Meld verdachte activiteiten

Ziet u iemand die andere spelers probeert op te lichten? Of bent u zelf slachtoffer geworden? Meld dat altijd bij het game- of messagingplatform of, indien nodig, bij de politie. Hoe sneller u dat doet, hoe groter de kans dat verdere schade wordt voorkomen en dat anderen worden beschermd.

5 Informeer u via betrouwbare bronnen

Wilt u weten hoe u veilig kunt gamen, uw privacy beschermt en omgaat met in-gameaankopen? Bezoek dan SpeelHetSlim.be of JouezMalin.be. Die website geeft heldere informatie en praktische tips voor jongeren, (groot)ouders en leerkrachten.

The post Fraudeurs azen op gamers appeared first on Trends.

Fraudeurs azen op gamers

29 September 2025 at 11:48

Febelfin waarschuwt jongeren en hun ouders voor de gevaren van oplichting met videogames. Op sociale media lokken cybercriminelen spelers met valse beloftes zoals gratis coins of exclusieve items. In feite zijn ze uit op hun persoonlijke gegevens. “Wat onschuldig lijkt, kan grote financiële gevolgen hebben”, waarschuwt Isabelle Marchand van Febelfin.

Oplichters maken handig gebruik van de populariteit van onlinegames om persoonlijke gegevens van spelers buit te maken. Hoewel er geen exacte cijfers voor ons land beschikbaar zijn, slaat de Belgische Federatie van de Financiële Sector alarm. “We houden daar geen statistieken over bij, maar we horen van verschillende bronnen en instanties dat dit type fraude steeds vaker gebeurt”, vertelt Isabelle Marchand, de woordvoerder van Febelfin.

Sommige oplichters bieden valse beloningen via enquêtes aan. “Jongeren krijgen tijdens het gamen een boodschap van iemand in hun contactenlijst dat ze gratis munten of in-game-items in de wacht kunnen slepen als ze een korte vragenlijst invullen”, legt Isabelle Marchand uit. “Maar eigenlijk worden hun persoonlijke gegevens buitgemaakt en vervolgens doorverkocht of misbruikt.”

De tweede methode is phishing via vervalste websites. Spelers worden ertoe verleid hun inloggegevens in te vullen op een nepwebsite die sprekend lijkt op een echte gamepagina. Oplichters gebruiken die gegevens vervolgens om toegang te krijgen tot het gameaccount. “Die accounts worden nadien verkocht via digitale communicatiekanalen als Telegram of zelfs op het dark web”, weet Marchand.

‘Wachtwoorden, je echte naam, je woonplaats, inloggegevens: hou die informatie altijd geheim’

David Verbruggen, Video Games Federation Belgium

Op sociale media duiken ook regelmatig gebruikersgroepjes op waar gamemunten goedkoop worden aangeboden. Het klinkt aantrekkelijk: dezelfde munten, maar dan voor een fractie van de prijs. Ook daar schuilen vaak fraudeurs achter. “Vaak zijn die munten afkomstig van gestolen accounts – je stapt dus mee in een illegaal circuit”, zegt Isabelle Marchand. “In sommige gevallen is het zelfs pure oplichting: je betaalt, maar ontvangt niets in ruil.”

Zodra de oplichters de persoonlijke gegevens van de speler in handen hebben, kunnen ze zich voordoen als een officiële instantie, en zo jongeren of hun ouders overtuigen om geld over te schrijven. De phishingwebsites zijn nog gevaarlijker. Isabelle Marchand: “Als die valse website ook vraagt naar bankkaartgegevens en pincodes – en mensen gebruiken vaak dezelfde code voor meerdere kaarten – dan kan de schade groot zijn. Met die gegevens kunnen oplichters toegang krijgen tot je onlinebankomgeving.”

Bespreekbaar maken

Bewustwording is volgens Febelfin de sleutel tot bescherming. “Het is cruciaal dat jongeren, maar ook ouders en leerkrachten, zich bewust worden dat er frauduleuze praktijken plaatsvinden via de berichtenapps die spelers tijdens het gamen vaak gebruiken om contact met elkaar te houden”, benadrukt Marchand. Daarom heeft Febelfin een bewustmakingscampagne gelanceerd die zich richt op het herkennen van die vormen van fraude en het bespreekbaar maken ervan.

In de campagne getuigt een moeder die anoniem wil blijven hoe haar zoon in de val is getrapt. “Ruben speelde al jaren Minecraft en had een goed opgebouwd account. Op een avond kreeg hij via de berichtendienst Discord een bericht van een zogezegde vriend die hem een VIP-status beloofde. Daarvoor moest hij zijn e-mailadres en een code doorgeven. Niet veel later bleek zijn account gehackt: het wachtwoord was veranderd en hij had geen toegang meer. We konden verdere schade gelukkig voorkomen, maar hij verloor zijn account en moest het spel opnieuw aankopen. Een pijnlijke les, maar hij is nu wel veel waakzamer online.”

Kritisch blijven

David Verbruggen, de general manager van Video Games Federation Belgium (VGFB), reikt enkele tips aan om fraude te voorkomen. “Wij drukken spelers op het hart dat ze sommige dingen nooit online mogen delen. Wachtwoorden, je echte naam, je woonplaats, inloggegevens: hou die informatie altijd geheim. Hoe minder informatie je deelt, hoe beter. En dat geldt niet enkel voor onbekenden. Ook met vrienden deel je het best geen wachtwoorden.”

De videogamesector raadt ook sterk aan fraudepraktijken te rapporteren. David Verbruggen: “We stellen vast dat fraudeurs vooral opereren in externe communicatiekanalen zoals Discord en Telegram, die volledig losstaan van de videogames. Daar hebben wij als sector helaas geen vat op. Mocht zich iets soortgelijks toch voordoen in de voice- of chatfunctie van een videogame, dan kun je dat in zowat alle onlinegames eenvoudig melden. Je kunt de fraudeur ook meteen blokkeren, zodat die geen contact meer kan opnemen.”

Febelfin raadt ook aan altijd kritisch te blijven bij het zien van aanbiedingen voor videogames, nooit persoonlijke gegevens zomaar te delen en enkel in te loggen via officiële kanalen. “Praten over die risico’s helpt echt”, besluit Isabelle Marchand. “Want hoe beter jongeren die trucs herkennen, hoe kleiner de kans dat ze er het slachtoffer van worden.”

Lees hier over de klacht die de consumentenorganisatie Test-Aankoop indiende tegen de makers van games zoals FortniteEA Sports FC 24Minecraft en Clash of Clans

Vijf tips om veilig te gamen

1 Geef nooit persoonlijke gegevens door

Oplichters doen zich vaak voor als medespelers, moderators of zelfs officiële medewerkers van een game. Geef nooit uw echte naam, adres, telefoonnummer, wachtwoorden of bankgegevens door – ook niet als iemand u iets leuks in ruil belooft. Echte gamebedrijven zullen daar nooit om vragen.

2 Trap niet in gratis beloningen

Sommige pop-ups of berichten vragen een korte vragenlijst in te vullen in ruil voor gratis coins of exclusieve items. Laat u niet misleiden: die enquêtes zijn vaak een manier om uw gegevens buit te maken om die later te misbruiken voor phishing of fraude. Wat onschuldig lijkt, kan bittere gevolgen hebben.

3 Controleer altijd de URL

Krijgt u een link toegestuurd naar een website waar u moet inloggen met uw gamegegevens? Check dan goed of het om een officiële website gaat. Valse websites lijken vaak sterk op de echte, maar hebben een vreemd webadres, zoals fortnite-prizes.net in plaats van fortnite.com. Twijfelt u? Log dan nooit in en raadpleeg de officiële website van het spel.

4 Meld verdachte activiteiten

Ziet u iemand die andere spelers probeert op te lichten? Of bent u zelf slachtoffer geworden? Meld dat altijd bij het game- of messagingplatform of, indien nodig, bij de politie. Hoe sneller u dat doet, hoe groter de kans dat verdere schade wordt voorkomen en dat anderen worden beschermd.

5 Informeer u via betrouwbare bronnen

Wilt u weten hoe u veilig kunt gamen, uw privacy beschermt en omgaat met in-gameaankopen? Bezoek dan SpeelHetSlim.be of JouezMalin.be. Die website geeft heldere informatie en praktische tips voor jongeren, (groot)ouders en leerkrachten.

The post Fraudeurs azen op gamers appeared first on Trends.

Creatief zijn met woonkredieten kan u veel opleveren

16 September 2025 at 09:03

De prijzen op de Belgische woningmarkt stijgen jaar na jaar. Voor veel gezinnen en alleenstaanden is een huis kopen bijna onbetaalbaar geworden. John Romain van Immotheker Finotheker en Els Van Houdt en Koen Van Vynckt van vdk bank tonen hoe nieuwe woonkredietformules de deur naar eigenaarschap open kunnen houden.

Waar vroeger een hypothecair woonkrediet van 20 jaar de norm was, is 30 jaar vandaag geen uitzondering meer. Sommige banken laten zelfs toe tijdens de looptijd te verlengen tot 35 jaar. “Vooral jonge mensen kiezen voor 30 jaar, omdat hun maandlast dan lager ligt”, verduidelijkt Els Van Houdt, directeur kredieten bij vdk bank. In de eerste helft van 2025 had meer dan 20 procent van de nieuwe woonleningen bij vdk een looptijd van meer dan 25 jaar. Vorig jaar was dat nog minder dan een op de tien.

De kredietbemiddelaar John Romain, de oprichter van Immotheker Finotheker, vult aan dat 40 jaar in uitzonderlijke gevallen zelfs mogelijk is, maar dat dit slechts bij één maatschappij in België gebeurt en tegen een hogere vaste rente. “Er is een psychologische drempel: veel Belgen willen rond hun zestigste schuldenvrij zijn om met pensioen te gaan. Maar we werken langer. Waarom zou lenen tot 75 jaar of zelfs 95 jaar ondenkbaar zijn, zeker voor renovaties of energiebesparingen?”

Vdk bank vindt een aflossingsduur van 35 jaar een goede bovengrens: het is een evenwicht tussen toegang tot krediet bieden en de risico’s beperken. Volgens Koen Van Vynckt, diensthoofd woonkredieten bij vdk bank, is persoonlijk advies cruciaal: “We bekijken per klant wat haalbaar is, ook met het oog op het pensioen. Mensen met een potentieel lager pensioen of zonder aanvullend inkomen willen we beschermen tegen te lange looptijden.”

100 procent lenen

De Nationale Bank legt banken beperkingen op: doorgaans mag maximaal 90 procent van de aankoopprijs van een woning geleend worden. Voor wie voor de eerste keer koopt en leent mag in 35 procent van de dossiers daarvan worden afgeweken. “In die gevallen kan er bij ons tot 100 procent van de aankoopprijs geleend worden voor een eerste woning”, zegt Van Houdt. “Maar alleen als de terugbetalingscapaciteit voldoende is en het om een eigen woning gaat, niet om een tweede verblijf.”

‘Waarom zou lenen tot 75 jaar of zelfs 95 jaar ondenkbaar zijn, zeker voor renovaties of energiebesparingen?’

John Romain,

Immotheker Finotheker

Registratierechten en notariskosten blijven wel voor eigen rekening. Romain rekent het voor: “In Vlaanderen betaal je 2 procent registratierechten, in Wallonië 3 procent en in Brussel 12,5 procent maar krijg je een abattement (een vrijstelling van de registratierechten op de eerste 200.000 euro van het aankoopbedrag onder bepaalde voorwaarden, nvdr). Daarbovenop komen ongeveer 3 procent lening- en notariskosten. Al die kosten kun je meestal niet meefinancieren, behalve in enkele uitzonderlijke formules waar je flink meer intresten op betaalt.”

Inkorten en verlengen

Bij veel banken kan de looptijd worden aangepast. Vdk bank biedt een accordeonsysteem: bij een renteherziening kan de klant kiezen tussen een hogere maandlast met behoud van de looptijd, of dezelfde maandlast met een langere looptijd. “Het kost niets extra als je voor zo’n formule kiest”, zegt Van Houdt. “Zelfs wie er niet mee gestart is, kan nog overstappen. En wie extra wil aflossen – bijvoorbeeld met vakantiegeld of een bonus – kan dat bij vdk bank gratis doen om de looptijd te verkorten.” Van Vynckt haalt de voordelen van dat systeem aan: “De klant kan ermee inspelen op een stijgende of dalende rente, en krijgt budgettaire ademruimte.”

Romain is genuanceerder: “Gratis bestaat niet. Zaken gratis aanbieden kan de waarde van het advies ondermijnen. In Nederland betaalt de klant zijn financieel adviseur rechtstreeks, en daar verloopt 70 procent van de hypotheekmarkt via onafhankelijke adviseurs. In België is dat amper 10 procent, omdat kredietbemiddelaars hier door de banken worden vergoed.”

Leeftijdsgrens

De meeste banken hanteren een richtleeftijd van 75 jaar voor de volledige terugbetaling, maar dat is zelden een harde grens. “Bij een goed pensioen of als er twee inkomens zijn, kan langer soms perfect verantwoord zijn”, zegt Van Houdt.

Romain ziet zelfs partners die leningen toestaan tot leeftijden van 95 jaar: “Waarom zou je iemand met een degelijk pensioen van twee keer 2.000 euro niet laten lenen voor het energiezuinig maken van hun woning? Zeker als ze hun spaargeld liever achter de hand houden.”

Evolutie in 2025

Na relatief rustige jaren in 2023 en 2024 is er in 2025 weer meer beweging op de Belgische hypotheekmarkt. De rente schommelt rond 3 procent (gemiddeld 3,05% op 25 jaar en 3,49% op 30 jaar), de gemiddelde looptijd is met twee jaar gestegen vergeleken met tien jaar geleden, en de termijn van 30 jaar blijft vooral populair bij jongeren en alleenstaanden met beperkte eigen middelen.

“Een afbetalingstermijn van 30 jaar en langer was vooral populair rond 2009-2010, toen de fiscale woonbonus langer voordeel gaf en die makkelijker werd toegestaan”, vertelt John Romain. “Nu komt die lange looptijd vooral voort uit budgettaire noodzaak.” Romain berekent dat 30 jaar lenen voor 200.000 euro gemiddeld 77,6 euro per maand goedkoper is dan 25 jaar lenen, maar aan het einde van de rit in totaal 30.000 euro meer aan intrest kost. “Voor wie verwacht in de toekomst meer te verdienen, kan dat verschil de moeite waard zijn.”

