FreshRSS

🔒
❌ About FreshRSS
There are new articles available, click to refresh the page.
Before yesterdayFactcheck.Vlaanderen

Magnesium is geen bewezen middel tegen ADHD

“Wist je dat magnesium een belangrijke rol speelt bij het beheersen van ADHD?” claimt een populaire TikTok-video. Volgens de maker kan het essentiële mineraal een groot verschil maken. Een laag magnesiumgehalte zou namelijk mogelijk ADHD-symptomen kunnen verergeren. Maar klopt dat wel?

De TikTok-video gebruikt een ingewikkelde biologische theorie om de bewering te onderbouwen. Het idee draait om dopamine, een belangrijk stofje in de hersenen dat zorgt voor focus, planning en impulscontrole. Om de hoeveelheid dopamine op peil te houden, gebruikt je brein een enzym genaamd COMT. Volgens de videomaker heeft dat enzym voldoende magnesium nodig om goed te kunnen werken. Als je te weinig magnesium in je lijf hebt, zou het COMT-enzym haperen, waardoor de dopamineregulatie verstoord raakt en ADHD-klachten verergeren.

Wat zegt de wetenschap?

Magnesium is een onmisbaar mineraal in ons lichaam. Het helpt bij het opbouwen van eiwitten en DNA, en levert energie aan je cellen. Krijg je er te weinig van binnen? Dan kun je last krijgen van vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid en stemmingswisselingen. Klachten die opvallend veel lijken op de symptomen van ADHD.

Daarom onderzochten wetenschappers of mensen met ADHD ook daadwerkelijk minder magnesium hebben. En daar zijn aanwijzingen voor. Onderzoek laat zien dat kinderen met ADHD gemiddeld lagere magnesiumwaarden hebben dan kinderen zonder ADHD. Prof. dr. Cleo Crunelle, gespecialiseerd in ADHD en verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), bevestigt dat grote overzichtsstudies dit beeld bij kinderen ondersteunen.

“Dit wordt ondersteund door twee meta-analyses, waarin zowel lagere serum-/bloedmagnesiumwaarden als lagere haarmagnesiumwaarden werden gevonden bij kinderen met ADHD,” zegt dr. Crunelle. 

Waarom is er toch twijfel?

Hoewel onderzoek een link laat zien, is het wetenschappelijke bewijs niet onomstotelijk. Sommige onderzoeken vinden namelijk helemaal geen verschil, of meten zelfs meer magnesium bij mensen met ADHD. “Dat komt doordat onderzoeken onderling sterk verschillen in wie er meedoet en hoe de metingen worden gedaan”, nuanceert dr. Crunelle.

Bovendien kan ADHD-medicatie bij sommige mensen de eetlust verminderen, waardoor iemand minder of minder gevarieerd gaat eten. In theorie zou dit kunnen bijdragen aan tekorten in bepaalde voedingsstoffen, waaronder magnesium.

Belangrijk om hierbij te vermelden is wel dat de bestaande studies over magnesiumtekort bij kinderen met ADHD geen rechtstreeks verband aantonen met het gebruik van ADHD-medicatie. Daarom kunnen we op basis van de huidige wetenschap niet stellen dat ADHD-medicatie ook een magnesiumtekort veroorzaakt.

Helpt een magnesiumsupplement?

Ook hier is de wetenschap heel terughoudend. Weliswaar tonen enkele kleine studies een lichte verbetering in gedrag en aandacht bij kinderen met een aangetoond magnesiumtekort, maar hard bewijs ontbreekt.

Maar zo legt dr. Crunelle uit, “het probleem is dat studies klein zijn en dat magnesium vaak gecombineerd wordt met andere stoffen, zoals vitamine B6 of vitamine D. Daardoor is het moeilijk om het specifieke effect van magnesium te bepalen.” Om echt te kunnen zeggen dat magnesium ADHD-symptomen vermindert, zijn er grote en streng gecontroleerde onderzoeken nodig en die zijn er op dit moment simpelweg niet.

Conclusie

Onderzoek laat weliswaar zien dat kinderen met ADHD gemiddeld lagere magnesiumwaarden hebben, maar dat betekent niet dat een magnesiumtekort de oorzaak is van ADHD of de klachten verergert. Evenmin is er momenteel voldoende bewijs om magnesiumsupplementen aan te raden als behandeling voor ADHD bij mensen zonder een duidelijk magnesiumtekort.

Regelmatig naar de sauna zou je risico op hart- en vaatziekten halveren

Op sociale media circuleert de uitspraak dat wie 4 tot 7 keer per week naar de sauna gaat, 50% minder kans heeft op hart- en vaatziekten. Ook bekende influencer en 'longevitygoeroe' Bryan Johnson zweert bij het gebruik van sauna om langer gezonder te leven. De verklaring die cardioloog en auteur Leonard Hofstra daarbij geeft klinkt eenvoudig. Je lichaam warmt op, je hart gaat sneller kloppen en je bloedvaten gaan open staan. Een milde workout voor de binnenkant van je bloedvaten, zo noemt hij het. Als je het vaak genoeg herhaalt, zou dat hetzelfde effect op je hart en bloedvaten hebben als sporten.

Waar komt het cijfer vandaan?

50% minder kans heeft op hart- en vaatziekten is niet uit de lucht gegrepen. Het cijfer is afkomstig uit een Finse langlopende wetenschappelijke studie, gepubliceerd in 2015 waarin 2.315 mannen gemiddeld 20 jaar werden gevolgd. De onderzoekers ontdekten dat mannen die 4 tot 7 keer per week naar de sauna gingen, een ongeveer 50% lager risico op fatale hart- en vaatziekten hadden dan mannen die één keer per week naar de sauna gingen. Ook het risico op plotselinge hartdood lag in deze groep 63% lager.

Een vervolgonderzoek uit 2018, ditmaal ook met Finse vrouwen, leidde tot soortgelijke conclusies: hoe vaker mensen naar de sauna gingen, hoe lager hun cardiovasculaire sterftecijfer.

Wat gebeurt er in je lichaam?

Onderzoek laat dus wel degelijk een verband zien tussen regelmatig saunagebruik en gezondheid. Onderzoekers kunnen bovendien steeds beter verklaren wat er in het lichaam gebeurt door de warmte. De warmte zet het lichaam aan het werk. Je bloedvaten verwijden zich, je hartslag en bloedstroom nemen toe en je gaat zweten. Bij herhaalde blootstelling leert je lichaam beter met die warmte om te gaan.

Door de hitte maakt je lichaam bovendien beschermende eiwitten aan en worden processen geactiveerd die ontstekingen kunnen tegengaan. Deze reacties kunnen helpen verklaren waarom regelmatig saunagebruik goed kan zijn voor hart en bloedvaten.

Maar saunagebruik is daarom niet voor iedereen zonder risico. Volgens cardioloog prof. dr. Julie De Backer van het UZ Gent, moeten “sommige mensen met hart- en vaatziekten extra voorzichtig zijn met blootstelling aan hoge temperaturen”. Zij kunnen zelfs het advies krijgen om een sauna te vermijden of het gebruik ervan te beperken. Wie al een kwetsbaar hart heeft, kan dus net averechts reageren op de belasting die voor een gezond lichaam een milde training is.

Waar wringt het dan?

Dat we kunnen verklaren wat er in het lichaam gebeurt, betekent nog niet dat we daarmee ook hebben bewezen dat sauna hart- en vaatziekten voorkomt. De sterkste cijfers die de claim ondersteunen, komen namelijk enkel uit observationele studies. Die laten een verband zien, maar kunnen niet met zekerheid aantonen dat de sauna zelf de oorzaak is van het lagere risico. Misschien spelen ook andere factoren mee, zegt dr. De Backer. “Is het de sauna die ervoor zorgt dat de kans op hart- en vaatziekten vermindert, of zijn het gewoon mensen die al gezonder leven en naar de sauna gaan?”, klinkt het.

Bovendien zijn de meeste langlopende studies uitgevoerd onder Finnen, waar saunagebruik sterk ingeburgerd is. Of dezelfde resultaten ook gelden voor andere bevolkingsgroepen, moet nog verder worden onderzocht.

Oppassen met gezondheidsclaims

Het bewijs uit grondige, gecontroleerde studies is vooralsnog minder sterk. Een recente systematische analyse van gerandomiseerde studies naar sauna en andere vormen van passieve hitte vond weinig sterk bewijs voor een direct effect op de cardiovasculaire gezondheid. Ook wordt saunagebruik niet genoemd als aanbevolen maatregel in de meest recente richtlijnen van de European Society of Cardiology, in tegenstelling tot bijvoorbeeld beweging, gezonde voeding en stoppen met roken.

Volgens Dr. De Backer zijn de huidige gegevens onvoldoende om te stellen dat sauna daadwerkelijk de cardiovasculaire gezondheid verbetert. “Een positief effect is mogelijk, maar er is op dit moment geen hard wetenschappelijk bewijs voor een oorzakelijk verband.” Precies daarom pleit ze voor terughoudendheid: “We moeten voorzichtig omgaan met dergelijke gezondheidsclaims, zeker wanneer ze breed naar het publiek worden gecommuniceerd.” 

Conclusie

Onderzoek wijst erop dat regelmatig saunagebruik samenhangt met een lager risico op hart- en vaatziekten. Maar daarmee weten we nog niet of de sauna zelf daarvoor verantwoordelijk is. De veel gedeelde claim van “50% minder kans” moet daarom met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Sauna kan dus wel degelijk heel wat voordelen hebben, maar de gezondheidsclaim die online rondgaat is vooralsnog iets te stellig.

Vroegere blootstelling aan malaria maakt je niet immuun

Een zorgverlener meldde dat verschillende reizigers denken dat ze levenslang beschermd zijn tegen malaria omdat ze in een malariagebied zijn geboren. Ook wanneer ze al jarenlang in België wonen, gaan ze ervan uit dat die bescherming blijft bestaan.

De melding maakt deel uit van het project ‘Misinformation Rapid Response Team’, een initiatief van Factcheck.Vlaanderen en Gezondheid en Wetenschap. Via het project spelen ziekenhuizen misinformatie door die onder patiënten circuleert, zodat die snel kan worden onderzocht.

Malaria is een ernstige en soms dodelijke infectieziekte die vooral voorkomt in tropische en subtropische gebieden. De ziekte wordt overgedragen door de beet van besmette Anopheles-muggen. Hoewel de ziekte in veel gevallen te voorkomen is, worden in België nog steeds besmettingen vastgesteld. Volgens het Instituut voor Tropische Geneeskunde waren er in 2024 449 gevallen van malaria in België. “Malaria is een ziekte die we in veel gevallen kunnen voorkomen, maar toch vallen er in België nog altijd doden”, zegt prof. dr. Steven Callens, diensthoofd algemene inwendige ziekten en specialist infectieziekten.

Wie familie en vrienden bezoekt, loopt extra risico

Niet alle reizigers lopen hetzelfde risico. Vooral mensen die vrienden en familie bezoeken in een malariagebied, internationaal aangeduid als visiting friends and relatives (VFR), vormen een kwetsbare groep.

Zij verblijven vaak langer in het land van herkomst en leven er meer zoals de lokale bevolking. Daardoor komen ze vaker in contact met besmette muggen. Ze verblijven bijvoorbeeld bij familie thuis, reizen naar landelijke gebieden of nemen ’s avonds deel aan activiteiten buitenshuis. Ook gebruiken ze niet altijd preventieve maatregelen, zoals muskietennetten of insectenwerende middelen. Daardoor lopen ze een verhoogd risico om malaria op te lopen.

In het eerste decennium van deze eeuw stelden onderzoekers een toename vast van het aantal malariagevallen bij reizigers die terugkeerden uit landen waar malaria voorkomt. Uit Brits onderzoek blijkt dat meer dan driekwart (76%) van de malariagevallen in Europa voorkomt bij mensen die vrienden en familie in een malariagebied bezochten.

Volgens dr. Callens speelt ook de overtuiging dat iemand door zijn afkomst beschermd is een rol. “Zowel reizigers als sommige artsen zijn zich niet altijd bewust van de afgenomen immuniteit.”

Geboren in een malariagebied betekent niet dat je levenslang beschermd bent

Het idee dat mensen die uit een malariagebied komen een zekere bescherming hebben, is niet volledig uit de lucht gegrepen. Wie in een gebied woont waar malaria voortdurend voorkomt, wordt herhaaldelijk aan de malariaparasiet blootgesteld. Daardoor kan in de loop van jaren een gedeeltelijke immuniteit ontstaan.

Die bescherming is niet hetzelfde als volledige immuniteit. “Het opbouwen van die weerstand duurt meerdere jaren”, legt dr. Callens uit. “Vooral volwassenen die voortdurend worden blootgesteld, kunnen parasieten bij zich dragen zonder ernstig ziek te worden. Ze raken dus wel geïnfecteerd.”

Dat verklaart ook waarom jonge kinderen in malariagebieden bijzonder kwetsbaar zijn. Zij hebben nog geen gedeeltelijke bescherming kunnen opbouwen.

De gedeeltelijke bescherming neemt af zonder voortdurende blootstelling

Wanneer iemand met een gedeeltelijke immuniteit verhuist naar een land waar malaria niet voorkomt, neemt die bescherming na verloop van tijd af. Dr. Callens benadrukt dat mensen die langer dan zes maanden niet meer aan malaria zijn blootgesteld en daarna terugkeren naar hun land van herkomst, niet langer voldoende beschermd zijn.

“Malaria-immuniteit ontstaat langzaam, omdat de parasiet voortdurend verandert”, zegt dr. Callens. “Om antistoffen tegen verschillende varianten op te bouwen, zijn meerdere infecties nodig. Daarvoor is een voortdurende blootstelling aan de parasiet noodzakelijk.” Uit onderzoek blijkt bovendien dat de antistofrespons en het immuungeheugen tegen malaria relatief zwak en kortdurend zijn. “De malariaparasiet verandert ook steeds. Tegen varianten waarmee je nog niet in contact bent gekomen, ben je dus niet beschermd”, voegt dr. Callens toe.

Wie na jaren in België opnieuw naar het land van herkomst reist, mag er dan ook niet van uitgaan dat een vroegere infectie nog voldoende bescherming biedt.

Antistoffen van de moeder kunnen tijdens de zwangerschap aan de baby worden doorgegeven en bieden in de eerste levensmaanden enige bescherming. Maar die bescherming is tijdelijk en neemt na ongeveer zes maanden af. Kinderen die in België zijn geboren en later naar een malariagebied reizen, hebben daardoor zelf geen opgebouwde immuniteit.

Koorts na een verblijf in de tropen? Denk aan malaria

Een van de grootste risico's is dat malaria te laat wordt herkend. De ziekte kan zich aanvankelijk uiten met algemene klachten zoals koorts, hoofdpijn, misselijkheid, hoest en vermoeidheid. Daardoor kan malaria gemakkelijk worden verward met een andere infectie.

Een recente reis naar een malariagebied is daarom belangrijke informatie voor een arts. “Koorts na verblijf in de tropen is malaria tot het tegendeel bewezen is”, benadrukt dr. Callens.

Een snelle diagnose en behandeling zijn belangrijk. Onbehandelde malaria kan ernstige complicaties veroorzaken en in sommige gevallen dodelijk zijn. Mogelijke complicaties zijn langdurige bloedarmoede, vermoeidheid en schade aan verschillende organen.

Malaria is te voorkomen

Reizigers kunnen verschillende maatregelen nemen om het risico op malaria te beperken. Het Instituut voor Tropische Geneeskunde adviseert onder meer om blootstelling aan muggen te vermijden door bedekkende, liefst lichtgekleurde kleding te dragen en onbedekte huid in te smeren met een insectenwerend middel, bijvoorbeeld op basis van DEET. Ook een goed gebruikt muskietennet kan bescherming bieden.

Voor sommige bestemmingen zijn daarnaast preventieve malariatabletten aangewezen. Malariatabletten zijn op voorschrift verkrijgbaar. Het is belangrijk om de voorgeschreven kuur correct te volgen, ook na terugkeer. Zo moet atovaquon/proguanil doorgaans nog zeven dagen na het verlaten van het malariagebied worden ingenomen. Bij doxycycline is dat doorgaans vier weken.

Conclusie

De bewering dat mensen die in een malariagebied zijn geboren levenslang beschermd zijn tegen malaria, is onjuist. In malariagebieden kan door herhaalde blootstelling een gedeeltelijke immuniteit ontstaan, maar die bescherming neemt af wanneer iemand langdurig niet meer aan malaria wordt blootgesteld. Ook veranderen de malariaparasieten voortdurend, waardoor een eerdere infectie geen volledige bescherming biedt tegen nieuwe infecties. Wie na jaren in België terugkeert naar een malariagebied, moet zich daarom opnieuw beschermen.

 

Deze factcheck kwam tot stand dankzij het Misinformation Rapid Response Team, een samenwerking tussen Factcheck.Vlaanderen, Gezondheid en Wetenschap en verschillende ziekenhuizen.

Nee, Belgische lonen stegen niet sterker dan in de buurlanden

Op donderdag 28 mei werd N-VA-politicus Axel Ronse geïnterviewd in de coulissen van de Kamer door Terzake-journalist Lieven Verstraete. Er was zonet een debat geweest in de Kamer over enkele ingrijpende hervormingen die de Arizona-regering wil doorvoeren. Eén van die hervormingen is de centenindex. In 2026 en 2028 blijft de automatische indexering volledig behouden voor de eerste 4.000 euro bruto per maand. Voor het deel van het loon boven die grens wordt de indexering tijdelijk beperkt.

Lieven Verstraete vroeg vervolgens aan Ronse of er geen alternatieven voor die maatregel zijn, omdat een burgerbevraging van de VRT aantoont dat veel mensen ongerust zijn over de impact van die centenindex op hun koopkracht. Ronse reageerde daarop door te stellen: “De lonen zijn hier buitengewoon forser gestegen dan in de buurlanden, en dat is al jaren zo”. Volgens Ronse ondermijnen die sterkere loonstijgingen de Belgische competitiviteit.

Zijn de lonen in België echt sterker gestegen?

Om na te gaan of de Belgische lonen effectief sterker zijn gestegen dan die in de buurlanden, kan gekeken worden naar de reële lonen of ‘real wages’. Die geven het gemiddelde loon weer, maar houden ook rekening met inflatie en koopkracht.

Het gekozen startpunt van de vergelijking is daarbij belangrijk. Op aanbeveling van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB), een federaal adviesorgaan, vertrekken we van 2019 om een zo volledig mogelijk beeld te schetsen. Een vergelijking die start in 2021 begint namelijk midden in de coronaperiode, toen uitzonderlijke steunmaatregelen de loonstructuur in België en de buurlanden sterk beïnvloedden. Volgens de CRB kan een evolutie die begint of eindigt tijdens die periode een vertekend beeld geven. In onderstaande grafiek wordt de evolutie van de reële lonen sinds 2019 weergegeven.

Bron: CRB

Wat zien we op de grafiek? In de periode 2021–2022 maakten de reële lonen een scherpe terugval. Volgens de CRB was dit het gevolg van de inflatiecrisis. In 2023 volgde in België vervolgens wel een sterk herstel van de reële lonen. De CRB schrijft die forse stijging toe aan de grote groep werknemers die in januari 2023 een loonindexering kreeg op basis van de hoge inflatie in 2022, gecombineerd met de relatief lage inflatie in 2023.

Maar sindsdien zijn de reële lonen in België wel grotendeels gestagneerd. In de buurlanden zien we daarentegen vanaf 2024 een duidelijke inhaalbeweging. Over de volledige periode genomen zijn de reële lonen in de buurlanden daardoor sterker gestegen dan in België. Dat was althans de prognose van de CRB in februari van dit jaar. De laatste twee jaar zien we ook duidelijk dat alle buurlanden een hogere reële loonstijging kenden dan België.

Mogelijke verklaring

Een mogelijke verklaring voor die evolutie is de automatische loonindexering. Door de veralgemeende indexering reageren de lonen in België veel sneller op inflatie dan in de meeste buurlanden. Daar bestaan meestal geen automatische indexering of vergelijkbare loonregels. Lonen worden er vooral bepaald via onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers, waardoor prijsstijgingen vaak pas later in de lonen terechtkomen.

De loonkosten van werkgevers van belang

De reële lonen zeggen dus vooral iets over de situatie van werknemers. Ronse heeft het in zijn uitspraken ook over iets anders: de loonkosten voor werkgevers en de impact daarvan op de concurrentiekracht van Belgische bedrijven.

Dat is geen onbelangrijke zaak, zegt ook Ludovic Dobbelaere van het Federaal Planbureau “Wat de competitiviteit van de bedrijven betreft is het correct te stellen dat de ‘loonkost’ van belang is”.

Wat daarbij vooral telt is de loonhandicap, oftewel het verschil tussen de loonkosten in België en de buurlanden. Want een land waarin werkgevers veel hogere lonen moeten betalen aan hun werknemers dan in de omliggende landen is in theorie minder aantrekkelijk om in te ondernemen. En in België is die loonhandicap groter, gemiddeld met zo’n 2,7% boven de loonkosten van de buurlanden.

België compenseert de hogere lonen

België probeert de hogere brutolonen op twee manieren te compenseren. Ten eerste zijn Belgische werknemers erg productief. Daardoor ligt de toegevoegde waarde per gewerkt uur hoog, waardoor hogere lonen minder zwaar doorwegen voor werkgevers.

Ten tweede verlaagt de overheid de loonkosten via loonsubsidies en lagere werkgeversbijdragen. In bepaalde sectoren neemt de overheid een deel van de loonkosten voor haar rekening en dankzij specifieke regelingen betalen werkgevers minder sociale bijdragen.

Ondanks die compensaties blijft België een hogere loonkost hebben dan de buurlanden. Zonder rekening te houden met de hogere productiviteit bedraagt die loonhandicap ongeveer 10%. Wanneer ook met de hogere productiviteit rekening wordt gehouden, blijft er volgens de CRB in 2024 nog een absolute loonkostenhandicap van 2,7% over.

 

Conclusie

Axel Ronse heeft geen gelijk wanneer hij stelt dat de lonen in België sterker gestegen zijn dan in de buurlanden. België kende in 2023 wel een uitzonderlijk sterke stijging van de reële lonen, vooral als gevolg van de automatische loonindexering na de inflatiecrisis. Sindsdien zijn de reële lonen in België grotendeels gestagneerd, terwijl de buurlanden een inhaalbeweging maakten. Over de volledige periode sinds 2019 zijn de reële lonen in de buurlanden zelfs sterker gestegen dan in België.

Dat betekent niet dat de loonkosten voor werkgevers in België laag zijn. Ook na correctie voor de hogere productiviteit blijft België volgens de CRB kampen met een loonkostenhandicap van gemiddeld 2,7% tegenover de buurlanden. Ronse heeft dus wel een punt wanneer hij wijst op de hogere loonkosten en de mogelijke impact daarvan op de concurrentiekracht, maar zijn bewering dat de Belgische lonen al jaren sterker stijgen dan in de buurlanden wordt niet bevestigd door de beschikbare cijfers.

De digitale euro komt eraan. Maar wat klopt er van de beweringen die nu al rondgaan?

De Europese Unie werkt al enkele jaren aan de invoering van een digitale euro of een digitale vorm van contant geld. Het Europees Parlement gaf onlangs groen licht voor de volgende stap in dat proces. Daardoor kunnen de onderhandelingen met de lidstaten nu beginnen. Als zij het voorstel uiteindelijk ook goedkeuren, kan de digitale euro misschien in 2029 al ingevoerd worden.

Maar nog voor de digitale euro bestaat, circuleren op sociale media al heel wat waarschuwingen en bedenkingen.

Hoe zit dat nu echt? We bespreken hier enkele van de meest voorkomende beweringen.

Eerst, wat is de digitale euro?

De digitale euro is geen cryptomunt zoals Bitcoin. De waarde ervan is altijd exact gelijk aan die van de gewone euro. Je kunt ze dus zien als een digitale variant van cashgeld.

Het idee is dat burgers een digitale portemonnee krijgen waarmee ze zowel online als in fysieke winkels kunnen betalen. Ook offline betalen, zonder internetverbinding, zou mogelijk blijven. Hoe de digitale euro er voor gebruikers precies uit zal zien, staat nog niet definitief vast.

Het grote verschil met het geld op je bankrekening vandaag? Dat geld staat bij een commerciële bank. De digitale euro zou worden uitgegeven door de Europese Centrale Bank (ECB). Nu contant geld steeds minder wordt gebruikt, verloopt een groot deel van de betalingen via commerciële banken en Amerikaanse bedrijven zoals Visa en Mastercard. Met de digitale euro wil de Europese Unie een Europees alternatief bieden, zodat het betalingsverkeer minder afhankelijk wordt van buitenlandse spelers.

1. De overheid zal bepalen wat je met je geld mag kopen

Op sociale media circuleren berichten dat de overheid met de digitale euro zou kunnen bepalen wat burgers wel of niet mogen kopen. Zo wordt bijvoorbeeld beweerd dat mensen geen benzine, vliegtickets of rood vlees meer zouden kunnen aanschaffen zodra zij daar volgens de overheid “te veel” van hebben gekocht.

Hoe zit het echt?

Voor die bewering bestaat vandaag geen bewijs. In de huidige voorstellen van de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) is de digitale euro bedoeld als een betaalmiddel, niet als een instrument om consumptiegedrag te sturen.

In de huidige wetgeving staat geen verbod op bepaalde producten. Technisch kan digitaal geld wel geprogrammeerd en beperkt worden. Maar zulke grote veranderingen kunnen niet stilletjes worden ingevoerd, daar is altijd eerst een democratische stemming voor nodig.

Technisch mogelijk, maar niet wenselijk

Cryptografie-expert prof. Bart Preneel bevestigt dat het technisch mogelijk is dat beperkingen worden ingebouwd. “In principe is dat mogelijk, net zoals de overheid beperkt wat je kan aankopen met ecocheques of maaltijdcheques,” zegt hij.

Toch verwacht hij niet dat dit zal gebeuren. Een belangrijke reden is dat burgers andere betaalmiddelen zouden kunnen gebruiken wanneer zij het gevoel krijgen dat hun betaalvrijheid wordt beperkt.

Ook Zach Meyers, onderzoeker gespecialiseerd in Europees financieel beleid, benadrukt dat de uiteindelijke mogelijkheden afhangen van politieke keuzes. “Elke digitale munt kan onderworpen worden aan gebruiksbeperkingen of programmeerbaar worden gemaakt.”

Maar volgens Meyers zou het invoeren van zulke beperkingen ingaan tegen de belangrijkste doelstellingen van de digitale euro. Namelijk een betrouwbaar publiek betaalmiddel creëren en het vertrouwen van burgers behouden.

2. Cashgeld zal verdwijnen

Een andere veelgehoorde bewering is dat de digitale euro de eerste stap zou zijn naar een volledig cashloze samenleving.

Hoe zit het echt?

De officiële plannen wijzen niet in die richting. De ECB stelt dat de digitale euro contant geld moet aanvullen, niet vervangen. Eurobiljetten en munten blijven volgens de Europese Commissie een wettig betaalmiddel.

Dat betekent niet dat cashgebruik niet verder kan dalen. Die trend is al jaren zichtbaar doordat steeds meer mensen kiezen voor elektronische betalingen. Maar een daling van cashgebruik is iets anders dan een verbod op contant geld.

Volgens Bart Preneel is het waarschijnlijker dat verschillende betaalmiddelen naast elkaar blijven bestaan. “In handelszaken zal men nog altijd met bankbiljetten kunnen betalen.” Ook vandaag blijft contant geld een wettig betaalmiddel en kunnen ondernemingen een cashbetaling in principe niet zomaar weigeren.

Digitale uitsluiting

Preneel wijst er wel op dat overheden digitale euro’s in bepaalde situaties zouden kunnen stimuleren of verplichten. “Voor het betalen van kleinere bedragen aan de overheid zou de overheid wel digitale euro’s kunnen opleggen of aanmoedigen", zegt hij.

Daarbij waarschuwt hij ook voor een mogelijk probleem: digitale uitsluiting. “Een deel van de bevolking heeft geen smartphone of officiële identiteitsdocumenten en zal dus niet met de digitale euro’s kunnen betalen.”

3. Je kunt je geld niet meer opsparen

Een andere veelgehoorde bewering is dat burgers met de digitale euro hun geld niet meer zouden kunnen sparen of dat de overheid hun vermogen zou kunnen beperken.

Hoe zit het echt?

Deze bewering is gedeeltelijk gebaseerd op een echte discussie, maar wordt vaak verkeerd voorgesteld. De ECB onderzoekt inderdaad een limiet op het bedrag dat iemand in digitale euro’s mag aanhouden. Het gaat daarbij naar verwachting om een bedrag van ongeveer 3.000 euro per persoon.

Die limiet geldt alleen voor digitale euro’s. Ze betekent niet dat burgers maximaal 3.000 euro mogen bezitten of dat hun gewone bankrekening of spaargeld wordt beperkt.

De reden voor zo’n plafond heeft vooral te maken met de stabiliteit van het financiële systeem. Als burgers massaal grote bedragen van commerciële banken zouden verplaatsen naar digitale euro’s, kunnen banken minder geld beschikbaar hebben om leningen te verstrekken.

De limiet moet dus vooral voorkomen dat de digitale euro een bedreiging vormt voor bestaande banken.

4. Met de digitale euro kan de overheid al mijn betalingen volgen

Privacy is één van de grootste discussiepunten rond de digitale euro. Tegenstanders vrezen dat een digitale munt van de centrale bank betekent dat de overheid een volledig overzicht krijgt van alle aankopen die burgers doen.

Hoe zit het echt?

De werkelijkheid is genuanceerder. Ook vandaag zijn digitale betalingen niet volledig anoniem. Banken, betaalbedrijven en andere commerciële partijen verwerken betaalgegevens en beschikken al over heel wat persoonlijke informatie. Bij de digitale euro is het de bedoeling dat persoonsgegevens niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt, maar er blijven wel vragen bestaan over de toegang van overheden en de ECB tot betaalgegevens. “Want regeringen hebben meer invloed op de ECB dan op Visa of Mastercard”, zo besluit Preneel.

Voor onlinebetalingen blijft wel een verwerking van gegevens nodig om fraude en witwassen tegen te gaan. Voor offlinebetalingen onderzoekt de ECB een systeem met een privacyniveau dat dichter bij cash ligt, waarbij betaalgegevens niet automatisch worden doorgestuurd.

Niet dezelfde privacy als cash

Volgens professor Bart Preneel zal de digitale euro waarschijnlijk niet dezelfde privacy bieden als contant geld.

Een belangrijke reden is dat de ECB moet kunnen controleren hoeveel digitale euro's iemand bezit. Er komt namelijk waarschijnlijk een limiet op het bedrag dat je in digitale euro's kunt hebben. “Dat plafond kan maar gehandhaafd worden als de ECB weet hoeveel digitale euro's elke EU-burger heeft,” zegt Preneel.

Daarnaast moeten ook regels tegen fraude en witwassen kunnen worden nageleefd. Volledige anonimiteit is daarom moeilijk te combineren met een digitale munt. Preneel besluit dan ook: “Als je alle puzzelstukken bij elkaar legt, is het duidelijk dat de privacy van je digitale euro's beperkt moet zijn.”

Privacy kan beter

Zach Meyers wijst er wel op dat er nog keuzes gemaakt kunnen worden om de privacy beter te beschermen. Volgens hem steunen de huidige voorstellen sterk op het vertrouwen dat instellingen zorgvuldig met gegevens zullen omgaan, in plaats van systemen te ontwerpen waarbij misbruik technisch onmogelijk wordt.

Meyers besluit dat “een groter gebruik van cryptografie en encryptie meer garantie biedt dat de privacy van gebruikers wordt gerespecteerd". Cryptografie codeert gegevens zodat alleen bevoegde personen ze kunnen lezen. Encryptie zet gegevens om in een onleesbare vorm en beschermt ze zo tegen ongeautoriseerde toegang.

Conclusie

De digitale euro betekent volgens de huidige plannen geen einde van cash, geen controle over wat burgers mogen kopen en geen beperking van hun gewone spaargeld. Veel beweringen die online circuleren gaan dus verder dan wat vandaag op tafel ligt.

Dat betekent niet dat alle vragen verdwenen zijn. Vooral over privacy, de technische keuzes achter het systeem en mogelijke toekomstige uitbreidingen blijft debat bestaan.

