FreshRSS

🔒
❌ About FreshRSS
There are new articles available, click to refresh the page.
Before yesterdayNieuws

‘Zorgt de fiscus bewust voor onzekerheid over de meerwaardetaks?’

31 August 2026 at 13:53

Vooral doe-het-zelfbeleggers zijn de dupe. Willen zij succesvol uit het vizier van de fiscus blijven, dan zullen ze heel strikt binnen de lijntjes moeten kleuren.

The post ‘Zorgt de fiscus bewust voor onzekerheid over de meerwaardetaks?’ appeared first on Trends.be.

‘Zorgt de fiscus bewust voor onzekerheid over de meerwaardetaks?’

31 August 2026 at 13:53

Vooral doe-het-zelfbeleggers zijn de dupe. Willen zij succesvol uit het vizier van de fiscus blijven, dan zullen ze heel strikt binnen de lijntjes moeten kleuren.

The post ‘Zorgt de fiscus bewust voor onzekerheid over de meerwaardetaks?’ appeared first on Trends.be.

‘Een overheid mag geen woordbreuk plegen’

29 June 2026 at 12:06

Zodra voldoende belastingplichtigen in de fuik zitten, worden de beloftes gebroken en wordt de belasting schaamteloos verhoogd.

The post ‘Een overheid mag geen woordbreuk plegen’ appeared first on Trends.be.

‘Een overheid mag geen woordbreuk plegen’

29 June 2026 at 12:06

Zodra voldoende belastingplichtigen in de fuik zitten, worden de beloftes gebroken en wordt de belasting schaamteloos verhoogd.

The post ‘Een overheid mag geen woordbreuk plegen’ appeared first on Trends.be.

‘Wie betaalt het begrotingsgelag?’

11 May 2026 at 20:36

Begrotingstekorten oplossen door de belastingen te verhogen, werkt duidelijk niet.

The post ‘Wie betaalt het begrotingsgelag?’ appeared first on Trends.be.

‘Belastingtarieven verlagen levert meer belasting op’

23 March 2026 at 21:13

In het Vlaams Parlement is een debat gevoerd over de opbrengst van de Vlaamse schenkbelastingen. De opbrengst van onroerende schenkingen (bouwgrond, villa enzovoort) blijft relatief stabiel. De opbrengst voor de roerende schenkingen, zoals geld, effectenportefeuilles, kunst of goud, gaat daarentegen in stijgende lijn. Er worden ook steeds meer roerende schenkingen geregistreerd. Uit de (voorlopige) cijfers …

The post ‘Belastingtarieven verlagen levert meer belasting op’ appeared first on Trends.be.

‘Belastingtarieven verlagen levert meer belasting op’

23 March 2026 at 21:13

In het Vlaams Parlement is een debat gevoerd over de opbrengst van de Vlaamse schenkbelastingen. De opbrengst van onroerende schenkingen (bouwgrond, villa enzovoort) blijft relatief stabiel. De opbrengst voor de roerende schenkingen, zoals geld, effectenportefeuilles, kunst of goud, gaat daarentegen in stijgende lijn. Er worden ook steeds meer roerende schenkingen geregistreerd. Uit de (voorlopige) cijfers …

The post ‘Belastingtarieven verlagen levert meer belasting op’ appeared first on Trends.be.

‘Private equity kan fiscaal de hel én de hemel zijn, en alles ertussen’

3 February 2026 at 06:56

Beleggers doen er goed aan zich op voorhand te informeren over de Belgische fiscale gevolgen van een belegging in private equity.

The post ‘Private equity kan fiscaal de hel én de hemel zijn, en alles ertussen’ appeared first on Trends.

‘Meerwaardebelasting: jaarlijks aangeven of net niet?’

7 November 2025 at 12:07

Als je open kaart speelt, loop je het risico dat de controleur vindt dat je eigenlijk een speculant of, godbetert, een beroepsbelegger bent.

De meerwaardebelasting op financiële activa staat voor de deur. Dat is een gamechanger voor Belgische natuurlijke personen die beleggen. De combinatie van de bevrijdende roerende voorheffing en de vrijstelling van meerwaarden op ‘goedehuisvaderaandelen’ maakt dat de beleggers vaak uit het zicht van de fiscus blijven. De bank wikkelt alles fiscaal netjes af (voorheffing, beurs- en effectentaks). Intussen veronderstelt iedere belegger dat hij braaf, en dus niet speculatief belegt. De meerwaarden moeten dan niet aangegeven worden.