Daarnaast worden kopers geconfronteerd met energierenovatieverplichtingen: wie een woning met een laag energielabel koopt, moet binnen enkele jaren vaak 50.000 tot 70.000 euro investeren om het energiezuiniger te maken. “Dat bedrag kan en moet vaak mee in de financiering of het budget worden opgenomen”, klinkt het bij de experts. John Romain vat het samen: “Wie zijn woondroom wil realiseren, moet meer dan ooit rekenen en vooruitdenken. Want zelfs met creatieve kredietformules blijft de Belgische woningmarkt voor veel mensen een dure droom.”

Welke formule past bij u?

Hou rekening met deze aandachtspunten om de best passende hypothecaire formule te bepalen.

1 Denk vooruit: hou rekening met toekomstige gezins- en inkomenswijzigingen, zoals studerende kinderen of pensioen.

2 Check flexibiliteit: kies een kredietformule waarbij u de looptijd kunt inkorten of verlengen zonder zware kosten.

3 Vergelijk vast en variabel: een vaste rente geeft zekerheid, variabel kan op termijn goedkoper zijn – afhankelijk van uw risicobereidheid.

4 Let op bijkomende kosten: registratierechten, notariskosten en renovatieverplichtingen kunnen uw budget zwaarder belasten.

5 Zoek onafhankelijk advies: niet alleen de rente telt, een goede begeleiding kan duizenden euro’s verschil maken.

6 Wees realistisch over uw pensioen: als uw lening nog loopt na uw pensioenleeftijd, zorg dan dat de maandlast haalbaar blijft.

The post Creatief zijn met woonkredieten kan u veel opleveren appeared first on Trends.

Meer dan helft zelfstandigen blijft werken na pensioen

15 September 2025 at 15:52

Veel zelfstandigen werken nog terwijl ze met pensioen zijn. Ze moeten wel rekening houden met juridische en fiscale spelregels.

Uit nieuwe cijfers van Eurostat blijkt dat 56,4 procent van de zelfstandigen ook na hun pensioen actief blijft. Volgens Mieke Bruyninckx, juridisch adviseur en pensioenspecialist bij Acerta, zijn daar meerdere verklaringen voor. “Het gaat om een combinatie van drie factoren: economische overwegingen, sociaal contact en werkplezier”, zegt ze. “Het wettelijk pensioen voor zelfstandigen is lager dan dat van werknemers en ambtenaren. Veel zelfstandigen die vandaag met pensioen gaan, hebben daardoor nood aan extra inkomsten.”

Maar niet alleen de portemonnee speelt een rol. Bruyninckx wijst ook op het sociale aspect. “Zelfstandigen vinden het vaak moeilijk om hun zaak volledig los te laten. Soms blijven ze betrokken bij een overname door hun kinderen, soms willen ze gewoon hun expertise doorgeven. Voor anderen gaat het vooral om het dagelijkse contact met klanten en leveranciers.” En dan is er nog het plezier van het werk zelf. “Ik herinner me een accountant die zei: ‘Ik doe het zo graag dat ik er niet mee kan stoppen.’ Dat gevoel komt vaak terug.”

Verschillen in Europa

De cijfers tonen ook aanzienlijke verschillen tussen landen. In Zweden (98,4%) en Finland (88%) werken veel zelfstandigen na hun pensioen door, terwijl dat in Zuid-Europa, bijvoorbeeld in Spanje (18,2%) en Griekenland (20,3%), een pak minder voorkomt. “Dat heeft allicht te maken met de hoogte van de pensioenen, de levensduurte en de wettelijke pensioenleeftijd”, zegt Bruyninckx. “In België mag je vanaf de wettelijke pensioenleeftijd onbeperkt bijverdienen. In andere landen gelden er strengere limieten.”

‘Zelfstandigen vinden het vaak moeilijk om hun zaak volledig los te laten’

Mieke Bruyninckx, Acerta

Ellen Lammens, juridisch adviseur bij Acerta, vult aan dat ook de werkcultuur en het sociaal stelsel een rol spelen. “In Scandinavische landen hebben mensen vaak meer mogelijkheden om hun loopbaan flexibel in te vullen, met sabbatjaren of deeltijds werk. Dat maakt hun pensioenregeling moeilijk vergelijkbaar met de onze. Daarnaast is het leven daar ook duurder, wat de druk om te blijven werken vergroot.”

Loont het?

Wie na zijn pensioen blijft werken, moet rekening houden met spelregels. Onbeperkt bijverdienen mag pas vanaf de wettelijke pensioenleeftijd, die in 2025 op 66 jaar ligt. Ook wie minstens 45 loopbaanjaren kan voorleggen, mag onbeperkt bijverdienen. Wie eerder stopt of minder jaren werkte, moet inkomensgrenzen respecteren.

Wie blijft werken, moet ook letten op de belastingen. “Gepensioneerden genieten van een belastingvermindering, maar die wordt berekend rekening houdend met het totale inkomen”, verduidelijkt Ellen Lammens. Extra inkomsten kunnen dus betekenen dat die vermindering deels of zelfs volledig wegvalt. “De afrekening volgt pas het jaar nadien”, waarschuwt Ellen Lammens. “Het is belangrijk dat mensen zich hiervan bewust zijn en goed bijhouden hoeveel ze in totaal verdienen. Zo kunnen ze anticiperen op de belastingen die ze moeten bijbetalen.”

Wel bestaan er specifieke formules, zoals flexi-jobs of uitzonderingen in de zorgsector, waar gepensioneerden fiscaal voordeliger aan de slag kunnen en waarbij die activiteit bovendien geen invloed heeft op de belastingberekening op hun pensioen.

Ten derde zijn er ook sociale bijdragen verschuldigd, al zijn die lager. “Zelfstandigen betalen na hun pensioen nog 14,7 procent bijdragen op hun beroepsinkomen, in plaats van het gebruikelijke 20,5 procent”, legt Bruyninckx uit. “Wie minder dan 3.763,51 euro per jaar verdient, betaalt helemaal geen sociale bijdragen meer.”

Impact op de arbeidsmarkt

Betekent dit dat oudere zelfstandigen en gepensioneerden de jobs van jongeren afpakken? Beide experts denken van niet. “Heel wat gepensioneerden kiezen voor flexibele of deeltijdse contracten”, zegt Mieke Bruyninckx. “Ze vullen vaak gaten in de arbeidsmarkt, zonder daarbij voltijdse krachten te vervangen.”

Ellen Lammens beaamt dat: “Werkgevers appreciëren de ervaring en de flexibiliteit van oudere medewerkers. In veel sectoren is er net een tekort aan personeel. Gepensioneerden vullen dus eerder een nood in dan dat ze iemand anders verdringen of mogelijk een job innemen van anderen.”

Een structurele trend

De overheid stimuleert deze evolutie ook, althans gedeeltelijk. Vanaf de wettelijke pensioenleeftijd mag men onbeperkt bijverdienen, en via flexi-jobs en uitzonderingen in sectoren zoals de zorg wordt extra werk aantrekkelijk gemaakt. Toch blijft de fiscaliteit voor klassieke arbeid soms een drempel.

Op langere termijn zullen de verschillen tussen werknemers en zelfstandigen kleiner worden. “Voor jongere generaties zijn de pensioenrechten intussen meer gelijkgetrokken”, weet Mieke Bruyninckx. “Maar de mensen die nu met pensioen gaan, dragen nog altijd de gevolgen van het verleden. Voor hen is blijven werken vaak de meest logische keuze.”

De cijfers van Eurostat maken duidelijk dat werken na het pensioen geen uitzondering meer is, maar een breed gedragen realiteit. Of zoals Ellen Lammens besluit: “Voor sommigen is dit een financiële noodzaak, voor anderen plezier. Maar voor bijna iedereen geldt dat actief blijven een gevoel van zinvolheid en sociaal contact oplevert – en daar is fundamenteel niets verkeerd mee.”

Onbeperkt bijverdienen?

• In 2025 ligt de wettelijke pensioenleeftijd op 66 jaar. Vanaf die leeftijd mag u onbeperkt bijverdienen.
• Ook wie vóór die leeftijd stopt maar minstens 45 loopbaanjaren kan voorleggen, mag onbeperkt bijverdienen.
• U hebt recht op een belastingvermindering voor uw pensioen, maar de berekening van die vermindering hangt af van uw inkomen.
• De belastingafrekening volgt pas het jaar nadien. Hou dus zelf goed bij hoeveel u verdient zodat u kunt anticiperen op het uiteindelijke resultaat.

The post Meer dan helft zelfstandigen blijft werken na pensioen appeared first on Trends.

Millennial managers sturen steeds vaker oudere collega’s aan: 4 pijlers voor succesvol leiderschap

11 September 2025 at 19:46

Millennial managers, geboren tussen 1980 en 1995, maken een stevige opmars. Ook in ons land bekleedt de groep steeds vaker leidinggevende posities. Dat brengt naast waardevolle diversiteit ook spanningen en uitdagingen met zich. “Leeftijdsinclusief leiderschap is ook bij millennial managers cruciaal om teams gemotiveerd te houden”, zegt Laura De Boom, FWO-doctoraatsonderzoeker van UAntwerpen.

Vandaag zijn ze tussen 30 en 45 jaar oud, en al lang geen starters meer. Millennial managers hebben stevige carrièrestappen gezet en staan nu aan het hoofd van teams. Dat leidt steeds vaker tot situaties waarin een leidinggevende jonger is dan een deel van zijn of haar teamleden. Dat leeftijdsverschil kan oplopen tot tientallen jaren, en dat kan tot spanningen leiden. Oudere werknemers kunnen zich minder gehoord of gewaardeerd voelen, terwijl jongere medewerkers soms moeite hebben om aansluiting te vinden bij een meer ervaren baas.

Laura De Boom, verbonden aan de onderzoeksgroep Next Generation Work van de Antwerp Management School, en professor Kim De Meulenaere (Universiteit Antwerpen) onderzochten het fenomeen en komen met concrete aanbevelingen. “Ons onderzoek toont aan dat een inclusieve houding tegenover leeftijd altijd motiveert en extra sterk werkt als de leider en de medewerker flink in leeftijd verschillen.”

Leeftijdsinclusief leiderschap

De onderzoekers bekeken zowel situaties waarin de leidinggevende jonger was dan de teamleden als omgekeerd. Laura De Boom: “Leeftijdsinclusief leiderschap werkt in beide richtingen. De grootte, en niet zozeer de richting, van het leeftijdsverschil tussen de leidinggevende en de werknemer is van belang. Het maakt dus weinig verschil of de leidinggevende ouder of jonger is – zolang hij of zij erin slaagt alle leeftijden te betrekken en waarderen.”

Hoewel er geen exacte cijfers beschikbaar zijn over het aantal actieve millennial managers in België, ziet De Boom een duidelijke trend. Uit de Glassdoor Worklife Trends 2025 blijkt dat millennials in 2025 wereldwijd voor het eerst een groter deel van het management uitmaken dan generatie X, en dat generatie Z tegen eind 2025 of 2026 waarschijnlijk de babyboomgeneratie voorbijsteekt. “Dat heeft onder meer te maken met de vergrijzing. Het is dus almaar belangrijker dat organisaties aandacht besteden aan leeftijdsinclusief leiderschap.”

Vier pijlers

De onderzoekers onderscheiden vier kernpijlers die mee het succes van leeftijdsinclusief leiderschap bepalen. De eerste is het omarmen van leeftijdsdiversiteit: leiders creëren daarbij bewust een omgeving waarin leeftijdsverschillen worden erkend en gewaardeerd. Dat kan door actief input te vragen van medewerkers bij beslissingen, en door trainingen te organiseren die de interactie tussen generaties bevorderen. “Het gaat vooral om het verbeteren van de kwaliteit van die interactie”, legt De Boom uit.

‘Een jonge manager kan onbewust jongere werknemers meer kansen geven, omdat hij of zij zich daarin herkent’

Laura De Boom

Daarnaast is er het bieden van gelijke kansen. Jongere en oudere medewerkers moeten dezelfde toegang hebben tot middelen, opleidingen en promoties. “We zien dat starters vaak intensief getraind worden, terwijl oudere medewerkers minder opleidingskansen krijgen. Dat is zonde, want ook zij moeten kunnen blijven groeien”, zegt De Boom. Daarbij moeten promoties gebaseerd zijn op objectieve criteria zoals vaardigheden, expertise en prestaties, niet op leeftijd.

De derde pijler is toewijding aan leeftijdsdiversiteit. Zowel bij het aannemen van nieuwe medewerkers als bij het behouden van bestaande krachten mag leeftijd geen bepalende factor zijn. Tot slot gaat het om effectief ondersteunen en managen. Leiders houden dan rekening met generatieverschillen in hun communicatie en conflicthantering. Onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat oudere werknemers conflicten vaker vermijden, terwijl jongere werknemers sneller problemen aankaarten. “Een leidinggevende moet die verschillen herkennen en er proactief op inspelen”, benadrukt De Boom.

Start klein

Voor bedrijven die nog niet met leeftijdsinclusief leiderschap bezig zijn, adviseert De Boom klein te beginnen. “Je kunt de vier pijlers koppelen aan concrete gedragingen. Het stimuleren van tweerichtingscommunicatie is bijvoorbeeld een eenvoudige eerste stap. Laat generaties van elkaar leren, zodat iedereen zich gehoord voelt.”
Een belangrijke nuance is dat het niet alleen gaat om wat de leidinggevende doet, maar vooral om hoe dat wordt ervaren. “Wat voor jou heel inclusief lijkt, hoeft dat voor een ander niet zo te zijn. Vraag medewerkers wat zij nodig vinden en belangrijk achten. Dat kan zowel tijdens gesprekken als via tevredenheidsenquêtes bij medewerkers.”

Voordelen en valkuilen

Volgens De Boom levert leeftijdsinclusief leiderschap duidelijke voordelen op: “We zien dat het de intrinsieke motivatie versterkt. Medewerkers voelen zich competenter, ervaren meer autonomie en halen daardoor meer plezier uit hun werk. Dat maakt dat ze zich meer verbonden voelen met de organisatie, dat ze het gevoel hebben dat hun expertise ertoe doet, en dat ze hun werk op hun eigen manier kunnen inrichten.”

Ze verwijst naar de psychologische basisbehoeften van relatedness, competence en autonomy. “Als die drie aanwezig zijn, voelen mensen zich empowered en blijven ze langer intrinsiek gemotiveerd.”