Maar toekomstige wijzigingen kunnen niet zomaar gebeuren. Grote veranderingen moeten via het Europese besluitvormingsproces verlopen en kunnen niet ongemerkt worden ingevoerd.

 

Dit artikel kwam tot stand binnen het kader van het Prebunking at Scale-project, met steun van het European Fact-Checking Standards Network.

De daling van het aantal zaadcellen is echt, maar de oorzaak is niet zo eenvoudig

Online wordt beweerd dat de gemiddelde man vandaag nog maar ongeveer de helft zoveel zaadcellen heeft als vijftig jaar geleden. Hard wetenschappelijk bewijs dat de exacte oorzaak aanwijst is er volgens de sociale mediagebruiker niet. Toch trekt hij een duidelijke conclusie: "Het ligt waarschijnlijk aan onze ongezonde, moderne levensstijl. We leven zittender dan ooit, eten steeds meer bewerkt voedsel en dragen letterlijk de hele dag een stralingsbron in onze broekzak."

Spermaconcentratie is gedaald

Uit grootschalig onderzoek uit 2017 bleek dat de spermaconcentratie bij westerse mannen tussen 1973 en 2011 met zo'n 52% was gedaald. Een update uit 2022 laat zien dat die trend doorzet. Wereldwijd is het totale aantal zaadcellen sinds de jaren 70 zelfs nog sterker afgenomen.

Die cijfers moeten wel met de nodige nuance worden geïnterpreteerd, benadrukt endocrinoloog dr. Justine Defreyne van het UZ Gent. “In vergelijking met de jaren 1970 is het aantal zaadcellen bij mannen gedaald met ongeveer 50%. Maar het is belangrijk om daarbij te vermelden dat spermastalen vandaag strenger worden beoordeeld dan toen.”

Niet één schuldige, maar een complex samenspel

Volgens artsen en onderzoek is de daling niet aan één enkele oorzaak toe te schrijven. Het gaat om een complex samenspel van biologische, medische, omgevings- en levensstijlfactoren.

Biologische en medische factoren

Sommige oorzaken ontstaan al in de baarmoeder. “Het testicular dysgenesis syndrome kan leiden tot een verstoorde ontwikkeling van de teelballen, met een lagere testosteronproductie en verminderde zaadaanmaak tot gevolg”, legt dr. Defreyne uit. Dit syndroom wordt gelinkt aan de blootstelling aan zware metalen en hormoonverstorende pesticiden tijdens de zwangerschap.

Maar de medische complicaties die impact hebben op de vruchtbaarheid, zijn lang niet altijd terug te voeren op de zwangerschap. “Een normale erectie en ejaculatie zijn noodzakelijk voor een natuurlijke bevruchting”, legt endocrinoloog dr. Yuran Vanwonterghem van het Maria Middelares uit. “Zenuwschade door complicaties bij onder meer diabetes en chemotherapie kan erectie- en ejaculatiestoornissen veroorzaken, waardoor een natuurlijke bevruchting mechanisch onmogelijk wordt.”

De impact van het milieu

Vruchtbaarheid draait bovendien om meer dan alleen aantallen. “In de meeste studies kijkt men naar de totale telling, maar ook de beweeglijkheid, vorm en de kwaliteit van het DNA in de spermacel zijn cruciaal”, aldus dr. Vanwonterghem. Schadelijke stoffen waar we dagelijks mee in aanraking komen, zoals pesticiden, PFAS, ftalaten, bisfenolen en industriële chemicaliën, kunnen mogelijk ook die kwaliteit ondergraven door onze hormonale regulatie te verstoren.

Onze moderne levensstijl

De claims op sociale media over onze levensstijl snijden wel degelijk hout. “De toename van obesitas, roken, alcohol- en drugsgebruik, fastfood, een sedentair (zittend) leven en chronische stress hebben een directe impact op de fertiliteit”, bevestigt dr. Defreyne. Ook de huidige fitnesscultuur, waarin het gebruik van exogeen testosteron en anabole steroïden vaker voorkomt, vormt een onderschat risico.

Al deze factoren kunnen leiden tot hormonale verstoringen en DNA-schade in de spermacellen. Dr. Vanwonterghem concludeert dan ook dat vruchtbaarheidsproblemen steeds minder een puur individueel medisch probleem zijn, en steeds meer een breed maatschappelijk vraagstuk.

Wat zijn de gevolgen voor een kinderwens?

Wanneer de spermaconcentratie achteruitgaat, heeft dat directe gevolgen voor koppels met een kinderwens. Zelfs als er geen sprake is van volledige onvruchtbaarheid, duurt het gemiddeld veel langer om spontaan zwanger te raken.

Hierdoor zijn steeds meer koppels aangewezen op medisch geassisteerde voortplanting, zoals In-vitrofertilisatie (IVF) of Intracytoplasmatische Sperma-Injectie (ICSI), waarbij één zaadcel rechtstreeks in de eicel wordt geïnjecteerd. Maar ook die technieken bieden geen garanties zegt dr. Vanwonterghem: “Een verhoogde DNA-schade in de zaadcellen kan het risico op vroege miskramen vergroten. De bevruchting vindt dan wel plaats, maar de ontwikkeling van het embryo stopt in een vroeg stadium.”

Conclusie

De daling van de spermaconcentratie bij mannen is een reëel wetenschappelijk vastgesteld fenomeen, maar de oorzaak ligt niet bij één enkele factor. Onderzoek wijst op een complexe combinatie van biologische, medische, omgevings- en levensstijlfactoren. Hoewel onze moderne levensstijl mogelijk een rol speelt, is verder onderzoek nodig om de precieze oorzaken en gevolgen volledig te begrijpen.

 

Ontbijt overslaan leidt niet automatisch tot gewichtstoename

Ontbijten overslaan om af te vallen? Beter niet, zegt de Nederlandse internist-endocrinoloog dr. Liesbeth van Rossum. Het ontbijt overslaan kan juist bijdragen aan gewichtstoename. Door te ontbijten zet je immers je biologische klok aan, vervolgt ze, waardoor je lichaam suiker en insuline beter reguleert. Dat is volgens haar extra belangrijk voor mensen die aanleg hebben voor overgewicht. Haar advies? Schuif liefst voor 9.30 uur aan tafel.

Ontbijt overslaan leidt niet automatisch tot overgewicht

Dat mensen die het ontbijt overslaan vaker kampen met overgewicht, is bekend. Maar recent wetenschappelijk onderzoek nuanceert het idee dat het overslaan van het ontbijt de directe oorzaak is van overgewicht. Niet-ontbijters slapen namelijk vaker slecht, roken meer, eten over het algemeen ongezonder en hebben vaker een lagere sociaaleconomische status. Stuk voor stuk factoren die meespelen bij je gewicht.

Bart Van Der Schueren, professor endocrinologie aan de KU Leuven, bevestigt dat ons lichaam koolhydraten 's ochtends beter verwerkt. "Er is bewijs dat het lichaam beter koolhydraten verwerkt in de ochtend, maar om daar rechtstreeks overgewicht aan te koppelen is wat kort door de bocht", zegt hij.

Ook Michaël Sels, diëtist aan het UZA, ziet een verschil. Volgens hem heeft het overslaan van het ontbijt wel een klein rechtstreeks effect op de stofwisseling, maar is het gedragseffect veel belangrijker.

Meer kans op overeten

Wie het ontbijt overslaat, verbruikt iets minder energie omdat het lichaam geen ontbijt hoeft te verteren. Dat effect is volgens Sels beperkt.

Veel belangrijker is dat mensen later op de dag meer honger hebben. "We zien dat mensen die heel streng zijn voor zichzelf in de ochtend en het ontbijt overslaan, meer kans hebben om zich bij de volgende maaltijd te overeten", zegt Sels. Daardoor eten ze tijdens de lunch vaak grotere porties en kiezen ze sneller voor ongezonde voeding. Sels vergelijkt het met boodschappen doen terwijl je honger hebt: dan is de kans groter dat je minder gezonde producten in je winkelkar legt.

Wel invloed op de stofwisseling

Over één punt zijn onderzoekers het wel eens: ontbijten lijkt een gunstig effect te hebben op de insulinegevoeligheid. Studies tonen aan dat zowel slanke als mensen met overgewicht minder gevoelig worden voor insuline als ze het ontbijt overslaan. Ook ongezond ontbijten op jonge leeftijd kan later het risico op buikvet en insulineresistentie verhogen.

Kortom, ontbijten heeft voordelen voor de stofwisseling, maar het overslaan van het ontbijt zorgt niet automatisch voor gewichtstoename.

Moet je voor 9u30 ontbijten?

Nee, die harde tijdgrens klopt niet. Volgens Sels maakt het precieze tijdstip niet uit, zolang je maar binnen een paar uur na het opstaan iets eet. Wat wel helpt voor je stofwisseling, is om 's avonds juist op tijd te stoppen met eten.

Genetische aanleg

Van Rossum zegt dat ontbijten vooral belangrijk kan zijn voor mensen met een genetische aanleg voor overgewicht. Genetica speelt zeker een rol bij gewicht, maar er is weinig bewijs dat het overslaan van het ontbijt bij deze groep extra grote gevolgen heeft.

Bart Van Der Schueren nuanceert dat die genetische aanleg wel echt bestaat, maar dat de invloed van het ontbijt waarschijnlijk beperkt is. Mensen met zo’n aanleg komen makkelijker bij in een omgeving waar veel eten beschikbaar is. Ontbijt overslaan kan daarbij eerder passen bij bepaalde leefgewoonten, dan dat het op zich de oorzaak is.

Michaël Sels vult aan dat sommige mensen gevoeliger zijn voor gewichtstoename. Bij hen kunnen kleine gewoontes soms net het verschil maken. Het overslaan van het ontbijt kan zo een van de factoren zijn die het evenwicht doet kantelen, maar het is nooit de enige oorzaak.

Conclusie

De bewering dat het overslaan van je ontbijt zou leiden tot gewichtstoename bevat wel een kern van waarheid. Er is een verband tussen het overslaan van het ontbijt en overgewicht, al is dat vaak niet de directe oorzaak. Het beste argument om wel te ontbijten is dat het goed is voor je suikerspiegel. De conclusie? Hoewel er nog discussie is, blijft wel ontbijten op basis van de huidige kennis de gezondste keuze. Kies daarom, zeker bij kinderen en jongeren, voor een voedzaam ontbijt.

 

"Proefpersonen" is een misleidende term voor kinderen die deelnemen aan klinisch onderzoek

Lopen kinderen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s omdat ze als “proefpersoon” meedoen aan klinische studies, vooral bij vaccinatiestudies? Die claim stuurde een zorgverlener door naar de redactie van Factcheck.Vlaanderen.

De melding maakt deel uit van het project 'Misinformation Rapid Response Team’, een initiatief van Factcheck.Vlaanderen en Gezondheid en Wetenschap. Hiermee spelen ziekenhuizen snel misinformatie door die onder patiënten circuleert.

Europese wetgeving

Het belang van veilige medicijnen voor kinderen valt niet te ontkennen. Om de veiligheid van kinderen te waarborgen, voerde het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) in 2004 daarom de Europese pediatrische wetgeving (Pediatric Regulation) in. Het doel? Zorgen voor kwalitatieve, ethisch geteste medicijnen die specifiek zijn goedgekeurd voor gebruik bij kinderen.

Een belangrijk verschil met vroeger? Voorheen werden geneesmiddelen namelijk vaak 'off-label' gebruikt. Ze werden dan aan kinderen voorgeschreven zonder dat ze er ooit specifiek op waren getest.

Sinds de wetgeving zijn farmaceutische bedrijven verplicht om een Pediatric Investigation Plan (PIP) op te stellen. Hierin wordt vastgelegd hoe nieuwe geneesmiddelen op een veilige en doeltreffende manier bij kinderen zullen worden onderzocht.

Afstappen van off-label medicijngebruik

Waarom het belangrijk is om af te stappen van off-label gebruik? Dat blijkt uit een rapport uit oktober 2004 waarin het EMA keek naar de veiligheid van off-label medicijngebruik bij kinderen. Het rapport toont aanwijzingen dat die vorm van medicatiegebruik vaker leidt tot meer bijwerkingen dan geregistreerd gebruik. In een grote studie in een kinderziekenhuis was bij 3,9% van de voorschriften van geregistreerde geneesmiddelen een bijwerking vastgesteld. Bij off-label of niet-geregistreerde voorschriften was dat 6%.

Een andere studie toonde aan dat off-label gebruik het risico op bijwerkingen meer dan verdrievoudigde. Het EMA concludeerde in dat rapport dat off-label en niet-geregistreerd gebruik bij kinderen gepaard gaat met een verhoogd risico op ernstige bijwerkingen en dat meer onderzoek en betere monitoring noodzakelijk zijn.

Risico versus standaardzorg

Volgens dr. Levi Hoste, pediater aan het UZ Gent en geneesmiddelenonderzoeker, wordt vaak over het hoofd gezien dat deelname aan een klinische studie niet per definitie meer risico inhoudt dan de standaardzorg. “Integendeel, patiënten in studies worden altijd heel nauw opgevolgd en behandeld volgens strikt gedefinieerde protocollen. "Voor sommige pediatrische aandoeningen, zeker zeldzame ziekten, is deelname aan klinische studies bovendien vaak de enige manier om toegang te krijgen tot innovatieve therapieën”, aldus dr. Hoste.

Vaccinatiestudies

Ook over vaccinatiestudies bestaan enkele misvattingen. Dr. Bart Jacobs, arts en onderzoeker aan het Centrum voor Vaccinologie (CEVAC) in Gent, verduidelijkt: “Nieuwe vaccins voor kinderen worden, na uitgebreide tests bij volwassenen, stap voor stap onderzocht bij steeds jongere groepen, waarbij de eisen naar veiligheid héél hoog liggen.

Zodra de vroege klinische fasen voldoende veiligheid en een goede immuunrespons aantonen, start de overgang naar grootschalige studies om minder frequente bijwerkingen en effectiviteit nauwkeurig in kaart te brengen. In urgente situaties, zoals een pandemie, kan een vaccin op basis van vroege, sterke data over effectiviteit versneld worden toegelaten, zonder dat er op veiligheid ingeboet wordt.”

Evaluatie van de nieuwe wetgeving

Dat de wetgeving meerdere positieve effecten heeft, blijkt uit een ander rapport van de Europese Commissie uit 2020, waarin de periode 2007–2017 werd geëvalueerd. Zo heeft de regelgeving geleid tot meer onderzoek, hogere investeringen en de ontwikkeling van nieuwe behandelingen specifiek voor kinderen. Hierdoor zijn meer geneesmiddelen beschikbaar gekomen en krijgen kinderen sneller toegang tot passende behandelingen. Daarnaast is het gebruik van off-label geneesmiddelen afgenomen.

In de praktijk

Het nut van de nieuwe wetgeving blijkt ook uit verschillende geneesmiddelen die na specifiek pediatrisch onderzoek en het bijbehorende PIP werden goedgekeurd. Zo werd een geneesmiddel Spectrila in 2016 goedgekeurd door de EMA als behandeling van acute lymfatische leukemie bij kinderen, de meest frequente vorm van kanker bij kinderen. Ook binnen de wereld van infectieziekten zijn na afronding van PIP's verschillende geneesmiddelen bij kinderen beschikbaar gekomen, waaronder antivirale middelen voor hepatitis C en hiv.

Belgische wetgeving

In België is deelname van kinderen aan klinische studies gereguleerd onder strenge voorwaarden die zijn vastgelegd in zowel de Belgische als de Europese wetgeving.

Elke studie moet eerst worden goedgekeurd door een erkend ethisch comité en door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG). Daarbij wordt nagegaan of het onderzoek wetenschappelijk noodzakelijk is, of de mogelijke voordelen opwegen tegen de risico’s om pijn, ongemak en angst voor het kind zo veel mogelijk te beperken. Daarnaast mag onderzoek bij kinderen enkel plaatsvinden wanneer het niet of onvoldoende bij volwassenen kan worden uitgevoerd en wanneer het relevant is voor de gezondheid van kinderen.

Betrekken van het kind

Deze voorwaarden zijn vastgelegd in de Belgische Wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke persoon en in de Europese Clinical Trials Regulation (EU 536/2014). Verder is in de wet vastgelegd dat de ouders of wettelijke vertegenwoordigers toestemming moeten geven, het kind zelf (aangepast aan zijn of haar maturiteit en begripsvermogen) wordt betrokken bij de beslissing.

Binnen het kader van betrekking van het kind zelf geldt bovendien dat kinderen vanaf ongeveer 12 jaar doorgaans zelf hun instemming moeten geven voordat ze deelnemen. Een kind of ouder kan bovendien op elk moment beslissen om te stoppen met de studie, zonder dat dit gevolgen heeft voor de verdere medische zorg.

Conclusie

De bewering dat kinderen ingezet worden als proefpersonen bij klinisch onderzoek is onjuist. Klinische studies bij kinderen in België worden onderworpen aan strikte ethische en wettelijke voorwaarden en dragen juist bij aan veiligere en beter onderbouwde behandelingen voor kinderen.

 

 

Deze factcheck kwam tot stand dankzij het Misinformation Rapid Response Team, een samenwerking tussen Factcheck.Vlaanderen, Gezondheid en Wetenschap en verschillende ziekenhuizen.

Zwarte leeuw komt niet in de natuur voor, enkel in AI-verzinsels

Op Instagram ging een video viraal waarin een zeldzame zwarte leeuw te zien is. Volgens het bijschrift heeft een fotograaf uit Dubai maar liefst tien jaar met speciale apparatuur gezocht om het dier eindelijk te vinden. De post claimt dat slechts één op de vijftien miljoen leeuwen zwart is door de genetische mutatie melanisme.

De video is inmiddels goed voor zo'n 44 duizend likes en een veelvoud aan weergaven. Onder de post zijn de meningen echter verdeeld: de ene helft viert dit "wonder der natuur", terwijl de andere helft er direct doorheen prikt en spreekt van photoshop of AI.

Wat zegt de wetenschap over melanisme?

Melanisme is een genetische mutatie waarbij een dier een overschot aan melanine of donker pigment aanmaakt. Hierdoor worden de huid, vacht of veren heel donker.

Dat fenomeen is in de natuur niet heel zeldzaam. Van de 35 soorten wilde katachtigen zijn er zo'n 14 gevoelig voor deze mutatie. Denk maar aan de bekende zwarte panters en luipaarden. Bij leeuwen daarentegen is melanisme nog nooit officieel waargenomen. Een zwarte leeuw is wetenschappelijk gezien dus een fabeltje.

Het spoor naar Dubai en de kroonprins

De beelden en de bijbehorende tekst duiken ook op in andere Instagramaccounts. In de omschrijving wordt opnieuw beweerd dat een "fotograaf uit Dubai" tien jaar naar het dier zocht. Sommige pagina's plakken daar zelfs een naam op: Hamdan Al Maktoum.

Hij is niet de eerste de beste fotograaf, maar de kroonprins van Dubai. Hoewel de prins inderdaad een gepassioneerd natuurfotograaf is die vaker leeuwen fotografeert, heeft hij nog nooit geclaimd dat hij een zwarte leeuw heeft gezien, laat staan gefotografeerd. Zijn naam is er puur bijgesleept om het verhaal geloofwaardiger te maken.

Ontmaskerd door AI-labels

Het definitieve bewijs dat het nepnieuws is, is te vinden op X. Op het account 'Mohini Wealth' scoorde de video in korte tijd meer dan 2 miljoen weergaven. Onder de post staat duidelijk aangegeven dat de video met AI gemaakt is.

In de 'community note' onder de post linken gebruikers ook naar officiële factchecks die het bestaan van zwarte leeuwen resoluut ontkrachten.

Conclusie

De video van de zwarte leeuw is niet echt, maar gemaakt met behulp van AI. Hoewel een zwarte vacht of melanisme voorkomt bij andere katachtigen, is dat bij leeuwen nog nooit vastgesteld.

De huidige wereldwijde vermogensongelijkheid lijkt niet groter dan in Frankrijk vóór de Revolutie

Op 5 mei plaatste het online magazine Save The Planet Society een bericht op Instagram waarin werd beweerd dat de vermogenskloof vandaag groter is dan in Frankrijk vlak voor de Franse Revolutie. Die revolutie begon in 1789, toen steeds meer Fransen zich verzetten tegen de enorme ongelijkheid tussen arm en rijk en tegen de macht van de koning en de adel. Het zou uiteindelijk leiden tot het einde van de monarchie.

Volgens het bericht zou momenteel 30,4% van het wereldwijde vermogen in handen zijn van de 1% rijksten, en slechts 2,5% van dat vermogen in handen van de 50% armsten. Dat zou een grotere vermogensongelijkheid zijn dan in Frankrijk tijdens de laatste jaren van het Ancien Régime, vlak voor de Franse Revolutie.

Vermogen?

Bij vermogen wordt er gekeken naar spaargeld, huizen, aandelen en andere bezittingen. Maar in weinig landen bestaat er een register van vermogen. Daardoor moet vermogensongelijkheid meestal worden geschat. Ook in België is dat het geval.

Dat brengt onzekerheid met zich mee, maar volgens Arthur Apostel, onderzoeker economie aan de UGent, betekent dat niet dat zulke schattingen willekeurig zijn. Door verschillende methoden te vergelijken en aannames te toetsen kan die onzekerheid wel degelijk beperkt worden.

1% rijksten vs. 50% armsten

De World Inequality Database (WID) probeert per land de best mogelijke schattingen te bundelen. “Die blijven onzeker, maar vormen wel een belangrijke basis voor een onderbouwd debat over vermogensongelijkheid”, zegt Apostel. “Voor België specifiek zijn de WID-cijfers overigens niet de best mogelijke schattingen, maar is er elders meer betrouwbare verdelingsinformatie beschikbaar.”

Volgens recente cijfers van de WID zit ongeveer drie kwart van al het wereldvermogen bij de rijkste 10% van de bevolking, terwijl de armste 50% het met zo’n 2% moet doen. Als je nog verder inzoomt, wordt dat verschil nog opvallender. De rijkste 1%, ongeveer even groot als de volwassen bevolking van het Verenigd Koninkrijk, bezit zo’n 37% van het wereldvermogen. Dat is meer dan achttien keer zoveel als wat de hele onderste helft samen heeft.

De conclusie van het WID is dan ook duidelijk: vermogensongelijkheid is groot, sterk geconcentreerd en in veel gevallen zelfs nog aan het toenemen.

Vermogensongelijkheid Franse Revolutie

Maar hoe zat dat in de jaren vóór de Franse Revolutie? De hoeveelheid en soorten vermogen waren toen kleiner dan nu, omdat moderne financiële markten en beleggingsproducten nog niet bestonden zoals vandaag. Daardoor is een vergelijking met vandaag sowieso al lastig.

Het is ook moeilijk om betrouwbare studies te vinden die de vermogensongelijkheid in Frankrijk rond 1780 precies inschatten. Piketty geeft in zijn boek wel een schatting voor die periode, maar die is niet gebaseerd op directe gegevens uit nalatenschappen en daardoor minder zeker. De cijfers zijn dus geëxtrapoleerd op basis van latere nalatenschapsgegevens en andere beschikbare informatie zegt Arthur Apostel. Volgens die cijfers had de rijkste 1% toen zo'n 52% van het vermogen en de armste 1% over zo'n 2-3%

Wanneer we kijken naar studies van Piketty die teruggaan tot 1807 had de rijkste 10% toen ongeveer 79% van al het vermogen. Binnen die groep was het nog schever: de top 1% bezat 44,1%, en de top 0,1% alleen al 16,6%.

Andere maatstaven om ongelijkheid te meten

Er bestaan ook andere manieren om vermogensongelijkheid te meten, bijvoorbeeld met de Gini-coëfficiënt. Ze heeft een waarde tussen 0 en 1: hoe dichter de waarde bij 0 ligt, hoe gelijker de verdeling. Hoe dichter bij 1, hoe ongelijker de verdeling. In het geval van een hoge Gini-coëfficiënt is vermogen dus sterk geconcentreerd bij een kleine groep aan de top.

Ook voor die vergelijking zijn moeilijk studies te vinden. In de paper van Alfani en Schifano wordt een reeks voor Frankrijk gegeven, maar die start pas in 1820. Voor de periode rond 1820 ligt de Gini-coëfficiënt voor Frankrijk ongeveer op 0,88, wat wijst op een zeer hoge vermogensongelijkheid.

Volgens de recentste WID-cijfers is de Gini-index voor wereldwijde vermogensongelijkheid in 2024 0,83.

Conclusie

De bewering dat de vermogenskloof vandaag groter zou zijn dan in Frankrijk vlak voor de Franse Revolutie, is niet echt hard te maken. Er zijn wel schattingen die laten zien dat ongelijkheid vandaag heel groot is, en dat dat vroeger in Frankrijk nog groter was. Maar goede en volledig vergelijkbare cijfers uit 1789 ontbreken.

Geen bewijs dat er vorig jaar 150 kerken in Europa zijn afgebrand

Brandende kerken in Europa, op sociale media lijkt het schering en inslag. Zo circuleert op Instagram een foto van een brandende kerk in West-Londen. “Nog een kerk in Europa in brand gestoken, terwijl in het afgelopen jaar meer dan 150 kerken zijn afgebrand”, stelt de post die moslims aanwijst als de verantwoordelijken.

Dergelijke claims doen al een tijdje de ronde. Zo postte het platform Visegrad24 al in september 2024 op X dat “veertig kerken zijn afgebrand sinds 2023.” Ook recentere tweets hekelen dat overal in Europa kerken afbranden. Maar weten we eigenlijk hoeveel kerken er afbranden? En zijn zulke uitspraken wel onderbouwd?

Geen duidelijke registratie

Hoewel Europa veel kerken heeft, bestaat er geen volledige centrale Europese databank die de gebouwen registreert, laat staan de branden die er plaatsvinden. Sommige landen houden dergelijke incidenten zoals een brand zeer nauwkeurig bij, terwijl andere dat nauwelijks doen. Het is dus moeilijk om exact te weten hoeveel kerkbranden er nu eigenlijk zijn.

Brandstichtingen tegen kerken

Er bestaat wel een organisatie zoals OIDAC (Observatory on Intolerance and Discrimination against Christians in Europe), die incidenten van intolerantie en discriminatie tegen Europese christenen in kaart brengt. Voor hun rapportages baseren zij zich op officiële overheids- en politiestatistieken, aangevuld met data van maatschappelijke organisaties en eigen registraties op basis van bijvoorbeeld mediabronnen.

Zo kwamen zij tot de vaststelling dat er in 2023 2.444 incidenten waren, in 2024 waren dat er 2.211. OIDAC liet ons weten dat er helaas geen specifiek totaalcijfer voor het aantal brandstichtingen tegen kerkgebouwen beschikbaar is. Omdat de meeste overheden hun data niet uitsplitsen naar het type incident zoals brandstichting, vandalisme of fysieke aanvallen.

Zoals eerder opgemerkt documenteert de organisatie ook zelf gevallen. Hun data laten zien dat er in 2023 sprake was van 501 geregistreerde incidenten, waarvan het aantal brandstichtingen op 49 lag. In 2024 registreerde OIDAC 94 brandstichtingen op een zelf gedocumenteerd totaal van 516 anti-christelijke haatmisdrijven.

Schommelende cijfers

Is er dan een toename van het aantal kerkbranden? Wat opvalt is dat de cijfers van OIDAC over de jaren heen schommelen. Dat blijkt als je de laatste vijf rapporten van OIDAC onder de loep neemt.

Zo meldt het OIDAC in hun voorlaatste rapport dat in 2023 10% van de 501 incidenten tegen Christenen gaat over brandstichting. Dat komt dus neer op ongeveer 49 gevallen. In 2024 is er wel een stijging te merken van 94 op 516 gedocumenteerde incidenten.

Maar het is een stuk minder dan de 105 incidenten uit 2022, die 14% uitmaakten van de 748 incidenten. In 2021 waren er onder de 519 incidenten dan weer slechts 60 gevallen van brandstichting. Dat is iets minder dan 10% van het totaal. De cijfers van OIDAC zijn bevestigde of vermoedelijke gevallen van brandstichting, maar in veel gevallen is de identiteit of achtergrond van de daders niet bekend.

Gebrekkige rapportage

"Die schommelingen in de cijfers zijn niet uitzonderlijk, want het aantal geregistreerde brandstichtingen is sterk afhankelijk van de rapportage", zegt Thomas Rymer, woordvoerder van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

Volgens Rymer kan een toe- of afname meerdere oorzaken hebben: "Het kan wijzen op een feitelijke stijging van het aantal brandstichtingen, maar het kan evengoed het gevolg zijn van toegenomen media-aandacht of een hogere bereidheid onder slachtoffers om aangifte te doen."

Dat beaamt Dennis Peters, woordvoerder van de organisatie Kerk in Nood in Nederland. "Helaas is het erg lastig om accurate cijfers te verkrijgen, omdat lang niet alle landen hun gegevens even nauwgezet bijhouden." Zo staat er in het meest recente rapport over de vrijheid van godsdienst dat van de vier Scandinavische landen alleen Finland heeft gerapporteerd over haatincidenten tegen christenen.

Stijging antichristelijke haatmisdrijven?

Daarnaast publiceert de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) jaarlijks een ‘hate crime’-rapport waarin ook antichristelijke haatmisdrijven worden gemonitord. In 2024 ging het volgens die gegevens om 568 misdrijven tegen eigendom van christelijke instellingen. Dat is ongeveer evenveel als in 2023 (570) en zelfs een stuk minder dan in 2022 (840) of 2021 (768).

De cijfers omvatten ook landen buiten Europa, zoals de Verenigde Staten en Turkmenistan en gaan verder dan brandstichting alleen. Ook vandalisme zoals graffiti of het inslaan van ramen wordt meegeteld. De cijfers zijn gebaseerd op gegevens uit het maatschappelijk middenveld, overheidsgegevens worden via een apart rapportagesysteem aangeleverd en zijn niet opgenomen in deze tellingen.

Het is onwaarschijnlijk dat er een volledig statistisch overzicht van de situatie in Europa zal komen, omdat het verzamelen van gegevens zo moeilijk is.

Conclusie

Kerkbranden komen wel degelijk voor in Europa, maar de virale claim dat er in 2025 al 150 kerken zijn afgebrand, is niet te staven met een goede dataset. Door de gebrekkige en versnipperde registratie van incidenten bestaat er geen centrale databank die alle kerkbranden bijhoudt. Vaak is ook niet duidelijk of een brand opzettelijk werd aangestoken of een andere oorzaak had.

Hoewel sommige organisaties de afgelopen jaren een toename van vandalisme en brandstichting in bepaalde landen signaleren, gaat het om een uiteenlopend fenomeen met een onduidelijke omvang.

Waarom extreme kou nog steeds kan in een opwarmende wereld

Volgens het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) spreken we in België van een hittegolf, wanneer “minstens 5 opeenvolgende dagen een temperatuur van 25°C of meer wordt opgemeten”. Drie dagen daarvan moet de temperatuur de 30°C overstijgen.

Stijgt het kwik uitzonderlijk hoog? Zelfs als het strikt genomen niet eens om een echte hittegolf gaat, stijgt meteen ook de frequentie van tal van beweringen rond hittegolven. In dit artikel bespreken we er drie. Je zult ze ook bij volgende warme dagen zeker nog tegenkomen.

1. Vroeger waren er ook hittegolven, daar werd niet zo dramatisch over gedaan.

Voor deze bewering worden vaak beelden gebruikt van weerkaarten. Een paar generaties geleden zouden die weerkaarten bij dezelfde temperaturen gewoon groen zijn gebleven terwijl ze nu dramatisch rood worden gekleurd. Er zijn natuurlijk tijden geweest waarin weerkaarten nooit van kleur veranderden omdat dat toen technisch niet mogelijk was. De Checkredactie van VRT NWS schreef daarover al een factcheck.

Hoe zit het nu echt?

De laatste jaren neemt het aantal hittegolven wel degelijk toe. Uit het meest recente klimaatrapport van het KMI van 2020 blijkt dat er sinds 1981 0,3 hittegolven bijkomen per decennium. Vanaf 2050 zou er elke zomer minstens één hittegolf plaatsvinden. En tegen het eind van deze eeuw zal het aantal hittegolven verdrievoudigen.
De wereldwijde toename van hittegolven is een logisch gevolg van de stijgende gemiddelde temperaturen, zo zegt klimaatexpert Nicolas Ghilain. “Sinds de jaren tachtig stijgt de jaartemperatuur met 0,38°C per decennium, wat direct doorwerkt in extremen.”