Dat verandert vanaf 1 januari 2026. Beleggers zullen een keuze moeten maken. Treed ik in het voetlicht of blijf ik in in de schaduw? Fiscale anonimiteit blijft ook in 2026 mogelijk. Dat kan uiteraard door niet meer te beleggen en voortaan te sparen. Spaarrekeningen en termijnrekeningen vallen logischerwijs buiten de nieuwe meerwaardebelasting. Het kan ook door te beleggen via een wrapper. Dat betekent dat je alle beleggingen onderbrengt in een statische structuur waarin dan actief wordt belegd. Denk aan een tak23-beleggingsverzekering, een bancaire (kapitalisatie) bevek of gewoon de eigen vennootschap. Maar het kan ook door te kiezen voor een ‘opt-in’. Dan houdt de bank op iedere meerwaarde 10 procent in. Daardoor vervalt de aangifteverplichting.

Kiezen voor de opt-in zonder aangifte heeft een belangrijk nadeel: de veel hogere belastindruk. De bank houdt bij de inhouding van de 10 procent belasting immers geen rekening met de vrijstelling van 10.000 euro en de gerealiseerde minderwaarden. En dat scheelt een slok op een borrel.

Neem bijvoorbeeld een offensieve aandelenportefeuille van 100.000 euro waarop een totale jaarlijkse meerwaarde wordt behaald van 30.000 euro en een totale minderwaarde van 23.000 euro. Dan bedraagt de effectieve meerwaarde 7.000 euro (7%). Maar bij ‘opt-in’ heeft de bank op alle meerwaarden 10 procent of 3.000 euro belasting ingehouden. Het rendement bedraagt dus nog maar 4.000 euro (4%). De effectieve belastingdruk bedraagt dan geen 10 procent, maar 42,9 procent (op 7.000 euro nettomeerwaarde, 3.000 euro belasting). Bij een ‘opt-out’ zou de belastindruk in dit geval 0 procent bedragen. De minderwaarde van 23.000 euro is immers aftrekbaar. De effectieve meerwaarde bedraagt dus 7.000 euro, wat binnen de vrijstelling valt.

Om van de lagere belasting te genieten moet je dus in de aangifte met de billen bloot. Dat is verplicht als er bancair is gekozen voor een ‘opt-out’ of indien je belegt in het buitenland. Het is facultatief als je bancair hebt gekozen voor een ‘opt-in’.

Als je open kaart speelt, loop je wel het risico dat de controleur vindt dat je eigenlijk een speculant of, godbetert, een beroepsbelegger bent. Daardoor lopen de belastingdruk, kosten en boetes, onzekerheid en achternageloop hoog op. Dat is een reëel risico. Fiscale controleurs hebben vaak geen kaas gegeten van beleggingen en beleggingsfiscaliteit. Dat komt onder meer door het stuitend gebrek aan administratieve richtlijnen. Bij een controle zal een fiscale controleur daarom vaak belasten. De belastingplichtige moet zijn gelijk maar halen in bezwaar of voor de rechtbank.

De beleggers moeten vanaf 2026 kiezen. Zwijgen in de aangifte en sowieso te veel meerwaardebelasting betalen. Of net spreken in de aangifte met in eerste instantie minder belasting, maar bij een fiscale controle een reëel risico op veel meer belasting en gedoe.

‘Spreken is zilver, zwijgen is goud’ is overigens maar een gezegde en geen fiscaal advies.

De auteur is partner bij Rivus Advocaten

The post ‘Meerwaardebelasting: jaarlijks aangeven of net niet?’ appeared first on Trends.

‘Meerwaardebelasting: jaarlijks aangeven of net niet?’

7 November 2025 at 12:07

Als je open kaart speelt, loop je het risico dat de controleur vindt dat je eigenlijk een speculant of, godbetert, een beroepsbelegger bent.

De meerwaardebelasting op financiële activa staat voor de deur. Dat is een gamechanger voor Belgische natuurlijke personen die beleggen. De combinatie van de bevrijdende roerende voorheffing en de vrijstelling van meerwaarden op ‘goedehuisvaderaandelen’ maakt dat de beleggers vaak uit het zicht van de fiscus blijven. De bank wikkelt alles fiscaal netjes af (voorheffing, beurs- en effectentaks). Intussen veronderstelt iedere belegger dat hij braaf, en dus niet speculatief belegt. De meerwaarden moeten dan niet aangegeven worden.