De Boom ziet één belangrijke valkuil voor millennial managers: het similarity attraction paradigm. Die theorie uit de sociale psychologie stelt dat mensen zich van nature meer aangetrokken voelen tot anderen die op hen lijken – bijvoorbeeld in leeftijd, achtergrond, waarden, interesses of gedrag. “Een jonge manager kan dus onbewust jongere werknemers meer kansen geven, omdat hij of zij zich daarin herkent. Het is belangrijk daar bewust mee om te gaan en ook oudere medewerkers volop kansen te bieden om hun expertise te delen en om nieuwe dingen te leren.”

Meer dan een trend

Voor De Boom staat vast dat leeftijdsinclusief leiderschap geen tijdelijk managementmodewoord is, maar een noodzaak voor organisaties die willen groeien. “Wie inzet op leeftijdsinclusief leiderschap, wint aan motivatie, samenwerking en creativiteit in het hele team”, zegt ze.

“Medewerkers voelen zich gewaardeerd, delen hun kennis sneller en werken met meer plezier samen. Dat vertaalt zich in minder verloop, een sterker werkgeversmerk en betere prestaties. Het is dus geen zachte hr-maatregel, maar een investering die zich uiteindelijk op alle fronten terugbetaalt.”

The post Millennial managers sturen steeds vaker oudere collega’s aan: 4 pijlers voor succesvol leiderschap appeared first on Trends.

Millennial managers sturen steeds vaker oudere collega’s aan: 4 pijlers voor succesvol leiderschap

11 September 2025 at 19:46

Millennial managers, geboren tussen 1980 en 1995, maken een stevige opmars. Ook in ons land bekleedt de groep steeds vaker leidinggevende posities. Dat brengt naast waardevolle diversiteit ook spanningen en uitdagingen met zich. “Leeftijdsinclusief leiderschap is ook bij millennial managers cruciaal om teams gemotiveerd te houden”, zegt Laura De Boom, FWO-doctoraatsonderzoeker van UAntwerpen.

Vandaag zijn ze tussen 30 en 45 jaar oud, en al lang geen starters meer. Millennial managers hebben stevige carrièrestappen gezet en staan nu aan het hoofd van teams. Dat leidt steeds vaker tot situaties waarin een leidinggevende jonger is dan een deel van zijn of haar teamleden. Dat leeftijdsverschil kan oplopen tot tientallen jaren, en dat kan tot spanningen leiden. Oudere werknemers kunnen zich minder gehoord of gewaardeerd voelen, terwijl jongere medewerkers soms moeite hebben om aansluiting te vinden bij een meer ervaren baas.

Laura De Boom, verbonden aan de onderzoeksgroep Next Generation Work van de Antwerp Management School, en professor Kim De Meulenaere (Universiteit Antwerpen) onderzochten het fenomeen en komen met concrete aanbevelingen. “Ons onderzoek toont aan dat een inclusieve houding tegenover leeftijd altijd motiveert en extra sterk werkt als de leider en de medewerker flink in leeftijd verschillen.”

Leeftijdsinclusief leiderschap

De onderzoekers bekeken zowel situaties waarin de leidinggevende jonger was dan de teamleden als omgekeerd. Laura De Boom: “Leeftijdsinclusief leiderschap werkt in beide richtingen. De grootte, en niet zozeer de richting, van het leeftijdsverschil tussen de leidinggevende en de werknemer is van belang. Het maakt dus weinig verschil of de leidinggevende ouder of jonger is – zolang hij of zij erin slaagt alle leeftijden te betrekken en waarderen.”

Hoewel er geen exacte cijfers beschikbaar zijn over het aantal actieve millennial managers in België, ziet De Boom een duidelijke trend. Uit de Glassdoor Worklife Trends 2025 blijkt dat millennials in 2025 wereldwijd voor het eerst een groter deel van het management uitmaken dan generatie X, en dat generatie Z tegen eind 2025 of 2026 waarschijnlijk de babyboomgeneratie voorbijsteekt. “Dat heeft onder meer te maken met de vergrijzing. Het is dus almaar belangrijker dat organisaties aandacht besteden aan leeftijdsinclusief leiderschap.”

Vier pijlers

De onderzoekers onderscheiden vier kernpijlers die mee het succes van leeftijdsinclusief leiderschap bepalen. De eerste is het omarmen van leeftijdsdiversiteit: leiders creëren daarbij bewust een omgeving waarin leeftijdsverschillen worden erkend en gewaardeerd. Dat kan door actief input te vragen van medewerkers bij beslissingen, en door trainingen te organiseren die de interactie tussen generaties bevorderen. “Het gaat vooral om het verbeteren van de kwaliteit van die interactie”, legt De Boom uit.

‘Een jonge manager kan onbewust jongere werknemers meer kansen geven, omdat hij of zij zich daarin herkent’

Laura De Boom

Daarnaast is er het bieden van gelijke kansen. Jongere en oudere medewerkers moeten dezelfde toegang hebben tot middelen, opleidingen en promoties. “We zien dat starters vaak intensief getraind worden, terwijl oudere medewerkers minder opleidingskansen krijgen. Dat is zonde, want ook zij moeten kunnen blijven groeien”, zegt De Boom. Daarbij moeten promoties gebaseerd zijn op objectieve criteria zoals vaardigheden, expertise en prestaties, niet op leeftijd.

De derde pijler is toewijding aan leeftijdsdiversiteit. Zowel bij het aannemen van nieuwe medewerkers als bij het behouden van bestaande krachten mag leeftijd geen bepalende factor zijn. Tot slot gaat het om effectief ondersteunen en managen. Leiders houden dan rekening met generatieverschillen in hun communicatie en conflicthantering. Onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat oudere werknemers conflicten vaker vermijden, terwijl jongere werknemers sneller problemen aankaarten. “Een leidinggevende moet die verschillen herkennen en er proactief op inspelen”, benadrukt De Boom.

Start klein

Voor bedrijven die nog niet met leeftijdsinclusief leiderschap bezig zijn, adviseert De Boom klein te beginnen. “Je kunt de vier pijlers koppelen aan concrete gedragingen. Het stimuleren van tweerichtingscommunicatie is bijvoorbeeld een eenvoudige eerste stap. Laat generaties van elkaar leren, zodat iedereen zich gehoord voelt.”
Een belangrijke nuance is dat het niet alleen gaat om wat de leidinggevende doet, maar vooral om hoe dat wordt ervaren. “Wat voor jou heel inclusief lijkt, hoeft dat voor een ander niet zo te zijn. Vraag medewerkers wat zij nodig vinden en belangrijk achten. Dat kan zowel tijdens gesprekken als via tevredenheidsenquêtes bij medewerkers.”

Voordelen en valkuilen

Volgens De Boom levert leeftijdsinclusief leiderschap duidelijke voordelen op: “We zien dat het de intrinsieke motivatie versterkt. Medewerkers voelen zich competenter, ervaren meer autonomie en halen daardoor meer plezier uit hun werk. Dat maakt dat ze zich meer verbonden voelen met de organisatie, dat ze het gevoel hebben dat hun expertise ertoe doet, en dat ze hun werk op hun eigen manier kunnen inrichten.”

Ze verwijst naar de psychologische basisbehoeften van relatedness, competence en autonomy. “Als die drie aanwezig zijn, voelen mensen zich empowered en blijven ze langer intrinsiek gemotiveerd.”

De Boom ziet één belangrijke valkuil voor millennial managers: het similarity attraction paradigm. Die theorie uit de sociale psychologie stelt dat mensen zich van nature meer aangetrokken voelen tot anderen die op hen lijken – bijvoorbeeld in leeftijd, achtergrond, waarden, interesses of gedrag. “Een jonge manager kan dus onbewust jongere werknemers meer kansen geven, omdat hij of zij zich daarin herkent. Het is belangrijk daar bewust mee om te gaan en ook oudere medewerkers volop kansen te bieden om hun expertise te delen en om nieuwe dingen te leren.”

Meer dan een trend

Voor De Boom staat vast dat leeftijdsinclusief leiderschap geen tijdelijk managementmodewoord is, maar een noodzaak voor organisaties die willen groeien. “Wie inzet op leeftijdsinclusief leiderschap, wint aan motivatie, samenwerking en creativiteit in het hele team”, zegt ze.

“Medewerkers voelen zich gewaardeerd, delen hun kennis sneller en werken met meer plezier samen. Dat vertaalt zich in minder verloop, een sterker werkgeversmerk en betere prestaties. Het is dus geen zachte hr-maatregel, maar een investering die zich uiteindelijk op alle fronten terugbetaalt.”

The post Millennial managers sturen steeds vaker oudere collega’s aan: 4 pijlers voor succesvol leiderschap appeared first on Trends.

Nieuwe collega met hoger loon? Kans op vertrek verdubbelt

29 July 2025 at 08:21

Uiterlijk in juni 2026 wordt de nieuwe loontransparantiewet van kracht. Die verplicht werkgevers ertoe hun loonbeleid transparanter en eerlijker te maken. Dat kan belangrijke gevolgen hebben, wijst een studie van de hr-dienstenleverancier Securex uit.

Ten laatste in juni volgend jaar wordt als gevolg van een nieuwe Europese richtlijn loontransparantie verplicht in België. Door die nieuwe wet moeten werkgevers hun loonbeleid transparanter en eerlijker maken, op basis van objectieve criteria. Ze zullen moeten kunnen aantonen waarom in het bedrijf loonverschillen bestaan. “Het gaat niet alleen om gelijke lonen voor exact dezelfde baan”, verduidelijkt Nele Van Hoecke, hr-consultant bij Securex, “maar ook om gelijkwaardig werk. Dat is een veel grotere uitdaging.”

Gelijkwaardig werk slaat op functies die misschien een andere titel of inhoud hebben, maar waarvan de verantwoordelijkheden, de gevraagde inzet en vaardigheden en de arbeidsomstandigheden vergelijkbaar zijn. Een IT-analist en een financieel analist doen misschien ander werk, maar als hun taken even zwaar zijn, dezelfde impact hebben, dezelfde competenties vereisen en de werkomstandigheden gelijkwaardig zijn, dan moeten ook hun lonen in verhouding zijn. “De werkgever zal grote loonverschillen tussen zulke functies objectief moeten kunnen verklaren”, benadrukt Van Hoecke.

Tegen discriminatie

De Europese wet wil zo discriminatie tegengaan en voor meer loonrechtvaardigheid zorgen. Werkgevers zullen hun functieclassificatie en hun loonbeleid transparanter moeten maken, zodat ook loonverschillen bij gelijkwaardig werk verklaarbaar en verdedigbaar zijn.

‘Het is bijzonder frustrerend als een nieuwe collega meteen beter betaald wordt dan iemand die al jaren zijn werk goed doet’

Nele Van Hoecke, Securex

De wet stelt vier vaste criteria vast waarop loonverschillen mogen zijn gebaseerd: vaardigheden, verantwoordelijkheden, inspanningen en arbeidsomstandigheden. Andere factoren, zoals schaarste op de arbeidsmarkt, mogen aanvullend worden gebruikt, maar enkel na overleg met werknemersorganisaties.

Bedrijven die de wet niet of onvoldoende naleven, riskeren boetes. Enerzijds kunnen schadevergoedingen worden toegekend aan benadeelde werknemers in de vorm van gederfd loon, bonussen of een vergoeding voor het verlies van kansen. “Belangrijk is ook dat, zelfs als de werknemer in het ongelijk wordt gesteld, de gerechtskosten ten laste van de werkgever zijn”, weet Nele Van Hoecke. “Anderzijds kunnen boetes worden opgelegd in functie van de jaaromzet of de omvang van de onderneming.”

Kmo’s hebben meeste werk

Voor grote bedrijven bestaat al een beperkte rapporteringsverplichting, maar kleine ondernemingen staan voor een grotere uitdaging. “Veel kmo’s zijn de voorbije jaren snel gegroeid zonder een echt loonbeleid te ontwikkelen”, weet Nele Van Hoecke. “Soms werd er met de natte vinger gewerkt: een bedrijfswagen voor de een, een bonus voor de ander, gewoon om iemand binnen te halen of vast te houden. Dat kan binnenkort dus niet meer zomaar.” De nieuwe regelgeving geldt ook vanaf het sollicitatiegesprek. Werkgevers moeten duidelijkheid geven over het loon of het loonbereik van de openstaande baan. “Bij voorkeur al bij het eerste contact”, aldus Van Hoecke.

“Werknemers krijgen het recht om informatie op te vragen. Hoe die beschikbaar gesteld moet worden – via rapporten, een digitaal platform of op verzoek – is nog niet helemaal duidelijk. Maar het recht op informatie wordt fundamenteel en gegarandeerd.”

Praktische tips

Nele Van Hoecke benadrukt het belang van een goede voorbereiding door werkgevers. Alles begint bij een grondige evaluatie van het loonbeleid. “Kijk niet alleen naar het basisloon, maar neem ook bonussen, extralegale voordelen zoals bedrijfswagens en maaltijdcheques, én de verschillende carrière- of functieniveaus mee in de analyse. Alles telt mee: het gaat om het volledige loonpakket.”

Daarnaast wijst ze op het belang van een goede administratie. “Elke hr-beslissing over het loon moet je voortaan objectief kunnen uitleggen en onderbouwen. Dat betekent: alles documenteren. Van loonsverhogingen tot individuele afspraken – de volledige loongeschiedenis moet transparant en controleerbaar zijn.” Ook juridische documenten zoals arbeidsovereenkomsten en arbeidsreglementen moeten onder de loep worden genomen. “Contracten moeten worden aangepast aan de nieuwe informatieplicht. En vertrouwelijkheidsclausules die werknemers verbieden om over hun loon te spreken moeten eruit”, aldus Van Hoecke.

“Werknemers moeten hun looninformatie kunnen gebruiken als ze vermoeden dat er sprake is van ongelijkheid. Dat is een fundamenteel recht in de nieuwe wet.” Volgens Van Hoecke is een gedegen voorbereiding geen overbodige luxe. “De richtlijn legt de lat hoger, en wie zich nu goed voorbereidt, voorkomt problemen achteraf. Transparantie is geen bedreiging, maar een kans om vertrouwen en rechtvaardigheid in de organisatie te versterken.”