Wereldwijde toename van hittegolven

Die toename van het aantal hittegolven is er niet alleen in België. Zo stelt het European State of The Climate rapport van Copernicus dat 2024 het eerste jaar was dat de temperatuur 1,5°C hoger lag, dan het pre-industriële niveau. Dat jaar waren in Zuid-Oost Europa meer dan de helft van de zomerdagen ook hittegolfdagen. “Eigenlijk zien we in 41 van de 43 regio’s wereldwijd een toename van het aantal hittedagen”, zegt klimaatwetenschapper Wim Thiery.

Naast de frequentie verdubbelt ook de intensiteit van de hittegolven tegen 2100. Wim Thiery legt uit dat door de algemene opwarming de kansverdeling verschuift: warme extremen worden het nieuwe normaal en er ontstaan compleet nieuwe extremen.

Gelinkt aan broeikasgassen

Thiery benadrukt dat die toename van hittegolven direct gelinkt is aan de uitstoot van broeikasgassen, die de gemiddelde temperatuur doet stijgen. Zo publiceerde hij samen met andere wetenschappers in 2021 een studie in het vakblad Nature.

Daarvoor analyseerden ze tweehonderd hittegolven tussen 2000 en 2023. “We zagen dat hittegolven twintig keer meer voorkwamen tussen 2000 en 2009. En in de periode 2010 en 2019 wordt dat zelfs tweehonderd keer meer. Zonder klimaatopwarming zou een kwart ervan niet kunnen voorkomen”, luidt de conclusie van de studie.

Hittegolven duren ook langer

Daarnaast duren de hittegolven ook steeds langer. Zo meldt het KMI rapport dat de duur van een hittegolf in België elk decennium met twee dagen toeneemt. Tegen 2100 zou er zelfs sprake kunnen zijn van een toename van de duur met 50%.

Die trend komt door een ander fenomeen dat de klimaatopwarming in gang heeft gebracht, zegt Nicolas Ghilain. “Door klimaatontregeling zien we een verzwakking van de straalstroom in de Atlantische Oceaan. Hierdoor krijg je atmosferische blokkeringen, die zorgen dat periodes van extreme warmte erg lang ter plaatse kunnen blijven hangen.” 

2. Hittegolven zijn gewoon toeval. Strenge winters bewijzen dat er geen opwarming van het klimaat is.

Het aantal hittegolven neemt dus wel degelijk structureel toe. Maar dat sluit de kans op extreme kou helemaal niet uit. Want ook in een warmer klimaat kunnen nog altijd koudegolven voorkomen. Toch grijpen klimaatsceptici elke winterse koudegolf aan om te beweren dat de klimaatopwarming niet bestaat of niet zo erg is. Dat zagen we afgelopen winter ook bij de hevige vorst en sneeuwval in Europa. Dit soort reacties kunnen we in de toekomst blijven verwachten.

Wel nog koudegolven

Toch beklemtoont Ghilain dat klimaatopwarming extreme koude niet volledig uitsluit. In een opwarmend klimaat kunnen er dus nog steeds koudegolven voorkomen. “Het is een fenomeen van lange adem. Op jaarbasis kunnen er nog altijd variaties ontstaan met perioden van extreme koude.”

Uit studies blijkt wel duidelijk dat het aantal koudegolven afneemt en uit recent onderzoek blijkt dat ook de duur verkort.

Dat neemt niet weg dat het niet uitgesloten is dat het ooit toch nog genoeg zal vriezen om een elfstedentocht te laten plaatsvinden. Mocht dat gebeuren, dan bewijst helemaal niet dat er geen opwarming van het klimaat zou zijn. Maar de kans op koudegolven daalt dus wel.

3. De Golfstroom zal uitvallen en in plaats van warmer, zal het juist veel kouder worden in Europa.

Sinds de film The Day After Tomorrow staat een mogelijke verzwakking of stilval van de AMOC volop in de schijnwerpers, legt Nicolas Ghilain nog uit. de AMOC, ook wel bekend als straalstroom of Golfstroom voert warme lucht uit de Golf van Mexico naar Europa. Als die stroom zou stilvallen, zou West-Europa in de winter gemiddeld flink kunnen afkoelen. Sommige modellen berekenen zelfs een daling van 5 tot 10 graden.

Ghilain benadrukt dat dit nog onzekere toekomststudies zijn. "De huidige modellen spreken elkaar tegen en de meetreeksen zijn simpelweg nog te kort om een harde trend te zien."

Beide klimaatexperts zijn het er bovendien over eens dat we hier deze eeuw nog weinig van zullen merken. Er is geen enkel klimaatmodel dat voor de 21e eeuw minder hitte of meer kou voorspelt voor Europa, elk scenario wijst juist op méér hittegolven en kortere winters. De zeldzame modellen waarin de oceaancirculatie wel instort, situeren op dit moment die 'collapse' steevast pas in de 22e eeuw.

Conclusie

Door de uitstoot van broeikasgassen nemen hittegolven in België en wereldwijd toe in aantal, duur en intensiteit. Koudegolven blijven mogelijk in een opwarmend klimaat, maar komen steeds minder vaak voor en duren korter. Alle huidige klimaatmodellen voor Europa wijzen tijdens deze eeuw op meer extreme hitte en zachtere winters. De modellen voorspellen op dit moment niet dat de Golfstroom op korte termijn zou stilvallen. 

Maar bij elke periode van extreme hitte of extreme koude, zal je wel weer aantal beweringen zien terugkomen die je met een korrel zout moet nemen. Hopelijk heeft dit artikel  je daarbij geholpen.

 

Dit artikel kwam tot stand binnen het kader van het Prebunking at Scale-project, met steun van het European Fact-Checking Standards Network.

Ibogaïne is geen bewezen wondermiddel tegen verslaving

Op 18 april sprak podcaster Joe Rogan de camera’s toe in het Witte Huis, samen met de Amerikaanse president Donald Trump. Trump had net een decreet ondertekend om onderzoek naar de psychoactieve drug ibogaïne te versnellen en de stof mogelijk nationaal in te zetten tegen psychische aandoeningen en drugsverslaving.

Sinds 1970 staat ibogaïne in de VS geregistreerd als een Schedule I-drug, de strengste categorie binnen de Amerikaanse drugswetgeving. Daardoor had de stof geen erkende medische toepassing en bleef onderzoek beperkt. Het decreet dat president Donald Trump op 18 april 2026 ondertekende, verandert die status voorlopig niet, maar moet onderzoek naar en goedkeuring van ibogaïne wel versnellen.

In 2023 overleden ongeveer 80.000 mensen aan een overdosis opioïden. Volgens podcaster Joe Rogan kan ibogaïne daarin een doorbraak betekenen. In het Witte Huis stelde hij dat één behandeling met ibogaïne tot 80 procent van de opioïdverslaafden zou kunnen helpen herstellen.

Wat is ibogaïne?

Ibogaïne is afkomstig van de iboga, een struik uit West-Centraal-Afrika waarvan de wortels een psychoactieve stof bevatten. In de regio wordt de plant al eeuwenlang gebruikt tijdens religieuze rituelen.

Sinds het midden van de twintigste eeuw wordt ibogaïne ook in het Westen wetenschappelijk onderzocht, nadat onderzoekers vaststelden dat de stof mogelijk kan helpen bij de behandeling van opioïdverslaving. Een recente kleinschalige studie suggereerde ook dat ibogaïne posttraumatische stressstoornis (PTSS), angst en depressie kan verminderen en het leven van veteranen met een traumatisch hersenletsel kan verbeteren.

Twijfels over het wondermiddel

Maar is het succes van ibogaïne wel zo spectaculair als voorstanders beweren? Volgens toxicoloog Jan Tytgat hangt het effect sterk af van de ernst van de verslaving en van de patiënt zelf.

“Dat één behandeling 80 procent van de verslavingen zou genezen, is een erg optimistische inschatting”, zegt hij. “In veel landen wordt een opioïdverslaving behandeld met methadon, meestal via een traject van meerdere weken in gespecialiseerde afkickklinieken.”

Ibogaïne kan volgens Tytgat therapeutische effecten hebben, maar brengt ook risico’s met zich mee. Zo kan ibogaïne hallucinaties veroorzaken en sterk interageren met nicotine en dopamine. “De impact op het menselijk functioneren mag niet onderschat worden”, aldus Tytgat. “Je kan bijvoorbeeld niet veilig deelnemen aan het verkeer na inname.”

Ernstige gezondheidsrisico’s

Naast de psychoactieve effecten waarschuwen onderzoekers ook voor ernstige lichamelijke complicaties. “Ibogaïne kan hartritmestoornissen veroorzaken”, zegt Jan Tytgat. “In sommige gevallen kan het zelfs leiden tot een hartinfarct of onderliggende hartproblemen activeren, zoals het lange QT-syndroom.” Bij dat syndroom raakt de elektrische geleiding van het hart verstoord. Volgens Tytgat kan ibogaïne daarbij een belangrijk hartkanaal blokkeren, met mogelijk fatale gevolgen.

Zo kreeg een 59-jarige vrouw uit Kockengen in 2019 acht jaar cel nadat een Zweedse vrouw in 2017 overleed na een behandeling met ibogaïne.

Weinig onderzoek

Volgens toxicoloog Celine Gys, UAntwerpen is het nog moeilijk om sterke conclusies te trekken over ibogaïne. “De bestaande studies verschillen sterk van elkaar, waardoor resultaten moeilijk vergelijkbaar zijn”, zegt ze. Volgens Gys zien onderzoekers gelijkaardige uitdagingen bij andere psychoactieve stoffen, zoals MDMA voor PTSS en ketamine voor therapieresistente depressie. Toch staat het onderzoek naar ibogaïne volgens haar nog minder ver en wordt net deze molecule nu uitgelicht in de VS.

Conclusie

Volgens experts kan ibogaïne positieve effecten hebben bij de behandeling van opioïdverslaving en bepaalde psychische aandoeningen, maar sterk wetenschappelijk bewijs ontbreekt voorlopig nog.Voorstanders zoals Joe Rogan claimen spectaculaire successen, maar experts waarschuwen dat de werking per persoon verschilt. Bovendien is het middel niet ongevaarlijk, het kan leiden tot ernstige hartritmestoornissen met mogelijk dodelijke afloop.

AI-versie van dr. Li geeft onbewezen kankeradvies

Op het YouTube-kanaal Bio Bites verschijnen regelmatig video’s over hoe voeding je gezondheid kan verbeteren. De spreker van dienst is altijd dr. William Li, auteur van meerdere populaire boeken over hoe je met voeding ziektes kunt voorkomen en gezonder kunt worden.

In één van die video’s zou dr. Li de voedings- en leefgewoonten bespreken van de inwoners van het Japanse Okinawa in de jaren ‘70. Volgens hem hielp hun manier van leven om langer te leven, kanker te voorkomen of zelfs te genezen. De video werd inmiddels ongeveer 280.000 keer bekeken.

Deepfake van dr. William Li

Maar er is een klein probleem, de dr. Li in de video is niet echt. Veel wijst erop dat het om AI gaat. Dat zie je aan vreemde bewegingen, een onnatuurlijk gezicht en een stem die net niet klopt. Ook staat er in de beschrijving van de video dat het gaat om aangepaste of synthetische content. Wat vaak een aanwijzing voor het gebruik van AI is. Bovendien heeft de echte dr. Li zich nooit geassocieerd met het kanaal. Hij heeft zijn eigen Youtube-kanaal waar hij zelf advies geeft.

De artsenvereniging BVAS waarschuwde eerder al voor medische nepvideo’s op sociale media. In de filmpjes werden bekende dokters en Belgische ziekenhuizen nagemaakt om mensen te misleiden. Deepfakes van artsen lijken echt, maar ze geven verkeerde medische informatie. Mensen kunnen dat geloven en daardoor gevaarlijke keuzes maken voor hun gezondheid.

Producten verkopen

Wat ook opvalt, is dat er bij de video's steeds gelinkt wordt naar een webshop. Daar kun je direct producten kopen, zoals matcha of paars aardappelpoeder. Je kunt die poeders door je eten mixen en volgens de makers krijg je zo dan extra gezonde voedingsstoffen binnen.

De makers van de filmpjes gebruiken dr. Li's naambekendheid om producten te verkopen. 

Autofagie geen bewezen werking tegen kanker

In de video zegt de AI-versie van dr. Li dat de voedingsgewoonten van de inwoners van Okinawa bijna alle ziekten kunnen voorkomen of genezen en zelfs kankercellen zouden kunnen laten afsterven.

Daarvoor moet je een aantal regels volgen: eet vooral producten zoals zoete aardappel, zeewier en tofu, en houd elke dag een pauze van 14 tot 16 uur tussen het avondeten en het ontbijt. Dat laatste wordt ‘autofagie’ genoemd waarbij cellen de tijd krijgen om zich te vernieuwen en het lichaam volledig te reinigen.

Volgens professor oncologie dr. Marc Peeters, UAntwerpen knelt net daar het schoentje. “Die causaliteit is nog niet door de wetenschap bewezen,” zegt hij. “Bio Bites gebruikt autofagie als een soort toverwoord, maar dat het daadwerkelijk een positieve impact heeft op de gezondheid of kankerpreventie, is tot op vandaag niet bewezen,” zegt dr. Peeters.

Voedingsgewoonten spelen zeker een rol

Toch bevat de video volgens dr. Peeters ook enkele elementen die aansluiten bij bestaand onderzoek. “Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat bepaalde kankersoorten veranderden toen Aziatische bevolkingsgroepen meer Westerse voedingsgewoonten begonnen over te nemen,” legt hij uit. “Waar vroeger vooral maagkanker voorkwam, zagen onderzoekers later een sterke toename van darmkanker naarmate het Westerse voedingspatroon meer ingang vond.”

Gezond eten verkleint zeker je kans op het krijgen van kanker. “Voedingsgewoonten spelen dus zeker een rol in onze gezondheid, maar medisch gezien kan je vandaag nog niet stellen dat één specifiek voedingspatroon beter is dan een ander om kanker te voorkomen,” zegt Peeters.

Volgens hem bestaan er wel aanwijzingen voor bepaalde voedingsgroepen. “Van rood vlees weten we bijvoorbeeld dat het kankerverwekkend kan zijn, maar dan gaat het om grote hoeveelheden, vanaf ongeveer een halve kilo per dag. Bij verwerkt vlees is het verband sterker aangetoond.”

Door gezond te leven loop je minder risico op kanker. Maar als je eenmaal ziek bent, werkt voeding niet als een behandeling, het kan de kanker zelf niet genezen.

Conclusie

Hoewel dr. William Li een bestaande arts is, zijn de beelden van hem met AI gemaakt. De video's op Youtube gebruiken zijn naam om producten te verkopen via een webshop. Ook de medische claims in de video kloppen niet volledig. Hoewel gezond eten de kans op kanker kan verkleinen, is het geen vervanging voor een medische behandeling.

271.000 Joodse slachtoffers tijdens de Holocaust is een onvolledig cijfer

Het getal 271.000 duikt de laatste tijd steeds vaker op. Onder meer in video’s van manosfeer-influencers zoals Myron Gaines. De manosfeer is een online subcultuur waarbij hypermannelijkheid gepromoot wordt op een manier die vaak vrouwonvriendelijk en haatdragend is.

Het cijfer verwijst naar een document dat zou aantonen dat 271.000 het officiële dodental van de Holocaust is. De Holocaust was de systematische vervolging en genocide van Joden door het naziregime. Officiële schattingen gaan uit van 5,1 tot 6 miljoen slachtoffers.

Zonder dat de link met de Holocaust expliciet benoemd wordt, wordt het cijfer ook gebruikt in antisemitische boodschappen die via memes worden verspreid. Voor buitenstaanders lijkt de betekenis cryptisch, maar in deze posts worden beelden van nazimarsen en concentratiekampen provocerend afgewisseld.

Waar komt 271.000 vandaan?

Een factcheck van Knack schreef eerder al dat het cijfer 271.000 afkomstig is van een document van het Internationale Rode Kruis in Arolsen, West-Duitsland uit 1979. In dat document zien we dat er een oplijsting wordt gemaakt van verschillende concentratiekampen, zoals Auschwitz, Bergen-Belsen en Dachau. Naast elk kamp staat een datum en een kolom met aantal doden per kamp. Opgeteld komt dat neer op 271.000. 

Screenshot van de oplijsting zoals afgebeeld op Knack. 

Uit een online zoekopdracht komen we terecht op de website van Arolsen Archives. Daar leren we dat het document authentiek is en afkomstig van het Speciale Registratiekantoor in Bad Arolsen. Het document toont het aantal gevangenen in Duitse concentratiekampen waarvoor achteraf een overlijdensakte is uitgegeven door het Speciale Registratiekantoor. Dat kantoor werd in 1949 opgericht in Bad Arolsen en is de enige instantie die zulke akten mag opstellen voor mensen die onder die omstandigheden zijn gestorven.

271.000 is onvolledig 

Het document toont alleen het aantal slachtoffers waarvoor een officiële overlijdensakte is uitgereikt. Het kantoor was niet verantwoordelijk voor het vaststellen van overlijdens van mensen die in getto’s zijn gestorven, mensen die in vernietigingskampen zijn vermoord, of mensen die zijn omgekomen bij massaschietpartijen.

Daardoor geven de cijfers maar een beperkt en onvolledig beeld van het totale aantal slachtoffers. 

Geschat 5,1 tot 6 miljoen slachtoffers

Een volledige lijst van het aantal slachtoffers bestaat er helaas niet. Want zo werden de namen van Joden die vermoord werden in de vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau, Treblinka en Sobibór niet geregistreerd. Er werden ook geen overlijdensregisters bijgehouden, en veel van de documenten die er wel waren, werden kort voor de bevrijding van de kampen vernietigd. 

Maar uitgebreid academisch onderzoek dat sinds de jaren 1940 is uitgevoerd, toont dat het werkelijke aantal veel hoger ligt dan 271.000. Officiële schattingen gaan uit van 5,1 tot 6 miljoen slachtoffers. 

Al in 1961 schatte Raul Hilberg in The Destruction of the European Jews het aantal Joodse slachtoffers op ongeveer 5,1 miljoen. In de jaren daarna kwamen andere historici, zoals Lucy Dawidowicz, tot gelijkaardige schattingen waarbij het aantal slachtoffers op 6 miljoen geschat werd. Ook latere onderzoekers, zoals Wolfgang Benz van het Center for Research on Antisemitism in Berlijn schatte tussen 5,3 en 6,2 miljoen slachtoffers.

Hoe is dat cijfer berekend? 

Op basis van jarenlang historisch onderzoek en verschillende bronnen kon er een schatting gemaakt worden van het aantal slachtoffers. Hierbij werd rekening gehouden met onder andere getuigenissen van overlevenden en ook van daders of administratieve gegevens over de massale deportaties van Joden naar verschillende kampen.

Een belangrijke aanwijzing voor het totaal van rond de 6 miljoen zijn ook de bevolkingscijfers: hoeveel Joden er in Europa vóór en na de Holocaust leefden, samen met cijfers over degenen die wisten te vluchten.

Conclusie

Het cijfer 271.000 is gebaseerd op een echt document, maar toont slechts een selectief deel van het aantal slachtoffers tijdens de Holocaust. Het gaat alleen om het aantal overlijdensakten dat achteraf werd opgesteld voor een beperkte groep slachtoffers in concentratiekampen. Het zegt dus niets over het totale aantal doden van de Holocaust. Uit uitgebreid historisch onderzoek blijkt dat dat aantal veel hoger ligt, namelijk tussen ongeveer 5,1 en 6 miljoen Joodse slachtoffers.

Kurkuma is geen bewezen behandeling voor diabetes

Een zorgverlener meldde dat een patiënt kurkuma nam in de hoop zijn diabetes type 2 op een natuurlijke manier onder controle te houden.

Het Misinformation Rapid Response Team is een factcheckproject van Factcheck.Vlaanderen en Gezondheid en Wetenschap. Ziekenhuizen geven er misinformatie door die onder patiënten circuleert.

Kurkuma als kruidengeneesmiddel

Kurkuma, ook wel geelwortel of Curcuma longa genoemd, is afkomstig uit India en wordt veel gebruikt als specerij in de keuken. Daarnaast speelt het al eeuwenlang een rol in de traditionele geneeskunde, onder andere in India en China.

Ook in Europa is er aandacht voor kruidengeneesmiddelen. Het Comité voor Kruidengeneesmiddelen (HMPC) van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) beoordeelt hoe ze gebruikt kunnen worden en of ze veilig zijn.

Voor die erkenning moet het minstens 30 jaar gebruikt zijn, waarvan 15 jaar in de EU. Klinisch onderzoek is niet verplicht, zolang de veiligheid en een mogelijke werking voldoende aannemelijk zijn. Kurkuma is door het EMA erkend als een veilig traditioneel kruidengeneesmiddel.

Kurkuma is in dit kader enkel erkend voor het verlichten van milde spijsverteringsklachten bij volwassenen, zoals een opgeblazen gevoel, trage spijsvertering en winderigheid. Er is geen traditioneel gebruik voor diabetes erkend.

Omdat kurkuma de galafscheiding kan stimuleren, wordt het afgeraden bij galwegobstructie, galwegontsteking, leveraandoeningen, galstenen en andere aandoeningen van de galwegen.

Geneesmiddel tegen diabetes

Hoewel sommige wetenschappelijke studies suggereren dat kurkuma ontstekingen en oxidatieve stress bij pre- of diabetes kan verminderen, gaat het meestal om kleine studies zonder sterke bewijzen. Er zijn ook aanwijzingen voor een beperkt effect op gewicht en stofwisseling.

Volgens endocrinoloog dr. Imke Matthys verbonden aan UZ Gent lijkt kurkuma “wel een gunstig metabool effect te hebben, onder andere door zijn ontstekingsremmende eigenschappen, maar het is te verregaand om te spreken van preventie of behandeling”.

Ook endocrinoloog prof. dr. Katrien Benhalima, UZ Leuven benadrukt dat het om “kleine studies zonder harde eindpunten gaat, waardoor er geen betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken”.

Daarom kan niet worden gesteld dat kurkuma diabetes kan voorkomen of behandelen. Bij type 2-diabetes zijn gezonde voeding en voldoende beweging belangrijk om de bloedsuiker onder controle te houden. Als dat niet genoeg helpt, wordt meestal orale medicatie voorgeschreven, en soms ook insuline. Bij type 1-diabetes is insuline altijd noodzakelijk.

Natuurlijk is niet altijd ongevaarlijk

Kruiden kunnen invloed hebben op de werking van gewone medicijnen. Gebruik je bijvoorbeeld kurkuma samen met bepaalde antikankermedicijnen of ontstekingsremmers, dan kan dat de werking van je medicatie verminderen of net meer bijwerkingen veroorzaken.

Ook bij kurkuma als supplement is voorzichtigheid nodig. Volgens het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) “is vaak niet duidelijk welk extract precies gebruikt is of van welke plant het afkomstig is. Bovendien zijn de kwaliteitsregels voor voedingssupplementen minder streng dan voor "kruidengeneesmiddelen".

Kruidengeneesmiddel

Planten spelen al lang een belangrijke rol in de geneeskunde. Veel medicijnen, zoals aspirine en morfine, komen oorspronkelijk van planten.

Voor miljoenen mensen zijn kruidengeneesmiddelen nog steeds een belangrijke vorm van zorg, omdat ze goedkoop en makkelijk beschikbaar zijn. Daarom heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) besloten een nieuwe strategie voor traditionele geneeskunde uit te werken, om beter te onderzoeken hoe die kan bijdragen aan gezondheid en welzijn.

Conclusie

Kurkuma is een erkend traditioneel kruidengeneesmiddel dat veilig kan helpen bij milde spijsverteringsklachten, maar er is geen betrouwbaar bewijs dat het diabetes kan voorkomen of behandelen. Bovendien is voorzichtigheid nodig bij gebruik, vooral in combinatie met andere medicatie.

 

Deze factcheck kwam tot stand dankzij het Misinformation Rapid Response Team, een samenwerking tussen Factcheck.Vlaanderen, Gezondheid en Wetenschap en verschillende ziekenhuizen.

Geen bewijs dat 'Solfeggio frequenties' slaap of gezondheid aanzienlijk verbeteren

Op sociale media worden ‘Solfeggio frequenties’ vaak voorgesteld als een simpel wondermiddel voor een betere gezondheid en slaap. De frequenties zouden afkomstig zijn van een oude zangmethode en vroeger gebruikt zijn in middeleeuwse gregoriaanse gezangen.

Het gaat om negen tonen op verschillende frequenties, waarbij elke toon een specifiek effect zou hebben op lichaam en geest. Zo wordt bijvoorbeeld beweerd dat sommige frequenties weefsels en organen herstellen of zelfs DNA repareren.

'Solfeggio frequenties' zouden ook slaapproblemen kunnen oplossen. Zo staan er op YouTube verschillende video’s waarin je een uur lang één monotone toon hoort, bijvoorbeeld van 432 of 528 hertz. Sommige van die video’s hebben tientallen miljoenen weergaven.

Geen wetenschappelijk bewijs

“Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat 'Solfeggio frequenties' een verschil maken in de objectieve slaapbeleving,” zegt slaapexpert en professor dr. Erik Franck van de UAntwerpen. Ook een zoektocht op Google Scholar, een zoekmachine voor wetenschappelijke artikelen, leverde geen relevante resultaten op. 

“Het hele Solfeggio-verhaal is zo weinig geloofwaardig dat er amper onderzoek naar wordt gedaan. Het onderzoek dat wel gebeurt is vaak pseudowetenschappelijk en lijkt vooral commerciële doelen te dienen," zegt dr. Franck. "Meestal bestaan de testgroepen uit slechts enkele personen, waardoor er geen doorslaggevende conclusies uit te trekken zijn. De resultaten zijn vaak ook contradictorisch," besluit hij.

Muziek kan wel ontspanning brengen

Toch kan muziek in het algemeen een relaxerend effect hebben dat je helpt ontspannen en makkelijker in slaap doet vallen. Hoe goed het werkt, verschilt per persoon. 'Solfeggio frequenties' zijn niet effectiever of helpen niet meer dan gewone ontspannende muziek.

Professor en slaapexpert dr. Olivier Mairesse verbonden aan de VUB, merkt daarbij op: “Het werkt een beetje als een homeopathisch effect. Muziek die tot relaxatie leidt kan de focus wegnemen van het ‘niet kunnen slapen’ en vermindert zo de waakdruk. Ook kan het bepaalde placebo-effecten teweegbrengen.”

Ook professor dr. en slaapexpert Alexandros Kalkanis van UZ Leuven, nuanceert dat “mensen soms aangeven dat muziek hun slaap subjectief verbetert, maar objectieve cijfers tonen geen echte verbetering van slaapefficiëntie of totale slaaptijd.”

Muziek kan ook de slaap verstoren

Muziek kan ook je slaap verstoren. Een studie liet zien dat veel muziek luisteren juist samenhing met slechter slapen en slaperigheid overdag. Driekwart van de deelnemers had vaak een liedje in het hoofd, een zogenaamde “earworm”, vooral ’s nachts en dat verergerde de slaap. Vooral instrumentale muziek vlak voor het slapengaan leek dit effect te versterken.

Ook Dr. Franck waarschuwt dat “als je met oortjes slaapt die de hele nacht muziek afspelen, je dat kan verhinderen om in REM-slaap te komen. Tijdens diepe slaap zijn trage delta-golven actief in de hersenen, maar muziek kan die verstoren met snellere alpha-golven, waardoor de slaapkwaliteit vermindert.” 

Volgens Dr. Kalkanis kan muziek vooral helpen bij de overgang naar slaap want “het vermindert omgevingsgeluid en kan een mild neuromodulerend effect hebben.”

Wetenschappelijke geluidstherapie: beperkt en specifiek

Dr. Mairesse benadrukt dat geluidstherapie die echt objectief je slaap verbetert nog niet beschikbaar is: “Tests die enig succes tonen zijn afhankelijk van precies gecontroleerde, gepersonaliseerde en fase-gesynchroniseerde stimulatie.” Met andere woorden, het werkt alleen als alles heel precies en persoonlijk wordt toegepast.

Geluidstherapie wordt wel al gebruikt als een eerste manier om chronische tinnitus draaglijker te maken. Hierbij worden geluiden zoals muziek, zachte ruis of natuurgeluiden gebruikt om af te leiden van het constante oorsuizen.

Conclusie

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat 'Solfeggio frequenties' je gezondheid verbeteren of slaapproblemen oplossen. Muziek kan wel helpen ontspannen en het inslapen vergemakkelijken, maar speciale frequenties zijn daar niet effectiever in dan gewone rustgevende muziek. Tegelijkertijd kan muziek, vooral vlak voor of tijdens het slapen, de slaap ook verstoren.

Nee, je krijgt geen scherpe kaaklijn door erop te slaan met een hamer

In een aflevering van The Michael Knowles Show vertelt de 20-jarige Amerikaanse influencer Clavicular dat hij met een hamer op zijn kaak slaat om een strakkere en mannelijkere kaaklijn te krijgen. Op sociale media circuleren ook verschillende tutorials waarbij hij het principe uitlegt aan jonge mannen.

Deze trend komt vooral uit de looksmaxxing-community, waar jongens hun uiterlijk proberen te verbeteren. Het is niet de eerste keer dat er tips rondgaan op sociale media voor een scherpere kaaklijn. Eerder schreven we al dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat  mondtape de kaaklijn of botstructuur bij volwassenen kan veranderen.

De wet van Wolff

Een argument dat vaak wordt gebruikt om "bone smashing" te verdedigen, ook door Clavicular zelf, is de zogenaamde wet van Wolff. Die theorie stelt dat het bot zich aanpast aan de belasting die het krijgt. De botdichtheid wordt dan sterker bij veel belasting en zwakker bij weinig belasting. Het bot kan dus compacter en steviger worden, maar zet niet uit. 

Er is voldoende wetenschappelijk bewijs dat bewegen goed is voor je botten en kan helpen om ze sterker te maken. Maar dat effect werd vooral onderzocht bij activiteiten zoals krachttraining, waarbij je skeletspieren op een gecontroleerde manier tegen weerstand werken, bijvoorbeeld bij gewichtheffen, zwemmen of joggen.

Dat kun je niet zomaar vergelijken met "bone smashing". Daar gaat het om harde, willekeurige klappen van buitenaf, en dat is iets helemaal anders dan de geleidelijke en gecontroleerde belasting die je bij het trainen hebt. Je botten worden er ook niet breder van. 

Studie op ratten

We hebben op Google Scholar gezocht naar studies die het effect van slagen op botten bij mensen onderzoeken, maar die hebben we niet gevonden. Door de ethische en praktische bezwaren is het ook heel onwaarschijnlijk dat zulke onderzoeken zouden bestaan.

We vonden wel een studie in het wetenschappelijke tijdschrift Nature waarin werd gekeken naar het effect van harde klappen op de schedel van ratten. De ratten kregen die klappen met een speciaal ontworpen apparaat. Na twee of tien weken werden ze geëuthanaseerd en werden hun schedels onderzocht met een microCT-scan. De resultaten toonden dat het bot op de plek van de impact inderdaad dikker werd na twee weken, en nog dikker bij de ratten die na tien weken zijn onderzocht.

Toch zijn er verschillende redenen waarom deze studie niet als argument voor "bone smashing" kan worden gebruikt. Ten eerste is de studie uitgevoerd op ratten, waardoor de resultaten niet zomaar op mensen te vertalen zijn. Ten tweede was het doel van de onderzoekers om milde hersentrauma’s op te wekken bij de ratten, zonder schedelfracturen of zichtbare hersenschade, iets wat bij mensen juist niet de bedoeling is. Ten slotte werden de klappen in het experiment op het schedeldak toegediend, en niet op de kaak.

Schade

Dr. Vanhove, diensthoofd mond-, kaak- en aangezichtschirurgie in het Heilig Hart Leuven, waarschuwde voor de mogelijke risico’s van "bone smashing". Hij legt uit: “Eigenlijk gaat het hier om het herhaaldelijk toebrengen van stomp trauma aan de kaak. Daardoor kunnen huidbeschadigingen, bloeduitstortingen in de spieren eronder en mogelijk littekens ontstaan.”