Dat verandert vanaf 1 januari 2026. Beleggers zullen een keuze moeten maken. Treed ik in het voetlicht of blijf ik in in de schaduw? Fiscale anonimiteit blijft ook in 2026 mogelijk. Dat kan uiteraard door niet meer te beleggen en voortaan te sparen. Spaarrekeningen en termijnrekeningen vallen logischerwijs buiten de nieuwe meerwaardebelasting. Het kan ook door te beleggen via een wrapper. Dat betekent dat je alle beleggingen onderbrengt in een statische structuur waarin dan actief wordt belegd. Denk aan een tak23-beleggingsverzekering, een bancaire (kapitalisatie) bevek of gewoon de eigen vennootschap. Maar het kan ook door te kiezen voor een ‘opt-in’. Dan houdt de bank op iedere meerwaarde 10 procent in. Daardoor vervalt de aangifteverplichting.

Kiezen voor de opt-in zonder aangifte heeft een belangrijk nadeel: de veel hogere belastindruk. De bank houdt bij de inhouding van de 10 procent belasting immers geen rekening met de vrijstelling van 10.000 euro en de gerealiseerde minderwaarden. En dat scheelt een slok op een borrel.

Neem bijvoorbeeld een offensieve aandelenportefeuille van 100.000 euro waarop een totale jaarlijkse meerwaarde wordt behaald van 30.000 euro en een totale minderwaarde van 23.000 euro. Dan bedraagt de effectieve meerwaarde 7.000 euro (7%). Maar bij ‘opt-in’ heeft de bank op alle meerwaarden 10 procent of 3.000 euro belasting ingehouden. Het rendement bedraagt dus nog maar 4.000 euro (4%). De effectieve belastingdruk bedraagt dan geen 10 procent, maar 42,9 procent (op 7.000 euro nettomeerwaarde, 3.000 euro belasting). Bij een ‘opt-out’ zou de belastindruk in dit geval 0 procent bedragen. De minderwaarde van 23.000 euro is immers aftrekbaar. De effectieve meerwaarde bedraagt dus 7.000 euro, wat binnen de vrijstelling valt.

Om van de lagere belasting te genieten moet je dus in de aangifte met de billen bloot. Dat is verplicht als er bancair is gekozen voor een ‘opt-out’ of indien je belegt in het buitenland. Het is facultatief als je bancair hebt gekozen voor een ‘opt-in’.

Als je open kaart speelt, loop je wel het risico dat de controleur vindt dat je eigenlijk een speculant of, godbetert, een beroepsbelegger bent. Daardoor lopen de belastingdruk, kosten en boetes, onzekerheid en achternageloop hoog op. Dat is een reëel risico. Fiscale controleurs hebben vaak geen kaas gegeten van beleggingen en beleggingsfiscaliteit. Dat komt onder meer door het stuitend gebrek aan administratieve richtlijnen. Bij een controle zal een fiscale controleur daarom vaak belasten. De belastingplichtige moet zijn gelijk maar halen in bezwaar of voor de rechtbank.

De beleggers moeten vanaf 2026 kiezen. Zwijgen in de aangifte en sowieso te veel meerwaardebelasting betalen. Of net spreken in de aangifte met in eerste instantie minder belasting, maar bij een fiscale controle een reëel risico op veel meer belasting en gedoe.

‘Spreken is zilver, zwijgen is goud’ is overigens maar een gezegde en geen fiscaal advies.

De auteur is partner bij Rivus Advocaten

The post ‘Meerwaardebelasting: jaarlijks aangeven of net niet?’ appeared first on Trends.

‘Wie fiscale gemoedsrust wil met de meerwaardebelasting moet te veel belastingen betalen’

16 September 2025 at 09:19

Wellicht zullen veel beleggers ervoor opteren te veel meerwaardebelasting te betalen.

Wie nu nog niet weet dat er volgend jaar een meerwaardebelasting op financiële vaste activa in België komt, heeft liggen slapen. Naast de klassieke beleggingen komen ook cryptoactiva, goudstaven enzovoort in het vizier.

Kort door de bocht wordt vanaf 1 januari 2026 elk rendement in een portefeuille belast. Intresten en dividenden tegen 30 procent, al de rest tegen 10 procent. Daarbij is de meerwaarde het verschil tussen de verkoop- en aankoopprijs (of de waarde op 31 december 2025). Alle belastingplichtigen krijgen een nettovrijstelling van 10.000 euro. Als ze die een bepaald jaar niet gebruiken, mag die in beperkte mate worden overgedragen naar het volgende jaar.