Van baan veranderen

De loontransparantie kan grote gevolgen hebben. Ruim een op de vijf medewerkers (20,3%) denkt er serieus aan van baan te veranderen zodra die erachter komt dat een nieuwe collega in een soortgelijke functie meer verdient. Dat is bijna dubbel zoveel als bij mensen die geen loonverschil vaststellen (10,8%). Op lange termijn stijgt dat zelfs naar bijna een op de drie (28,5%), tegenover 17,1 procent bij werknemers zonder die ervaring.

Nele Van Hoecke vindt dat logisch: “Het is bijzonder frustrerend als een nieuwe collega meteen beter betaald wordt dan iemand die al jaren zijn werk goed doet. Voor werkgevers lijkt zo’n loonbeleid soms een slimme zet in de war for talent, maar het kan ook medewerkers wegjagen of demotiveren.”

Volgens Van Hoecke zijn loonverschillen vaak het gevolg van paniekbeslissingen. Werkgevers willen tot elke prijs topmensen binnenhalen en gebruiken een aantrekkelijk loonpakket als lokaas. “Maar dat is een kortetermijnoplossing met potentieel dure langetermijngevolgen.”

Jongeren vergelijken loon het vaakst

Uit het onderzoek blijkt dat een op de vier Belgische werknemers (25,7%) zijn loon al heeft vergeleken met dat van collega’s die een gelijkaardige functie hebben. Vooral in grote bedrijven (28,8%) gebeurt dat vaak. In kleine ondernemingen ligt dat aandeel op 22,2 procent.

Jongeren zijn de actiefste vergelijkers: 16,9 procent van de werknemers onder de 25 jaar vergelijkt zijn loon zelfs met collega’s in andere functies, tegenover amper 5,2 procent bij 25-plussers. Voor hen draait het niet alleen om eerlijk loon, maar ook om groeikansen in het bedrijf.
Bijna de helft van de medewerkers (45,1%) voelt geen behoefte aan loonvergelijking. Ze zijn tevreden, vinden die informatie privé of vrezen dat het tot frustratie leidt.

The post Nieuwe collega met hoger loon? Kans op vertrek verdubbelt appeared first on Trends.

Twee op de drie ondernemers zijn nog niet klaar voor e-facturatie

29 July 2025 at 07:19

Vanaf 1 januari 2026 wordt e-facturatie via Peppol verplicht. Maar uit een bevraging van het ondernemingsloket Xerius en de Universiteit Hasselt blijkt dat slechts een minderheid van de ondernemers daar nu al klaar voor is. Vooral kleine zelfstandigen riskeren de deadline te missen.

Twee op de drie ondernemers zijn nog niet klaar voor de elektronische facturatie via Peppol, die op 1 januari verplicht wordt. “Zolang het niet wettelijk verplicht is, zien die ondernemers dit niet als een prioriteit”, zegt Maarten Corten, hoofddocent aan de Faculteit Bedrijfseconomische Wetenschappen van de Universiteit Hasselt, die een bevraging onder ondernemers organiseerde samen met het ondernemingsloket Xerius. “Maar uitstel is riskant: vanaf 1 januari 2026 zijn facturen via e-mail of post verboden voor transacties tussen btw-plichtige ondernemingen. Zelfs een bakker die levert aan een kmo moet dan via Peppol factureren.”

“We zagen hetzelfde patroon in landen als Roemenië en Hongarije, toen die met e-invoicing zijn gestart”, vertelt Philippe Kimpe, medeauteur van het boek E-facturatie ontcijferd en de oprichter van het e-facturatieplatform Lucy, dat in 2024 gekocht werd door het boekhoudplatform Yuki (Visma). “Pas in de laatste kwartalen voor de deadline komt er een eindspurt op gang. Bedrijven bereiden zich wel voor, maar de urgentie is er nog niet overal.”

Digitale kloof

Een op de zeven ondernemers die nog niet klaar zijn voor Peppol (15%) verwacht grote problemen bij de overstap. “Dat zijn vooral handelaars en dienstverleners die weinig digitale tools gebruiken en dus minder voeling hebben met software”, weet Maarten Corten. Hij trekt parallellen met de opkomst van onlinebankieren. “Ook toen zag je aanvankelijk weerstand bij mensen met minder digitale ervaring.”

Het zijn opvallend genoeg niet de ondernemers die veel uitgaande facturen sturen die de meeste problemen verwachten. Drie kwart van wie grote moeilijkheden ziet opdoemen, stuurt minder dan 100 facturen per jaar uit – of minder dan acht per maand. 40 procent stuurt er maandelijks zelfs niet meer dan twee. Maarten Corten: “Meer dan een kwart (27%) werkt zonder externe accountant.”

Rol van de accountant

Het onderzoek van Xerius en de Universiteit Hasselt wijst dan ook duidelijk op de sleutelrol van externe accountants. 62 procent van de ondernemers voelt zich matig tot goed geïnformeerd door hun accountant en vertrouwt vooral op diens advies bij het kiezen van een oplossing. Ondernemers zonder accountant blijken het moeilijker te hebben en zijn vaker niet voorbereid. “Het is vooral een kwestie van onbekend maakt onbemind”, zegt Philippe Kimpe. “Veel ondernemers werken nog met Word of Excel en denken dat dat gratis en eenvoudig is, maar dat kost uiteindelijk ook tijd en geld.”

‘Er bestaan al gebruiksvriendelijke oplossingen voor slechts enkele euro’s per maand’

Philippe Kimpe, Lucy (nu Yuki)

Zijn boodschap is duidelijk: laat je begeleiden, en wacht niet tot het laatste moment. “Je accountant is de huisarts van je onderneming. Ga daar eerst naartoe.” Ook volgens Maarten Corten zijn accountants de spilfiguren om de overgang zo eenvoudig mogelijk te maken. Zijn advies? “Kies als accountant één of enkele tools voor je cliënten, en begeleid ze daar zo goed mogelijk in. Ondernemers willen gewoon op een praktische manier voldoen aan de wet.”

Philippe Kimpe: “Een accountant met honderd klanten die vijf systemen gebruikt, dat werkt niet. Nieuwe klanten zullen vermoedelijk worden gevraagd mee te draaien op het gekozen platform van de accountant.”

Onrust op de markt

Uit een onderzoek van e-facturatiespecialist Billit blijkt dat meer dan 23 procent van de bevraagde ondernemers overweegt hun activiteiten stop te zetten vanwege de e-facturatieplicht. In het onderzoek van Xerius en de Universiteit Hasselt overweegt slechts een op de tien ondernemers (11%) te stoppen door Peppol, maar de bezorgdheid is er duidelijk.

Maarten Corten vindt dat tragisch: “Ik hoop dat niemand stopt met ondernemen door deze verplichting. Dan hebben we als maatschappij gefaald in onze communicatie en begeleiding.”

Voordelen voor ondernemers

E-facturatie via Peppol wordt pas in 2030 verplicht in Europa, maar België voert de verplichting vier jaar eerder al in, vanaf 2026. Sommige ondernemers vragen zich af waarom het hier sneller moet. “Een terechte vraag”, zegt Maarten Corten. “De overheid wil de btw-kloof dichten. Dat is het verschil tussen wat de overheid aan btw-inkomsten zou moeten binnenkrijgen en wat ze echt ontvangt. In België bedraagt die kloof naar schatting zo’n 5 miljard euro per jaar. Die ontstaat niet alleen door fraude, maar vaak door fouten. E-facturatie maakt dat proces veel nauwkeuriger.”

De verplichting brengt dan ook duidelijke voordelen voor ondernemers. Ze zijn beter beschermd tegen valse facturen en de digitale verzending, registratie en verwerking zorgt ervoor dat er minder menselijke fouten gebeuren. En wie aan e-invoicingsoftware ook zijn bankrekening koppelt, krijgt sneller inzicht in zijn inkomsten, kosten en cashflow, aangezien de software meteen registreert welke facturen betaald zijn en welke nog niet. “Met klassieke facturen gaat veel mis: valse e-mails, foute rekeningnummers, vergeten betalingen. Peppol lost dat allemaal op”, zegt Maarten Corten.

‘Zelfs een bakker die levert aan een kmo moet vanaf 2026 via Peppol factureren’

​Maarten Corten, Universiteit Hasselt

Extra complexiteit

Voor ondernemers die klanten in verschillende Europese landen hebben, is er wel een bijkomende moeilijkheid. Facturen aan Belgische ondernemingen moeten vanaf 2026 via Peppol lopen, terwijl die naar Nederlandse of Franse klanten nog gewoon als pdf via e-mail kunnen worden verstuurd. “Uit ons onderzoek blijkt dat niet alleen kleine zelfstandigen problemen verwachten, ook grote bedrijven met veel buitenlandse transacties geven aan dat ze het moeilijk vinden aan de nieuwe wetgeving te voldoen”, zegt Maarten Corten. “Vaak werken grote bedrijven met op maat gemaakte ERP-pakketten. Zij zullen zelf aan de slag moeten om de e-facturatie soepel te laten verlopen.”

Ook is het nog even afwachten hoe andere Europese landen de e-facturatie zullen aanpakken. “Italië en Polen zijn bijvoorbeeld ook bezig met e-facturatie, maar zij werken met net iets andere systemen dan België. Dat maakt het er niet eenvoudiger op”, zegt Maarten Corten.

Voor facturen naar hetVerenigd Koninkrijk is de situatie nog anders. Door de brexit valt dat land buiten de Europese harmonisatie. Philippe Kimpe: “Het Verenigd Koninkrijk pionierde met Peppol in de gezondheidszorg en liet overheden e-facturen accepteren, maar na de brexit stokte de uitrol. Sinds 13 februari loopt er een consultatie over een nationaal e-invoicingkader, maar de wetgeving laat nog op zich wachten.”

Zoek ondersteuning

Volgens Maarten Corten zijn drie zaken essentieel om ondernemers mee te krijgen. “Laat je niet afschrikken. E-facturatie is geen grote investering en heeft voordelen”, vertelt hij. “Begin op tijd. Gun jezelf ruimte om de juiste tool te kiezen en ermee te oefenen. En bovenal: zoek ondersteuning. Werk met een externe accountant of vraag advies bij je ondernemingsloket.”

“2026 is het begin van een nieuwe realiteit”, besluit Philippe Kimpe. “Wie wacht tot dan, is gewoon te laat.” En de perceptie dat e-facturatie duur en ingewikkeld is? “Onterecht. Er bestaan al gebruiksvriendelijke oplossingen voor slechts enkele euro’s per maand. De uitdaging is vooral ondernemers goed te informeren en bewust te maken.”

The post Twee op de drie ondernemers zijn nog niet klaar voor e-facturatie appeared first on Trends.

Exoligamentz heeft een alternatief voor sporttape: een sporthandschoen als een tweede huid

25 July 2025 at 18:38

Niet alle innovaties ontstaan in een laboratorium. Soms worden ze ook bedacht op de tatami. Ashkan Joshghani startte Exoligamentz, een spin-off van UGent, vanuit zijn ervaring als vechtsporter en zijn opleiding tot dierenarts. Hij ontwikkelde een handschoen die de kwetsbare vingergewrichten van sporters beschermt. En misschien zijn er nog meer toepassingsmogelijkheden.

Joshghani stelde onlangs zijn uitvinding voor in de finale van de prestigieuze Sport Innovation Challenge in het Olympisch Museum in Lausanne, ondersteund door het Internationaal Olympisch Comité. Hij kreeg het publiek volledig op zijn hand. Eind juni won hij ook de Vlaamse finale van de Entrepreneurship World Cup en hij maakt kans op een deelname aan de wereldfinale in de Saudische hoofdstad Riyad in november.

Dat Ashkan Joshghani dierenarts van opleiding is, lijkt op het eerste gezicht weinig verband te houden met sporttechnologie. Toch was het zijn kennis van anatomie – opgebouwd tijdens jarenlange studies in de diergeneeskunde – die hem hielp bij het ontwikkelen van de handschoen.

“Als beoefenaar van Braziliaans jiujitsu maakte ik me zorgen over de impact van de sport op mijn vingers. Met gekneusde handen kun je geen medische ingrepen uitvoeren”, vertelt Ashkan Joshghani. “Ik gebruikte sporttape, maar die liet los zodra ik begon te zweten. Het kostte veel tijd om die aan te brengen, hij was maar één keer te gebruiken en werkte alleen goed als je die perfect aanbracht. Dat moest beter kunnen.”

Brede belangstelling

Vanuit die frustratie schetste Joshghani tijdens zijn examens diergeneeskunde in 2014 het eerste ontwerp. Het werd de basis van de Exoligamentz-handschoen, een zacht exoskelet uit textiel, met externe ligamenten, dat de vingergewrichten ondersteunt bij krachtbewegingen. In een paar seconden zit hij goed én je kunt hem steeds opnieuw gebruiken, in tegenstelling tot sporttape.

“Sommige mensen denken bij een exoskelet aan een bovenmenselijke constructie, aangedreven door robotica of een motor, maar dat is dit niet”, zegt Ashkan Joshghani. “Dit is technisch textiel dat integreert met de anatomie van de hand en krachten effectiever opvangt dan sporttape. Dat hebben we aangetoond in het lab van het Centrum voor Textieltechnologie van de UGent.” De greep van de sporter wordt niet krachtiger, maar wel stabieler en beter ondersteund. Dat is essentieel voor vechtsporten waarin de vingers kwetsbaar zijn.

Wat begon als een oplossing voor zijn eigen training in Braziliaans jiujitsu – ondertussen is hij zwarte band en hoofdcoach van zijn eigen vechtsportclub BJJ Gent – groeide uit tot een veel bredere toepassing. “Sommige judoka’s gebruiken al de bètaversie,” zegt de ondernemer. “Maar ook fysiotherapeuten tonen interesse in de technologie. Zelfs patiënten met gewrichtsproblemen namen contact met mij op. Er is duidelijk nood aan zo’n oplossing.”

Ook de medische sector ziet potentieel. Onder andere Paul De Buck, handtherapeut in het Hand & Pols Centrum Terneuzen en lector aan de Universiteit Gent, gelooft dat de handschoen voor patiënten met gewrichtsklachten veel kan betekenen. “Ook voor balsporten en zelfs voor militaire toepassingen is er interesse”, zegt Joshghani. Al blijft dat laatste nog vaag.