Volgens hem hangt de ernst van de schade ook vooral af van de kracht van de slagen. “In theorie kan bij een zeer harde klap ook een kaakfractuur optreden, maar de kans daarop is klein omdat de pijn waarschijnlijk te hevig zou zijn.”

Artsen slaan alarm

In twee wetenschappelijke artikelen gepubliceerd in 2024 trekken mond- kaak- en aangezichtschirurgen aan de alarmbel over "bone smashing". Ze waarschuwen dat het opzettelijk veroorzaken van aangezichtstrauma om een scherpe kaaklijn te krijgen kan leiden tot ernstige schade, zoals bot- en tandfracturen, zenuwpijn, asymmetrie, infecties en blijvende functionele en cosmetische problemen. De auteurs benadrukken dat de theorie achter deze praktijk, vooral gebaseerd op de wet van Wolff, verkeerd wordt toegepast en dat de risico’s van "bone smashing" te groot zijn.

Bestaande ingrepen

Volgens dr. Vanhove bestaan er wel degelijk medische en chirurgische ingrepen die de vorm van de kaak kunnen veranderen. Zo kunnen artsen op basis van 3D-patiënt specifieke implantaten chirurgisch aanbrengen op het kaakbot zelf om het volume van de kaak te vergroten en zo een scherpere kaaklijn te creëren. Voor subtielere aanpassingen bestaan ook minder ingrijpende opties, zoals lipofilling dat zijn vetinjecties met vet uit een ander lichaamsdeel of fillers met hyaluronzuur.

Conclusie

"Bone smashing" wordt online aangeraden als een manier om de kaaklijn scherper te maken, maar de claim is gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een wetenschappelijke theorie. Hoewel weerstandstraining met spieren de botdichtheid kan verhogen, is er geen enkel bewijs dat willekeurige klappen van buitenaf hetzelfde effect kunnen hebben. Bovendien zijn er belangrijke risico’s die gepaard gaan met dergelijke slagen op de kaak, zoals bloedingen, spierschade en zwellingen.

Soms wat meer zee-ijs bij Antarctica ontkracht klimaatopwarming niet, zeker nu het ijs terug drastisch afneemt

In een Instagramvideo wordt opnieuw beweerd dat klimaatopwarming niet echt is, omdat het ijs op Antarctica vandaag groter zou zijn dan in 1988. Dat is een bewering die klimaatsceptici vaker maken, en die we waarschijnlijk in de toekomst nog zullen tegenkomen. Want ondanks de opwarming van de aarde blijft de omvang van het Antarctische ijs schommelen, met soms opvallende uitschieters. Maar hoe kan dat?

Schommeling van Antarctisch zee-ijs

Het zee-ijs rond Antarctica kent enorme schommelingen. De jaarlijkse verandering is zelfs één van de grootste seizoensgebonden verschillen in oppervlakte op aarde. In de winter bevriest een groot deel van de oceaan, waardoor Antarctica bijna verdubbelt in grootte. In de zomer smelt het ijs dan weer grotendeels weg.

Bron: NSIDC wintermaximum op 28 september 2020 (links) en het zomerminimum op 21 februari 2021 (rechts).

De vorming van het zee-ijs is grotendeels afhankelijk van het weer, luchtdruk en de seizoenen, waardoor de grootte elk jaar kan verschillen. Daardoor krijg je ook soms uitschieters, zoals van 2012 tot 2014, toen er een uitzonderlijk groot maximum was. En ook in de toekomst kan zo’n piek nog eens voorkomen.

Maar belangrijker is om naar de lange termijn te kijken, zegt glacioloog Frank Pattyn verbonden aan ULB. "Als je dat doet, zie je dat het zee-ijs vanaf het einde van de jaren 70 tot ongeveer 2015 geleidelijk toenam, en daarna sterk begon af te nemen. Sinds 2017 zitten de meeste jaren duidelijk onder het gemiddelde", zegt hij.

Bron: National Snow and Ice Data Center (NSIDC).

Cherrypicking

Om klimaatopwarming in twijfel trekken, wordt vaak een trucje gebruikt dat cherry-picking heet. Dat betekent dat je alleen die informatie eruit pikt die jouw verhaal ondersteunt en de rest gewoon negeert.

In dit geval klopt de data wel, maar worden er alleen jaren uitgehaald die het effect van klimaatopwarming kleiner doen lijken. Bijvoorbeeld zeggen dat er nu meer ijs is dan in 1988, of dat er 20 jaar geleden 14% minder ijs was dan vandaag, kan best juist zijn. Maar dat zegt eigenlijk niks over de lange termijn.

“De toename van zee-ijs waar zo’n online posts naar verwijzen deed zich voor op het einde van het vorige decennium, toen een lagedrukgebied aan de Westkant van Antarctica veel koude lucht aanzoog en de ijsmassa lokaal deed toenemen. Zo’n tijdelijk, en zeldzaam fenomeen ontkracht klimaatopwarming totaal niet,” zegt klimatoloog Niels Souverijns van VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek).

Sterke daling afgelopen jaren

De laatste jaren lijkt het Antarctische zee-ijs sterk af te nemen, een evolutie die ook Niels Souverijns opviel. “Normaal schommelt dat ijs van jaar tot jaar, afhankelijk van het weer, luchtdruk en de seizoenen, maar de voorbije drie jaar is het zee-ijs rond Antarctica echt drastisch gedaald”, zegt hij.

“In die natuurlijke variatie van zee-ijs rond Antarctica speelde klimaatverandering daar tot voor kort weinig in mee”, vertelt Souverijns. Antarctica werd namelijk beschermd door een sterke zeestroom vanuit Zuid-Amerika die rond Antarctica gaat, en het afschermt van de warmer wordende oceaanwateren. Maar de oceanen warmen nu zodanig op, dat die barrière afbrokkelt, en we de laatste jaren een stevige afname van zee-ijs zagen bij Antarctica.”

Ook Frank Pattyn zag dat de laatste vier jaren, met uitzondering van 2026, een absoluut minimum vertonen. Wat die plotse vermindering veroorzaakte is nog minder goed bekend. “Het kan gelinkt zijn aan meer smelten van de Antarctische ijskap omdat zoet water de vorming van zee-ijs belemmert. Dus meer smelten van de ijskap kan leiden tot minder gemakkelijk vormen van zee-ijs als het winterseizoen begint", vertelt hij.

Bron: NSIDC

De grafieken

De Instagrampost in de video baseert zich vooral op grafieken van Zackary Labe. Labe is een klimaatwetenschapper die nu werkt voor de onderzoeksgroep Climate Central. Met zijn grafieken waarschuwt hij juist voor het langdurige verlies van zee-ijs door klimaatopwarming.

Labe verloor onlangs zijn vorige baan bij het Amerikaanse meteorologisch instituut NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration), nadat de Trump-administratie het budget sterk had teruggeschroefd.

De andere grafieken waar de Instagrampost naar verwijst, komen van het National Snow and Ice Data Center (NSIDC). Ook deze data worden door wetenschappers gebruikt om het gestage afnemen van zee-ijs rond Antarctica aan te tonen. Ook dit programma heeft zwaar te lijden onder de ontslagen en bezuinigingen van de Trump-administratie.

Conclusie

Een tijdelijke toename van zee-ijs rond Antarctica betekent niet dat klimaatopwarming niet bestaat. Hoewel het zee-ijs elk jaar sterk kan schommelen door natuurlijke factoren zoals weer, luchtdruk en seizoenen, laat de lange-termijntrend zien dat het Antarctische zee-ijs sinds 2015 duidelijk afneemt. In de toekomst kunnen er nog uitschieters voorkomen.

 

Dit artikel kwam tot stand binnen het kader van het Prebunking at Scale-project, met steun van het European Fact-Checking Standards Network.

Geen bewijs dat vrouwen en minderheden betrokken zijn in 50% van de Amerikaanse vliegtuigcrashes

Een bericht op Instagram beweert dat sinds het jaar 2000, vrouwen en personen uit minderheidsgroepen een factor waren in 66% van vliegtuigcrashes die door een pilotenfout werden veroorzaakt, hoewel slechts 10% van de piloten tot die groepen zou behoren. Het bericht verwijst als bron naar de New York Post.

Screenshot van de post op Instagram. 

Een vergelijkbare claim staat in een opiniestuk van Daniel Huff in de New York Post. Huff is een Amerikaanse advocaat en voormalig adviseur van Donald Trump. In het stuk bekritiseert hij het zogeheten DEI-beleid (Diversity, Equity and Inclusion), dat bedrijven moet helpen een diverser personeelsbestand aan te trekken. Trump en zijn aanhangers zeggen dat zulke maatregelen de lat bij aanwervingen zouden verlagen.

In zijn opiniestuk schrijft hij dat vrouwen en mensen uit minderheidsgroepen een factor waren bij vier van de acht vliegtuigcrashes sinds 2000, oftewel bij 50% van de gevallen. Huff zegt dat hij dat op basis van eigen onderzoek naar alle fatale luchtvaartongevallen in de VS heeft vastgesteld waarbij de piloot schuldig werd bevonden.

Factor? 

In zijn opiniestuk geeft Huff niet aan waar hij zijn informatie vandaan haalt. Het is bovendien onduidelijk wat hij precies bedoelt met ‘factor’. Betekent dat dat je een fout hebt gemaakt of dat je alleen maar in de cockpit zat. Ook blijft onduidelijk welke groepen hij onder "minderheden" verstaat. Op onze verzoeken om verduidelijking hebben we bij publicatie nog geen reactie ontvangen.

Voor dit artikel beperken we ons tot de uitspraak van Huff dat vrouwen en minderheden verantwoordelijk zouden zijn voor vier van de acht door piloten veroorzaakte vliegtuigongevallen in de VS. We doen dat omdat er meer systematische cijfers voor Amerikaanse piloten zijn. Voor piloten wereldwijd is dat niet het geval.

Geen data over minderheden

De Federal Aviation Administration (FAA), de Amerikaanse luchtvaartautoriteit, publiceert cijfers over alle luchtvaartongevallen, maar registreert daarbij geen geslacht, etniciteit of als personeelsleden tot een minderheidsgroep behoren. Hetzelfde geldt voor de NTSB (National Transportation Safety Board) dat elk civiel luchtvaartongeval in de Verenigde Staten onderzoekt. 

2 van de 16 piloten waren vrouwen 

Omdat voornaamwoorden in de onderzoeken wel gepubliceerd worden, kunnen we een idee hebben of het al dan niet om een vrouwelijke piloot gaat. Voor ons onderzoek gebruikten we de NTSB-dataset en bekeken we alle fatale ongevallen sinds 1 januari 2000 in de Verenigde Staten waarvan het onderzoek volledig is afgerond. Omdat Huff het over commerciële vluchten heeft, hebben we onze zoektocht beperkt tot ‘air carriers’ of commerciële luchtvaartmaatschappijen. 

Screenshot van de zoekopdracht op NTSB.

Die zoekopdracht leverde 13 resultaten op. Enkele daarvan zijn vals positieven: gevallen waarbij de crash niet rechtstreeks het gevolg was van een fout van de piloten. Wanneer we die uitsluiten, blijven net als bij Huff, acht ongevallen over: een crash in Miami in 2000, in Covington in 2004, in Kirksville in 2004, in Chicago in 2005, in Lexington in 2006, in New York in 2009, in Birmingham in 2013 en in Trinity Bay in 2019.

Omdat er in deze gevallen telkens twee piloten in de cockpit zaten, gaat het in totaal om zestien piloten. Daarvan waren er slechts twee een vrouw. De twee vrouwelijke piloten bevonden zich bovendien niet in hetzelfde vliegtuig. Dat betekent dat in twee van de acht crashes een vrouwelijke piloot aanwezig was, ofwel in 25% van de gevallen. 

Maar niet onbelangrijk: er zat ook altijd een man naast die vrouw. Je kan dus net zo goed zeggen dat mannen in 100% van door piloten veroorzaakte crashes "een factor" waren. De data laten ons niet toe te achterhalen wie van de twee piloten nu precies een fout zou hebben gemaakt. Bovendien zijn 8 ongevallen sinds het jaar 2000 wel een erg klein staal om grote conclusies uit te trekken.

Onzeker of 10% van commerciële piloten tot een minderheidsgroep behoort

Volgens cijfers uit 2025 van het Bureau of Labor Statistics (BLS), het Amerikaanse statistiekbureau voor arbeid, is 7% van alle piloten en boordwerktuigkundigen in de Verenigde Staten een vrouw en is 91,7% van alle piloten wit. Het statistiekbureau geeft zelf aan dat door ontbrekende categorieën en overlapping tussen ras en etniciteit het exacte aandeel piloten uit minderheidsgroepen niet precies bepaald kan worden.

Een studie uit 2025, gepubliceerd in Collegiate Aviation Review International, analyseerde de evolutie van vrouwelijke piloten in de VS tussen 2015 en 2024. Daaruit blijkt dat vrouwen momenteel ongeveer 10,1% van de commerciële piloten uitmaken. Hoewel hun aantal de afgelopen jaren is toegenomen, blijven ze in de Verenigde Staten nog steeds sterk ondervertegenwoordigd.

Dodelijke ongevallen gedaald

Er is geen bewijs dat een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij ongeschoolde piloten in dienst heeft of dat DEI de kwaliteit van piloten naar beneden haalt. De strenge certificeringseisen zijn voor alle piloten gelijk gebleven. Toch heeft de FAA beslist nieuwe richtlijnen in te voeren. Zo moeten commerciële luchtvaartmaatschappijen piloten uitsluitend op basis van kwalificaties en ervaring aannemen, zonder invloed van DEI.

De cijfers laten zien dat het aandeel vrouwen en niet-witte piloten groeit en dat dodelijke ongevallen zeldzaam blijven. We vinden geen bewijs dat diversiteitsbeleid een positieve of een negatieve impact zou gehad hebben op de gunstige evolutie van het aantal ongevallen.

Conclusie

Als kritiek op het DEI-beleid stelde Daniel Huff dat vrouwen en minderheden een factor waren bij vier van de acht fatale vliegtuigcrashes in de VS sinds 2000 waarbij de fout bij de piloten lag. Hij suggereerde daarmee een disproportionele grote rol van die groepen, omdat zij maar ongeveer 10% van de piloten vormen. Er is geen bewijs ter ondersteuning van die bewering. Het staal is erg klein om die conclusie te trekken en naast elke vrouwelijke piloot zat ook altijd een man.

SLS in tandpasta kan mondirritatie veroorzaken, maar geen acne

In een TikTok video raadt influencer Doireann O’Leary tandpasta zonder SLS aan.
SLS betekent sodium lauryl sulfaat en het is een stof die schuim maakt. Je vindt het ook in shampoo of scheerschuim. Het zorgt ervoor dat een product zich goed verspreidt over je haar, huid of tanden. Volgens O’Leary is die stof niet nodig om je tanden efficiënt te poetsen.

“Het is waard om te kijken naar een SLS-vrije tandpasta. Zeker als je een gevoelige huid hebt of snel eczeem krijgt," beweert O’Leary. Maar is SLS echt een boosdoener voor mensen met een pokdalige huid?

Lokale irritatie in de mond

Doireann O’Leary geeft terecht aan dat SLS lokale mondirritatie kan veroorzaken. Dat bevestigt ook Mo Bourgeois, communicatiemedewerker bij het Vlaams Instituut Mondgezondheid.“Bij sommige personen kan SLS leiden tot irritatie in de mond. Dat uit zich voornamelijk in de vorm van aften. Bij personen die hier gevoelig voor zijn, reageren de huid en/of de slijmvliezen op contact met de tandpasta.”

SLS kan dus soms negatieve bijwerkingen geven waarbij het dan voornamelijk gaat om irritatie of ontsteking in je mond of op je tong, met kleine wondjes of zweertjes.

Geen algemene huidirritatie

Volgens Bourgeois is er geen bewijs dat SLS algemene huidirritatie zou veroorzaken. “Er kan reactie optreden op een allergietest voor SLS, wanneer deze met een sticker wordt aangebracht op de huid. Dat legt natuurlijk geen verband met tandpasta, die niet op de huid wordt aangebracht.”

Ook Fridus van der Weijden, onderzoeker aan het Academisch centrum Tandheelkunde Amsterdam, verbindt SLS aan beperkte huidirritatie. “Het heeft een lokaal effect op de plaatsen waar je het smeert. Maar het bezit geen systemische uitwerking. Om eczeem te krijgen zou je dus echt al over heel je gezicht tandpasta met SLS moeten smeren.”

SLS-vrije tandpasta

Volgens O’Leary is SLS dan ook gewoon een schuimverwekker en “hebben we het zelfs niet nodig om onze tanden goed te poetsen”.

Bourgeois bevestigt dat SLS eigenlijk geen wezenlijk verschil maakt. “Het is vooral belangrijk dat de tandpasta fluoride bevat. Die stof heeft namelijk geen invloed op de irritatie en beschermt je tanden tegen gaatjes.”

Of zoals Van der Weijden bondig stelt: “Zolang je tandpasta voor de rest deftig is samengesteld, maakt het niet uit of er al dan niet SLS in zit.”

Conclusie

Tandpasta met SLS zal je gezicht niet bedekken met puistjes. Hoogstens veroorzaakt het lichte irritatie rond de mondhoeken. En in dat geval kun je altijd SLS-vrije tandpasta gebruiken want voor de kwaliteit van je poetsbeurt maakt het geen verschil.

Nee, de Lucky Iron Fish geeft niet zoveel ijzer af als acht zakken spinazie en het gebruik is niet zonder risico

Via Instagram kregen we een advertentie te zien voor de Lucky Iron Fish, een product dat een ijzertekort zou verminderen zonder bijwerkingen. Door de metalen staaf in de vorm van een vis tien minuten aan het kookwater toe te voegen zou je evenveel ijzer opnemen als bij het dagelijks eten van acht zakken spinazie.

De Lucky Iron Fish werd oorspronkelijk ontwikkeld voor bewoners van het Cambodjaanse platteland, waar veel mensen aan bloedarmoede lijden. Omdat een regelmatige aanvoer van voedingssupplementen daar moeilijk is, wilde het bedrijf een eenvoudige bron van ijzer ontwikkelen. Dat werd dan de Lucky Iron Fish. Inmiddels wordt het product ook verkocht in Canada en Europa, waar het steeds populairder wordt.

Niet zoveel als 8 zakken spinazie per dag

“In sommige studies zien we dat er wel degelijk ijzer vrijkomt”, zegt professor Kristiaan Demeyer, expert in fytotherapeutica en voedingssupplementen aan de VUB. “Wanneer het product ongeveer twintig minuten in kokend water wordt ondergedompeld, kan 6 tot 8 milligram ijzer vrijkomen,” aldus Demeyer. “Dat komt dicht bij de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 11 milligram voor volwassenen.”

Maar het product geeft lang niet zoveel ijzer af als 8 zakken spinazie. Ter vergelijking: een zak spinazie van 400 gram bevat ongeveer 4,8 milligram ijzer. Acht zakken per dag leveren samen ongeveer 38,4 milligram ijzer op, aanzienlijk meer dan de hoeveelheid die vrijkomt bij het gebruik van de Lucky Iron Fish.

"Het is ook een beetje een domme vergelijking”, besluit diëtist Sanne Mouha verbonden aan het UZA want er bestaan verschillende vormen van ijzer. Sommige vormen van ijzer worden beter opgenomen dan andere. “Spinazie bevat plantaardig ijzer”, vertelt Mouha, “dat is een soort ijzer die ons lichaam moeilijk opneemt. Het is me dan ook niet duidelijk uit welk soort ijzer dit product is gemaakt.”

Beperkingen van studies

Onafhankelijke studies laten zien dat de Lucky Iron Fish, als je hem op de juiste manier gebruikt, daadwerkelijk wat ijzer afgeeft aan het kookwater. Grootschalig onderzoek is er wel nog niet veel. Volgens Demeyer is daarom extra onderzoek nodig, vooral om te bekijken wat het effect op de lange termijn is. Sommige studies laten namelijk maar een klein effect zien, of een effect dat na verloop van tijd weer afneemt.

Online zijn er ook studies te vinden die zijn uitgevoerd of gefinancierd door Gavin R. Armstrong, de oprichter en CEO van het bedrijf achter de Lucky Iron Fish. Dat kan wijzen op een mogelijk belangenconflict.

Zonder bloedtest is gebruik zinloos

De Lucky Iron Fish werkt enkel optimaal onder bepaalde voorwaarden. Professor Demeyer legt uit dat het ijzer beter vrijkomt als het water iets zuurder is, bijvoorbeeld door citroensap toe te voegen. Andere voedingsmiddelen, zoals granen, noten, rode vruchten, koffie en thee kunnen dan weer de opname van ijzer bemoeilijken.

“Gewone supplementen neem je bijvoorbeeld nooit in met een glas melk, omdat calcium de opname van ijzer bemoeilijkt”, vertelt Sanne Mouha. “Zo’n vis is net bedoeld om te gebruiken in combinatie met andere voedingsstoffen, maar dan werkt het minder goed.”

Daarnaast betekent duizeligheid of vermoeidheid niet automatisch dat iemand een ijzertekort heeft. “Anemie of bloedarmoede kan verschillende oorzaken hebben en in die gevallen is geen effect van de fish waargenomen,” zegt Demeyer. “Zonder bloedtest is het gebruik dus ook vaak zinloos.”

Moeilijk te doseren

Hoeveel ijzer een Lucky Iron Fish per kookbeurt afgeeft, kan ook variëren. In tegenstelling tot een supplement is het moeilijk om precies te bepalen hoeveel milligram je binnenkrijgt. “Het is een elegant systeem waarvoor het oorspronkelijk ontwikkeld is,” zegt professor Demeyer. “Maar in onze streken is een supplement met een constante, correcte dosis meestal beter als er sprake is van een tekort.”

Mogelijke gevaren

Omdat je niet goed kunt controleren hoeveel ijzer er precies af gaat, kan het gebruik ook risico’s hebben. Te veel ijzer, meer dan 45 milligram per dag, kan bijvoorbeeld problemen geven met je lever of hart.

Bovendien waarschuwen sommige studies over de Lucky Iron Fish voor mogelijke verontreiniging met zware metalen, zoals arseen en lood. Tori Matthys, van de Hoge Gezondheidsraad, liet de studie door experts beoordelen. “Uit de publicatie blijkt dat zo’n risico wel degelijk bestaat,” zegt ze. “Het hangt dan voornamelijk af van de samenstelling van de fish en die verschilt per productielocatie.”

“Voor mensen met een licht ijzertekort kan dit een optie zijn,” zegt Sanne Mouha, “maar bij echt tekort of bij jonge kinderen moeten we voorzichtig zijn.” Online wordt de Lucky Iron Fish wel als “veilig voor kinderen” gepromoot, terwijl de Amerikaanse FDA alleen tests bij volwassenen heeft gedaan. Mouha waarschuwt: “het is goedgekeurd door de FDA, maar nog niet door de Europese waakhond, die andere focus en methoden hanteert.”

Conclusie

De Lucky Iron Fish kan bij juist gebruik wat ijzer afgeven, maar veel minder dan een flinke portie spinazie. Hoeveel ijzer je precies binnenkrijgt is moeilijk te meten en sommige studies zijn verbonden aan het bedrijf zelf. Te veel ijzer kan schadelijk zijn voor lever en hart en er is ook een klein risico op verontreiniging met zware metalen. Er werden enkel nog maar tests bij volwassenen gedaan, gebruik het dus niet zomaar bij jonge kinderen. 

Het carnivoordieet kan snel gewichtsverlies geven, maar is te eenzijdig en brengt gezondheidsrisico’s met zich mee

Op sociale media duikt al jaren het populaire carnivoor- of leeuwendieet op. Wie dat volgt, eet een tijdje alleen vlees. Groenten, fruit, granen en peulvruchten? Die laat je volledig links liggen.

De Nederlandse vlogster Jelline zegt dat ze er in één week tijd 2,5 kilo mee is afgevallen. Volgens haar is het een simpele manier om gewicht te verliezen, spieren op te bouwen en je gezonder te voelen.

Ook de bekende conservatieve psycholoog Jordan Peterson is fan. Hij beweert dat het carnivoordieet alle voedingsstoffen bevat die je nodig hebt en zelfs zou helpen tegen ontstekingen en mentale klachten. Petersons dochter, Mikhaila Fuller Peterson, promoot het dieet via haar eigen coachingbedrijf. Onlangs liet ze weten dat ze na acht jaar opnieuw andere voedingsmiddelen toevoegt aan haar eetpatroon, iets wat haar lichaam naar eigen zeggen lange tijd niet kon verdragen.

Snel resultaat, maar weinig hard bewijs

Kleine studies laten zien dat het carnivoordieet op korte termijn kan helpen bij gewichtsverlies en het gevoel dat je langer vol zit. Maar echt sterk bewijs is er nog niet. De meeste onderzoeken zijn daarvoor te klein, duren kort en hebben vaak geen vergelijkingsgroep.

Volgens dr. Katrien Van Beneden, opleidingshoofd Voeding- en Dieetkunde aan de Erasmushogeschool in Brussel, gaat het snelle gewichtsverlies bovendien vaak niet alleen om vet, maar vooral om vocht. “Bij minder koolhydraten houdt je lichaam minder water vast in de spieren,” legt ze uit.

Voedingsdeskundige Sanne Mouha van het UZA vult aan, “de snelle resultaten komen door vochtverlies of sterke caloriebeperking, niet door bijzondere eigenschappen van vlees. Dat komt omdat vocht zich vasthecht aan glycogeen, de voorraad koolhydraten in je lichaam. Eet je weinig koolhydraten, dan raakt die voorraad snel op. En het water dat eraan vastzit, plas je uit. Daarom zie je in het begin vaak een snelle daling op de weegschaal, maar dat is dus vooral water.

“Een dieet met tijdelijk minder koolhydraten of vetten kan zinvol zijn, maar alleen onder begeleiding van een diëtist,” zegt Van Beneden. “Bijvoorbeeld bij diabetes of obesitas kan het helpen. Maar het blijft een eenzijdig dieet waarbij je belangrijke voedingsstoffen mist.”

Eenzijdig voedingspatroon dat belangrijke nutriënten mist

“De risico’s van een carnivoordieet zijn toch groot,” zegt Sanne Mouha. “Het lichaam heeft ook voedingsstoffen nodig die vooral in plantaardige producten zitten.” Studies laten zien dat extreem beperkende diëten kunnen leiden tot tekorten en gezondheidsproblemen op lange termijn.

Dit dieet levert bijvoorbeeld vaak te weinig vitamine C, foliumzuur, antioxidanten en vezels. Worden ook vis en melk vermeden, dan ontstaan tekorten aan calcium en omega-3. “Op de lange termijn kan dit leiden tot voedingstekorten, minder mentale veerkracht, spijsverteringsproblemen en een hoger risico op chronische ziekten", waarschuwt Mouha.

Zo’n plotselinge verandering van je eetpatroon zet bovendien het lichaam onder stress. “In het begin voel je je misschien goed, maar op langere termijn kunnen tekorten aan nutriënten leiden tot haaruitval, huidproblemen, concentratieproblemen en zelfs ernstige ziekten zoals scheurbuik,” legt Mouha uit.

Voorstanders zeggen dat orgaanvlees die tekorten kan compenseren. “Maar zelfs een goed samengesteld carnivoordieet dekt niet automatisch alle micronutriëntbehoeften,” benadrukt diëtist en sportvoedingsspecialist Evelien Mertens. “Ook niet als er orgaanvlees bij wordt gegeten.”

LDL-cholesterol en kankerrisico’s

Wetenschappelijk onderzoek laat bovendien zien dat veel rood en vooral bewerkt vlees gezondheidsrisico’s met zich meebrengt zoals een sterke stijging van het LDL-cholesterol. Wat het risico op hart- en vaatziekten kan verhogen.

Een grootschalig onderzoek met gegevens van meer dan een miljoen mensen laat zien dat elke extra dagelijkse portie van 50 gram bewerkt vlees het risico op darmkanker met ongeveer 18% verhoogt. “Er is nog geen sluitend bewijs dat een carnivoordieet op lange termijn zeker colorectale kanker veroorzaakt,” zegt diëtist Evelien Mertens. “Maar een vezelrijk dieet beschermt juist, terwijl een hoge inname van rood en bewerkt vlees het risico net verhoogt.”

Extra eiwit heeft op een zeker niveau geen zin meer

Ook voor spieropbouw is een carnivoordieet niet ideaal. “Extra eiwit, ongeacht de bron, verbetert spiergroei slechts tot ongeveer 1,6 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Daarboven levert het meestal weinig extra voordeel,” zegt sportdiëtist Evelien Mertens.

Voor iemand van 60 kilo betekent dit bijvoorbeeld twee eieren bij het ontbijt, een portie kip of vis bij de lunch en tofu of seitan bij het avondeten. Voor recreatieve sporters of matig actieve mensen is dit meestal voldoende. Alleen topsporters of mensen met veel spiermassa en intensieve training kunnen baat hebben bij extra eiwit om herstel en spiergroei te ondersteunen.

Conclusie

Het carnivoordieet kan op korte termijn leiden tot snel gewichtsverlies, maar dat is vaak vooral vocht en geen vet. Wetenschappelijk bewijs voor langdurige voordelen ontbreekt, terwijl het dieet toch belangrijke risico’s met zich meebrengt. Het is eenzijdig, kan leiden tot tekorten aan vitamines, mineralen en vezels, verhoogt mogelijk LDL-cholesterol en het risico op hart- en vaatziekten. Voor wie gezond wil afvallen of spieren wil opbouwen, blijft een gevarieerd, evenwichtig voedingspatroon met voldoende plantaardige voedingsmiddelen de veiligere en duurzamere keuze.

Nee, bio-eieren bevatten niet automatisch minder cholesterol, maar omega-3 kan wel hoger zijn

Op TikTok deelt de Nederlandse influencer Spintman regelmatig advies over voeding. In één van die video’s staat hij tussen de kippen in een weide. Hij beweert dat de eieren van kippen die vrij kunnen rondlopen veel meer omega-3-vetzuren bevatten dan de eieren van kippen in kooien. Hij voegt er nog aan toe dat dit ze gezonder maakt.

Als bewijs toont hij nog een tabel waarin staat dat bio-eieren minder cholesterol en meer omega-3 bevatten.

Ter verduidelijking, biologisch betekent automatisch dat de kippen vrij buiten kunnen lopen. In tegenstelling tot vrije uitloop kippen krijgen biologische kippen ook biologisch voer, zonder pesticiden en iets meer binnenruimte.  

Cholesterol niet bepaald door vrije uitloop

De tabel is afkomstig van een wetenschappelijk artikel van Mother Earth News uit 2007 en is gebaseerd op een kleinschalige test van slechts 14 boerderijen.

Grootschaliger onderzoek liet al zien dat kippen met een vrije uitloop geen effect heeft op het cholesterolgehalte van de eieren. Dat blijkt uit een studie van Anderson uit 2011, waar ook het Vlaamse Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek naar verwijst. Een vrije uitloop verlaagt dus niet automatisch het cholesterolgehalte van eieren.

“Het cholesterolgehalte van eieren is dan ook niet makkelijk te beïnvloeden”, zegt dr. Geert Janssens, professor diervoeding aan de Universiteit Gent. Volgens Janssens hangt het cholesterolgehalte eerder af van het kippenras en van de grootte van de eieren die ze leggen. “Hoe kleiner het ei, hoe relatief meer dooier, en hoe meer cholesterol.”

Vrije uitloop kan omega-3 verhogen

De studie van Anderson liet wel zien dat vrije-uitloopeieren iets hogere niveaus van omega-3-vetzuren bevatten. Ook dr. Nadia Everaert, expert in de invloed van voeding op dieren aan de KU Leuven, ziet hier een kern van waarheid in: “Als kippen buiten gras en insecten kunnen pikken, vinden we inderdaad hogere waarden van onverzadigde vetzuren, zoals omega-3.” Een voorwaarde is dan ook dat ze op een grasveld staan. 

In zijn video doet de influencer Wadjidi echter uitschijnen dat biokippen de hele dag door gras eten. De realiteit is anders. “Biologische legkippen krijgen wel degelijk legmeel gevoederd”, zegt Liên Romeyns van de biologische sectororganisatie BioForum.