Hoe moet de particuliere belegger omgaan met die nieuwe realiteit? Dat hangt af van het type belegger en de aard van de activa waarin die belegt. De nieuwe jaarlijkse belasting is van toepassing op de totale netto meerwaarde boven 10.000 euro. Die bepalen is makkelijker gezegd dan gedaan. De belastingplichtige moet elke aan- en verkoop gedetailleerd in kaart brengen. Dat is een pittige oefening, rekening houdend met kosten, variërende wisselkoersen, meegekochte intrest, stocksplits, opeenvolgende aan- en verkopen van eenzelfde aandeel, enzovoort. Al die transacties leiden jaarlijks tot een meer- of een minderwaarde. Bij een minderwaarde hoeft geen belasting te worden betaald. De belegger kan de belasting die de Belgische bank heeft ingehouden dan terugvragen. Het verlies is niet overdraagbaar. Bij een meerwaarde is 10 procent belasting verschuldigd.

Die complexe oefening veronderstelt een gedetailleerde boekhouding. Via de fiscale aangifte wordt die bekend aan de fiscus. Dat levert die laatste een schat aan informatie op. Daar kan de fiscus veel meer mee doen dan louter controleren of de meerwaarde correct berekend is. Je kunt er gif op innemen dat deze informatie verder ‘te gelde’ zal worden gemaakt met digitale tools als datamining en kunstmatige intelligentie.

Lees ook: Beursblog: een meerwaardebelasting van 10 procent valt nog mee

Een eerste toepassing is de vraag of de belegger zich gedraagt als een goede huisvader. Enkel dan blijft de belasting beperkt tot 10 procent. Het verschil tussen een goede huisvader en een speculant is een grijze zone. Naarmate een belegger actiever is, hogere rendementen haalt of belegt in cryptoactiva en andere door de fiscus als risicovol ervaren activa, is het risico op speculatie groter. Het verschil is voor particuliere beleggers relevant. In plaats van 10 procent belasting en een vrijstelling wordt de speculant vergast op 33 procent belasting zonder vrijstelling. Daarbij valt nog een pittige belastingverhoging en een fiscaal onderzoek over de voorgaande jaren te verwachten.

Beleggers zullen het administratieve gedoe en de fiscale onzekerheid willen vermijden. Dan kan door niet meer of anders te beleggen. Maar het kan ook door te veel belasting te betalen. Om meer belasting te betalen, moet de belegger in België beleggen en alle meerwaarden op alle financiële activa aan de bron in België laten belasten tegen 10 procent. Het bevrijdende karakter van de belasting maakt dat de belegger grotendeels anoniem blijft. Maar die anonimiteit komt met een prijs. De vrijstelling vervalt en minderwaarden worden niet verrekend met meerwaarden. De meerwaardebelasting wordt dus een brutobelasting. Daardoor stijgt de belastingdruk.

Vanaf 2026 moeten particuliere beleggers dus kiezen tussen de pest of de cholera. Ze kunnen correct hun belasting betalen, maar dan is hun vermogen voor altijd bekend bij de fiscus. Verder blijft de knagende onzekerheid over welke belegger de fiscus als goede huisvader beschouwt en welke als speculant. Willen beleggers die onzekerheid vermijden, dan moeten ze ofwel anders beleggen, ofwel te veel belasting betalen. Wellicht zullen velen ervoor opteren te veel belasting te betalen. Dat is de prijs voor fiscale gemoedsrust.

De auteur is advocaat bij Rivus en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool

The post ‘Wie fiscale gemoedsrust wil met de meerwaardebelasting moet te veel belastingen betalen’ appeared first on Trends.

‘Private stichtingen worden niet misbruikt’

23 June 2025 at 13:28

Trends-columnist Anton van Zantbeek merkt in de praktijk dat private stichtingen vooral gebruikt worden voor vermogensoverdracht of de controle over familiebedrijven langzaamaan te regelen.

In de categorie ‘financieel en economisch’ won dit jaar een artikelenreeks van De Tijd een Belfius Persprijs. De bekroonde artikels onderzochten ruim 2.000 private stichtingen in België en kwamen tot de conclusie dat ruim 500 rijke families daarmee erfbelasting ontliepen. Ook hadden de journalisten ontdekt dat daarop amper controle is. Zo’n oneigenlijk gebruik blootleggen, verdient volgens de vakjury een prijs. Dat geldt des te meer, nu de publicatie heeft geleid tot een maatschappelijk debat en de verstrenging van de regels. De reeks is sensationeel. Door die blik achter de schermen verneem je hoe de fine fleur van de maatschappij private stichtingen misbruikt om erfbelasting te vermijden. De namedropping van Bertrand Arnault, prins Laurent en Vlaamse ondernemersfamilies maakt het allemaal extra exclusief.