‘Een goede pasvorm is cruciaal. De handschoen moet als een tweede huid zitten. Zit ze los of te strak, dan werkt de technologie niet’

Askhan Joshghani

Vechter

De weg van een prototype naar een verkoopbaar product is lang en hobbelig. De ontwikkeling neemt al bijna een decennium in beslag. “Softwarebedrijven kunnen sneller groeien, want bugs kun je tijdens de ontwikkeling snel oplossen, zeker met artificiële intelligentie. Maar dit is hardware, deeptech textielengineering, iets dat niemand eerder heeft gemaakt”, legt Ashkan Joshghani uit. De ontwikkelingskosten zijn hoog en het productieproces is complex. Hardware-innovatie vereist gedetailleerde materiaalkeuzes, grondige testen en lange herhalingen die de slaagkansen sterk kunnen doen afnemen. “Kwalitatieve vooruitgang blijft voor mij altijd belangrijker dan snelheid.”

Joshghani werkt al jarenlang samen met professor Lieva Van Langenhove en haar collega’s van het Centrum voor Textieltechnologie (UGent), en met Alexandra De Raeve en haar team van het onderzoekscentrum FTIlab+ (HoGent). Tijdens die onderzoeksprojecten reisde Ashkan Joshghani naar China en verschillende Europese landen, op zoek naar de geschikte materialen en innovatieve productieprocessen. “Ik moest mezelf onderdompelen in de textieltechnologie, iets totaal anders dan diergeneeskunde”, vertelt de oprichter van Exoligamentz. “Maar mijn achtergrond heeft me geleerd problemen analytisch en gestructureerd aan te pakken. Dat helpt.”

Exoligamentz. “We willen de handschoen betaalbaar houden, maar wel topkwaliteit leveren.” © Martin Corlazzoli

De CEO is dan ook letterlijk en figuurlijk een vechter. Als zoon van politieke vluchtelingen uit Iran, groeide hij op in een sociale woonwijk in De Haan. Ashghani had geen makkelijke jeugd, met beperkte middelen, huiselijk geweld en leraars die openlijk twijfelden aan zijn verstandelijke vermogens: “De moeilijkheden in mijn jeugd en de weerstand tot op vandaag hebben me gevormd. Die tegenstroom is trainingsgewicht.”
Exoligamentz produceert zijn handschoen in Europa. “Dat is duurder, maar dicht bij huis produceren biedt meer controle, snellere trajecten én betere kwaliteit. Ik wil geen enkele compromi sluiten op dat gebied”, legt Askhan Joshghani uit. “Een goede pasvorm is cruciaal. De handschoen moet als een tweede huid zitten. Zit ze los of te strak, dan werkt ze niet.”

Daarom ontwikkelde hij een gesimplificeerd meetsysteem dat klanten via de website kunnen gebruiken. Op basis van de handbreedte en de vingerlengte wordt automatisch de maat gegenereerd. Binnen de standaardmaten, van XXS tot XXL, zijn er submaten in elk van die categorieën, afgestemd op de vingerlengte. “Om het meetsysteem accurater en gebruiksvriendelijker te maken, wordt het meet- en maatproces geautomatiseerd met artificiële intelligentie op basis van één smartphonefoto van de hand”, legt Joshghani uit.

Investeerders

Dit najaar wil de bedenker zijn finale verbeteringen afronden en de eerste internationale commerciële productie starten. De bètaversie – uitverkocht en niet meer verkrijgbaar – van de handschoen had een winkelwaarde van 105 euro per paar, inclusief waszakje. Maar de uiteindelijke prijs ligt nog niet vast. “We willen het betaalbaar houden, maar wel topkwaliteit leveren”, aldus Ashkan Joshghani.

Ondertussen trekt hij investeerders aan. Onder andere techondernemers, een judoka en een professor in de textielkunde hebben geïnvesteerd in Exoligamentz. “Hun namen en de geïnvesteerde bedragen mogen voorlopig niet bekend zijn”, zegt de CEO. Door de jaren heen hebben sport- en orthopedische bedrijven contact opgenomen met interesse in de technologie.

In tegenstelling tot de meeste start-ups die met een team van oprichters werken, is Ashkan Joshghani de enige oprichter van Exoligamentz, dat kantoor houdt in het Gentse Wintercircus. Van fundamenteel onderzoek, productontwerp, regelgeving en kapitaalwerving naar branding, grafisch ontwerp en regie, Joshghani werkte de hele waardeketen in zijn eentje uit: “Dat kost tijd en energie, maar geeft ook voldoening. Ik wil iets maken wat echt een verschil maakt – niet gewoon snel cashen. Anders was ik van het initiële idee tot vandaag geen tien jaar bezig geweest.”

De voormalige student-ondernemer wil ook niet stoppen bij de gepatenteerde handschoen: “Ik wil een merk opbouwen waarin ik innovatieve textieltechnologie verbind met sportcultuur en creativiteit. Textieltechnologie evolueert, en ik geloof dat ze in de toekomst steeds meer zal betekenen voor ons dagelijks leven in functionaliteit, ondersteuning en intelligentie. Met Exoligamentz wil ik een pionier zijn in die evolutie.”

The post Exoligamentz heeft een alternatief voor sporttape: een sporthandschoen als een tweede huid appeared first on Trends.

Antwerpse designstudio WeWantMore opent kantoor in Londen: ‘We willen onze naam in heel Europa vestigen’

18 July 2025 at 11:30

De Antwerpse ontwerpstudio WeWantMore, die in zijn negentienjarige bestaan een sterke reputatie in interieurdesign en branding heeft opgebouwd en bekende merken als klant heeft, opent een kantoor in Londen, de creatieve hoofdstad van Europa. “De naam die we in België opgebouwd hebben, willen we in heel Europa vestigen.”

De stap naar Londen is een logische, maar strategische zet voor de Antwerpse designstudio WeWantMore. “Londen is nog altijd het kloppend hart van de creatieve industrie in Europa, ongeacht de brexit en de iets complexere administratie van dien”, zegt medeoprichter en executive creative director Ruud Belmans. “We werken al lang internationaal. Met dat kantoor maken we dat ook tastbaar. Veel van onze klanten en potentiële klanten bevinden zich in Londen. Door er fysiek aanwezig te zijn, kunnen we nieuwe deuren openen en dichter op de bal spelen.” Londen moet de versneller zijn die WeWantMore op het Europese toneel katapulteert. “De naam die we in België opgebouwd hebben, willen we in heel Europa vestigen”, zegt Belmans stellig.

Bekijk vanaf 20 uur vrijdagavond hier ook een reportage over het nieuwe Londense kantoor van WeWantMore in het Z-Nieuws van Trends Z.

Twee zwaargewichten uit de designsector aan boord

Een kantoor openen in Londen is voor een Belgisch ontwerpbureau allerminst vanzelfsprekend. In de designbranche is de stad een van de meest competitieve markten ter wereld. Er zijn meer dan duizend designstudio’s actief. Daarin opvallen is niet makkelijk. Daarom haalde het bedrijf via een headhunter twee zwaargewichten uit de sector aan boord. Nicola Robson en Sophie Maxwell Brown hebben een rijk verleden bij Pearlfisher London, wereldwijd een van de meest gerespecteerde designbureaus.

“We hebben lang getwijfeld of we in Londen een bestaand bureau zouden overnemen of van nul zouden beginnen”, legt Belmans uit. “Maar toen we Nicola en Sophie ontmoetten, klikte het meteen.” Toen zij tijdens de eerste verkennende gesprekken zeiden dat ze geloofden in WeWantMore, gaf dat een enorme vertrouwensboost. Client service director Tom Vanhemelrijck: “Het is niet makkelijk als Belgische studio binnen te raken op de Britse markt, maar zij zagen meteen dat ons werk op een internationaal niveau stond. Het kreeg alleen nog niet het juiste podium.”

Strategisch instrument

De wortels van WeWantMore gaan terug tot bijna twintig jaar geleden, toen Ruud Belmans en Thomas Vanden Abeele als jonge productontwerpers startten onder de naam Pinkeye. Die naam, die ze in een opwelling kozen op weg naar de notaris voor de oprichting van hun vennootschap, bleek na verloop van tijd geen connectie te hebben met de koers van het bureau.

“We groeiden uit tot een studio die zich even sterk profileerde in branding als in interieurontwerp. En dan krijg je van klanten de vraag: ‘Waarom heten jullie eigenlijk Pinkeye?’” lacht Ruud Belmans. De rebranding naar WeWantMore kwam er meer dan vijf jaar geleden, vlak voor de coronapandemie.

Die nieuwe naam dekte beter de lading van hun missie: design gebruiken als strategisch instrument om merken sterker, duurzamer en impactvoller te maken, wat zich zowel uit in merkidentiteiten, verpakkingen als volledig uitgewerkte interieurs voor hotels, restaurants, winkels en kantoren. “Design is voor ons een taal die je vooral voelt”, zegt Belmans. “En of je nu een ruimte, een verpakking of een merkidentiteit vormgeeft, onze intentie is altijd dezelfde: een sterk verhaal vertellen dat mensen verbindt met merken.”

‘Of je een ruimte, een verpakking of een merkidentiteit vormgeeft, onze intentie blijft dezelfde: een sterk verhaal vertellen dat mensen verbindt met merken’
Ruud Belmans, WeWantMore

Ruud Belmans, WeWantMore

Duurzaamheid

Die visie blijkt aan te slaan, ook bij grote internationale spelers. Zo ontwikkelde WeWantMore onder meer een nieuwe interieurstijl voor McDonald’s Global, met duurzaamheid als centrale focus. De opdracht kwam niet toevallig. Tijdens de coronaperiode publiceerde de Antwerpse studio een eigen opensource-richtlijnensysteem voor een duurzaam interieurontwerp, waarmee het wereldwijd de aandacht trok.

McDonald’s las het document, was onder de indruk van de methodologie en klopte bij WeWantMore aan voor de vormgeving van zijn restaurants. “Het ging daarbij niet enkel om het gebruik van gerecycleerde materialen”, legt Belmans uit. “De meubels moesten ook eenvoudig uit elkaar te halen zijn, zodat de onderdelen na de afbraak herbruikbaar of recycleerbaar zouden zijn. Daar beginnen duurzaamheid en circulariteit echt.”

Organisch groeien

WeWantMore heeft intussen een indrukwekkende portfolio van internationale klanten, waaronder Heineken, Accor, Hilton, Coca-Cola, Aperol, SPA en Samsonite. De studio ontwikkelt geen huisstijl die daarna klakkeloos wordt herhaald, maar ontwerpt op de maat van elke klant, zodat het resultaat het merk volledig weerspiegelt – van identiteit tot fysieke ruimte.

In België is het designbureau uitgegroeid tot een referentie voor bekende horecamerken. “Concepten als Manhattn’s Burgers en Wasbar, een plek waar mensen de was kunnen doen terwijl ze iets drinken of eten in een gezellige, stijlvolle omgeving, zijn door ons ontworpen en breiden nu uit naar het buitenland”, zegt Tom Vanhemelrijck. “Daardoor kregen we ook de kans om grote internationale hotelprojecten vorm te geven.”

Vandaag telt de studio veertig medewerkers van negen nationaliteiten, die samen elf talen spreken. WeWantMore werkt voor klanten in achttien Europese landen en realiseert inmiddels 40 procent van zijn omzet buiten België. In 2024 draaide de onderneming een omzet van 5 miljoen euro, met een indrukwekkende brutomarge van 3,8 miljoen euro. Niet slecht voor een bureau dat zijn groei altijd heeft gefinancierd zonder extern kapitaal. Terwijl veel creatieve bureaus zich de jongste jaren lieten overnemen of opgingen in grotere netwerken, houdt het Antwerpse bureau vast aan zijn autonomie en onafhankelijkheid.

“Organisch groeien met eigen middelen is een bewuste keuze”, vertelt Ruud Belmans. “Zo behouden we de volledige creatieve en strategische controle over ons bureau. We willen in ons eigen tempo groeien, zonder druk van investeerders of aandeelhouders, die vaak meer op korte termijn denken.” Die aanpak zorgt er ook voor dat elke stap vooruit ook echt gedragen wordt door de mensen van WeWantMore. “Er is iets charmants aan onafhankelijkheid”, zegt Vanhemelrijck. “We geloven in organische groei – desnoods wat trager, maar wel op onze voorwaarden.”

Over vijf jaar wil WeWantMore de naam die het in België heeft, ook in de rest van Europa hebben, besluiten Ruud Belmans en Tom Vanhemelrijck. Dat betekent werken met topmerken die met design het verschil willen maken – financieel, maar ook maatschappelijk. De Londense studio moet daarvoor niet alleen nieuwe markten aanboren, maar ook de synergie tussen branding en interieurdesign verder integreren.

The post Antwerpse designstudio WeWantMore opent kantoor in Londen: ‘We willen onze naam in heel Europa vestigen’ appeared first on Trends.

Een vakantiewoning kopen: ‘In Duitsland een relatief stabiele investering, maar met specifieke regels’

18 July 2025 at 08:17

De belangstelling voor vakantiewoningen in Duitsland groeit, zowel onder particuliere investeerders als onder tweede verblijvers. “Maar wie in Duitsland vastgoed wil kopen, moet zijn huiswerk maken”, stelt Peter Antonissen van de Nederlandse projectontwikkelaar Sparcs BV.

De Duitse markt voor vakantiewoningen trekt al enkele jaren de aandacht van investeerders én liefhebbers van een tweede verblijf. Peter Antonissen kent het klappen van de zweep: locatiekeuze, planvorming, gemeentelijke samenwerking, bouw en verkoop. “We hebben in Duitsland meer dan 250 wooneenheden gerealiseerd”, zegt de zaakvoerder van Sparcs BV, een ontwikkelaar gespecialiseerd in vakantiewoningen. Antonissen zag de regelgeving de jongste jaren strenger worden.

Een van de eerste vragen die een koper volgens hem moet beantwoorden, is: koop ik dit voor eigen gebruik of voor verhuur? “Dat verschil is essentieel”, zegt hij. “Wie verhuurt, kan in Duitsland de btw op de aankoopprijs terugvorderen, maar dan zijn er beperkingen aan het eigen gebruik. De koper wordt dan als een kleine ondernemer beschouwd.” Diezelfde tip geeft ook advocaat Evelyne Van der Elst van het advocatenkantoor Legacy, gespecialiseerd in internationale vermogensplanning. Wie overweegt een vakantiewoning in Duitsland te kopen, doet er doorgaans goed aan dat als particulier te doen.