Ook de suggestie dat bio-eieren rijker zijn aan vitamine D dankzij de zon verdient nuancering. “In België geldt dat alleen tussen april en september. Want in de winter staat de zon bij ons te laag voor UV-B straling”, zegt Janssens. In de donkere wintermaanden biedt een bio-ei dus geen nutritionele meerwaarde.

Conclusie

Gewone eieren bevatten niet per se meer cholesterol dan bio-eieren. Want het cholesterolgehalte wordt bepaald door de kip, niet door het huisvestingsysteem. Hoewel bio-eieren in de zomer of bij veel grasopname en zon iets rijker kunnen zijn aan omega-3 en vitamine D, is het verschil in de praktijk vaak niet zo groot.

Schoonmaakmiddelen kunnen luchtwegklachten veroorzaken, maar geen bewezen oorzaak van longkanker

Op het Instagram-account van Gezondheidsgoeroes, een webshop die onder meer voedingssupplementen verkoopt, is een video verschenen waarin wordt gesuggereerd dat het gebruik van schoonmaakmiddelen kan leiden tot longkanker. De video is inmiddels ongeveer 640.000 keer bekeken.

“Longkanker krijgen zonder ooit in je leven te hebben gerookt? Iets wat we helaas steeds vaker horen, vooral bij jongeren,” klinkt het in de video. De maker stelt het antwoord te hebben gevonden in een onderzoek waarin de effecten van langdurige blootstelling aan schoonmaakmiddelen worden vergeleken met het roken van één tot twee pakjes sigaretten per dag.

Schoonmaken niet hetzelfde als roken

In de Instagramvideo wordt verwezen naar een wetenschappelijk onderzoek uit 2018 van de Noorse onderzoeker Øistein Svanes van de Universiteit van Bergen. In dat onderzoek werden 6.235 schoonmakers gedurende twintig jaar gevolgd. Zowel hun schoonmaakgewoonten thuis en op het werk als hun longfunctie werden in kaart gebracht aan de hand van vragenlijsten en longfunctietesten.

Uit het onderzoek bleek dat vrouwen die als schoonmaker werkten vaker last hadden van astma en andere luchtwegklachten en bovendien een snellere achteruitgang van hun longfunctie vertoonden. Ook hun kinderen hadden een verhoogd risico op astma, vooral wanneer de moeder voor en tijdens de zwangerschap beroepsmatig werd blootgesteld aan schoonmaakmiddelen. Daarnaast bleek ook huishoudelijk schoonmaken samen te hangen met een versnelde afname van de longfunctie bij vrouwen.

De onderzoekers concludeerden dat deze afname van de longfunctie vergelijkbaar was met die bij het roken van tien tot twintig sigaretten per dag. Maar dat betekent niet dat schoonmaken gelijkstaat aan roken. In het onderzoek wordt uitsluitend gesteld dat blootstelling aan schoonmaakmiddelen vergelijkbare effecten kan hebben op de longfunctie als roken.

Geen longkanker onderzocht

Longkanker werd in de Noorse studie niet onderzocht. Het is daarom onjuist om te stellen dat schoonmaken longkanker veroorzaakt, enkel omdat het een vergelijkbaar effect zou hebben op de longfunctie als roken. “Dat zijn twee verschillende zaken,” benadrukt longarts Steven Ronsmans van het UZ Leuven.

“Longkanker ontstaat door blootstelling aan kankerverwekkende stoffen en dat is bij schoonmaakproducten niet overtuigend aangetoond,” aldus dr. Ronsmans. Wel wijst hij op een Belgische studie waaruit blijkt dat professionele schoonmakers vaker luchtweginfecties hebben en ook meer longkanker vertonen. “Maar de link met de schoonmaakproducten zelf is niet eenduidig te leggen en andere studies vinden die samenhang niet.” Bij sigaretten is die causaliteit wel duidelijk. “Van tabak weten we zeker dat er meerdere kankerverwekkende stoffen in zitten. Bij schoonmaakmiddelen weten we dat niet.”

Oppassen met sprays en mengen

Vooral het mengen van producten, zoals met bleekwater, kan gevaarlijk zijn door chemische reacties. Ook het gebruik van sprays komt naar voren als een belangrijke risicofactor. “Spraygebruik moet zo veel mogelijk beperkt worden en producten mogen nooit gemengd worden,” waarschuwt dr. Ronsmans. Dergelijke blootstelling kan mogelijk leiden tot klachten zoals astma en chronische bronchitis.

In de toxicologie spelen bovendien de duur en intensiteit van de blootstelling een cruciale rol. “Bij mensen die thuis schoonmaken zien we mogelijk ook effecten, maar die zijn doorgaans kleiner dan bij professionele schoonmakers,” besluit hij.

Wat zeggen kankerorganisaties?

Longkanker Nederland en Stichting tegen Kanker benadrukken dat roken de belangrijkste oorzaak van longkanker blijft. Herhaalde en langdurige blootstelling aan asbest, radon en luchtvervuiling zijn ook risicofactoren.

Langdurige blootstelling aan bepaalde chemische stoffen op de werkplek kan ook het risico op longkanker verhogen, vooral bij rokers. Voorbeelden zijn uitlaatgassen van dieselmotoren, arseen en lasrook. In de lijst komen schoonmaakproducten niet voor.

Conclusie

Onderzoek toont aan dat langdurige blootstelling aan schoonmaakmiddelen de longfunctie kan aantasten en het risico op luchtwegklachten zoals astma kan verhogen. Dit is vooral bij professionele schoonmakers. Er is echter geen bewijs dat schoonmaken longkanker veroorzaakt. Wel is het belangrijk om veilig om te gaan met schoonmaakmiddelen, producten nooit mengen en spraygebruik beperken.

Nee, mondtape verbetert niet aantoonbaar je kaaklijn

Op Instagram wordt mondtape aangeraden als hulpmiddel om een strakkere kaaklijn te krijgen. Influencer Saskia noemt het een ‘lifehack’ en deelt haar positieve ervaring met het product. De methode is vooral populair binnen de 'looksmaxxing'-community, waar voornamelijk jongens streven naar manieren om hun uiterlijk te verbeteren. 

Geen wetenschappelijk bewijs

Er zijn momenteel geen degelijke wetenschappelijke studies die aantonen dat mondtape de botstructuur of kaaklijn bij volwassenen effectief kan veranderen. Een zoekactie in Google Scholar, een gespecialiseerde zoekmachine voor wetenschappelijke literatuur, leverde daarvoor geen relevante resultaten op.

Dat wordt ook bevestigd door Brecht Moerenhout, apotheker en medisch redacteur bij Gezondheid en Wetenschap: “Ik heb hierover niets gevonden in de wetenschappelijke literatuur.” Hij voegt daaraan toe: “Er bestaan technieken die de gezichtsstructuur op jonge leeftijd kunnen beïnvloeden, maar voor volwassenen is daar geen bewijs voor, en zeker niet in het geval van mondtape.”

Botstructuur ligt vast

Bij kinderen kan de botstructuur nog veranderen, omdat hun botten nog in groei zijn en daardoor vervormbaar. Langdurig mondademen, in plaats van ademen door de neus, kan bij kinderen de ontwikkeling van het gezicht en het gebit ook nadelig beïnvloeden. Het gaat hierbij dan niet om af en toe door de mond ademen, maar om mondademen dat maanden of zelfs jaren aanhoudt.

Bij kinderen kan dit nog worden bijgestuurd met medische en orthodontische behandelingen. Aanhoudend mondademen wordt bovendien vaak veroorzaakt door een obstructie in de neus, die eerst behandeld moet worden.

Bij volwassenen ligt de botstructuur grotendeels vast, waardoor blijvende veranderingen meestal alleen met chirurgische ingrepen mogelijk zijn. Verschillende specialisten bieden daarom kaaklijncorrecties aan, variërend van tijdelijke oplossingen zoals fillers en botox tot ingrijpendere procedures zoals een facelift.

Mondtape niet zonder risico

Brecht Moerenhout geeft toch nog een waarschuwing mee: “Als je niet gewend bent om door je neus te ademen, of als je neus verstopt is, kun je gewoon niet goed ademen. Wanneer de ademhaling wordt belemmerd kan dat ook een benauwd gevoel geven." Hij benadrukt dat mondtape ook het onderliggende probleem niet oplost. “Je verslechtert op die manier juist je luchtstroom. Het probleem zit vaak in de neus, niet in de mond.”

Het gebruik van mondtape is dus niet zonder risico. Mensen met een verstopte neus, bijvoorbeeld door allergieën, verkoudheid of anatomische afwijkingen, kunnen hierdoor last krijgen van kortademigheid. Voor mensen met slaapapneu of longproblemen kan mondtape zelfs schadelijk zijn, omdat het de ademhaling belemmert.

Conclusie

Mondtape wordt online gepromoot als hulpmiddel om de kaaklijn te verbeteren, maar er is geen wetenschappelijk bewijs dat dit werkt. Bij volwassenen ligt de botstructuur namelijk grotendeels vast. Het gebruik van mondtape is ook niet zonder risico omdat het de ademhaling kan belemmeren.

Deze tabel bewijst niet dat Belgen gemiddeld twee jaar langer werken dan de rest van Europa

PVDA-politicus Kim De Witte beweert op sociale media dat Belgen “gemiddeld twee jaar langer werken dan de rest van Europa.” Daarmee reageert hij op een uitspraak van collega-parlementariër Axel Ronse (N-VA), die net stelt dat we “de kortste loopbanen van Europa” hebben.

Beperkte Eurostat-cijfers

Op vraag van onze redactie laat Axel Ronse weten dat hij zich baseert op cijfers van Eurostat over de verwachte duur van een loopbaan in de verschillende EU-landen in 2024. Uit die cijfers zou dat in België 35 jaar zijn. In de hele EU gold toen een gemiddelde van 37,2 jaar.

Maar die data kan je niet zomaar gebruiken als de gemiddelde loopbaan van een werknemer. Eurostat telt namelijk alle volwassenen, dus ook studenten, werkzoekenden of gepensioneerden met een flexi-job. Als veel mensen buiten de beroepsbevolking vallen, drukt dat het gemiddelde. ‘Met andere woorden, de indicator zegt niets over het aantal jaren dat mensen die werk hebben, werken’, lezen we in de methodologie.

Bovendien blijkt uit de bijgevoegde kaart op de website van Eurostat dat België, zelfs onder die voorwaarden, nog steeds niet de kortste loopbanen van Europa kent. In Italië en Roemenië zou men niet aan 33 jaar komen.

Afbeelding met tekst, kaart, atlas

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.Verwachte loopbaanduur in 2024. Bron: Eurostat.

“Dit cijfer is een soort samenvatting van de arbeidsmarktparticipatiegraden van verschillende leeftijdsgroepen in 2024, maar je kan niet zeggen dat dit de gemiddelde loopbaanduur van een specifieke groep voorstelt”, verklaart Wouter De Tavernier, pensioenexpert bij ontwikkelingsorganisatie OESO.

Geen uniforme loopbaandefinitie

Kim De Witte probeerde de bewering van Axel Ronse te ontkrachten op basis van cijfers uit het Ageing Report van de Europese Commissie. De tabel die hij deelt beschrijft de lengte van een loopbaan van nieuwe gepensioneerden, die wordt gebruikt om het pensioen te berekenen. In 2022 zou dat voor België 38,5 jaar zijn, ruim twee jaar langer dan het Europese gemiddelde.

Maar ook die cijfers zeggen te weinig om de Belgische loopbaan te vergelijken met die van onze buurlanden. Dat bevstigt econome Nicole Fasquelle van het Federaal Planbureau, die meewerkte aan het rapport.

“Die loopbaanduur hangt af van de definitie van de loopbaan van het betrokken land voor die specifieke doelstelling”, legt Fasquelle uit. “In België gaat het over tewerkstelling maar ook gelijkgestelde dagen als ziekte of werkloosheid. In de voetnota van de tabel is er bijvoorbeeld geschreven dat de cijfers voor Frankrijk alléén over tewerkstelling gaan.”

Afbeelding

Gemiddelde loopbaanduur die bijdraagt aan het pensioen voor recent gepensioneerden. Bron: ECP.

Samengedrukte loopbanen

Het is dus vrijwel onmogelijk om met de beschikbare cijfers alle loopbaanduren in Europa te vergelijken omdat elk land anders rekent. Zo vermoedt Wouter De Tavernier dat voor een pensioenopbouw in België een behoorlijk hoog aandeel gelijkgestelde perioden wordt meegerekend, toch in vergelijking met de andere OESO-landen. “Maar daar hebben we geen vergelijkbare data over. Of dat effectief zo is, weten we dus niet”, voegt hij toe.

Deze studie van het Federaal Planbureau met cijfers van 2017, beschrijft de ‘samengedrukte’ loopbanen van gepensioneerden. In zo’n samengedrukte loopbaan wordt gerekend met voltijdse equivalenten. Als iemand dus 10 jaar halftijds werkt, staat die in de tabel als 5 jaar voltijds. Hoeveel impact die gelijkgestelde perioden precies hebben, is dus niet zeker. Het is in elk geval een flink aandeel van onze pensioenen.

Volgens het Planbureau hadden recent gepensioneerde mannen in 2017 gemiddeld een ‘samengedrukte’ loopbaan van 42 jaar, waarvan 33 jaar effectief gewerkt. Voor vrouwen was dat een loopbaan van gemiddeld 34 jaar, waarvan 22 jaar effectief gewerkt.

“Er is nog een ander issue met het vergelijken van België met het EU-gemiddelde op basis van die tabel”, sluit De Tavernier af. “Van bijna alle landen waarvoor geen data beschikbaar zijn in de tabel weten we dat ze naar Europese normen een behoorlijk late gemiddelde 'labour market exit age' hebben. En dus allicht ook een langere loopbaanduur.”

Conclusie

Axel Ronse (N-VA) beweert op basis van Eurostat-cijfers dat Belgen de kortste loopbanen van Europa hebben. Maar dat kan je op basis van die cijfers niet vaststellen. Kim De Witte (PVDA) ontkracht die claim terecht, maar baseert zich op zijn beurt op cijfers die eveneens niets zeggen over de gemiddelde loopbaanduur van Europa. Door complex loopbaangegevens kunnen dus moeilijk internationale vergelijkingen gemaakt worden.

Verzadigde vetten en hoge cholesterol zijn wel een gezondheidsrisico

In een TikTok-video toont de Belgische influencer en actrice Ninalotte haar voedingswaarden. Zelf geeft ze toe dat haar levensstijl “niet volgens het traditionele dieetboekje” verloopt, ze eet bijvoorbeeld veel rood vlees, boter en eieren. Daardoor krijgt ze vaak de opmerking dat dit slecht zou zijn voor haar cholesterol. Volgens Ninalotte ligt het probleem helemaal niet bij cholesterol of verzadigde vetten, maar eerder bij ultrabewerkte voeding en zaadoliën.

“Een hogere cholesterol is nodig voor optimale hersengezondheid, hormonale balans, celgezondheid en immuniteit” zegt ze. Aan de hand van een waardentabel bespreekt ze vervolgens verschillende elementen, zoals HDL- en LDL-cholesterol.

Verschil tussen HDL- en LDL-cholesterol

Het klopt dat het lichaam cholesterol nodig heeft, als vetachtige stof vormt het een belangrijke bouwsteen voor de werking van het lichaam. Er bestaat daarbij een onderscheid tussen HDL- en LDL-cholesterol. 

HDL-cholesterol voert overtollige cholesterol af naar de lever. LDL-cholesterol daarentegen kan zich ophopen in de bloedvaten. Volgens het Nederlandse Voedingscentrum verhoogt dit dus de kans op hart- en vaatziekten, wat Ninalotte niet vermeldt.

Met 235 milligram per deciliter (mg/dl) is Ninalotte’s algemene cholesterolwaarde erg hoog. Volgens de Amerikaanse universiteit Yale Medicine moet de totale cholesterolwaarde van een vrouw ouder dan twintig jaar onder 200 mg/dl blijven. En met een LDL-cholesterol van 114 mg/dl overschrijdt Ninalotte zelfs de drempelwaarde van 100 mg/dl.

Te veel verzadigde vetten is slecht

Volgens Ninalotte is LDL-cholesterol niet de vijand, het zou pas problematisch worden wanneer je ontstekingswaarden te hoog zijn. Maar klopt dat wel?

“De inname van veel verzadigde vetten zorgt wel voor een te hoge LDL-cholesterol,” zegt Bruno De Meulenaer, hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij benadrukt dat verzadigde vetten op zich geen probleem zijn. Producten met veel verzadigde vetten, zoals boter of kokosolie, hoef je dus niet volledig te vermijden. “Maar je eet er beter wat minder van dan van bijvoorbeeld olijfolie of raapolie,” aldus De Meulenaer.

Dit wordt ook bevestigd door het Vlaams Instituut Gezond Leven. In een antwoord aan Factcheck.Vlaanderen verwijst het naar een wetenschappelijke paper die aantoont dat een hogere inname van verzadigde vetten correleert met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

“Voor je cholesterol blijft het advies om voedingsmiddelen rijk aan verzadigd vet te beperken. Die vervang je best door voedingsmiddelen rijk aan onverzadigde vetzuren, zoals plantaardige oliën, noten, zaden en vette vis”, schrijft Caroline Coeckelbergh, stafmedewerker bij Gezond Leven. In het algemeen benadrukt ze ook het belang van een algemeen gezond voedingspatroon volgens de voedingsdriehoek.

Veel verzadigde vetten in ultrabewerkt voedsel

Volgens influencer Ninalotte is dus niet cholesterol de boosdoener, maar vooral ultrabewerkte voeding.

Voor de definitie van ultrabewerkte voeding verwijst Coeckelbergh naar een rapport van Gezond Leven. Daarin wordt het omschreven als “formules van ingrediënten die worden gemaakt door een reeks industriële processen.” Het gaat om een brede groep voedingsmiddelen, variërend van frisdranken en hamburgers tot noedels en chips.

Door die brede waaier aan producten vindt De Meulenaer het moeilijk om er algemene uitspraken over te doen. “Er circuleren verschillende definities. Softdrinks vallen onder zowat alle definities, maar die bevatten niet eens vetten. Het is daarom lastig om algemene stellingen te formuleren,” zegt hij.

In de praktijk is ultrabewerkte voeding vaak, maar zeker niet altijd, rijk aan verzadigde vetten, suikers en zout, zegt Coeckelberghs. “Onderzoek toont bovendien aan dat een hoge consumptie van ultrabewerkte voeding vaak samengaat met een verhoogd risico op obesitas, type 2-diabetes en hart- en vaatziekten. Al zijn ook hier uitzonderingen,” voegt ze eraan toe.

Ook zaadoliën zijn niet fout

Tenslotte adviseert influencer Ninalotte om zaadoliën te mijden. Waarom, is niet helemaal duidelijk. Volgens De Meulenaer komt het misschien omdat deze oliën intense industriële processen ondergaan. Toch acht hij die zaadoliën niet gevaarlijk of ongezond.

“Die industriële distillatie dient net om vrije vetzuren en onzuiverheden uit de oliën te verwijderen. Het is dus niet omdat dit een intens proces is, dat het daarom ‘fout’ moet zijn. Integendeel: de kwaliteit, stabiliteit en veiligheid verbeteren gevoelig.”

Conclusie

Verzadigde vetten verhogen het LDL-cholesterol, wat het risico op hart- en vaatziekten vergroot. Ultrabewerkte voeding is vaak ook rijk aan zulke vetten. Daarom is het beperken van verzadigde vetten en ultrabewerkte producten wel degelijk belangrijk voor de gezondheid.

 

Nee, ADHD-medicatie is geen speed, de dosis is veel lager en streng gecontroleerd

Het Nederlandse online gezondheidsmagazine Gezond Verstand schrijft dat ADHD-medicatie gemaakt wordt op basis van amfetamines. Een stof die volgens het artikel ook bekend staat als speed of pep. Omdat amfetamines op lijst 1 van de Nederlandse Opiumwet staan, zou deze medicatie volgens het magazine dus eigenlijk verboden moeten zijn. Ook in België valt het onder de wetgeving voor zogenaamde “verdovende en psychotrope stoffen”.

Afbeelding met tekst, kleding, tekenfilm, person

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Veel lagere dosering

“Er zit een stukje waarheid in,” legt psychiater Victor Gielis uit. “De werkzame stof in bijvoorbeeld Rilatine is methylfenidaat, een amfetamine-achtige stof. Chemisch lijkt het op speed of cocaïne, maar de dosering is veel lager en de samenstelling is streng gecontroleerd.”

Ann Eeckhout, woordvoerder van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG), bevestigt dat. “De meest gebruikte actieve stoffen in ADHD-medicatie zoals Ritaline, Concerta en Medikinet zijn methylfenidaat. Die stof valt onder het Koninklijk Besluit van 6 september 2017, dat verdovende middelen en psychotrope stoffen regelt.”

Dat een stof op die lijst staat, betekent nog niet dat ze verboden of gevaarlijk is in de geneeskunde. Fabrikanten hebben een vergunning nodig om met amfetamines te werken, waardoor het gebruik veilig wordt toegepast.

Verslavingselement

“Het doel van die classificatie is eigenlijk het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik, omdat deze stoffen een afhankelijkheidspotentieel hebben,” legt het FAGG uit.

“Patiënten die dagelijks methylfenidaat gebruiken, ontwikkelen soms tolerantie. Zo kan een kind aan het begin van de middelbare school 10 milligram krijgen en tegen het afstuderen 60 milligram nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken.” Bij ADHD-medicatie gaat het dus meestal niet om echte verslaving, maar om geleidelijke gewenning, aldus Gielis.

Gewenning beperken

“Om gewenning te beperken, adviseert de Hoge Gezondheidsraad meestal langwerkende middelen voor patiënten die dagelijks ADHD-medicatie gebruiken. Die geven de actieve stof geleidelijk vrij over de dag, waardoor het risico op tolerantie kleiner is,” legt dokter Gielis uit.

“Kortwerkende producten veroorzaken juist een snelle piek en verdwijnen sneller uit het lichaam. Dat kan een ‘kick’ of tijdelijke boost geven,” vervolgt hij. “Bij middelen met verslavingspotentieel geldt bovendien hoe korter de werking, hoe groter het risico op misbruik.”

Rilatine is bijvoorbeeld kortwerkend en heeft daardoor een hoger afhankelijkheidspotentieel dan langwerkende middelen zoals Concerta of de aangepaste variant van Rilatine, Rilatine MR.

Welke versie het best past, hangt af van iemands individuele behoeften en lichaamsreactie. Dat wordt samen met een arts stapsgewijs uitgezocht tijdens de titratiefase.

Diagnoses

“Op zich begrijp ik de kritiek wel,” zegt Victor Gielis. “ADHD is lange tijd te weinig gediagnosticeerd. Nu psychische stoornissen de laatste jaren meer aandacht krijgen, neemt ook het aantal diagnoses toe en daarmee het aantal voorschriften.”

“Toch wordt de medicatie niet zomaar gegeven,” benadrukt hij. “Er is altijd een officiële diagnose nodig, of minstens een sterk vermoeden door een psychiater. We starten bovendien altijd met de laagst mogelijke dosis. Ik moedig mijn patiënten ook aan om te stoppen wanneer het niet nodig is, bijvoorbeeld tijdens de zomervakantie.”

Conclusie

ADHD-medicatie zoals Rilatine lijkt chemisch op amfetamines, maar wordt in lage, gecontroleerde dosis voorgeschreven en is veilig bij medisch gebruik. Artsen, fabrikanten en de overheid zien nauwlettend toe op de dosering, die zo laag mogelijk wordt gehouden en alleen wordt gebruikt wanneer het echt nodig is. Het risico op verslaving is klein, maar soms treedt gewenning op.

50% van mesaanvallen in Duitsland gepleegd door buitenlanders is mogelijk, maar cijfer is incompleet

Francesca Van Belleghem, federaal parlementslid voor Vlaams Belang, was onlangs te gast in de partijpodcast Stand van Zaken. Ze sprak er over het volgens haar falende asiel- en migratiebeleid in België en over de verbanden tussen migratie en criminaliteit.

Zo deed ze de uitspraak dat “de helft van de steekincidenten in Duitsland wordt gepleegd door mensen met een migratie-nationaliteit, terwijl ze maar 15% van de bevolking uitmaken.” In een mail aan Factcheck.Vlaanderen licht Van Belleghem toe dat ze zich daarvoor baseert op een interview van Karsten Loest met televisiezender Welt. Hij is een voormalig Berlijns politieagent en lid van de speciale eenheid. Tegenwoordig is hij voorzitter van een vereniging die zich inzet voor meer veiligheid in de stad.

In reactie aan Factcheck.Vlaanderen zegt Karsten Loest dat hij zich voor die cijfers baseerde op online nieuwsberichten en statistieken van verschillende Duitse deelstaten. Loest startte een petitie op om te ijveren voor strengere straffen bij messengeweld. Hij benadrukte dat zijn petitie geen onderscheid maakt naar herkomst van de daders, maar enkel een algemene verzwaring van straffen wil.

Geen cijfers voor elke deelstaat

Factcheck.Vlaanderen besloot zelf de proef op de som te nemen en de cijfers te controleren. In Duitsland worden namelijk elk jaar, zowel op federaal als op deelstaatniveau, criminaliteitsstatistieken of Polizeiliche Kriminalstatistik (PKS) gepubliceerd. Sinds 2020 wordt hierbij ook aandacht besteed aan het fenomeen van “mesaanvallen” waarbij het dan gaat over aanvallen en bedreigingen met messen.

Maar in de verschillende rapporten wordt er niet altijd apart aandacht besteed aan mesaanvallen en als dat wel gebeurt, maakt men ook niet altijd een onderscheid in de herkomst van de verdachten. Uiteindelijk vinden we zo voor 2024 in de helft van de deelstaten bruikbare statistieken die zowel mesaanvallen als de herkomst van de daders registreren. Deze lijsten we hieronder op.

Deelstaat

Aantal verdachten

Aantal niet-Duitse verdachten

%

Baden-Württemberg

2975

1693

56,9%

Berlijn

2532

1471

58,1%

Brandenburg

728

280

38,5%

Bremen

389

221

56,8%

Mecklenburg-Voor-Pommeren

437

172

39,4%

Noordrijn-Westfalen

6705

3189

47,6%

Saksen

1298

688

53%

Sleeswijk-Holstein

1089

469

43,1%

Totaal

16153

8183

50,7%

Op basis van deze cijfers kunnen we concluderen dat in deze deelstaten 50,7% van de mesaanvallen gepleegd wordt door niet-Duitsers. De vraag is hoe representatief deze cijfers zijn. In deze acht deelstaten wonen ongeveer 44 miljoen mensen. Dit tegenover 83 miljoen in heel Duitsland. Het gemiddelde aandeel buitenlanders bedraagt er 15,3%, tegenover 14,8% in heel Duitsland. Bovendien zijn de deelstaten geografisch goed verspreid. Toch moeten de cijfers genuanceerd worden.

Verdachten zijn geen daders

Allereerst wordt er in de statistieken altijd gesproken over “Tatverdächtigen”, ofwel verdachten. Het gaat hier over mensen die er, na onderzoek door de politie, van worden verdacht strafbare feiten gepleegd te hebben. Aangezien ze nog niet veroordeeld zijn door een rechter kunnen we hier dan ook nog niet over daders spreken.

Niet-Duitse verdachten wonen niet noodzakelijk in Duitsland

Ten tweede bestaat er een belangrijk verschil tussen de definitie van niet-Duitsers in de criminaliteitsstatistieken en deze in de algemene bevolkingsstatistieken. In de criminaliteitsstatistieken is een niet-Duitser een persoon zonder de Duitse nationaliteit. In de bovenstaande bevolkingsstatistieken is een niet-Duitser een persoon zonder de Duitse nationaliteit die zich geregistreerd heeft bij de overheid. Iets wat verplicht is als men langer dan drie maanden in het land verblijft.

Veel niet-Duitsers in het land, bijvoorbeeld toeristen, illegalen of grensarbeiders, zijn dus niet geregistreerd in de bevolkingsstatistieken, maar zullen indien ze een misdrijf begaan wel als niet-Duitsers worden aangeduid. Dit is een belangrijke nuance, waar men zich in de criminaliteitsstatistieken ook van bewust is.

Op basis van de huidige statistieken is het dus moeilijk om precies te zeggen hoeveel van de mesaanvallen door niet-geregistreerde, niet-Duitsers werden gepleegd. In 2024 bezochten er zo bijvoorbeeld 38 miljoen buitenlandse toeristen het land. Niet-geregistreerde buitenlanders zullen zo hoogstwaarschijnlijk ook voor een deel van de mesaanvallen verantwoordelijk zijn.

Conclusie

De uitspraak dat 50% van de mesaanvallen door buitenlanders wordt gepleegd en dat zij maar 15% van de bevolking uitmaken kan kloppen maar geeft geen volledig beeld. Het cijfer houdt geen rekening met niet-geregistreerde buitenlanders zoals toeristen, waardoor het aandeel buitenlanders in de criminaliteit mogelijk minder disproportioneel is dan de cijfers doen lijken. Het is echter niet duidelijk hoe groot de impact van deze groep is op de criminaliteitscijfers.

Grafiek over daling transgender en non-binaire personen is misleidend

Na een controversiële post op sociale media werd de Ierse zangeres Róisín Murphy verwijderd uit de line-up van een festival in Istanbul. Op X deelde ze namelijk een grafiek over transgender en non-binaire jongeren van 18 tot 22 jaar in de Verenigde Staten. Ze schreef daarbij "It was never real. Terribly sad though. Absolute havoc wreaked on children, families and society."

Volgens die grafiek daalde het aandeel transgenderpersonen in deze leeftijdsgroep tussen 2022 en 2024 van ongeveer 6% naar iets meer dan 3%, terwijl het aandeel non-binaire personen tussen 2023 en 2024 daalde van 5% naar 2%.

Afbeelding met tekst, schermopname, lijn, Perceel

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

De grafiek dat Róisín Murphy deelde op X. 

Gelijkaardige virale claim

Een omgekeerde zoekopdracht op de grafiek leidt ons naar psychologe dr. Jean Twenge, professor aan de Universiteit van San Diego. Zij maakte deze grafiek voor een blogpost getiteld ‘Trans identification really is in free fall: New data’. Haar post ontstond naar aanleiding van een eerdere virale claim, gebaseerd op minder betrouwbare studies. Om toch een betrouwbaarder beeld te krijgen, zocht professor Twenge vervolgens een dataset met een grotere steekproef.

Ze vond deze gegevens in de Cooperative Election Study (CES) van de Tufts University in Boston. De CES is een grootschalige enquête onder 50.000 Amerikanen, bedoeld om hun politieke opvattingen en belangen in kaart te brengen. Op basis van deze gegevens stelde ze de grafiek samen.

Foutenmarge ontbreekt

Maar ook in haar grafiek slopen fouten, zo blijkt uit een reactie van professor Brian Schaffner van het Tisch College, die betrokken is bij de CES. Via zijn Twitterprofiel stuiten we op een bericht waarin hij de bewering rechtstreeks weerlegt.

“Deze grafiek toont de foutenmarge niet”, schrijft hij. “Het cijfer voor transgender voor 2021 kan variëren van 3,8 procent tot 8,3 procent (95 procent betrouwbaarheidsinterval). Het cijfer voor 2024 kan variëren van 2,1 procent tot 4,8 procent.”

“Het kan dus dalen, stabiel blijven of zelfs licht stijgen”, besluit hij. De conclusie die professor Twenge en Róisín Murphy trekken over een dalende trend is dus misleidend.

Professor Brian Schaffner reageerde op X kritisch op de grafiek. 

Angst voor onveiligheid

Ook los van de foutenmarge verdient de grafiek enkele kanttekeningen. Zo wordt de optie “zeg ik liever niet” buiten beschouwing gelaten, terwijl ook transgender en non-binaire personen hiervoor kunnen kiezen.

Uit een Amerikaanse studie blijkt bovendien dat angst voor onveiligheid of vervolging mensen kan weerhouden om eerlijk te antwoorden op vragen over gender of seksualiteit, vooral binnen de LGBTQ+-gemeenschap. Zelfs wanneer wordt benadrukt dat de antwoorden anoniem zijn, ervaren respondenten nog steeds een zeker risico.

Toekomstig gat in de data 

Zoals professor Twenge in haar blogpost benadrukt, kan het ook gewoon om een uitschieter gaan. Hoewel het aantal mensen dat zich als transgender of non-binair identificeert al jaren stijgt, registreert de CES een duidelijke piek bij personen geboren in 2001, 2003 en 2004. Of dit een uitzondering is, kan alleen worden vastgesteld als wetenschappers deze vraag jaar na jaar consequent blijven stellen.

Afbeelding met tekst, Perceel, diagram, lijn

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Grafiek transgender en non-binaire personen o.b.v. data door CES.

Maar daar wringt het schoentje. In januari gaf de Amerikaanse president Donald Trump de opdracht aan overheidsinstellingen om enkel ‘man’ en ‘vrouw’ als gender te erkennen. Omdat de CES deels wordt gefinancierd met overheidsgeld, kan dit bij de volgende bevragingsronde problemen opleveren. Zowel de Amerikaanse volkstelling als de meest recente enquête van het Centers for Disease Control and Prevention (CDC) peilden niet naar transgender- of non-binaire personen, waardoor er een gat in de gegevens ontstaat.

Conclusie

Hoewel de grafiek die Róisín Murphy deelt gebaseerd is op een betrouwbare dataset, houdt die geen rekening met de foutenmarge. Vanwege het betrouwbaarheidsinterval kunnen de cijfers “dalen, stabiel blijven of zelfs licht stijgen”, waardoor de conclusie van een scherpe daling van transgender en non-binaire jongeren misleidend is.

Ruim 40 procent van de leefloonontvangers is niet-Belgisch, inclusief equivalent leefloon

In het actualiteitsprogramma De Zevende Dag van VRT NWS verklaarde Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken op 5 oktober dat 41% van de leefloonontvangers in België geen Belgische nationaliteit heeft. Zijn partij deelde het fragment nadien ook op Facebook.

Tom Van Grieken baseerde zich voor die uitspraak op cijfers van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI). Dat bevestigde Vlaams Belang-woordvoerder Karen Van der Sype aan Factcheck.Vlaanderen. De POD MI vergoedt de OCMW’s voor de leeflonen die zij uitbetalen.

43 procent met equivalent leefloon

De recentste statistieken die de POD MI ons bezorgde, dateren van mei 2025 op maandbasis en van 2024 op jaarbasis. Daaruit blijkt dat ongeveer 43 procent van de leefloonontvangers buitenlanders zijn, wanneer ook de ontvangers van een equivalent leefloon worden meegerekend.

Het equivalent leefloon is een andere vorm van financiële steun voor mensen die niet aan alle voorwaarden voor een gewoon leefloon voldoen. Vaak gaat het om erkende vluchtelingen, mensen in een regularisatieprocedure of bepaalde EU-burgers. Zonder die groep bedraagt het aandeel buitenlandse begunstigden net geen 33 procent.

Leeflooncijfers van het POD MI. 

Impact equivalent leefloon

Het is belangrijk om te verduidelijken of het equivalent leefloon al dan niet wordt meegerekend, omdat dit toch een aanzienlijke invloed heeft op het aandeel buitenlandse leefloners. Zo vallen gevluchte Oekraïners onder bepaalde voorwaarden onder deze categorie en niet onder het gewone leefloon.

Een deel van het relatief hoge aandeel niet-Belgen is dan ook te verklaren door de instroom van erkende vluchtelingen en ontheemde Oekraïners, die een sterke impact hadden op het aantal equivalente leefloners. In 2023 zorgde onder meer de oorlog in Oekraïne voor een verdrievoudiging van dit aantal in Vlaanderen. In 2024 en 2025 daalde het echter weer, met respectievelijk 7 en 2 procent.

Probleem duurzame tewerkstelling

Onderzoeker en docent migratie en asiel aan Odisee Hogeschool, Pascal Debruyne, nuanceert ook de cijfers: “Die cijfers zeggen op zich heel weinig. Het is heel moeilijk om de cijfers van nieuwkomers te vergelijken met mensen van Belgische origine die al een heel traject hebben doorlopen.”

Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), die in 38 landen onder meer economische analyses uitvoert, bevestigt dit. Uit hun onderzoek blijkt dat nieuwkomers wel snel geactiveerd worden, maar dat duurzame tewerkstelling vaak uitblijft.

“Vaak moeten mensen kiezen tussen werken of geactiveerd worden en het volgen van een inburgeringscursus. De uitdaging is om nieuwkomers op eigen benen te laten staan en hen te laten bijdragen aan de kost van de welvaartstaat,” legt Debruyne uit. Uit het doctoraatsonderzoek van Sarah Carpentier blijkt dat slechts 12 procent van de leefloongerechtigden doorstroomt naar een ononderbroken tewerkstelling van minstens twee jaar.

De verborgen kosten van armoede

Debruyne wijst erop dat het beperken van leeflonen ook kostbaar is: “Uit onderzoek van de ULB blijkt dat mensen die in armoede belanden zonder vangnet, dakloosheid riskeren. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kost dat gemiddeld 40.000 euro per dakloze per jaar aan diensten en gemiste overheidsontvangsten. Zo schuift het ene beleidsniveau de kosten door naar lokale besturen en OCMW’s.”

Kostprijs migratie is laag in verhouding met het bbp

Het financiële effect van migratie wordt ook vaak overdreven. Een factcheck gebaseerd op een studie van de Nationale Bank van België toonde aan dat de eerste generatie migranten gemiddeld een lagere nettobijdrage levert dan autochtonen. De tweede generatie migranten draagt echter gemiddeld meer bij dan zowel de eerste generatie als autochtonen.

Naar aanleiding van deze bevindingen liet Vlaams Belang een eigen rapport opstellen, waarin werd beweerd dat ook de tweede generatie een negatieve nettobijdrage zou hebben. Dit rapport werd in opdracht van partijpoliticus Tom Vandendriessche opgesteld en door de partij gefinancierd.

Volgens hoogleraar Hein de Haas, Universiteit van Amsterdam, in Hoe migratie echt werkt (2023), hangt de berekening van de netto-impact van migratie op de overheidsfinanciën sterk af van de gekozen aannames, zoals arbeidsparticipatie, remigratiepatronen en belastingniveaus. Afhankelijk van deze parameters kunnen zowel positieve als negatieve effecten uit de modellen volgen. Ook economen Robert Rowthorn en Ana Damas de Matos stellen dat de netto fiscale bijdrage van migratie doorgaans binnen een marge van ongeveer +1% tot -1% van het BBP blijft. Wat betekent dat de impact op begroting en economie relatief beperkt is.

Conclusie

In 2024 en mei 2025 was ongeveer 43% van de begunstigden van een leefloon met equivalent leefloon in België van buitenlandse herkomst, volgens de POD MI. Het aandeel buitenlandse begunstigden wordt sterk beïnvloed door het al dan niet meetellen van het equivalent leefloon. Een belangrijke kanttekening is dat de reden dat buitenlanders vaak een leefloon nodig hebben, ook de moeilijke doorstroom naar duurzaam werk is. Bovendien blijft, ondanks dit aandeel van buitenlandse leefloonbegunstigden, de economische impact van migratie verhoudingsgewijs laag.

Nee, de digitale euro legt geen spaarverbod op of houdt je aankopen niet bij

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft op 30 oktober 2025 aangekondigd dat het project voor Central Bank Digital Currency (CBDC) of gewoonweg de digitale euro in de volgende fase gaat. Na de voorbereidingen die in november 2023 begonnen, werkt het Eurosysteem nu aan de technische voorbereidingen voor een mogelijke lancering in 2029.

Maar wat is die digitale euro nu eigenlijk? Online circuleren heel wat vragen, zorgen en helaas ook misinformatie over dit project. Daarom verzamelden we de meest voorkomende beweringen en geven we hieronder antwoorden.

Wat is de digitale euro en waarom wil de ECB die invoeren?

De Europese Centrale Bank wil in essentie een digitale versie van contant geld introduceren. “Het zou een aanvulling zijn op bankbiljetten en munten en Europeanen een extra betaalmiddel geven,” aldus de ECB op haar website.

Maar is dat wel nodig? We kunnen vandaag al online betalen met bankkaarten en apps zoals Payconiq. Welk probleem zou een digitale euro dan precies oplossen?

Volgens de ECB is het grootste voordeel dat een digitale euro, net als cash, overal in de eurozone bruikbaar zou zijn. Nu verschillen betalingssystemen nog per land en per bank, waardoor reizigers soms hinder ondervinden. De digitale euro moet die versnippering helpen wegwerken.

Is er nood aan een digitale euro?

Volgens Febelfin, de federatie van de Belgische banken, biedt een digitale euro geen duidelijke meerwaarde. In een opiniestuk stelt BNP Paribas Fortis-CEO Michaël Anseeuw dat Europa minder afhankelijk wil zijn van buitenlandse spelers zoals Visa en Mastercard, maar dat dit niet per se een volledig nieuwe munt vereist.

Ook de ECB noemt dit als een belangrijk argument. Volgens de bank is Europa momenteel sterk afhankelijk van internationale, vaak Amerikaanse, betaalnetwerken zoals Apple Pay en PayPal. Daardoor is de Europese betaalmarkt minder autonoom dan gewenst.

Onderzoeker Zeno Vanhoyland van de KU Leuven benadrukt dat meer dan de helft van de Europese betalingen via Amerikaanse systemen verloopt. “Het is dus eigenlijk een tegenreactie op de Amerikaanse spelers als Visa en Mastercard,” aldus Vanhoyland.

Via de digitale euro kan de EU al je transacties bekijken

Verschillende gebruikers op sociale media waarschuwen dat de ECB via de CBDC zou kunnen zien welke aankopen iemand doet. “Ik zie bekommernissen dat het een soort methode tot massasurveillance zou zijn”, vertelt Zeno Vanhoyland. “Gelukkig zitten we in de EU, waar privacy hoog op de agenda staat”, stelt Vanhoyland gerust.

Hij legt uit dat we zo’n CBDC-rekening niet rechtstreeks bij de ECB zouden afsluiten, maar bij een commerciële bank. Die maakt vervolgens een unieke code aan, gelinkt aan jouw rekening en identiteitskaart, zodat er maar één van kan bestaan. De ECB krijgt enkel die code te zien. De informatie over aankopen blijft bij je eigen bank.

In het oorspronkelijke ontwerp van de digitale munt hamert de ECB op privacy. Ze belooft “de verwerking van persoonsgegevens tot een minimum te beperken, dat wil zeggen: tot wat noodzakelijk is om de goede werking van de digitale euro te waarborgen.”

Op termijn moet de digitale euro contant geld vervangen

De Nederlandse journalist en opiniemaker Arno Wellens spreekt zich al enkele jaren uit tegen de digitale munt. Hij voorspelt dat de ECB nadrukkelijk cash geld wil doen verdwijnen en vervangen door hun digitale munt.

Hoewel het aantal digitale betalingen inderdaad toeneemt, is het verdwijnen van bankbiljetten nog lang niet aan de orde. De ECB spreekt meermaals over een "aanvulling op contant geld" en onder die voorwaarde gaf de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank ook toestemming voor de volgende stap in het project.

Sparen wordt verboden

In een interview verwijst Arno Wellens naar een limiet van 3.000 euro, waardoor sparen volgens hem onmogelijk zou worden. De ECB spreekt inderdaad over een mogelijke limiet. Dit om te vermijden dat de digitale euro gebruikt wordt als spaarmiddel in plaats van als betaalmiddel.

Dat betekent echter niet dat sparen verboden is. Het zou gewoon niet kunnen op die digitale eurorekening, maar blijft wel mogelijk bij je eigen commerciële bank. Wie zo’n Europese rekening zou openen, stort er een bedrag op om mee te betalen. Is dat bedrag opgebruikt, dan kunnen geen verdere betalingen worden gedaan, vergelijkbaar dus met een prepaidkredietkaart.

De ECB zou beperken wat je kan kopen met je geld

Naast zorgen over surveillance en het verdwijnen van contant geld, is ‘programmeerbaarheid’ een van de meest voorkomende bezorgdheden. In deze Facebookpost staat dat een digitale munt “kan leiden tot scenario’s waarin bepaalde sectoren (alcohol, brandstof, vlees, gokken) beperkt of uitgesloten worden”. De maker van de post geeft toe dat hij zich baseert op ChatGPT, wat niet meteen een betrouwbare bron is. Dezelfde claim duikt ook op in andere berichten en TikTokvideo’s.

Die bezorgdheid werd al in 2023 aangekaart door de ECB zelf, in het voorstel voor een verordening betreffende de digitale euro: “De digitale euro zou geen programmeerbaar geld zijn en zou daarom niet kunnen worden gebruikt om de uitgave ervan te beperken of naar specifieke goederen of diensten te leiden. Als digitale vorm van de eenheidsmunt moet de digitale euro volledig fungibel zijn.”

“Die bezorgdheid is niet gefundeerd, dat klopt totaal niet,” zegt Zeno Vanhoyland. De taken van de ECB zijn strikt omschreven. Daaronder valt bijvoorbeeld het uitgeven van bankbiljetten. “Om binnen dat takenpakket en dus binnen haar bevoegdheid te blijven, moet de ECB een digitale munt ontwerpen die zo nauw mogelijk aansluit bij de eigenschappen van contant geld,” legt hij uit. “Anonimiteit hoort daar dus bij.”

Conclusie

De digitale euro bevindt zich momenteel nog in de voorbereidende fase en is dus nog geen vaststaand plan. De ECB benadrukt dat de munt bedoeld is als aanvulling op cash, met strikte waarborgen voor privacy. Veel van de zorgen die online circuleren zoals massasurveillance, een verbod op sparen of de mogelijkheid om aankopen te beperken, vinden op dit moment geen steun in de officiële documenten of plannen van de ECB. Kritiek blijft wel bestaan, onder meer van Febelfin en banken die vragen naar de noodzaak en meerwaarde van het project. 

 

Een werkloze kan de overheid jaarlijks 32.000 euro kosten

In het radioprogramma De Ochtend op Radio 1 zei Rudy Aernoudt op 2 oktober dat “iedere werkloze die aan het werk gaat de overheid 32.000 euro oplevert.”

Aernoudt was tijdens de uitzending te gast als kabinetschef van Georges-Louis Bouchez, voorzitter van de Franstalige liberale partij Mouvement Réformateur (MR). Hij is ook professor economie aan de UGent. Eerder in april, schreef hij in een opiniestuk in De Tijd al hetzelfde.

Volgens Aernoudt moet de federale overheid de begroting vooral op orde brengen door minder uit te geven en niet door nieuwe belastingen in te voeren, zoals een miljonairstaks. “Als we er bijvoorbeeld in zouden slagen om 80 procent van de mensen aan het werk te krijgen, dan stijgen de inkomsten vanzelf,” zegt hij. Elke extra persoon die aan de slag gaat, zou volgens hem 32.000 euro opbrengen voor de overheid.

Optelsom van alle kosten

Aernoudt onderbouwt zijn stelling met een eigen berekening, die hij in een Word-bestand aan Factcheck.Vlaanderen bezorgde. “In dit verband heb ik berekend wat de kostprijs is van een werkloze. Dat omhelst naast de uitkering ook de activerings- en begeleidingskosten”, schrijft Aernoudt per mail. Al benadrukt hij dat de berekening dateert uit 2024, gebaseerd op cijfers van 2023.

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, nummer

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Berekeningen van Rudy Aernoudt.

In die berekeningen bedraagt de uitkering voor een langdurig werkloze 1.233 euro per maand. Als je dat maal twaalf doet, dan bekom je een jaarlijks bedrag van 14.796 euro.

Daarnaast verwijst Aernoudt nog naar de activerings-, administratieve en gezondheidskost. Hij baseert zich daarvoor op een rapport uit 2021 van het HIVA, het onderzoeksinstituut voor arbeid en samenleving van de KU Leuven. Na indexering komt dat bedrag uit op 4.525 euro.

Aan de inkomstenzijde berekent Aernoudt vooral de opportuniteitskosten, ofwel het verlies aan overheidsinkomsten. Werkenden betalen immers belastingen en sociale bijdragen aan de staat. Dat gemiste bedrag raamt hij op 11.050 euro per werkloze per jaar.

Bedrag van uitkering varieert

“Maar op de uitkering moet ook personenbelasting worden betaald. Houdt Aernoudt daar rekening mee?” vraagt Thomas Boogaerts, arbeidsmarktonderzoeker aan de KU Leuven. "De  hoogte van de uitkering hangt bovendien af van de gezinssituatie. Iemand met kinderen krijgt bijvoorbeeld meer dan een alleenstaande", vervolgt hij.

Als weerwoord liet Aernoudt weten dat “1.233 euro het minimum na belastingen is.” Daarop nam Factcheck.Vlaanderen contact op met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) om het gemiddelde minimum maandbedrag te vragen dat iemand in 2023 kreeg als die langer dan twee jaar werkloos was.

De woordvoerder van de RVA, Kristof Salens, mailde vervolgens de berekeningen voor de meest recente tarieven van 2023:

Afbeelding met tekst, Lettertype, schermopname, wit

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Volgens de cijfers van de RVA lag het gemiddelde minimum in 2023 rond €1.308 bruto per maand. Na bedrijfsvoorheffing bleef daarvan ongeveer €1.176 netto over.

Aernoudt antwoorde dat er 42 procent alleenstaanden, 33 procent met gezinslast en 26 procent samenwonenden zijn. “Als ik daarop de cijfers RVA toepas, kom ik aan een gewogen gemiddelde van 1.326 euro/maand.”

Zonder de belastingen bekom je 1.193 euro, wat inderdaad dicht bij de 1.233 euro ligt. Maar het gaat hier wel om een gemiddelde. Terwijl Aernoudt het op de radio had over iedere werkloze. Dat is een belangrijke nuancering.

Ook werklozen betalen belastingen

Ook op werkloosheidsuitkeringen worden belastingen ingehouden. Een deel van dat geld vloeit dus terug naar de overheid. De RVA houdt elke maand een deel van de uitkering in als voorafbetaling op de personenbelasting. Het percentage hangt af van de gezinssituatie, maar ligt meestal rond 10%. De netto kost per werkloze ligt daardoor lager dan 32.000 euro.

Een gemiddelde, geen universele som

Wanneer een werkloze opnieuw aan het werk gaat, bespaart de overheid niet alleen de uitkering, maar ontvangt ze ook extra belastingen en sociale bijdragen. Die combinatie van lagere uitgaven en hogere inkomsten wordt het terugverdieneffect genoemd.

Rik Vanhauteghem, woordvoerder van het Federaal Planbureau, verwijst daarvoor naar een rapport van het Rekenhof. Volgens het Rekenhof bedraagt dat gemiddeld ongeveer 30.000 euro per persoon per jaar. Daar staat ook te lezen dat het om een gemiddelde raming gaat, die niet op elk individu van toepassing is.

Volgens Bart Capéau, onderzoeker aan de KU Leuven, geldt het bedrag van 32.000 euro enkel voor een volledig uitkeringsgerechtigde werkloze met het minimumbedrag en zonder belasting- of bijdrageplicht. “In de praktijk is dat maar een deel van de werklozen,” zegt hij.

Conclusie

Een werkloze kan de overheid gemiddeld rond de 32.000 euro per jaar kosten, maar dat geldt niet voor iedereen. Sommige werklozen betalen belastingen en sociale bijdragen. De uitkering verschilt ook per gezinssituatie. Dat nuanceert Aernoudts uitspraak dat 'iedere' werkloze de overheid evenveel kost.

Pensioenleeftijd lijkt levensverwachting nauwelijks te beïnvloeden

In een bericht op X wordt beweerd dat de verhoging van de pensioenleeftijd schadelijk is voor de levensverwachting. Bij het bericht wordt een tabel gedeeld waaruit zou blijken dat mensen die op hun 50ste met pensioen gaan een gemiddelde levensverwachting van 86 jaar hebben. Terwijl voor mensen die pas op hun 65ste stoppen met werken, dat nog maar 66,8 jaar is.

Volgens die redenering verliest iemand dus gemiddeld twee levensjaren voor elk extra gewerkt jaar na zijn 55ste. Voormalig professor en advocaat Lucas Bergkamp vraagt zich daarom af waarom de pensioenleeftijd in Nederland is verhoogd naar 67 jaar. Het bericht is inmiddels tienduizenden keren bekeken.

Screenshot van de tabel die werd gedeeld op X.

Vraagtekens bij bron en data

Als bron bij de tabel wordt verwezen naar het lucht- en ruimtevaartbedrijf Boeing Aerospace. Maar er wordt niet vermeld uit welke paper of welk onderzoek de tabel afkomstig is. Een zoekopdracht op Google met de termen “Boeing Aerospace” en “Retirement At Death” leidt wel naar een paper van Dr. Sing Lin.

De tabel is opgenomen in een paper getiteld “Optimum Strategies for Creativity and Longevity” uit 2002, waarin strategieën worden besproken om creatief te blijven en een lang leven te leiden. Vroeg met pensioen gaan wordt daarbij als een van de aanbevelingen genoemd.

De cijfers in de tabel zijn door Dr. Ephrem (Siao Chung) Cheng gepresenteerd. Deze zouden gebaseerd zijn op een actuarieel onderzoek. Actuariële professionals worden ingezet om financiële risico's in te schatten voor bijvoorbeeld verzekeraars, pensioenfondsen en bedrijven. In dit geval werd gekeken naar de relatie tussen levensduur en pensioenleeftijd.

Er werd daarvoor gekeken naar het aantal pensioenuitkeringen dat werd verstuurd naar gepensioneerden van Boeing Aerospace. Verdere informatie over de methode of bron wordt niet vermeld. Boeing Corporation heeft in 2010 nog een reactie gepubliceerd met als titel: “Laten we het gerucht over levensverwachting stoppen.” Hierin legt het bedrijf uit dat de grafieken en het onderzoek die aan Boeing worden toegeschreven, een hoax zijn.

Beperkingen in het onderzoek

Zoekopdrachten op Google om meer informatie over de auteurs te vinden, leveren nauwelijks betrouwbare resultaten op. Ook op Google Scholar, de zoekmachine voor wetenschappelijke publicaties, lijken er verder geen studies gepubliceerd te zijn onder de naam Ephrem (Siao Chung) Cheng en Sing Lin.

Professor en demograaf Patrick Deboosere, verbonden aan de VUB, constateert bovendien zelf veel tekortkomingen in het onderzoek. De paper uit 2002 is namelijk niet peer-reviewed en niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. “De gepresenteerde data lijken bovendien vreemd en er is te weinig documentatie om er betrouwbare conclusies aan te verbinden", concludeert hij. Ook professor en socioloog Koen Decancq, verbonden aan de UAntwerpen, merkt op dat het werk niet repliceerbaar lijkt, “omdat de gebruikte methode onvoldoende wordt uitgelegd”.

Beperkt effect van pensioenleeftijd

Volgens Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven, blijkt duidelijk uit onderzoek dat er “geen sterk oorzakelijk verband is tussen de leeftijd waarop iemand met pensioen gaat en de leeftijd van overlijden.” Ook Patrick Deboosere benadrukt dat “vroeger met pensioen gaan niet automatisch leidt tot gemiddeld twee jaar langer leven.”

Er zijn studies gedaan naar de relatie tussen pensioenleeftijd en levensverwachting. Volgens Godderis laten die vooral zien dat iemands levensduur voornamelijk afhangt van gezondheid en sociaaleconomische omstandigheden, en niet van de leeftijd waarop iemand met pensioen gaat.

Hij legt uit dat mensen met een lagere sociaaleconomische status (SES) vaak zwaar of risicovol werk doen. Daardoor hebben ze bij hun pensionering meestal een slechtere gezondheid en een lagere levensverwachting. Mensen met een hogere SES en opleiding zijn bij pensionering vaak gezonder, waardoor later met pensioen gaan minder effect heeft op hoe oud ze worden.

Conclusie

De bewering dat later met pensioen gaan de levensduur aanzienlijk zou verkorten, is onwaar. De bron is onduidelijk en niet wetenschappelijk. Onderzoek toont aan dat je levensverwachting vooral wordt bepaald door je gezondheid en sociaaleconomische omstandigheden, niet door de pensioenleeftijd.

Drie keer meer asielzoekers in België dan Nederland klopt enkel voor begin 2025

Op 5 juni 2025 hield Francesca Van Belleghem, Kamerlid voor Vlaams Belang, een tussenkomst in het federale parlement gericht aan minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA). In haar betoog bekritiseerde Van Belleghem het Belgische asielbeleid en stelde ze dat ons land beter het voorbeeld van Nederland zou volgen.

Zo stelde ze dat “nooit, maar dan ook nooit, heeft de heer Wilders gezegd dat België een gidsland is op het vlak van asiel en migratie. Sterker nog, niemand in de Europese Unie heeft dat ooit gezegd! Als u dan toch zo graag naar Nederland verwijst, Nederland heeft drie keer minder asielzoekers dan wij!” De uitspraak werd ook gedeeld op de Facebook- en Instragramkanalen van Vlaams Belang.

Applicaties begin 2025

In een reactie aan Factcheck.Vlaanderen verduidelijkt Van Belleghem dat ze met haar uitspraak verwijst naar het aantal asielzoekers in verhouding tot het bevolkingsaantal. Ze baseert zich daarbij op cijfers van Eurostat over de eerste vier maanden van 2025, en dan specifiek op het aantal eerste asielaanvragen. 

In die periode registreerde België 11.975 eerste aanvragen, tegenover 6.490 in Nederland. Omgerekend per miljoen inwoners komt dit neer op 3,1 aanvragen in België en 1,1 in Nederland. Op basis van die verhouding telde België begin 2025 dus ongeveer 2,7 keer meer asielaanvragen per inwoner dan Nederland, wat afgerond overeenkomt met een factor 3. België heeft voor die periode dus ongeveer drie keer zoveel eerste asielaanvragen per inwoner als Nederland.

Volgens de Nederlandse immigratie- en naturalisatiedienst was er begin dit jaar in Nederland wel een halvering van het aantal eerste asielverzoeken. Een vergelijk met het eerste kwartaal van 2024 toont dat vooral het aantal applicaties uit Jemen, Syrië en Irak sterk afnam.

Langere termijncijfers

Volgens dezelfde dataset van Eurostat waren er in 2024 in België 33.050 eerste asielaanvragen, terwijl Nederland er 57.785 telde. Dat geeft dus een ander beeld dan de cijfers van begin 2025.

Als we deze aantallen afzetten tegen de bevolkingscijfers van 1 januari 2024, dan komt dat neer op 2,8 eerste asielaanvragen per 1.000 inwoners in België, en 3,2 in Nederland. Over het hele jaar genomen waren er in Nederland dus ongeveer 1,15 keer meer aanvragen per inwoner dan in België.

Om landen met een verschillende bevolkingsgrootte beter te kunnen vergelijken, kan ook gekeken worden naar het gemiddelde aantal eerste asielaanvragen per 100.000 inwoners over een periode van vijf jaar.

De vergelijking is gebaseerd op cijfers sinds 2020. Elk jaar werd het aantal asielaanvragen gedeeld door het aantal inwoners. Daaruit blijkt dat België over die vijf jaar gemiddeld één derde meer asielaanvragen per inwoner had dan Nederland.

Netwerk als grootste determinant

Volgens migratie-expert Pascal Debruyne, verbonden aan Odisee Hogeschool is de belangrijkste factor voor migratie in bijna heel de EU dezelfde: familie- en gemeenschapsnetwerken. “Die geven de doorslag,” zegt hij.

Via zulke netwerken hebben mensen een vangnet, en daardoor vaak ook toegang tot kansen op de formele of informele arbeidsmarkt. Sommige groepen beschikken over sterkere netwerken, afhankelijk van hun herkomst en waar ze zich vestigen. “Denk bijvoorbeeld aan Roemenen in Brussel, of Roma uit Kosovo in Sint-Niklaas,” aldus Debruyne.

Conclusie

De bewering dat Nederland per inwoner drie keer minder asielaanvragen heeft dan België klopt alleen als je kijkt naar de cijfers van de eerste vier maanden van dit jaar. Over een langere periode van 5 jaar bekeken, verwerkt België gemiddeld een derde meer asielaanvragen per inwoner dan Nederland.

Drie keer meer asielzoekers in België dan Nederland klopt enkel voor begin 2025

Op 5 juni 2025 hield Francesca Van Belleghem, Kamerlid voor Vlaams Belang, een tussenkomst in het federale parlement gericht aan minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA). In haar betoog bekritiseerde Van Belleghem het Belgische asielbeleid en stelde ze dat ons land beter het voorbeeld van Nederland zou volgen.

Zo stelde ze dat “nooit, maar dan ook nooit, heeft de heer Wilders gezegd dat België een gidsland is op het vlak van asiel en migratie. Sterker nog, niemand in de Europese Unie heeft dat ooit gezegd! Als u dan toch zo graag naar Nederland verwijst, Nederland heeft drie keer minder asielzoekers dan wij!” De uitspraak werd ook gedeeld op de Facebook- en Instragramkanalen van Vlaams Belang.

Applicaties begin 2025

In een reactie aan Factcheck.Vlaanderen verduidelijkt Van Belleghem dat ze met haar uitspraak verwijst naar het aantal asielzoekers in verhouding tot het bevolkingsaantal. Ze baseert zich daarbij op cijfers van Eurostat over de eerste vier maanden van 2025, en dan specifiek op het aantal eerste asielaanvragen. 

In die periode registreerde België 11.975 eerste aanvragen, tegenover 6.490 in Nederland. Omgerekend per miljoen inwoners komt dit neer op 3,1 aanvragen in België en 1,1 in Nederland. Op basis van die verhouding telde België begin 2025 dus ongeveer 2,7 keer meer asielaanvragen per inwoner dan Nederland, wat afgerond overeenkomt met een factor 3. België heeft voor die periode dus ongeveer drie keer zoveel eerste asielaanvragen per inwoner als Nederland.

Volgens de Nederlandse immigratie- en naturalisatiedienst was er begin dit jaar in Nederland wel een halvering van het aantal eerste asielverzoeken. Een vergelijk met het eerste kwartaal van 2024 toont dat vooral het aantal applicaties uit Jemen, Syrië en Irak sterk afnam.

Langere termijncijfers

Volgens dezelfde dataset van Eurostat waren er in 2024 in België 33.050 eerste asielaanvragen, terwijl Nederland er 57.785 telde. Dat geeft dus een ander beeld dan de cijfers van begin 2025.

Als we deze aantallen afzetten tegen de bevolkingscijfers van 1 januari 2024, dan komt dat neer op 2,8 eerste asielaanvragen per 1.000 inwoners in België, en 3,2 in Nederland. Over het hele jaar genomen waren er in Nederland dus ongeveer 1,15 keer meer aanvragen per inwoner dan in België.

Om landen met een verschillende bevolkingsgrootte beter te kunnen vergelijken, kan ook gekeken worden naar het gemiddelde aantal eerste asielaanvragen per 100.000 inwoners over een periode van vijf jaar.

De vergelijking is gebaseerd op cijfers sinds 2020. Elk jaar werd het aantal asielaanvragen gedeeld door het aantal inwoners. Daaruit blijkt dat België over die vijf jaar gemiddeld één derde meer asielaanvragen per inwoner had dan Nederland.

Netwerk als grootste determinant

Volgens migratie-expert Pascal Debruyne, verbonden aan Odisee Hogeschool is de belangrijkste factor voor migratie in bijna heel de EU dezelfde: familie- en gemeenschapsnetwerken. “Die geven de doorslag,” zegt hij.

Via zulke netwerken hebben mensen een vangnet, en daardoor vaak ook toegang tot kansen op de formele of informele arbeidsmarkt. Sommige groepen beschikken over sterkere netwerken, afhankelijk van hun herkomst en waar ze zich vestigen. “Denk bijvoorbeeld aan Roemenen in Brussel, of Roma uit Kosovo in Sint-Niklaas,” aldus Debruyne.

Conclusie

De bewering dat Nederland per inwoner drie keer minder asielaanvragen heeft dan België klopt alleen als je kijkt naar de cijfers van de eerste vier maanden van dit jaar. Over een langere periode van 5 jaar bekeken, verwerkt België gemiddeld een derde meer asielaanvragen per inwoner dan Nederland.

Orkanen komen niet vaker voor door klimaatverandering, maar zijn wel intenser

“Wat we weten van historische data is dat orkanen altijd een ding zijn geweest. Hun frequentie en omvang zijn niet echt veranderd”, zo vertelt influencer Lucy Biggers in een TikTok-video over orkanen. In de video gebruikt ze ook veelvuldig grafieken om haar punt te maken.