“Soms vragen cliënten of ze de aankoop niet via hun (management)vennootschap kunnen regelen”, zegt Van der Elst. “Maar dat maakt de aankoop vaak complexer én fiscaal nadeliger.” Een dergelijke structuur kan opportuun zijn, als er een verhuuractiviteit is. Wie in Duitsland uitsluitend voor eigen genot koopt, doet dat beter privé. “Dan wordt de woning volledig op naam gezet in het kadaster en is er geen btw-voordeel, maar je bent vrij er zoveel te verblijven als je wil.”

Aankoopprocedure en aangifteplicht

De aankoopprocedure van vastgoed in Duitsland lijkt sterk op die in België: een notaris is verplicht en er zijn registratierechten verschuldigd, afhankelijk van de deelstaat variërend van 3,5 tot 6,5 procent. Evelyne Van der Elst: “Nog een belangrijk verschil met andere landen zoals Spanje: bij puur privégebruik komt er geen jaarlijkse belasting op het gebruik van het pand. Wie verhuurt, betaalt wél belastingen op de huurinkomsten. In alle gevallen is er een jaarlijkse vastgoedbelasting verschuldigd, die op gemeentelijk niveau wordt geheven.”

Ook al wordt die Duitse vakantiewoning dan in Duitsland belast, ook de Belgische fiscus wil op de hoogte zijn. Binnen vier maanden na aankoop moet de woning worden aangegeven bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. Dat kan via MyMinfin. De fiscus kent dan een kadastraal inkomen (KI) toe, op basis van de actuele verkoopwaarde. “Dat KI moet elk jaar worden opgenomen in de Belgische belastingaangifte”, legt Van der Elst uit. “België moet die inkomsten vrijstellen, maar het KI kan wel een impact hebben op uw Belgische belastingtarief.”

Stille rem op nieuwe projecten

Op nationaal niveau heeft Duitsland de jongste jaren wel duidelijk een rem gezet op nieuwe vakantiewoningen, vooral in toeristische dorpen. Maar die rem schept ook nieuwe kansen, zegt Peter Antonissen. “Gedateerde hotels worden omgebouwd tot appartementen vlak bij de skilift. Vroeger was dat onmogelijk, nu worden dat unieke projecten.” Ook Evelyne Van der Elst merkt op dat Duitsland – net als andere Europese landen – lijkt te evolueren naar strengere regels rond toeristisch verhuur: “Het verbaast me niet dat ontwikkelaars signaleren dat het moeilijker wordt om woningen als vakantieverblijf te classificeren. In veel landen wil men de lokale markt beschermen tegen buitenlandse investeerders die woningen bezetten voor kortetermijnverhuur.”

‘In alle gevallen is er een jaarlijkse vastgoedbelasting verschuldigd, die op gemeentelijk niveau wordt geheven’

Evelyne Van der Elst, advocaat bij Legacy

Langdurig verblijf en erfbelasting

Een weinig bekende, maar belangrijke fiscale valkuil in Duitsland, is het risico op een fiscale woonststatus. “Wie langere periodes per jaar in Duitsland verblijft, bijvoorbeeld in een vakantiewoning, loopt het risico door de Duitse fiscus als inwoner te worden beschouwd”, waarschuwt Van der Elst. “Dat kan verstrekkende gevolgen hebben, voornamelijk bij successieplanning, aangezien Duitsland zich bevoegd zou kunnen verklaren om uw wereldwijde nalatenschap te belasten.”

Duitsland zal sowieso de Duitse vakantiewoning belasten bij een overlijden. “De Vlaamse Belastingdienst belast het wereldwijde vermogen van wie bij overlijden in Vlaanderen woont”, zegt Van der Elst. “Dus ook je vakantiewoning in Duitsland. En omdat Duitsland ook een erfbelasting heft, is er een risico op dubbele belasting. Een goed successieplan is dus cruciaal.”

Van der Elst raadt aan na te denken over de toekomst. “Misschien kun je de aankoop al deels via je kinderen regelen, of zelfs schenken. Alles hangt af van je situatie, maar zomaar kopen en later wel zien, is geen goede strategie.”

Peter Antonissen: “De wetgeving in Duitsland is redelijk uniform, maar zaken zoals de overdrachtsbelasting verschillen per deelstaat. In Hessen betaal je bijvoorbeeld iets anders dan in de wijnstreek Rheinland-Pfalz.”

Stabiele vastgoedmarkt

Wat Antonissen vooral prijst aan Duitsland, is de stabiliteit van de vastgoedmarkt. “In Nederland kan een woning in drie jaar 200.000 euro duurder worden. In Duitsland stijgen prijzen veel geleidelijker. Geen plotse pieken of dalen – dat geeft vertrouwen.”

Die stabiliteit gaat wel gepaard met grote prijsverschillen tussen regio’s. “Je kunt op het platteland voor 80.000 euro een woning met vijf slaapkamers kopen – al moet je daar vaak nog veel aan verbouwen. In onze nieuwbouwprojecten vragen we al snel 300.000 euro voor een appartement met twee of drie slaapkamers, maar dan zit je op een toplocatie.”

Populaire regio’s

Welke regio’s zijn het populairst? “Winterberg en de Eifel-bergstreek blijven favorieten”, merkt Antonissen. “Zomer- én wintertoerisme in skigebieden betekent een hogere bezettingsgraad en dus een beter rendement. Ook het Zwarte Woud en de Oostzeekust doen het goed. Al is die laatste eerder vooral in trek bij Berlijners.”

De Duitse markt biedt stabiliteit, duidelijke regelgeving en interessante kansen, maar ook complexiteit voor wie onbekend is met het systeem. “Laat je begeleiden door een lokale advocaat”, raadt Antonissen aan. “Zorg dat je weet wat je koopt – en of je het wel mág verhuren. Dan kan investeren in een vakantiewoning in Duitsland een slimme zet zijn.”

The post Een vakantiewoning kopen: ‘In Duitsland een relatief stabiele investering, maar met specifieke regels’ appeared first on Trends.

Een vakantiewoning kopen: Oostenrijk kent geen erfbelasting

16 July 2025 at 07:49

Oostenrijk is met zijn majestueuze Alpen en charmante dorpen niet alleen een visueel spektakel, het is ook een aantrekkelijke plek om te investeren in een tweede verblijf. “Maar het is cruciaal om na te gaan of het pand wel mag dienen als vakantiewoning”, tipt advocaat Evelyne Van der Elst.

Van Italië tot Spanje: lees de komende dagen alles in ons dossier tweede verblijf in het buitenland 2025

De combinatie van vier duidelijke seizoenen, een rijke culturele traditie en een hoge levenskwaliteit maakt van Oostenrijk een populaire keuze voor wie droomt van een eigen plek in het buitenland. Maar wat veel kandidaat-kopers niet weten, is dat Oostenrijk strikte regels hanteert over het gebruik van vastgoed. “Voornamelijk in toeristische regio’s kunnen panden het statuut van hoofdverblijfplaats krijgen. Als je dan toch kortetermijnverhuur doet, riskeer je hoge boetes”, waarschuwt Evelyne Van der Elst, advocaat bij Legacy, specialist in internationale vermogensplanning.

“Het is dus essentieel vóór de aankoop na te gaan of het pand mag dienen als tweede verblijf of vakantiewoning.” Ze ziet het vaker misgaan: “Sommige kopers denken een charmant vakantiehuisje te kopen, maar komen er achteraf achter dat het alleen als hoofdverblijf gebruikt mag worden, niet voor vakantieverhuur. Dan zit je muurvast.”

Lokale regels

Wie in Oostenrijk een vakantiewoning koopt, wordt ook geconfronteerd met een veelheid aan lokale bepalingen. “Alles wat met vergunningen te maken heeft, is gebonden aan de regio”, vertelt Peter Antonissen, zaakvoerder van de Nederlandse vastgoedontwikkelaar Sparcs BV, met meer dan 25 jaar ervaring in deze nichemarkt. “Oostenrijk heeft ook een rem gezet op de ontwikkeling van vakantiewoningen, en daarbij hebben gemeenten veel autonomie in de toepassing van de regels. Wat in Montafon mag, kan in Salzburg alweer anders zijn.”

Kandidaat-kopers moeten de juridische zaken dus goed laten controleren. Heb je wel de juiste eigendomstitel? Is verhuur toegestaan volgens het bestemmingsplan? “Die zaken gaan vaak mis als mensen zonder voldoende kennis een woning kopen”, klinkt het. Bovendien kan de Oostenrijkse overheid eisen stellen aan het gebruik van de woning. In sommige gebieden kan er bijvoorbeeld een verplichting zijn om je huis voor een bepaalde periode per jaar te verhuren. “Lokale advocaten die vertrouwd zijn met de regelgeving van een bepaald gebied zijn onmisbaar”, benadrukt Peter Antonissen.

Hypotheek en belastingen

Voor Belgische kopers is ook de financiering een aandachtspunt. “Een Oostenrijkse bank verleent veel vlotter een hypotheek op een lokaal pand dan een Belgische bank”, legt Peter Antonissen uit. “Als het vastgoed wordt verhuurd, is er zelfs tot 70 procent financiering van het aankoopbedrag mogelijk. Dat is interessant voor mensen die op zoek zijn naar grote kansen op rendement.”

‘Je koopt niet gewoon een tweede verblijf, je stapt in een heel systeem van wetgeving, verhuur, beheer en fiscale verplichtingen’

Peter Antonissen,

Sparcs BV

De aankoopkosten zijn vergelijkbaar in Oostenrijk en Duitsland: “Je betaalt gemiddeld 4,5 procent aan registratierechten (een combinatie van overdrachtsbelasting en inschrijvingsbelasting), tegenover zo’n 3,5 procent in Duitsland”, vertelt Evelyne Van der Elst. “Je betaalt in Oostenrijk wel een jaarlijkse vastgoedbelasting met een maximumtarief van 1 procent, berekend op de historische waarde van het pand. De historische waarde is vaak substantieel lager dan de reële marktwaarde van het onroerend goed.”
Huurinkomsten moeten in Oostenrijk worden aangegeven en zijn daar progressief belast. Er is wel een verrassend voordeel aan investeren in Oostenrijk. “Het land kent geen erf- of schenkbelasting. Dat maakt het extra interessant voor wie ook denkt aan successieplanning”, aldus Evelyne Van der Elst.

Stabiele markt

Oostenrijk is een bestemming voor elk seizoen. In de winter trekken skigebieden zoals Tirol, Vorarlberg en het Salzburgerland duizenden wintersporters aan, terwijl de zomer uitnodigt tot wandelen, fietsen en genieten van de rust en de natuur. Maar de boodschap van Peter Antonissen blijft duidelijk: wie een vakantiewoning in Oostenrijk overweegt, moet zich grondig voorbereiden. “Je koopt niet gewoon een tweede verblijf, je stapt in een heel systeem van wetgeving, verhuur, beheer en fiscale verplichtingen. Maar als het goed zit, is het wel een stabiele en rendabele investering.”

Dat komt volgens de ontwikkelaar onder meer door de degelijke randvoorwaarden voor vastgoedbezit. De vastgoedmarkt is vrij stabiel, de infrastructuur is prima uitgebouwd en de bouw- en vergunningsprocedures zijn helder geregeld. “Dankzij de strenge bouwvoorschriften en transparante regelgeving weet je als koper precies waar je aan toe bent – een groot voordeel, zeker in een ander land”, zegt Antonissen.

Ook volgens Evelyne Van der Elst is de Oostenrijkse vastgoedmarkt relatief standvastig en degelijk. “Ik zie steeds vaker grotere investeringen, soms in luxueuze chalets of appartementen. Oostenrijk heeft de voorbije jaren aan aantrekkingskracht gewonnen.” Ze sluit af met een duidelijke waarschuwing: “Een vakantiewoning kopen in Oostenrijk is niet moeilijk, maar het is zeker geen copy-paste van een Belgische aankoop. Fiscale en juridische begeleiding zijn noodzakelijk om problemen te vermijden.”

5 aandachtspunten bij een aankoop in Oostenrijk

– Check het statuut van het pand: vakantiewoning of hoofdverblijf
– Koop bij voorkeur privé, niet via een vennootschap
Verhuur je het pand? Geef de inkomsten aan in Oostenrijk
– Doe de verplichte Belgische aangifte binnen vier maanden
– Denk vooruit aan successieplanning, zeker gezien het gunstige Oostenrijkse regime

4 verplichte stappen bij een aankoop in Oostenrijk

Wie een woning in Oostenrijk koopt – of het nu gaat om een bestaande woning of een nieuwbouwwoning – moet vier wettelijke stappen doorlopen om het eigendom officieel te registreren.
1) Verklaring bouw- en woningtoezicht (Bescheinigung der Baubehörde)): de lokale overheid bevestigt dat het gebouw volgens de regels is gebouwd en mag worden bewoond.
2) Bepaling van de gebruikswaarde (Nutzwert): elke woning krijgt een gebruikswaarde toegekend, op basis van de oppervlakte. Die bepaalt het mede-eigendomsaandeel in het gebouw (bijvoorbeeld 102/1.346 = 7,58%).
3) Eigendomsovereenkomst (Wohnungseigentumsvertrag): de koper en de verkoper ondertekenen een overeenkomst waarin het eigendomsaandeel officieel wordt overgedragen. Die bevat ook een lijst van alle mede-eigenaars.
4) Inschrijving in het kadaster (Grundbuch): pas na de registratie in het Oostenrijkse kadaster (Verbücherung) is de koper juridisch de eigenaar van de woning.

The post Een vakantiewoning kopen: Oostenrijk kent geen erfbelasting appeared first on Trends.

De fiscus weet wat u op onlineplatformen verdient met uw tweede verblijf

15 July 2025 at 08:41

Wie zijn tweede verblijf in het buitenland verhuurt via digitale verhuurplatformen als Airbnb, Booking.com of Vrbo, kan die inkomsten niet langer verbergen voor de fiscus. “Door de invoering van de Europese DAC7-richtlijn zijn die platformen verplicht gegevens over hun verhuurders rechtstreeks aan de belastingdiensten van de EU-lidstaten door te geven”, vertelt expert fiscaal recht Mark Delanote.

Verhuursites moeten voortaan aan de belastingdienst doorgeven hoeveel elke gebruiker op hun platform verdient met de verhuur van onroerend goed (dat geldt ook voor onlineplatformen waar u goederen verkoopt of diensten levert via de deeleconomie, nvdr). De Belgische fiscus weet dus exact wat u verdient met de verhuur van uw appartement aan de Costa Blanca of uw chalet in Oostenrijk. Ook informatie over wie de verhuurder is, zoals de naam, het adres, het aantal verhuurtransacties en het ontvangen bedrag, wordt doorgegeven aan de fiscus van het land waar de aanbieder woont.