Haar boodschap is dat er op lange termijn geen trends zijn. Af en toe is er een uitschieter, zoals in 2005, toen orkaan Katrina passeerde en de Amerikaanse stad New Orleans verwoestte. “Maar over het algemeen variëren orkanen jaar per jaar zoals bij veel natuurfenomenen”, besluit Biggers.

Tropische cyclonen

Orkanen staan ook wel bekend als tyfoons of cyclonen. Het is dus hetzelfde soort storm, alleen verschilt de naam per regio. Het Belgische Klimaat- en Meteorologisch Instituut (KMI) gebruikt bijvoorbeeld de term ‘tropische cycloon’. Volgens het KMI ontstaan cyclonen doordat warme lucht boven zeewater opstijgt en koude lucht hoog in de atmosfeer de storm sterker maakt. De meest intense orkanen halen daarbij snelheden tot 250 tot 300 kilometer per uur.

Aantal is gedaald

Om haar claim kracht bij te zetten verwijst Biggers nadrukkelijk naar het zesde beoordelingsrapport van het Intergouvernementele Panel over klimaatverandering (IPCC). Dit rapport wordt echter vaak foutief geïnterpreteerd, zoals je in deze check van Factcheck.Vlaanderen kan lezen.

In dat IPCC-rapport valt er te lezen dat “het globale aantal gevallen van tropische cyclonen zal dalen of ongewijzigd zal blijven met toenemende klimaatopwarming.” Maar ze vermelden ook dat “het aannemelijk is dat de frequentie van de meest intense tropische cyclonen van categorie 3 en 5 aanzienlijk zal toenemen in sommige oceanen.”

Tijdens het filmpje (1:32 min tot 1:53 min) staat Biggers ook stil bij een geüpdatete grafiek van de meteoroloog Ryan Maue uit 2011. Volgens de bron uit 2011 is de wereldwijde frequentie en intensiteit van cyclonen in de jaren na 2006 significant lager geweest dan in voorgaande decennia.

La Niña zorgt voor een daling in sommige gebieden

“We vonden een betekenisvolle dalende trend in wereldwijde tropische cycloonactiviteit tussen 1990 en 2021”, bevestigt Phil Klotzbach, klimaatwetenschapper bij de Colorado State University. Per mail aan Factcheck.Vlaanderen verwijst hij als bron naar een paper van hem uit 2022.

Volgens Klotzbach ligt het weerfenomeen La Niña aan de basis van die daling. “Daardoor daalt dus de orkaanactiviteit in de Stille Oceaan, terwijl die in de Atlantische stijgt. De Stille Oceaan bekleedt een hoger percentage van de mondiale orkaanactiviteit. En dus daalt de wereldwijde orkaanactiviteit.”

Orkaanseizoen begint steeds vroeger

Ook Stephen Dixon, persverantwoordelijke bij het Britse nationaal weerskundig instituut Met Office, bevestigt dat “mondiale tropische cyclonen geen bewijs leveren voor een significant stijgende trend.” Dixon verwijst hiervoor naar deze paper.

Net als Klotzbach benadrukt Dixon wel dat “tropische stormen in de Atlantische Oceaan vroeger op het jaar beginnen als gevolg van warmere oceaantemperaturen.”

Wel intenser door klimaatopwarming

In het IPCC-rapport valt wel te lezen dat “topsnelheden van de meest intense tropische stormen zullen stijgen door de toenemende klimaatopwarming.”

Ook Klotzbach schaart zich achter die vaststelling en stelt dat “als het aankomt op klimaatverandering en de impact op orkanen, dan voorzien de meeste modelstudies geen toename in het aantal, maar wel een shift naar sterkere orkanen”.

Volgens Dixon zal klimaatverandering ook voor zware neerslag zorgen, die gepaard gaat met tropische stormen. “De warmere temperatuur van het zeewater zal meer vocht en energie verlenen aan een tropische cycloon. Dat leidt tot intensere neerslag.”

Conclusie

Hoewel de totale frequentie van tropische cyclonen wereldwijd niet lijkt toe te nemen en in sommige gebieden zelfs kan dalen door weersfenomenen zoals La Niña, wijzen zowel het IPCC-rapport als experts erop dat de hevigheid van orkanen wel toeneemt. Door de opwarming van de oceanen stijgen de topsnelheden en wordt de neerslag intenser. Klimaatopwarming leidt dus niet tot meer, maar wel tot krachtigere en schadelijkere tropische cyclonen.

Geen bewijs dat COVID-19-vaccinatie kans op infectie verhoogt

Een Twittergebruiker beweert dat “mensen die gevaccineerd zijn voor dat ze een infectie met SARS-CoV-2 doorgemaakt hebben, zo’n zeven tot veertien keer meer kans hebben op een doorbraakinfectie - inclusief besmettelijkheid en ziek zijn.” Dezelfde claim is terug te vinden op virusvaria.nl, een website die zich toelegt op antivaccinatie-artikels.

Geen bewijs voor de claim

“Daar is geen enkel geloofwaardig bewijs voor”, reageert viroloog Prof. Dr. Steven Van Gucht, die voor Sciensano de COVID-19-pandemie al sinds het begin opvolgt. “Op basis van onze jaarlijkse surveillance zien we dat een jaarlijkse COVID-19-vaccinatie de kans op een symptomatische infectie die leidt tot een huisartsconsult met zo’n 30 tot 50 procent verlaagt.” Bovendien halveert de kans op overlijden, en herstellen gevaccineerden doorgaans sneller van symptomen.

Verkeerde interpretatie van data

Volgens Van Gucht steunen dergelijke claims vaak op selectieve of verkeerd geïnterpreteerde datasets. “Men kijkt bijvoorbeeld naar ruwe aantallen zonder correctie voor leeftijd, testgedrag, blootstelling, tijd sinds de laatste dosis of eerdere infectie.

In een bevolking met een hoge vaccinatiegraad zullen er vanzelf veel besmettingen optreden bij gevaccineerden, maar dat zegt niets over hun individuele risico. Wanneer je corrigeert voor die verstorende factoren, zie je net de beschermende werking van vaccinatie.” Zo hadden gezondheidsmedewerkers, die bijna allemaal gevaccineerd waren, meer kans op besmetting omdat zij veel vaker met patiënten in contact kwamen.

Misleidende term ‘doorbraakinfectie’

Hoewel de term vaak wordt gebruikt, ook door wetenschappers en journalisten, is ze eigenlijk misleidend. “Ze suggereert namelijk dat er zoiets bestaat als een immuniteit die besmetting volledig kan voorkomen, terwijl dat bij dit soort virussen niet in de natuur voorkomt”, legt Van Gucht uit. “COVID-19-vaccins zijn in de eerste plaats bedoeld om te beschermen tegen ernstige complicaties en ziekenhuisopname, niet om elke infectie te vermijden. We spreken daarom beter van ‘herinfecties’.”

Tot 54 procent bescherming tegen overlijden

Onderzoek uit verschillende landen bevestigt de effectiviteit van de COVID-19-vaccins keer op keer. Volgens het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) was de vaccindosis die in de herfst van 2023 aan ouderen werd toegediend nog 38 tot 54 procent effectief tegen overlijden. Die effectiviteit neemt in de loop der jaren en na meerdere vaccinatierondes wel wat af, maar een negatieve impact is er niet.

Ook het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) meldt dat de kans op een ziekenhuisopname door COVID-19-gerelateerde klachten bij gevaccineerden 33 procent lager ligt dan bij niet-gevaccineerden.

Conclusie

Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat een COVID-19-vaccinatie de kans op infectie verhoogt. Integendeel, tal van studies tonen aan dat vaccins het risico op ernstige ziekte en overlijden aanzienlijk verkleinen. De term ‘doorbraakinfectie’ wekt onterecht de indruk dat een vaccin volledige bescherming kan bieden, terwijl dat biologisch niet mogelijk is. Wat vaccinatie wel doet, is een betrouwbare en belangrijke bescherming bieden tegen de zwaarste gevolgen van COVID-19.

Van diefstal tot drugs: verhalen over voedselbedeling in Gaza lastig te verifiëren

Berooft Hamas Palestijnen die voedsel afhalen? Of steekt Israël stiekem drugs in voedselpakketten om Palestijnen te vergiftigen? Veel lezers hebben vragen over beelden die rondgaan op sociale media over de voedselbedeling in Gaza. Het gebrek aan onafhankelijke waarnemers maakt het lastig om te achterhalen wat er precies aan de hand is. Deze explainer legt uit wat we erover weten.

Video van gewapende mannen bij voedselbedeling

“Gewapende Hamas-groepen arresteren Palestijnen die voedsel afhalen bij de GHF, beroven hen van al hun bezittingen – zelfs hun kleding – en mishandelen hen ernstig.” Dit en gelijkaardige berichten worden gedeeld op sociale media, zoals de Nederlandse organisatie Joods.nl en de Vlaamse filosoof Maarten Boudry op hun X-kanaal.

Ze verwijzen daarvoor naar een video van 9 seconden die afkomstig zou zijn van de Palestijnse activist en journalist Hamza al-Masri.

Op 21 juli deelt de Palestijnse activist en journalist Hamza al-Masri een schokkende video op X en Telegram. De beelden tonen hoe een twintigtal mannen, ontkleed tot op hun onderbroek, in een rij wandelen. Ze zijn vergezeld door een zestal geklede mannen, van wie één een kettingzaag vasthoudt.

Afbeelding met tekst, kleding, badkleding, mensen

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Volgens al-Masri spelen deze beelden zich af in de wijk Mawasi, dicht bij de stad Khan Younis, in het zuiden van de Gazastrook. De burgers zouden terugkomen van een voedselbedeling van de Gaza Humanitarian Foundation.

“Groepen die zichzelf omschrijven als ‘Sham eenheid’ of de ‘veiligheidsdienst van Hamas’ komen tevoorschijn en arresteren hen, ze beroven hen van alles wat ze meedragen…Zelfs van hun kleren”, zo schrijft al-Masri in het bijschrift van zijn post.

Afbeelding met tekst, schermopname, persoon

De Sham-eenheid zou volgens Israëlische en internationale nieuwsmedia in 2024 door Hamas opgericht zijn om dieven bij voedselbedelingen en leden van pro-Israëlische milities aan te pakken.

Onbekende bron

Via de Invid-tool kunnen we de video in frames verdelen. Daarop voeren we een omgekeerde zoekopdracht uit op zoekmachines als Google Lens en Yandex. Uit de zoekresultaten blijkt dat de beelden veel gedeeld werden. Een oudere post dan die van Masri konden we niet terugvinden. En behalve de wit-blauwe banner met zijn naam zijn de beelden, volgens tools als detect.ai, waarschijnlijk niet met artificiële intelligentie gegenereerd.

Met een privébericht op X vragen we al-Masri of hij ons meer informatie over de locatie, het tijdstip en de oorspronkelijke maker van de beelden kan verschaffen. Na een initieel antwoord om meer informatie over Factcheck.Vlaanderen reageerde al-Masri niet meer op onze berichten.

Op zijn Telegramkanaal schonk al-Masri wel meer duidelijkheid over de bron van het filmpje. Zeven minuten vooraleer hij dit filmpje postte, deelde hij immers een screenshot van een Facebook-post van een ander profiel. Daaronder schreef al-Masri dat “een inwoner van Gaza een gebeurtenis voor zijn ogen meemaakte…Zo dadelijk zal ik een schokkende video delen.”

A screenshot of a phone

AI-generated content may be incorrect.

Screenshot van de Facebookpost die Masri op Telegram deelde.

De Arabische tekst in de screenshot gaat over voedselbedelingen in Al-Furkhia, een stad ten zuiden van Khan Younis. Vervolgens staat er dat “sommige mensen bandieten zijn geworden” en dat “zij de mensen van Al-Furkhia hebben aangemoedigd om de weg te versperren en te doen wat ze doen.”

“Mijn Facebook-account werd gehackt”

Door de profielnaam uit de screenshot te kopiëren konden we het Facebook-profiel traceren (om de veiligheid van de betrokkene te garanderen, voorzien we geen hyperlink naar het profiel, red.). De post die al-Masri deelde, vonden we niet terug. Maar via Facebook Messenger stuurden we per privébericht naar dat account een verzoek om meer informatie.

“Die stelling is vals en ik heb geen videoclip gepost”, krijgen we als antwoord. Volgens de persoon achter dat account voert al-Masri een smaadcampagne tegen hem door hem valselijk te beschuldigen. “Mijn account was gehackt. Ik belde één van mijn vrienden en vroeg waar deze post nu over ging. Zo snel als ik kon, heb ik die post verwijderd.”

Wanneer we vervolgens vragen of hij de echtheid van de beelden in twijfel trekt, volgt er geen respons meer.

Onduidelijk of belagers tot Hamas behoren

Hierop besluiten we de video voor te leggen aan het gespecialiseerde ‘Israël-Gaza-Team’ van het Centre for Information Resilience (CIR). De onderzoekers van die Britse organisatie leggen zich toe op het verifiëren van videomateriaal uit conflictgebieden, zoals de Gazastrook. “Die Telegramvideo kunnen we niet lokaliseren. Het is namelijk van te dichtbij gefilmd”, schrijft Julie Barriere, senior projectmanager bij CIR.

Al-Masri deelde op X nog andere korte filmpjes die zouden tonen dat Hamas voedselhulp steelt. We zien hoe een groep mensen toesnellen naar een vrachtwagen en ezels om zakken ervan af te trekken. Deze beelden zijn gefilmd vanuit een appartementsgebouw. Vanuit de hoogte is de omgeving deze keer wel goed zichtbaar.

Afbeelding met tekst, schermopname, kaart, buitenshuis

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

De onderzoekers van CIR konden van deze video wél de coördinaten bepalen. Die komen overeen met een locatie nabij de stad Jabalia, in het noorden van de Gazastrook.

Screenshot van Geolocatie Salah Khalaf straat in Jabalia door onderzoekers van CIR.

De beelden spelen zich dus in Gaza af, maar wat tonen ze precies? “We willen benadrukken dat we niet konden achterhalen of de groep belagers tot Hamas behoort”, waarschuwt Barriere. “Eerder merkten we al dat Palestijnen, soms machtige Palestijnse families, de voedselhulptransporten escorteren. Soms betreft het zelfs een gewapende groep, die niet is geaffilieerd aan Hamas.” Dergelijke gewapende incidenten verzamelen de CIR-onderzoekers op deze kaart.

Ook geen bewijs voor invoer drugspillen

Ook met de echtheid van ander beeldmateriaal in Gaza blijft het oppassen. Zo circuleerden onder andere op Instagram video’s en foto’s dat Israël de drugspillen Oxycodone het land zou binnensmokkelen door ze te verstoppen in bloemzakken.

A close up of a person's hand with a pill

AI-generated content may be incorrect.

Het Instagram-account ‘queenofpalestine’ heeft het over “chemische oorlogsvoering om de Gazanen breinschade te bezorgen”. Ook op X en TikTok doen gelijkaardige verhalen de ronde.

Factcheckers van Snopes onderzochten de claims, maar kwamen tot de conclusie dat zij “niet voldoende aantoonbaar bewijs hebben om deze claim te bevestigen”. Ook factcheckers van France24 kwamen wegens onvoldoende toegang tot objectief bewijsmateriaal tot dezelfde conclusie.

De beschuldigingen zijn te herleiden tot sociale mediaberichten van een Palestijn die verwijst naar een rapport dat een dokter in Gaza hierover zou hebben opgesteld. Maar de social mediaprofielen reageren niet op vragen en ook van een rapport is nergens iets terug te vinden. Ten slotte reageerde ook een woordvoerder van de Verenigde Naties dat hun collega’s in Gaza hier geen informatie over hebben en het niet kunnen ontkennen of bevestigen.

Propagandaoorlog en hongersnood

In dit conflict voeren beide partijen een hevige informatieoorlog. Zo onderzochten journalisten van Arte de Israëlische propagandastrategie, die bekendstaat als ‘Hasbara’ (Hebreeuws voor ‘uitleggen’). Anderzijds wezen journalisten van de Duitse krant Taz op de propaganda van Hamas, die met video’s van uitgemergelde Israëlische gijzelaars ook op het sentiment probeert in te spelen.

Wegens een gebrek aan onafhankelijke waarnemers blijft het lastig om videomateriaal uit Gazastrook op onpartijdige wijze te verifiëren. Zo weigert Israël al sinds de aanslag van Hamas op 7 oktober 2023 om buitenlandse journalisten toegang tot het gebied te verlenen.

Conclusie

Er is geen bewijs dat Hamas de mensen uit deze video’s berooft. We weten niet wie de mannen uit de video’s zijn. Ook verhalen van drugspillen in voedingspakketten vallen niet te achterhalen. Zonder onafhankelijke waarnemers en journalisten blijft het lastig om zulke informatie te verifiëren.

Vergelijking graanproducten met suikerklontjes gaat mank

In een video op Instagram geeft influencer Jessica Wilton voedingsadvies. Ze waarschuwt voor brood, pasta en rijst, omdat ons lichaam die zou opslaan als suiker. Twee sneetjes brood zouden gelijkstaan aan 10 klontjes suiker, een bord rijst aan 16 klontjes suiker en een kommetje ontbijtgranen aan 2 theelepels suiker.

Vergelijking is “metafoor”

Wilton noemt zichzelf een “holistic nutrition coach” en verkoopt voedingsproducten zoals supplementen op haar website. Op onze vraag geeft ze meer duiding. “Ik gebruik die vergelijking niet letterlijk, maar als visuele metafoor voor wat er in het lichaam gebeurt: hoe snel en hoeveel glucose vrijkomt in het bloed, wat dus ook relevant is voor de insulinerespons. Dit helpt volgers op sociale media, die vaak geen medische achtergrond hebben, om beter te begrijpen waarom snelle koolhydraten impact hebben op hun energieniveau, vetopslag en honger.”

Twee sneetjes brood staan niet gelijk aan 10 suikerklontjes

“De vergelijking tussen brood en suikerklontjes is weinig genuanceerd”, vindt diëtist Laura Celis van het UZ Leuven. “Het effect op het lichaam – zoals verzadiging, insulineaanmaak en bloedsuikerstijging – verschilt sterk, ook al is de uiteindelijke hoeveelheid glucose vergelijkbaar.”

“Te kort door de bocht”, vindt ook An De Meyer, diëtist aan het UZA. “Tien suikerklontjes komt bovendien neer op zestig gram, een sneetje brood bevat gemiddeld 12-13 gram koolhydraten. Dat kan dus totaal niet.”

“Wat ze doet is ook appelen met peren vergelijken, want hoewel brood en suiker allebei koolhydraten bevatten, werken die in ons lichaam helemaal anders. Ja, ons lichaam slaat koolhydraten als brood en pasta op in de vorm van suiker, maar dat is ook de bedoeling”,

Koolhydraten uit brood niet hetzelfde als suikerklontjes

Brood, pasta, rijst en ontbijtgranen bevatten koolhydraten. “Daar halen we 50 tot 55 procent van onze energie uit,” zegt De Meyer. Omdat we niet al die energie vlak na een maaltijd nodig hebben, slaat ons lichaam die in de lever en spier op, in de vorm van suikers - voornamelijk glucose - en laat ze geleidelijk los in ons bloed.

Maar niet elke suiker is uit hetzelfde hout gesneden. Zo komt glucose afkomstig van brood, pasta en rijst veel trager in ons bloed terecht, dan van zoetigheden als koekjes en snoep. Die staan dan ook bekend als ‘snelle suikers’, waarbij de piek in bloedsuiker en vervolgens insuline groter is. Dat is minder voedzaam en levert geen interessante energievoorraad om toe te komen tot de volgende maaltijd.

Lichaam verbrandt vet, ook bij verhoogde insuline

Het is net die insulinepiek waarvoor Wilton waarschuwt: “Zodra je bloedsuiker stijgt, maakt je lichaam insuline aan. Insuline bepaalt of je vet verbrandt of vet opslaat. Als insuline te vaak te hoog is, kan je lichaam geen vet meer verbranden en slaat het dus vet op.”

“Die uitspraak is gedeeltelijk waar in de context van insulineresistentie of chronische hyperinsulinemie, maar zeker niet bij gezonde individuen met normale insulinerespons”, stelt Laura Celis gerust. “Wanneer insuline stijgt, bijvoorbeeld na een maaltijd met koolhydraten, wordt de vetafbraak tijdelijk geremd en vetopbouw bevorderd. Dat is een normale fysiologische respons en betekent niet dat je géén vet kunt verbranden zolang je insuline verhoogd is. Een gezond lichaam kan flexibel schakelen.”

Vezels uit volkoren graanproducten

Om zo’n insulinepiek te voorkomen, adviseert Wilton in haar video om meer vezels te eten, bijvoorbeeld via groenten of met een darmkuur die ze zelf verkoopt via haar website.

“We raden inderdaad altijd de meest vezelrijke optie aan”, zegt An De Meyer. “Hoeveel glucosebolletjes een witte of bruine boterham heeft, dat zal niet veel verschillen. Maar de volkorenbrood, -pasta en -rijst zijn voedzamer dan de witte varianten én bevatten meer vezels. Dat is niet alleen goed voor je darmen, maar vertraagt ook het vrijstellen van koolhydraten in je bloed.”

Voor een voldoende inname van voedingsvezels adviseert de Hoge Gezondheidsraad voor een volwassene een dagelijks minimum van 125 gram aan volle graanproducten. Maar slechts 1 procent van de Belgen haalt dat.

“Door de vezels worden koolhydraten trager opgenomen, dat is altijd goed. Maar door zo kort door de bocht te gaan, en een boterham gelijk te stellen aan een hoeveelheid suiker, zo creëer je een angst voor brood en dat is ook weer niet nodig”, aldus An de Meyer. Volgens Wilton is dat niet haar bedoeling: “Ik gebruik dit soort vergelijkingen niet om angst aan te jagen, maar om bewustwording te creëren.”

Conclusie

De vergelijking tussen graanproducten en suikerklontjes is te kort door de bocht. Enerzijds zijn de hoeveelheden overdreven: twee sneetjes brood bevatten lang geen 10 klontjes suiker. Anderzijds is de suiker die je lichaam uit graanproducten niet hetzelfde: de suikerpiek die volgt op koolhydraten is lang zo scherp niet als de piek na een suikerklontje.

Geen wetenschappelijk bewijs dat lokale honing helpt tegen hooikoorts

Elke dag een schepje honing van de plaatselijke imker en je hooikoortsklachten zouden drastisch verminderen. Dat klinkt als een makkelijk medicijn voor het verlagen van de klachten, want volgens het onderzoekscentrum Sciensano heeft 10% van de Belgen een allergie voor boompollen en ongeveer 18% een allergie voor graspollen.

Volgens verschillende filmpjes op TikTok zou honing moeten helpen bij het verlichten van je klachten. Maar dan moet het wél honing van een lokale imker zijn. Je lichaam zou dan gaan wennen aan de pollen waardoor je allergie nagenoeg verdwijnt.

Wat is hooikoorts?

Hooikoorts is een allergie en geeft klachten zoals tranende ogen, een jeukende/verstopte neus, niezen, benauwdheid en vermoeidheid. Je bent allergisch voor pollenkorrels (stuifmeel) en daarom wordt hooikoorts ook wel pollenallergie of stuifmeelallergie genoemd. Het ontstaat door een reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen. De slijmvliezen van de neus en ogen geven een allergische reactie op stuifmeel van grassen, bomen en planten. Daarom komt die allergie vooral voor in de lente en de zomer, maar kan afhankelijk van je allergie ook in andere maanden optreden.

Klachten van hooikoorts

Hooikoorts wordt als vervelend ervaren en symptomen kunnen worden verminderd met geneesmiddelen zoals antihistaminica en corticosteroïden. Volgens sociale media zou lokale honing je klachten kunnen verminderen. Sommige studies zeggen dat honing therapeutische eigenschappen kan hebben, zoals het bestrijden van infecties, ontstekingen, kankers en het genezen van wonden. Maar onderzoekers stellen dat er geen bewijs is om te zeggen of honing een betrouwbare behandeling is tegen hooikoorts.

Geen bewijs voor honing als medicijn

Allergiedeskundige Didier Ebo van het UZ Antwerpen vertelt aan Factcheck.Vlaanderen dat het te voorbarig is om te concluderen dat anno 2025 honing een centrale plaats kan innemen bij de behandeling van patiënten met een pollenallergie. Ebo zet ook vraagtekens bij onderzoek dat dit zou aantonen. “Er is mogelijk sprake van publicatiebias: positieve resultaten worden vaker ingediend en gepubliceerd dan negatieve of tegenvallende uitkomsten. Daardoor lijkt het misschien alsof er vooral positieve effecten zijn gevonden, terwijl andere studies met minder spectaculaire resultaten onder de radar blijven”

Ook stelt Ebo dat “er nog geen grote, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde studies beschikbaar zijn, het soort onderzoek dat nodig is om echt betrouwbare conclusies te trekken.” Kortom, wetenschappelijk bewijs voor het gebruik van honing ontbreekt volgens hem.

In onderzoek, waar wél gebruik is gemaakt van een placebogroep, waren er geen verbeteringen in symptomen te zien. Het onderzoek ondersteunt dus niet het uitgangspunt dat honing verlichting biedt bij hooikoortsklachten. Mogelijk kwam dat door een te kleine hoeveelheid honing of doordat de deelnemers de honing niet consequent innamen.

Bijen verzamelen geen gras- of boompollen

Allergoloog Zana Pavlica van het Diakonessenhuis in Utrecht is het hiermee eens. Ze stelt dat de filmpjes er vanuit gaan dat honing werkt als een soort immunotherapie, maar dat dit onterecht is. Immunotherapie is een methode waarbij het afweersysteem wordt geactiveerd om symptomen te bestrijden. “Je weet nooit hoeveel pollen er daadwerkelijk in honing zitten. Verder verzamelen bijen pollen van bloemen en niet direct van grassen en bomen. Juist deze laatste geven klachten. En al zou de juiste hoeveelheid in honing zitten, dan worden deze polleneiwitten door de maag kapotgemaakt.”

Maag breekt polleneiwit uit honing af

Allergoloog Hanneke Oude Elberink van het Universitair Medisch Centrum in Groningen beaamt dit en voegt toe dat je via honing sowieso maar een lage hoeveelheid pollen zou binnenkrijgen. Ter vergelijking legt ze uit hoe immunotherapie werkt: “Patiënten krijgen hierbij een tablet met een hoge dosering van het allergene polleneiwit onder de tong. De werkzaamheid van deze vorm van immunotherapie is wetenschappelijk bewezen,” zegt Oude Elberink.

Belangrijk hierbij is dat “na inname van het tablet patiënten een tijdje niet mogen eten of drinken, omdat het eiwit anders in de maag terechtkomt en daar wordt afgebroken.” Bij honing gebeurt juist dat laatste: het wordt doorgeslikt, komt in de maag terecht en het eiwit wordt daar direct afgebroken. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat het hetzelfde effect zou hebben als immunotherapie.

Risico’s

Zou er een gevaar zijn voor het innemen van honing bij hooikoortsklachten? Allergiedeskundige Ebo: “Er zijn in de literatuur verschillende patiënten beschreven met (ernstige) reacties ten opzichte van honing waarbij de oorzaak net dient gezocht te worden in de aanwezigheid van pollen en/of bijengifcomponenten. De behandeling is dus niet zonder gevaar.”

Allergoloog Oude Elberink denkt niet het zo’n vaart loopt, de kans dat het innemen van lokale honing zo’n allergische reactie op zou kunnen wekken, is echt heel erg klein. “De hoeveelheid pollen is erg laag en het polleneiwit wordt ook nog eens afgebroken in de maag.”

Wat helpt wel?

Pavlica: ‘Wat betere middelen zijn tegen hooikoortsklachten zijn preventie, de neus spoelen met water, diverse medicatie (zoals antihistamine, oogdruppels of een neusspray) en immunotherapie.’

Oude Elberink sluit niet uit dat mensen baat kunnen hebben bij het innemen van honing. ‘Het placebo-effect is ontzettend krachtig. Alleen al de gedachte dat iets helpt, kan je immuunsysteem positief beïnvloeden. Honing nemen omdat je denkt dat het werkt? Daar is niks mis mee.’

Conclusie

Lokale honing bevat doorgaans pollen van bloemen, terwijl de meeste mensen allergisch zijn voor gras- en boompollen. De hoeveelheid pollen in honing is bovendien te laag om effect te hebben en wordt in het spijsverteringskanaal afgebroken. Wetenschappelijk bewijs ontbreekt voor de werking van honing tegen hooikoorts. Sommige mensen kunnen baat hebben bij het placebo-effect, maar dat maakt honing nog geen betrouwbare behandelmethode.

Nee, een eliminatiedieet doet ADHD-symptomen niet verdwijnen

Berichten op Instagram en Facebook suggereren dat uit een recent onderzoek bij 300 kinderen met ADHD zou blijken dat na het volgen van een streng eliminatiedieet 72% van de kinderen niet meer voldoet aan de diagnosecriteria van ADHD. Het eliminatiedieet houdt in dat men onder andere volgende ingrediënten niet meer mag eten: artificiële zoetstoffen, kleurstoffen, gluten, zuivel, graan en soja.

Het bericht werd oorspronkelijk gepubliceerd door de Amerikaanse influencer Prince Ea en werd nadien vaak gedeeld.

Betrouwbare Nederlandse studie uit 2011

De maker verwijst in een reactie onder zijn post op Instagram naar een artikel van het Britse persbureau Reuters dat gepubliceerd werd in 2011. Dat nieuwsartikel gaat over de resultaten van een onderzoek dat in februari 2011 werd uitgevoerd door de Radboud Universiteit en het ADHD Research Center in Nederland. Volgens Reuters werd het onderzoek destijds geleid door professor Jan Buitelaar van de Radboud Universiteit.

Door de informatie uit het artikel van Reuters komen we terecht bij een Nederlandse studie die op 5 februari 2011 gepubliceerd werd in het medisch tijdschrift The Lancet. De studie is ook opgenomen in de officiële databank PudMed en heeft als titel: “Effects of a restricted elimination diet on the behaviour of children with attention-deficit hyperactivity disorder (INCA study): a randomised controlled trial.”

Bewering van influencer houdt geen rekening met belangrijke factoren

We namen contact op met professor Jan Buitelaar, de wetenschapper die de Nederlandse studie destijds leidde. Buitelaar is hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, verbonden aan de Radboud Universiteit en doet onderzoek naar ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD.

We vroegen hem naar een reactie op de bewering die rondgaat op sociale media. In een schriftelijke reactie aan Factcheck.Vlaanderen wijst professor Buitelaar erop dat de bewering van de influencer voorbijgaat aan verschillende belangrijke elementen.

“Ons onderzoek was gebaseerd op een selectieve steekproef”, aldus professor Buitelaar. Dit houdt dat de deelnemers aan het onderzoek op een gerichte manier werden gekozen. “Daarenboven keek ons onderzoek alleen maar naar een tussentoestand, met name het einde van het eliminatiedieet”. Volgens Buitelaar is het veel belangrijker om aandacht te hebben voor de herintroductiefase. Zo zou het veel beter zijn om te kijken naar hoe de toestand is na bijvoorbeeld twaalf maanden.

“Tot slot speelt ook mee dat niet alle gezinnen dit dieet kunnen volhouden”, geeft de Nederlandse wetenschapper nog mee.

Recent onderzoek uit 2023 bestudeerde relatie tussen voeding en ADHD

Een recenter onderzoek uit 2023 toont aan dat een gezond voedingspatroon een positief effect kan hebben op kinderen met ADHD. Ook professor Buitelaar wijst in zijn reactie aan Factcheck.Vlaanderen op de resultaten van dit onderzoek, waaraan hij zelf meewerkte.

Het TRACE-onderzoek werd opgezet door Karakter, het Nederlands academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In totaal werden in het onderzoek 223 kinderen van 5 tot 13 jaar onderzocht en in drie groepen onderverdeeld: één groep volgde een eliminatiedieet, een andere groep volgde een gezond dieet en een derde groep kreeg gewoon de gebruikelijke zorg toegediend.

Gezond dieet en gebruikelijke zorg effectiever dan eliminatiedieet

Een eerste deel van het TRACE-onderzoek werd gepubliceerd op 11 juli 2023 en focuste op de effecten van een dieetbehandeling op korte termijn. Het tweede deel van de studie werd een jaar later, op 8 juli 2024 gepubliceerd en onderzocht of een dieet ook effectief is op lange termijn.