Extra controlemiddel

Die verplichting vloeit voort uit de zevende versie van de Europese Directive on Administrative Co-operation in the field of Taxation, kortweg DAC7. Die versterkt de samenwerking tussen belastingdiensten in de Europese Unie aanzienlijk. Vroeger was het voor nationale belastingdiensten moeilijk inzicht te krijgen in inkomsten die particulieren en kleine ondernemers vergaarden via buitenlandse platformen. Die maas is nu gedicht.

“Dit is een extra controlemiddel voor de fiscus om na te gaan of mensen hun inkomsten uit, bijvoorbeeld, de verhuur van een vakantiehuis correct aangeven in hun belastingaangifte”, legt fiscaal jurist Mark Delanote uit. De regels gelden voor iedereen die via digitale platformen onroerend goed verhuurt (of goederen verkoopt, of diensten verleent) ongeacht of dat in België of in het buitenland gebeurt. Specifiek voor tweede verblijven betekent dat: wie zijn buitenlands appartement of vakantiehuis regelmatig verhuurt via een platform, moet ervan uitgaan dat die inkomsten automatisch aan de fiscus worden gemeld.

Geen vrijstelling

Er geldt geen vrijstelling of drempel voor de rapportering van inkomsten uit de verhuur van onroerende goederen via onlineplatforms. Ook wie zijn vakantiewoning slechts enkele keren per jaar verhuurt voor een beperkt bedrag, bijvoorbeeld 1.500 euro in totaal, valt onder de meldingsplicht. De vrijstelling bij minder dan dertig verrichtingen en/of 2.000 euro inkomsten per jaar geldt enkel bij het verkopen van goederen via onlineplatformen, en is dus niet van toepassing op onroerende verhuur.

‘De DAC7-richtlijn is een extra controlemiddel voor de fiscus om na te gaan of mensen hun inkomsten uit bijvoorbeeld de verhuur van een vakantiehuis correct aangeven in hun belastingaangifte’

Mark Delanote, UGent

Die digitale platformen zijn wettelijk verplicht alle relevante gegevens over dergelijke verhuur door te geven aan de belastingdiensten, ongeacht de omvang van de inkomsten. De Belgische fiscus ontvangt die informatie automatisch via het Europese netwerk van belastingautoriteiten. Wie zijn buitenlandse verhuuropbrengsten (of het buitenlands kadastraal inkomen) niet correct aangeeft in de jaarlijkse belastingaangifte, loopt dus risico op een navordering of boete.

Hobby of bijberoep

Voor de verhuur van onroerende goederen (zowel in België als in het buitenland) geldt in principe dat de inkomsten als onroerend inkomen worden belast en niet onder de specifieke regeling van de deeleconomie vallen, die bijvoorbeeld van toepassing is op diensten als klusjes of oppas. De drempel van 7.170 euro (geïndexeerd bedrag voor dit jaar) is dus bij de verhuur van uw tweede verblijf ook niet van toepassing.

“In uitzonderlijke gevallen – bijvoorbeeld wanneer iemand over een aanzienlijk aantal panden beschikt en die op een georganiseerde, professionele wijze verhuurt – kan de fiscus ook oordelen dat er sprake is van beroepsmatige onroerende verhuur”, zegt Mark Delanote. “In dat geval kunnen bijkomende gevolgen optreden, zoals extra belastingheffing, sociale bijdragen en mogelijke boetes. Maar voor de meeste particuliere verhuurders met één of enkele panden is daarvan geen sprake.”

Controle en dubbele belasting

Omdat de fiscus de nieuwe informatie jaarlijks krijgt, kan die bij twijfel ook controles openen over voorgaande jaren. Wie jarenlang inkomsten uit vakantieverhuur niet heeft aangegeven, riskeert dus niet enkel een correctie voor 2024, maar ook boetes en navorderingen voor eerdere jaren.

De kans bestaat ook dat u op de huurinkomsten van buitenlands vastgoed via digitale verhuurplatformen tweemaal belast wordt: in België én in het land waar uw tweede verblijf zich bevindt. “Op basis van de bestaande dubbelbelastingverdragen kwalificeren huurinkomsten van een buitenlandse woning in de meeste gevallen als onroerende inkomsten, die worden aangegeven en belast in het land waar de woning gelegen is”, zegt advocaat Evelyne Van der Elst van het advocatenkantoor Legacy, gespecialiseerd in internationale vermogensplanning. “Die inkomsten moeten dan in België worden vrijgesteld.”

België past dan meestal de “vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud” toe: de inkomsten worden vrijgesteld, maar bepalen wél mee het belastingtarief op de rest van uw inkomen. Evelyne Van der Elst: “Maar de Belgische fiscus probeert toch een graantje mee te pikken en argumenteert dat 40 procent van de ontvangen huurinkomsten op een bemeubelde verhuur, roerende inkomsten uitmaken die in België belastbaar zijn; waardoor de eerder vermelde vrijstelling maar speelt voor 60 procent van de huurinkomsten. Zo dreig je dubbel belast te worden.”

Door de rapporteringsverplichting voor digitale huurplatformen, kan de fiscus vanaf nu makkelijk achterhalen wat u precies verdiende in het buitenland en in het geval van gemeubelde verhuur claimen dat de inkomsten deels in België belastbaar zijn. “Die discussie zien we in mindere mate bij klassieke verhuur”, tipt Evelyne Van der Elst tot slot. “Ik bedoel daarmee: rechtstreeks, via een huurovereenkomst, eventueel in samenwerking met een lokaal verhuurkantoor. Dan vermijd je het specifieke probleem dat ontstaat bij onlineverhuurplatformen als Airbnb en verklein je de kans dubbel belast te worden.”

The post De fiscus weet wat u op onlineplatformen verdient met uw tweede verblijf appeared first on Trends.

Zo vindt u financiële rust (en het is niet door meer geld)

8 July 2025 at 08:19

De financieel experts en auteurs Stefan Willems en Stijn Derynck delen tips voor meer rust in uw portemonnee. “Slimmer omgaan met geld is vaak belangrijker dan meer verdienen.”

Veel mensen denken dat ze pas financieel gezond kunnen leven als ze meer verdienen. In werkelijkheid draait financiële groei zelden om meer geld, wel om beter omgaan met wat je hebt. “Mensen leven vaak op automatische piloot, zonder stil te staan bij wat ze echt willen met hun leven en hun geld”, zegt geldexpert Stijn Derynck, die het boek Financiële zelfzorg schreef. “Pas als je dat weet, kun je bewuste keuzes maken die financiële rust brengen.”

“Financiële groei betekent niet per se een hoger loon of grotere winsten”, zegt Stefan Willems, die Onderweg naar financiële vrijheid publiceerde. “Voor mij werd dat pas duidelijk toen ik enkele jaren geleden verhuisde naar Bulgarije. Ook nu ik in Indonesië woon, zie ik het: met hetzelfde bedrag leef je ruimer dan in België.”

300 euro per maand

Willems kiest ervoor in Oost-Europa of Azië te wonen, waar hij met 300 euro per maand kan rondkomen. “Hier in Bali kun je in een resort leven voor wat je in België neertelt voor een standaard huurwoning. Dat doet iets met je perspectief op geld en comfort.”

Als je in Bulgarije of Azië werkt, neem je het lokale loonniveau over, dat een stuk lager ligt dan in ons land. Maar dat hoeft volgens Willems geen probleem te zijn. “Je kunt perfect in België werken en elders leven. Zeker als je digitale diensten levert of creatief werk doet.”

Stijn Derynck pleit ook voor een mentaliteitsverandering: niet besparen om te besparen, maar stilstaan bij gewoontes die niet bijdragen aan je doelen. “Elke dag een koffie kopen onderweg lijkt onschuldig, tot je beseft dat je daar honderden euro’s per jaar aan uitgeeft. Terwijl je ondertussen zegt: ik kan niet sparen.” Kleine gedragsveranderingen kunnen een grote impact hebben, als ze in lijn liggen met wat je belangrijk vindt.

Meer over slimmer omgaan met geld

– Is uw financiële kennis beter dan die van de gemiddelde Vlaamse scholier? Test het met deze 5 vragen

– Financiële fitness: dit is wat een uur per week met uw centen bezig zijn, kan opleveren

Lifestyle-inflatie

Nog een belangrijke gouden regel van beide experts: bouw een noodfonds op. “Drie tot zes maanden aan vaste uitgaven”, zegt Stefan Willems. “Zet dat op een gewone spaarrekening. Niet in aandelen, niet in crypto. Dat klinkt saai, maar het geeft je mentale rust. Als er iets misgaat – je verliest je job, je wordt ziek – dan kom je niet meteen in een negatieve spiraal terecht.” Voor zelfstandigen is zelfs een jaarreserve wenselijk, meent Stijn Derynck. “Zonder die buffer vergroot de kans op financiële stress en zelfs een burn-out.”

Daarnaast waarschuwt Willems voor wat hij noemt lifestyle-inflatie: het fenomeen waarbij je uitgaven automatisch meestijgen met je inkomen. “Je gaat jezelf belonen: een grotere auto, meer reizen, duurdere kleren. Maar als je vergeet ook iets opzij te zetten, blijf je financieel even kwetsbaar. Zelfs artsen met een loon van 10.000 euro per maand komen soms in de problemen. Waarom? Omdat hun uitgavenpatroon mee opklimt.”

Wie meer verdient, geeft vaak meer uit, merkt ook Stijn Derynck. “Maar dat betekent niet dat je er ook meer aan overhoudt. Mijn tip? Leef onder je stand. En leef alsof je tien jaar jonger was, want mensen geven meer uit naarmate ze ouder worden.”

Kleiner en minder

Less is more, is ook een van de motto’s van Stefan Willems: hij mijdt dure merken en oppervlakkige luxe, en kiest voor “slim” leven. “Vaak betaal je puur voor de naam. De kwaliteit is niet per se beter. Heel veel mensen steken zich in de schulden voor statussymbolen. Maar durf je af te vragen: wat maakt mij gelukkig? En wat kost dat?”

Voor Willems betekende dat: kleiner wonen, minder uitgeven aan huur. Dat leverde hem 5.500 euro per jaar op. “Daar kon ik mee reizen, of gewoon minder werken.” Impulsaankopen vermijdt hij. “Zie ik een aanbieding met 50 procent korting die maar 24 uur geldig is? Dan doe ik helemaal niks. Ik wacht altijd minstens 48 tot 72 uur. Dan zakt de emotie, en besef je vaak dat je die aankoop niet nodig hebt.”

‘Zelfs artsen met een loon van 10.000 euro per maand komen soms in de problemen. Waarom? Omdat hun uitgavenpatroon mee opklimt’

Stefan Willems, financieel expert

Volgens Derynck verliezen veel mensen de financiële controle omdat ze zich spiegelen aan anderen. “We leven soms meer voor Instagram dan voor onszelf. Je koopt dingen omdat je denkt dat ze je gelukkig zullen maken, maar je vergeet te vragen: wil ik dit echt?” Door die impulsieve kooppatronen te doorbreken, kunnen mensen hun geld gerichter besteden en meer voldoening halen uit hun leven.

Sparen als een spel

Het noteren van uw maandelijkse inkomsten en uitgaven in een simpele spreadsheet, tot het gebruiken van handige tools zoals Budgetplanner, Moneylover en Spendee zijn onmisbaar om meer inzicht en greep te krijgen op uw financiële situatie. Maar voor wie sparen een lastige opdracht vindt, heeft Willems nog een creatieve tip: “Gebruik Habitica, een app die van je levensdoelen een spel maakt. Je maakt een personage aan en krijgt punten voor elke taak die je voltooit. Heb je 100 euro gespaard? Dan krijg je daar punten voor. Het klinkt kinderachtig, maar het werkt.”

Stijn Derynck is ook voorstander van automatische spaarmechanismen, zoals pensioensparen. “Ook al is het rendement niet altijd top, het zorgt voor discipline. Je komt er niet gemakkelijk aan, want als je dat bedrag vervroegd opneemt, word je fiscaal afgestraft, dus het blijft staan. Dat is vaak al een overwinning. Zelfs met 50 euro per maand leg je een fundament.”

Beleg met een plan

En wat met beleggen? “Begin daar pas aan als je noodfonds er staat”, zegt Stefan Willems. “Beleggen is geen wondermiddel. Je wordt er niet morgen rijk van. Het is iets op de lange termijn, en je zal gegarandeerd fouten maken. De enige remedie is spreiden, bijstorten en geduld hebben. ETF’s zijn een goed startpunt: die spreiden je risico’s automatisch over sectoren en werelddelen.”

Doe het niet alleen. “Beleggen is een teamsport. Banken geven vaak geen onafhankelijk advies, dus laat je begeleiden door een community, een expert of mensen met ervaring”, klinkt het.

Introspectie

Financiële rust komt dus niet uit de lucht vallen. Ze begint met inzicht, bewustzijn en keuzes die in lijn liggen met je leven. “Wie weet waarvoor hij uit bed komt, weet ook beter waar hij zijn geld aan wil geven”, besluit Derynck.

Willems lanceert nog een oproep tot introspectie. “Als je slim met je geld omgaat, hoef je er niet eindeloos veel van te hebben. We zitten vaak gevangen in het beeld van succes: een groot huis, een dure auto, twee vakanties per jaar. Maar durf jezelf te bevragen. Wat heb je echt nodig? Ik besefte dat ik vooral vrijheid belangrijk vind. Tijd en rust. Dat hoefde me niet veel geld te kosten.”

The post Zo vindt u financiële rust (en het is niet door meer geld) appeared first on Trends.

Angst voor snelle veroudering: elektrische auto’s zijn tweedehands koopjes

4 July 2025 at 12:18

De vraag naar tweedehandse elektrische wagens stijgt, maar de prijs daalt. Vincent Hancart van AutoScout24 en Bart Massin van EV Belgium vertellen wat er aan de hand is. “Mensen vrezen dat de wagen die ze vandaag kopen binnen enkele jaren verouderd zal zijn, net zoals een smartphone.”