Uit de resultaten blijkt dat een gezond dieet beter werkt in het verminderen van ADHD-symptomen dan een eliminatiedieet. In dit gezond dieet worden de richtlijnen van het Nederlands Voedingscentrum gevolgd.

Dezelfde resultaten werden gevonden voor het toedienen van gebruikelijke zorg, in de medische wereld ook wel “care as usual” genoemd. In vergelijking met de groep die een eliminatiedieet volgde, was er bij de care-as-usual-groep een sterkere afname van ADHD-symptomen te zien.

ADHD onomkeerbaar?

Een dieet zorgt er dus niet voor dat ADHD-symptomen volledig verdwijnen. Maar is het eigenlijk mogelijk om ADHD “om te keren”, zoals de posts beweren? We legden het voor aan Pieter Hoekstra, jeugdpsychiater aan het Universitair Medisch Centrum in Groningen. Hij legt uit dat ‘omkeerbaar’ een term is die eigenlijk niet zo gebruikelijk is in relatie tot ADHD: “De term komt vooral uit de behandeling van diabetes type 2. Het is wel zo dat veel mensen op latere leeftijd kunnen leren leven met hun ADHD en er op die manier dus in zekere mate over heen groeien.”

Conclusie

Het volgen van een eliminatiedieet zal ADHD-symptomen bij kinderen niet zomaar laten verdwijnen. Volgens een van de auteurs van de studie waar de Amerikaanse infuencer naar verwijst, gaat de bewering voorbij aan een aantal belangrijke factoren. Uit recenter Nederlands onderzoek blijkt dat gezonde voeding en de toediening van gebruikelijke zorg effectiever is in de vermindering van ADHD-symptomen dan een eliminatiedieet.

Video toont Koerdische feestviering, geen steunbetuiging voor Israël of protest tegen Iran

Een video circuleert online op verschillende platforms waarin mannen en vrouwen op straat dansen en zwaaien met doeken. Volgens de tekst op het fragment gaat het om protesten van Koerdische vrouwen in Iran die zich verzetten tegen de regels omtrent het dragen van een vrouwelijk hoofddeksel, of hijab. De Koerden vormen een bevolking die vooral leeft in delen van Turkije, Syrië, Irak en Iran, de historische streek Koerdistan. Op het beeld verschijnen ook verschillende slogans die steun zouden uitspreken voor Israël.

De video werd op 22 juni 2025 op sociale media geplaatst door een Israëlische juwelier. Op Instagram kreeg het bericht bijna 10 duizend likes. Dezelfde video verscheen ook op Facebook, waar het ruim 18 duizend likes kreeg en meer dan 3 duizend keer gedeeld werd.

Beelden tonen culturele viering

Via een omgekeerde zoekactie met Google Lens vonden we aanvullende beelden die op dezelfde dag zijn opgenomen. De video’s tonen dezelfde personen, gekleed in identieke kleding en in dezelfde omgeving. Eén van deze video’s werd op 17 maart 2025 geplaatst door @chavan_kurdstan. Dit Instagramaccount plaatst voornamelijk video's van traditionele Koerdische dans, vieringen van feestdagen en andere culturele of religieuze elementen.

Een van de dansende vrouwen in de video van @chevan_kurdstan verschijnt ook in een interview dat op 16 maart 2025 werd geplaatst op het Instagramaccount van de Koerdische filmmaker Muhammad Khanashuri. In dit interview spreekt zij haar felicitaties uit voor Norouz, een eeuwenoud feest om het begin van de lente te vieren. Het feest valt op de dag dat de zon loodrecht boven de evenaar staat, rond 21 maart. Het symboliseert de terugkeer van de zon, het licht en een nieuw begin. Norouz is ook onderdeel van het immaterieel erfgoed in Vlaanderen.

Verwijzingen naar hijabregels en Israël werden achteraf toegevoegd

Op het internet zijn meerdere video’s te vinden van dezelfde viering. Zo is er bijvoorbeeld een video op YouTube geplaatst op 16 maart 2025, met als beschrijving: “Norouz-viering 1404”. Het jaartal 1404 verwijst naar de Perzische kalender. De start van dit Perzische jaar correspondeert met de datum 20 maart 2025 volgens de Gregoriaanse kalender. De Perzische kalender valt niet te verwarren met de Hijri-kalender, die in de islamitische traditie wordt gebruikt.

Een langer fragment van dezelfde viering vinden we terug op het X-account van mensenrechtenorganisatie Hana. De video toont opnieuw dezelfde beelden met het volgende bijschrift (vertaald uit het Engels): “Norouz viering in het dorp Qalawari in Sarpol-e Zahab op zondag 16 maart 2025.Sarpol-e Zahab is een regio in de Iraanse provincie Kermanshah.

Zowel het interview met de vrouwelijke feestvierder als andere beelden van de viering bevatten geen verwijzingen naar Iraanse wetgeving, vrouwenrechten of Israël. In mei duiken aangepaste versies van de beelden op, met daarop het opschrift van protest tegen de hijabregels. Recenter werd daar bovenop nog de link met Israël toegevoegd.

Volksdans met zwaaiende doeken

In verschillende volksdansen van over de hele wereld zien we het element van zwaaien met doeken terug, bijvoorbeeld in de Levantijns-Arabische Dabke of de Koerdische Helperkê. Deze laatste is wat we op de video zien. Mensen staan hand in hand, in een (halve) cirkel en dansen ritmisch, waarbij de persoon die de dans leidt ook met een doek zwaait. Het doek dat in de dans gebruikt wordt, is geen hijab maar een onderdeel van de traditionele choreografie van Helperkê.

Originele beelden zonder opschrift.

De afgelopen jaren was er weldegelijk verzet van onder meer Koerden tegen de wetgeving van het Iraanse regime die het niet dragen van de hijab strafbaar maakt. In 2022 barstten protesten uit nadat een Koerdisch-Iraanse vrouw stierf na een arrestatie omdat ze haar hoofddoek niet correct zou gedragen hebben. Maar de fragmenten van de volksdans tonen deze protesten dus niet.

Conclusie

De bewering dat de dans in deze specifieke video een protestactie is tegen hijabregels in Iran klopt niet. Hoewel er de afgelopen jaren zulke protesten waren, verwijzen de originele fragmenten daar niet naar, en ook niet naar een steunbetuiging aan Israël. Uit verschillende fragmenten blijkt dat de beelden gaan om de viering van Norouz in de regio Sarpol-e Zahab, Iran. De dans in de video is een traditionele Koerdische dans, waarbij dansers met een doek zwaaien.

Temperatuurverschillen bewijzen niet dat de aarde plat is

Volgens instagrampagina ‘Flataverse’ is de aarde plat. In een Instagramvideo vraagt een deepfake van acteur Tom Holland aan de kijkers waarom er een temperatuurverschil is tussen Antarctica en de evenaar, terwijl deze beide op een bijna gelijke afstand van de zon liggen.


Met deze vraag wil het kanaal de kijker ervan overtuigen dat de aarde plat is. Maar welke logische antwoorden schuilen achter die vragen? En heeft de temperatuur van de planeten iets te maken met hun vorm?

De temperatuur in Antarctica verschilt enorm van de temperatuur op de evenaar, toch liggen beide locaties even ver van de zon

De afstand van de zon tot een gebied is niet de enige factor die de temperatuur bepaalt. “Het temperatuurverschil tussen Antarctica en de evenaar komt door de verschillende blootstelling aan de zon. De gebieden op de evenaar worden voortdurend blootgesteld aan de zon, terwijl Antarctica geen enkele zonnestraal ontvangt tijdens de winter op het zuidelijke halfrond”, zegt Ilse De Looze, professor astronomie aan de UGent.

Gebieden op de evenaar ontvangen ook een directere straal. Je kunt dat vergelijken met winter en zomer in België, zegt De Looze. “Tijdens de winter staat de zon laag aan de hemel en schijnt de zon minder lang op een dag, wat voor lagere temperaturen zorgt. Dit effect is nog veel groter bij de noord- en zuidpool waardoor de temperaturen daar continu laag blijven.”

Daarnaast reflecteert het ijs op Antarctica veel van de zonnestralen en valt er bijna geen neerslag. “Dit zorgt ervoor dat de droge lucht (met weinig waterdamp en andere deeltjes) boven Antarctica de warmte van de zon niet makkelijk kan vasthouden, waardoor het er minder warm is,” concludeert ze.

Temperatuurverschillen tonen net dat de aarde niet plat is

“Als de aarde plat zou zijn, dan zouden alle delen van de aarde op het vlakke stuk evenveel zonlicht krijgen en ongeveer dezelfde temperatuur moeten hebben,” vertelt De Looze. Denk maar aan hoe de lengte van een dag - het aantal uren zon - kan verschillen rondom de wereld, of hoe je een ronde schaduw van de aarde op de maan kan zien tijdens een maansverduistering.

Daarnaast vliegen er talloze satellieten rond de aarde, zoals die van NASA. De beelden van die satellieten tonen dat de aarde een bol is. “Verder zorgt de zwaartekracht er net voor dat de aarde een bolvorm heeft,” voegt De Looze toe. Het trekt namelijk alles zo centraal dat grote hemellichamen automatisch een sferische of ronde vorm verkrijgen.

De aarde is rond, en dat weten we al even

Eigenlijk weten we al sinds de Griekse Oudheid dat de aarde niet plat is, bevestigt professor logica en wetenschapsfilosofie Jean Paul Van Bendegem aan Factcheck.Vlaanderen. “Eratosthenes maakte als eerste een schatting van de diameter van de aarde en zat er ongelooflijk dichtbij.”

De oude Griek experimenteerde met de inslag van de zon op aarde om aan te tonen dat ze rond was. Tijdens een zonnewende, wanneer de zon vlak op de aarde zou schijnen, mat Erastothenes de schaduw van de zon op twee verschillende plekken. Hij stelde vast dat er op de ene locatie geen schaduw was, en in een stad verderop wel. Dat kon enkel verklaard worden door de ronding van de planeet. “Dat dus het grootste gedeelte van de middeleeuwers geloofden in een platte aarde valt zeer te betwijfelen,” zegt professor Van Bendegem.

Conclusie

Een video op Instagram trekt in twijfel of de aarde wel rond is. Maar het verschil van temperatuur op Antarctica en de evenaar toont aan dat de zon niet overal in dezelfde hoek op het aardoppervlak valt omdat de aarde afgerond is.

Nee, straling microgolfoven doet voedingsstoffen niet verdwijnen

In een video op Instagram waarschuwt een Nederlandse influencer met het account ‘yourhealthconcept’ voor de schadelijke effecten van straling in een microgolfoven. Volgens hem zou dat “de structuur van ons voedsel wijzigen”. Zo toont hij een plaatje, dat moet aantonen dat de straling de nutriënten van bijvoorbeeld rozemarijn doen verdwijnen.

Ook in een andere video, van het Instagramkanaal “gubbahomestaed”, weerklinken dergelijke waarschuwingen. Zij beweert dat de straling de watermoleculen in voedingsproducten “gewelddadig zou laten trillen”.

Hierdoor zou microgolfvoedsel niet meer herkenbaar zijn voor de enzymen van ons spijsverteringsstelsel. En dit zou de reden zijn dat de Sovjets de magnetron in 1976 zouden hebben verboden.

De negatieve effecten van straling beroeren duidelijk de gemoederen op Instagram. Maar op welke manier doet die straling ons voedsel nu echt opwarmen. En hoe schadelijk is het?

Microgolf is niet schadelijk en warmt sneller op

“De straling van een microgolfoven is elektromagnetische straling. Het is niet schadelijk. Zolang het deurtje goed gesloten blijf, bestaat er dus geen gevaar voor de mens.” Dat stelt professor voedselkwaliteit aan de universiteit van Wageningen Matthijs Dekker in een Instagramfilmpje, waarnaar hij verwijst in een schriftelijke reactie aan Factcheck.Vlaanderen.

“Die elektromagnetische straling doet de watermoleculen in een product vibreren. Zo ontstaat er wrijving, waardoor het product opwarmt”, bevestigt Tara Grauwet, professor aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de KU Leuven.

Volgens Grauwet zorgt die verhitting van binnenuit ervoor dat producten sneller opwarmen, dan bij een klassiek kookvuur waar eerst de buitenkant verhit geraakt. “Alleen merk je dat soms niet alle voedseldelen even warm uit de microgolf komen. Want de componenten met de meeste watermoleculen worden sneller warm dan de rest.”

Net minder verlies van nutriënten

Maar die snellere manier van opwarmen houdt geen grotere risico’s in voor onze gezondheid dan het traditionele kookvuur. Zo blijkt althans uit aanbevelingen van voedingsinformatiecentrum NICE (Nutrition Information Center): “De microgolfoven is geen bron van schadelijke straling. Voedsel bereid in de magnetron ondergaat geen dusdanige wijziging dat het aan voedingswaarde verliest, wordt niet radioactief en ook niet kankerverwekkend.”

In haar schriftelijk antwoord aan Factcheck.Vlaanderen verwijst Natalia Kuzmicheva, medisch milieukundige aan het NICE. “Net zoals andere vormen van verwarmen, zoals klassiek koken op het vuur, heeft de microgolfoven invloed op de hoeveelheid micro-elementen in het product en het uiterlijk ervan.”

Al benadrukt Kuzmicheva ook het feit dat “de snellere opwarmtijd van een microgolf het eventuele verlies aan voedingsstoffen of nutriënten net beperkt.”

Ook Sovjets hadden microgolfovens

Voor de bewering dat de magnetron het voedsel onherkenbaar zou maken voor verteringsenzymen is geen wetenschappelijk bewijs, schrijft Kuzmicheva. Die redenering zou volgens Grauwet dan ook maar weinig steek houden. “Dat zou betekenen dat voedsel uit de magnetron ontsnapt aan het werk van je verteringssappen, waardoor je er geen energie uit zou kunnen halen. Met andere woorden: je zou afvallen door net veel kant-en-klaarmaaltijden voor de microgolfoven te eten? De realiteit bewijst het tegendeel.”

Ook de stelling dat de microgolfoven de Sovjet-Unie werd verbannen, is vals. Zo bleek al uit een factcheck van de Oostenrijkse organisatie APP Factcheck. Ook Kuzmicheva stelt dat “er geen betrouwbaar bewijs is dat er in de voormalige USSR een officieel verbod op magnetrons werd ingevoerd. Bovendien produceerde de USSR in de jaren zeventig haar eigen modellen magnetrons.”

Conclusie

De elektromagnetische straling van een microgolfoven is niet schadelijk. Doordat het ons voedsel van binnenuit opwarmt, gaan er net minder nutriënten verloren. Ook de Sovjets wisten dat en hebben dus nooit de magnetron verbannen.

Filmpje toont geen slavenmarkt in Syrië, maar kunstperformance uit Irak

Op Instagram circuleert een filmpje waarin ontvoerde vrouwen in Syrië, die tot etnische minderheden behoren, zouden verkocht worden op de markt omdat ze weigerden de islam aan te nemen. Dit zou gebeuren met goedkeuring van de nieuwe Syrische regering, die aan de macht kwam na de val van het regime van Bashar al-Assad in december 2024.

Het account kant zich hiermee tegen de nieuwe Syrische regering, die ze als een islamitische terreurorganisatie beschouwt, waarbij minderheden onderdrukt en vervolgd worden. De maker van het account uit zich als orthodoxe christen en noemt zichzelf “een missionaris die zich toelegt op geestelijke gezondheid en het onderwijzen van kerkgeschiedenis”. Daartoe beheert hij verschillende Instagramaccounts. In verschillende posts besteedt hij aandacht aan minderheden in Syrië, zoals de Alawieten en Druzen. Het filmpje wil het ‘lot’ van die religieuze en etnische minderheden in Syrië aanklagen door zogenaamd te tonen dat vrouwen zouden verhandeld worden onder het toeziend oog van HTS en deze praktijken bovendien door de islam zouden toegelaten worden.

Machtsovername in Syrië

De nieuwe regering wordt geleid door Ahmed Hussein al-Sharaa, de leider van de rebellengroep Hayat Tahrir al-Sham (HTS) die tijdens de burgeroorlog tegen het regime vocht. HTS stond oorspronkelijk bekend als het al-Nusra Front, een salafistische en jihadistische groepering gelieerd aan al-Qaeda. In 2016 brak al-Sharaa echter met al-Qaeda en een jaar later ontstond HTS uit een fusie van deze en andere kleinere rebellengroepen. Sindsdien klonk er een gematigder narratief waarbij HTS zich als een alternatief voor het regime Assad opwierp, en al-Sharaa – sinds de val van dit regime – benadrukt dat hij er voor alle Syriërs is en dat minderheden gelijke en volwaardige burgers zijn. Dit laatste wordt echter door sommigen op scepsis onthaald. Vaak gaat het om organisaties of personen met sympathie voor het vorige regime die niet geloven dat HTS gematigder is en de uitbouw van een sterk islamitisch Syrië vrezen. Dit is ook het geval bij deze posts.

Opname toont kunstperformance uit 2023

Maar het filmpje wordt in het bericht uit zijn context gehaald. De originele beelden dateren van 2023, dus voor de machtsovername. Het toont geen authentieke slavenmarkt, maar wel een opname van een kunstvoorstelling. Het speelt zich bovendien niet af in Syrië, maar in de Iraakse stad Erbil. Een van de kunstenaars postte het originele filmpje in 2023 op TikTok.

De artistieke performance had als naam "The Unheard Screams Of The Ezidkhan Angels" en ging over het lot van vrouwen die door terreurgroep IS als slavinnen werden verkocht. Ook in 2023 heerste er al verwarring rond de beelden, waarbij sommigen dachten dat ze een echte slavenmarkt van IS toonden. Toen al onderzochten onder meer VRT en verschillende andere media zoals AFP beelden.

Uit deze factchecks blijkt dat er dus geen sprake was van een slavenmarkt onder de nieuwe Syrische regering: de video is reeds ouder en toont een kunstperformance, geen authentieke slavenmarkt, hoewel onder IS wel slavenmarkten werden wel georganiseerd. HTS is echter een andere groepering, die tijdens de burgeroorlog zelfs nog tegen IS gevochten heeft en ook de nieuwe Syrische regering heeft al aanvallen op IS uitgevoerd.

Filmpjes van vrouwen die stokslagen krijgen, komen uit Afghanistan

Het is niet het enige voorbeeld waarin oude beelden uit hun context gehaald worden om te linken aan zogenaamd vrouwenmishandeling door de nieuwe Syrische regering. Een andere post bevat een filmpje van vrouwen die stokslagen krijgen. Het gaat hier om twee verschillende opnames die aan elkaar zijn gemonteerd waarbij drie vrouwen met een stok en zweep worden geslagen.

Het bijschrift beweert dat de opnames uit Syrië afkomstig zijn, maar dat blijkt ook hier niet het geval. Een reverse image search van screenshots leert dat beide opnames uit Afghanistan komen en straffen tonen die worden uitgevoerd door de Taliban. De eerste opname duikt al op in december 2022, opnieuw voor HTS aan de macht kwam. Het zou straffen tonen in de Afghaanse provincie Tachar omdat vrouwen zonder een mannelijk familielid inkopen zouden zijn gaan doen. Verschillende Indiase media besteedden indertijd aandacht aan het filmpje.

De tweede opname werd reeds geanalyseerd door journalisten van France 24. Het dateert van april 2021 en is gefilmd nabij de Afghaanse stad Herat. Een vrouw wordt gestraft met 40 zweepslagen door de Taliban omdat ze met een jonge man zou getelefoneerd hebben. Dat het filmpje uit Afghanistan komt kan ook makkelijk met het blote oog worden gezien: de vrouw draagt een blauwe boerka, een kledingstuk dat typisch in Afghanistan wordt gedragen.

Conclusie

De filmpjes die op Instagram worden aangevoerd als bewijs van het lot van vrouwen door de nieuwe Syrische regering zijn niet waarheidsgetrouw. Het eerste filmpje toont een kunstperformance over de slavenmarkten van IS. Het andere is een montage van twee verschillende gebeurtenissen in Afghanistan. Beide filmpjes dateren van voor de machtsovername in Syrië.

Nee, de nieuwe NAVO-norm leidt niet automatisch tot een begrotingstekort van 60 miljard euro

De Franstalige Parti Socialiste (PS) waarschuwt dat het Belgische begrotingstekort in 2029 kan ontsporen tot 60 miljard euro. “Die ontsporing is rechtstreeks te wijten aan de verhoging van de militaire uitgaven en wapeninvesteringen van 2 naar 5 procent van het bbp” staat te lezen in een bericht op de website van de partij. De PS baseert zich daarbij naar eigen zeggen op cijfers van het Federaal Planbureau en op eigen interne berekeningen. Verschillende Franstalige kranten en media namen de boodschap intussen over.

Alle NAVO-lidstaten verbinden zich aan een bepaald niveau van defensie-uitgaven. Dit is eerder een streefdoel dan een bindende verplichting. Tot nu toe lag dat doel op 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), maar België haalde in 2024 slechts 1,31 procent. Tijdens de NAVO-top in Den Haag schaarde België zich echter achter de nieuwe, verhoogde norm van 5 procent. Dat roept de vraag op: welke gevolgen heeft die beslissing voor onze begroting?

Berekening PS

Op onze vraag deelde het communicatieteam van de PS hun berekeningen. Die zijn gebaseerd op cijfers van het Federaal Planbureau, dat over de meest nauwkeurige projecties beschikt. Volgens hun raming, op voorwaarde dat het huidige beleid ongewijzigd blijft, zal het Belgische bbp in 2029 uitkomen op 716,243 miljard euro. Aangezien het beleid in de praktijk voortdurend evolueert, gaat het uiteraard om een schatting.

Belgisch bbp. Bron: Federaal Planbureau

Op basis van dat cijfer berekent de PS dat 2 procent van het bbp in 2029 neerkomt op ongeveer 14,32 miljard euro en 5 procent op 35,81 miljard euro. Het verschil tussen beide bedragen, namelijk 21,49 miljard euro beschouwt de partij als de extra kost die voortvloeit uit de verhoging van de defensienorm.

Volgens het Federaal Planbureau zal het begrotingstekort in 2029 oplopen tot 6,2 procent van het bbp, op voorwaarde dat het huidige beleid ongewijzigd blijft. De PS redeneert dat de extra defensie-uitgaven, dus het verschil tussen 2 en 5 procent van het bbp oftewel 3 procent, daarbovenop komen. Dat zou het totale tekort op 9,2 procent van het bbp brengen. Bij een voorspeld bbp van 716,243 miljard euro in 2029, komt dat neer op een tekort van ongeveer 65,89 miljard euro.

Onzekerheid van langetermijnprognoses

De berekening klopt in grote lijnen, bevestigt ook Charlotte de Montpellier, senior econome bij ING. Toch wijst ze op de inherente onzekerheid van langetermijnprognoses. “Er is honderd procent kans dat het bbp in 2029 niet exact 716 miljard euro zal bedragen”, zegt de Montpellier. “Het is onmogelijk om vijf jaar op voorhand een volledig nauwkeurige raming te maken. Maar deze prognose geeft wel het meest realistische beeld van wat 3 procent van het bbp op dat moment zou kunnen betekenen.”

Elders bijsturen om uitgaven op te vangen

“De discussie over het tekort, zoals gepresenteerd in de nota, slaat de bal mis,” zegt Charlotte de Montpellier. Volgens haar is het te simplistisch om simpelweg 3 procentpunt bij het voorspelde tekort van 6,2 procent op te tellen. “Een tekort van 9,2 procent is onrealistisch. Dat zou het vertrouwen van de financiële markten en internationale geldschieters ernstig ondermijnen.”

Volgens de Montpellier impliceert dit dat de overheid elders zal moeten bijsturen om de gestegen defensie-uitgaven op te vangen. “Dat betekent besparen op andere overheidsuitgaven of belastingen verhogen. De begrotingssituatie was al slecht en vroeg om stevige ingrepen. Nu is ze nog nijpender,” besluit ze.

Niet elke euro extra gaat naar wapens

Bovendien is het niet zo dat de volledige 5 procent bedoeld is voor nieuwe militaire investeringen. Tijdens de NAVO-top in Den Haag werd beslist dat de lidstaten zich engageren om 3,5 procent van hun bbp te besteden aan puur militaire uitgaven. De overige 1,5 procent is bestemd voor bredere doeleinden, zoals infrastructuur of militaire pensioenen, posten waarvoor in de Belgische begroting al middelen voorzien zijn.

“De echte inspanning zal dus waarschijnlijk bestaan uit het halen van die 3,5 procent,” merkt de Montpellier op. “Ik vermoed dat sommigen stilletjes hopen dat het tien jaar zal duren vooraleer we dat niveau bereiken.”

Gevolgen begroting

Maar zelfs als de regering creatief omspringt met de invulling van die 1,5 procent, zal het nog moeilijk worden om de nieuwe norm te halen. “België zit volledig vast in een zeer krappe begrotingssituatie die in de toekomst maand na maand en jaar na jaar nog krapper zal worden”, aldus de Montpellier. “We hebben niet de middelen om onvoorziene schokken op te vangen, laat staan een oorlog.”

De uitgaven moeten pas gebeuren tegen 2035, benadrukt professor economie en defensie-expert Willem Sas, verbonden aan de UHasselt. “De huidige regering kan dus ook gewoon afwachten, wat ze naar mijn mening ook moet doen. Zo kan de regering zien wat we nu in Europees verband gaan doen. Elke lidstaat apart in hetzelfde laten investeren zou inefficiënt zijn. Nu halsoverkop langetermijncontracten voor bestellingen afsluiten zonder duidelijk plan, is dus de valkuil.”

Conclusie

De berekening van de PS klopt op zich: als alle omstandigheden ongewijzigd blijven, zou een defensiebudget van 5 procent van het bbp in 2029 inderdaad kunnen leiden tot een tekort van 60 miljard euro. Maar in de praktijk zal het zo ver niet komen. Tegen 2029 zullen zowel het beleid als de economische context sterk veranderd zijn, hoe precies, valt niet te voorspellen. Bovendien eist de NAVO niet dat de volledige 5 procent naar nieuwe defensie-investeringen gaat, slechts 3,5 procent is daarvoor effectief bedoeld.

 

Deze factcheck kwam tot stand in het kader van de factcheck-marathon naar aanleiding van de NAVO-top. Partners zijn: Factcheck.Vlaanderen, VRT NWS, RTBF, Knack, deCheckers, KRO-NCRV Pointer, Het Algemeen Dagblad en Nieuwscheckers.

Wat houdt de nieuwe 5 procent richtlijn voor NAVO-landen in?

De NAVO-top in Den Haag was bepalend voor de goedkeuring van de nieuwe 5%-norm voor defensie-uitgaven, die daar formeel werd vastgelegd. Deze richtlijn houdt in dat lidstaten ernaar moeten streven om tegen 2035 vijf procent van hun bruto binnenlands product (BBP) aan defensie te besteden. Indien alle NAVO-landen die norm halen, zouden de gezamenlijke defensie-uitgaven oplopen tot een geschatte 2.4 triljoen Amerikaanse dollar per jaar. Maar welke politieke factoren voeren hier de hoofdmoot? En waar gaat die 5% per land naartoe?

Een zoethouder voor Trump?

Volgens Joshua Livestro, columnist en voormalig adviseur van NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte, is "de 5% waarop werd afgeklokt een zoethouder voor Trump,” stelt hij. De voormalige Amerikaanse president heeft herhaaldelijk aangedrongen dat Europese NAVO-landen meer bijdragen aan hun eigen veiligheid. 

Toch betekent dat niet dat Amerika nu meer controle zou krijgen over Europese bestedingen. “Hoewel de VS sterk aandringen op hogere defensie-uitgaven, behouden lidstaten hun soevereiniteit over hoe dat geld wordt besteed,” aldus Livestro. Lidstaten beslissen zelf over hun aankopen, troepenopleidingen en strategische prioriteiten. “Het NAVO-wapenarsenaal evolueert mee met de personeelsnoden” vult defensie-expert Alexander Mattelaer aan.

Hoe wordt de 5% verdeeld?

De nieuwe norm is onderverdeeld in twee categorieën: 3,5% van het BBP moet gaan naar zogenoemde "harde defensie": directe militaire uitgaven zoals wapens, munitie, troepen en militaire infrastructuur. 1,5% van het BBP is gereserveerd voor bredere veiligheidsgerelateerde investeringen die de nationale weerbaarheid versterken.

Deze laatste categorie is breed interpreteerbaar. Ze omvat veiligheidsgerelateerde investeringen, onder andere fysieke infrastructuur zoals bruggen, wegen en spoorwegen die militaire mobiliteit bevorderen. Ook digitale veiligheid of cybersecurity, de bescherming van kritieke infrastructuur en de aanleg van strategische noodvoorraden vallen hieronder. Volgens Livestro kunnen zelfs zorgsectoren en de bescherming van het publieke debat, bijvoorbeeld tegen desinformatie, onder deze rubriek vallen. Dit alles kadert in het bredere NAVO-concept van maatschappelijke weerbaarheid.

Europese sectoren in de lift

De oplopende defensiebudgetten zullen vermoedelijk een aanzienlijke impact hebben op de Europese economie. Maar deze kunnen ook positief zijn. Sectoren als informatietechnologie, ruimtevaart, auto-industrie, elektronica, telecommunicatie en logistiek zijn gebieden met aanzienlijke groeikansen door de toegenomen defensie-uitgaven. Onder druk van cyber- en hybride dreigingen wordt verwacht dat in de komende vier jaar tot 500 miljard euro extra naar deze sectoren zal vloeien.

Deze trend versterkt het zwaartepunt van de NAVO in Europa. Volgens Mattelaer en Livestro past dit binnen een bredere beweging richting strategische autonomie: het vermogen van Europa om zijn veiligheid te garanderen zonder afhankelijk te zijn van Amerikaanse militaire dominantie.

Blijft Europa achter op Rusland?

Toch blijft er scepsis over Europa’s werkelijke militaire slagkracht. Volgens onderzoek van het Kiel Instituut zal Europa, ondanks hogere defensiebudgetten, tegen 2030 nog steeds moeite hebben om de Russische productiecapaciteit te evenaren. Rusland blijft in meerdere wapensystemen vier Europese landen voor en vooral op het vlak van raketten en tanks is de eigen productiecapaciteit schaars.

Daarnaast ondermijnen trans-Atlantische spanningen de Amerikaanse veiligheidsgarantie, terwijl Europa sterk afhankelijk blijft van de VS voor troepen en strategische capaciteiten.

Ten slotte vereist de snelle technologische evolutie een modernisering en opschaling van militaire systemen, maar trage en logge aankoopprocedures blijven een grote belemmering bij Europa.

Overlap met andere sectoren

Landen kunnen steeds vaker twijfelachtige uitgaven als ‘defensiegerelateerd’ bestempelen om via de 1,5% aan de 5%-norm te komen. Zo zouden civiele infrastructuurprojecten, zoals wegen, havens en spoorlijnen die ook voor militair gebruik geschikt zijn, onder het defensiebudget kunnen vallen. Dit benadrukt hoe lastig het wordt om de grenzen van defensie-uitgaven te bepalen binnen een steeds ruimer opgevat veiligheidskader.

Sommige landen rekenen onder hun defensiebudget ook al uitgaven mee die slechts zijdelings met defensie te maken hebben, zoals militaire pensioenen. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld van de werkelijke investeringen in operationele capaciteit.

Conclusie

Hoewel de VS aandringt op 5% defensie-uitgaven, behouden NAVO-landen zeggenschap over de besteding. Binnen de 1,5%-component is er ruimte voor investeringen in onder meer kritieke infrastructuur, wegen en bruggen. In het kader van bredere weerbaarheid krijgen ook sectoren als cybersecurity en telecom steeds meer aandacht. Maar zelfs als het 5%-doel wordt gehaald, is een paraat Europees leger in 2035 niet vanzelfsprekend: de militaire productiecapaciteit blijft beperkt.

 

Deze factcheck kwam tot stand in het kader van de factcheck-marathon naar aanleiding van de NAVO-top. Partners zijn: Factcheck.Vlaanderen, VRT NWS, RTBF, Knack, deCheckers, KRO-NCRV Pointer, Het Algemeen Dagblad en Nieuwscheckers.

❌