Een tweedehandse elektrische auto is in België nog nooit zo goedkoop geweest. Gemiddeld liggen de prijzen bijna 12 procent lager dan vorig jaar. Volgens AutoScout24, de grootste online-automarkt in Europa, wijst dat op een bredere marktcorrectie. Vincent Hancart, de CEO van AutoScout24 Belgium, licht toe: “Hoewel amper 3,9 procent van het aantal verkochte voertuigen op de tweedehandsmarkt elektrisch is, maken ze inmiddels al 5,8 procent van het totale aanbod uit. Bij professionele dealers is dat zelfs 7,8 procent. Het aanbod groeit sneller dan de vraag, wat de prijzen drukt.”

Dat merkt ook EV Belgium, de sectorfederatie voor elektrische mobiliteit. “Er komen simpelweg meer tweedehandse elektrische auto’s op de markt dan ooit tevoren”, verklaart voorzitter Bart Massin. “Dat is logisch: de meeste elektrische wagens die we nu tweedehands verkopen, zijn vijf jaar geleden als leasewagen ingeschreven. En dat waren er toen heel wat. Bovendien komt er ook extra aanbod uit het buitenland.”

De gemiddelde prijs voor de totale Belgische markt van tweedehandswagens daalde licht met 1,2 procent. Maar voor tweedehands elektrische auto’s is de daling opvallend sterker: bijna 12 procent. “Dat komt doordat de markt voor elektrische voertuigen veel breder is geworden”, aldus Hancart. “Enkele jaren geleden had je Tesla en Renault Zoe, nu zijn er tientallen modellen beschikbaar. Die grotere keuze en concurrentie zorgen voor een prijsdaling.”

‘Je kunt vandaag nog altijd een dieselwagen kopen tegen ongeveer dezelfde fiscale voorwaarden als tien jaar geleden’

Bart Massin, EV Belgium

Particuliere kopers blijven achter

Hoewel elektrische voertuigen 35 procent van de nieuwverkoop uitmaken, blijft het aandeel van particuliere kopers laag: slechts 13,9 procent. “Voor veel mensen zijn elektrische wagens nog altijd te duur ten opzichte van vergelijkbare modellen met een verbrandingsmotor. Bovendien zijn er praktische bezorgdheden, zoals laadmogelijkheden thuis en onvoldoende autonomie”, zegt Hancart.

Daarnaast speelt onzekerheid over de technologische evolutie een rol. “Veel mensen vrezen dat de wagen die ze vandaag kopen over enkele jaren verouderd zal zijn, net zoals bij een smartphone. En van merken als Tesla weet je niet of de prijs niet binnenkort nog eens met duizenden euro’s zakt. Die prijsvolatiliteit maakt het moeilijk om een goed geïnformeerde beslissing te nemen.”

Wantrouwen elimineren

Volgens AutoScout24 is transparantie een van de sleutels om het vertrouwen van de consument te winnen. “Wij zorgen ervoor dat kopers wagens kunnen vergelijken op basis van de prijs, de autonomie en de batterijcapaciteit. Ook de CarPass met een kilometerhistoriek helpt daarbij. Maar er is nog werk aan de winkel”, zegt Hancart. “Vooral voor de batterijgezondheid ontbreekt het aan standaarden. Een onafhankelijke diagnose van de batterij moet voor een tweedehandse elektrische auto vanzelfsprekend worden.”

De vrees om een tweedehandse elektrische auto te kopen met een slechte batterij is begrijpelijk, maar onterecht, zegt Bart Massin. “Technisch gezien zijn elektrische auto’s na 150.000 km nog maar 10 à 20 procent van hun levensduur kwijt. Voor een klassieke diesel- of benzinewagen is dan al 60 à 70 procent.” Onderzoek van onder andere de VUB toont ook aan dat batterijen na vijf à zes jaar nog meer dan 90 procent van hun capaciteit behouden. “Mensen denken nog te vaak in termen van klassieke auto’s: 200.000 kilometer? Dan is hij afgeschreven. De batterijen van een elektrische wagen kunnen tot 900.000 kilometer mee.”

Gezondheid van de batterij

De gezondheid van de batterij van een elektrische wagen integreren in de CarPass is meer dan welkom, klinkt het bij Vincent Hancart. Maar dat blijkt in de praktijk geen vanzelfsprekendheid. Bart Massin: “Een objectief bewijs op papier, zoals een keuring met batterijcertificaat, bestaat voorlopig niet. We pleiten al langer voor een soort batterijgezondheidscertificaat bij tweedehandsverkoop, vergelijkbaar met een CarPass.”

“Dat zou het vertrouwen een enorme boost geven. Maar het is technisch niet eenvoudig. Een echte batterijtest vergt tijd en energie: je moet laden, ontladen, meten. Dat kan niet zomaar tijdens een snelle keuring. Maar zolang die objectieve gegevens ontbreken, blijven veel kopers twijfelen, en blijven goede elektrische auto’s onder hun waarde verkocht worden.”

‘Voor veel particulieren zijn elektrische wagens nog altijd te duur ten opzichte van vergelijkbare modellen met een verbrandingsmotor’

Vincent Hancart, AutoScout24 Belgium

Uitdagingen

Voor de rest van 2025 verwacht AutoScout24 een verdere toename van het aandeel elektrische voertuigen op de tweedehandsmarkt. “We gaan allicht richting 10 procent tegen midden volgend jaar”, voorspelt Hancart. “Maar dat vereist ook extra inspanningen van de constructeurs en de dealers. Zij moeten het vertrouwen van de consument winnen met garanties, batterijdiagnoses en transparantie. Zo niet, riskeren ze zware verliezen wanneer de wagens met leasecontracten terugkeren.”

Toch blijft de realiteit voorlopig klassiek: benzine- en dieselwagens maken samen nog altijd meer dan 85 procent van de tweedehandsmarkt uit. Elektrificatie komt op gang, maar de Belgische consument kiest voorlopig nog voor de vertrouwde verbrandingsmotor. “Elektrische wagens zijn de toekomst”, benadrukt Hancart. “Maar om die toekomst dichterbij te brengen, moeten we nu de struikelblokken aanpakken.”

Ook het gebrek aan een ondersteunend beleid helpt niet. “We zien geen duidelijke fiscale stimulansen voor particuliere kopers van elektrische wagens. Geen vergroening, geen verstrenging van de regels, geen signaal dat diesel of benzine ontmoedigd wordt”, aldus Massin. “België blijft hangen in oude gewoontes: je kunt nog altijd een dieselwagen kopen tegen ongeveer dezelfde fiscale voorwaarden als tien jaar geleden.”

Volgens EV Belgium is het hoog tijd voor een gecoördineerde aanpak. “We hebben nood aan duidelijke communicatie van de overheid”, besluit Massin. “De mensen moeten weten dat een elektrische auto technisch veel beter is en slechts de helft kost per gereden kilometer. En een fiscaal beleid is vaak de beste vorm van communicatie: als je de regels aanpast, volgt het gedrag vanzelf. We verwachten actie van de overheid.”

The post Angst voor snelle veroudering: elektrische auto’s zijn tweedehands koopjes appeared first on Trends.

Fietsen naar het werk levert Belgische werknemer gemiddeld 460 euro netto per jaar op

30 June 2025 at 10:07

Fietsen naar het werk loont. Belgische werknemers die regelmatig de fiets nemen, ontvangen gemiddeld zo’n 460 euro netto per jaar aan fietsvergoeding. “De fiets wint aan terrein dankzij onder meer betere infrastructuur, de populariteit van speedpedelecs en de veralgemeende fietsvergoeding”, zegt Veerle Michiels van SD Worx.

Fietsen naar het werk is niet enkel gezond voor lichaam en geest, het tikt ook financieel aardig aan. De gemiddelde fietsvergoeding van 460 euro per jaar is vrijgesteld van belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Dat maakt ze extra interessant voor werknemers. “Sinds de invoering van de veralgemeende fietsvergoeding is fietsen naar het werk financieel aantrekkelijker dan ooit”, benadrukt Veerle Michiels, mobiliteitsexpert bij SD Worx, een van de grootste hr-dienstverleners in België. “Daardoor hebben veruit de meeste werknemers recht op een vergoeding als ze de fiets gebruiken voor woon-werkverkeer.”

‘Sinds de invoering van de veralgemeende fietsvergoeding is fietsen naar het werk financieel aantrekkelijker dan ooit’

Veerle Michiels, mobiliteitsexpert SD Worx

De veralgemeende fietsvergoeding bedraagt 0,29 euro per gefietste kilometer en wordt geplafonneerd op een afstand van 20 kilometer enkel. De fietsvergoeding is niet onbeperkt vrijgesteld; er geldt een maximumgrens per jaar. In 2025 is het vrijgestelde bedrag geïndexeerd tot 3.610 euro per jaar. Alles boven dat bedrag wordt gezien als loon, waarop wél belastingen en socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. “Naast de veralgemeende fietsvergoeding bestaat ook de fietsvergoeding die een werkgever op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsvlak kan toekennen.”

Die cao-fietsvergoeding bedraagt dit jaar 0,36 euro per kilometer, een stijging met één eurocent in vergelijking met 2024. “Om aan het jaarplafond te geraken, moet een werknemer al meer dan 10.000 kilometer per jaar trappen naar en van het werk”, zegt Michiels. “En om van de fiscale vrijstelling te kunnen genieten mag de werknemer zijn werkelijke beroepskosten niet bewijzen in de aangifte voor de personenbelasting. Doet hij dat wel, dan wordt de fietsvergoeding belast.”

10 procent meer fietskilometers

De veralgemeende fietsvergoeding ging in 2023 van kracht. Daarbij valt alvast op te merken dat medewerkers vorig jaar gemiddeld 10 procent meer fietskilometers aflegden. Dat berekende SD Worx op basis van het geregistreerde woon-werkverkeer met de fiets van meer dan 150.000 werknemers op een totaal van 1,2 miljoen werknemers in de privésector. Er horen nog andere verklaringen bij die stijging.

“Enerzijds zijn er meer mensen die langere woon-werkafstanden per fiets overbruggen, zeker sinds de opkomst van speedpedelecs, de snelle elektrische fietsen die tot 45 kilometer per uur halen”, zegt Michiels. Daardoor worden afstanden van 30 kilometer (enkele rit) of meer haalbaar. “Dat maakt het voor velen makkelijker én sneller om de auto te laten staan.”

Veerle Michiels van SD Worx

Anderzijds zien we ook dat werknemers die op korte afstand van hun werk wonen, vaker de fiets nemen en dat ook meer dagen per week doen. Een op de vier werknemers (26%) die tot op 5 kilometer van het werk woont, nam in 2024 de fiets. Dat enthousiasme daalt naar één op de tien werknemers (11%) voor wie op 21 à 30 kilometer van het werk woont. Die groep legt gemiddeld wel de meeste kilometers af: zo’n 220 kilometer per maand.

Veerle Michiels gaat door: “Dankzij de tussenkomst van de werkgever ontvangt die groep een mooi extra nettobedrag van gemiddeld 810 euro netto per jaar, en dat door gemiddeld een keer per week naar het werk te fietsen. Natuurlijk zal dat meer zijn in maanden met mooi weer en minder bij guur winterweer. Maar ook wie op maximaal 5 kilometer afstand woont, trapt op jaarbasis gemiddeld bijna 300 euro netto bij elkaar, door gemiddeld minimaal twee keer per week met de fiets naar het werk te komen: vele kleintjes maken één groot.”

Regionale verschillen

We zien wel grote regionale verschillen. Oost-Vlaanderen scoort het hoogst in het aantal mensen dat fietst naar het werk, terwijl Vlaams-Brabant het hoogste aantal afgelegde kilometers telt. In Vlaanderen fietst ongeveer een op de vijf werknemers naar het werk, in Brussel is dat slechts 7 procent. Michiels: “In Brussel is het openbaar vervoer zo goed uitgebouwd dat veel mensen de fiets enkel gebruiken van en naar het station.”

In Wallonië liggen die cijfers beduidend lager. Daar nam amper 2 procent van de medewerkers de fiets voor het woon-werktraject vorig jaar. “Dat valt deels te verklaren door een minder ontwikkelde infrastructuur en heuvelachtiger terrein”, zegt Veerle Michiels. Kilometerkampioenen zijn de werknemers in Vlaams-Brabant: zij trappen gemiddeld 143 kilometer per maand, gevolgd door Brussel (137 kilometer per maand) en Antwerpen (130 kilometer per maand). “Dat heeft te maken met het aantal mensen dat op grotere afstand woont van het werk in Brussel, bijvoorbeeld”, aldus Michiels.

Meer dan geld

Fietsen biedt meer dan een financiële opsteker. “Het is ook goed voor het milieu, vermindert de verkeersdrukte en de autofiles, en het draagt bij aan de mentale en fysieke gezondheid”, benadrukt Michiels. “Je merkt dat steeds meer mensen overtuigd raken van het totaalplaatje. En voor bedrijven is het ook een manier om zich als duurzame werkgever te profileren.” Ook op dat vlak is er een lichte stijging van het aantal werkgevers die een vergoeding betalen, van 30 procent (2023) naar 33 procent.

Uit de interne cijfers van SD Worx blijken er ook ‘fietshelden’ rond te rijden: medewerkers die duizenden kilometers per jaar afleggen met de fiets, vaak met behulp van speedpedelecs. “Sommigen leggen makkelijk 15.000 kilometer per jaar af”, zegt Michiels. “We hebben bij SD Worx collega’s die met de speedpedelec zo goed als dagelijks kilometers trappen waar je van achterovervalt”, lacht Michiels.

Fietsvergoedingen in België in cijfers

· De gemiddelde fietsvergoeding is afgerond 460 euro per jaar of 38 euro netto per maand.

· Het gemiddelde bedrag nam het voorbije jaar toe met 20 procent.

· De mediaan bedraagt 250 euro per jaar: de helft van de Belgen fietst minder dan 250 euro bij elkaar; de andere helft fietst voor meer dan 250 euro.

· Wie in Oost-Vlaanderen werkt, ligt op kop met een op de vier (24%) die in 2024 naar het werk fietste.

· Gevolgd door werknemers in de provincie Antwerpen (21%) en West-Vlaanderen (21%).

· Limburg telt 17 procent fietsende pendelaars.

· Werknemers in Brussel en Vlaams-Brabant fietsen het minst met respectievelijk 7 en 10 procent van de werknemers.

The post Fietsen naar het werk levert Belgische werknemer gemiddeld 460 euro netto per jaar op appeared first on Trends.

❌