Maar het blijkt much ado about nothing. Objectief bekeken worden de stichtingen niet structureel misbruikt. Ze worden door vermogenden vooral ingezet om de controle over het familiebedrijf te regelen. Daar halen ze geen enkel fiscaal voordeel mee. Ook kan de stichting worden gebruikt om vermogen langzaam ter beschikking te stellen van de erfgenamen, louter vanuit een beschermingsgedachte na overlijden (spilzieke, jonge of gehandicapte kinderen bijvoorbeeld). Niet iedereen is bekwaam om om te gaan met vermogen.

De artikelenreeks rammelt inhoudelijk aan alle kanten. Een private stichting is niet obscuur of ongecontroleerd. Er zijn net heel veel verplichtingen. Zo moet de stichting worden aangemeld bij de KBO en het UBO-register, dient ze jaarlijks fiscale aangiftes te doen, wordt ze opgericht bij notariële akte, en is een publicatie in het Belgisch Staatsblad en een neerlegging van de jaarrekening bij de griffie van de ondernemingsrechtbank verplicht. Evenmin klopt het dat stichtingen een wijdverspreid fenomeen zijn. Het omgekeerde is eerder waar. Er zijn er amper 2.100, tegenover meer dan 130.000 vzw’s en meer dan 700.000 ondernemingen in België.

Tot slot is een stichting helemaal geen fiscaal feest. De stichting betaalt rechtspersonenbelasting, heel vergelijkbaar met de personenbelasting. Schenken kost 5,5 procent, terwijl rechtstreeks schenken aan kinderen slechts 3 procent kost. Ook betaalt de stichting jaarlijks een vermogensbelasting van 0,45 procent boven op alle anderen belastingen zoals taks op de effectenrekeningen (0,15%) en beurstaks.

Een private stichting is niet obscuur of ongecontroleerd. Er zijn net heel veel verplichtingen.

Uiteraard zal men zeggen dat ik een pleitbezorger van de rijken ben. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Maar gelukkig zijn er objectieve onderzoekers, aan de universiteiten dan wel. Toevallig publiceerde de Nationale Bank van België in mei 2025 een studie van Arthur Apostel (UGent) onder de titel Belgian wealth inequality, 1935-2022. Die concludeert onder meer dat de rol van private stichtingen bij fiscaal misbruik sterk wordt overdreven in de pers. Zo vermeldt de publicatie: ‘Using the available administrative data, I do not find evidence that private foundations are quantitatively important’, en nog: ‘Moreover, private foundations may be less important for tax avoidance than has been suggested in public debate, as gross taxable wealth in such foundations is negligible in the aggregate’.

Een persprijs verdient mijn column zeker niet. Wel hoop ik dat de federale en Vlaamse regering zich niet, zoals de vakjury van de Belfius Persprijs, laat inpakken door het broodjeaapverhaal over het vermeende misbruik van stichtingen. Private stichtingen zijn vandaag al geen groot succes. Een extra laag onzekerheid, of godbetert belasting, gaat daar zeker niet bij helpen. En dat is jammer. Soms moet men door omstandigheden nog kunnen regeren vanuit het graf. En dat is alleen mogelijk met een private stichting.

Lees ook:

The post ‘Private stichtingen worden niet misbruikt’ appeared first on Trends Kanaal Z.

‘Private stichtingen worden niet misbruikt’

23 June 2025 at 13:28

Trends-columnist Anton van Zantbeek merkt in de praktijk dat private stichtingen vooral gebruikt worden voor vermogensoverdracht of de controle over familiebedrijven langzaamaan te regelen.

In de categorie ‘financieel en economisch’ won dit jaar een artikelenreeks van De Tijd een Belfius Persprijs. De bekroonde artikels onderzochten ruim 2.000 private stichtingen in België en kwamen tot de conclusie dat ruim 500 rijke families daarmee erfbelasting ontliepen. Ook hadden de journalisten ontdekt dat daarop amper controle is. Zo’n oneigenlijk gebruik blootleggen, verdient volgens de vakjury een prijs. Dat geldt des te meer, nu de publicatie heeft geleid tot een maatschappelijk debat en de verstrenging van de regels. De reeks is sensationeel. Door die blik achter de schermen verneem je hoe de fine fleur van de maatschappij private stichtingen misbruikt om erfbelasting te vermijden. De namedropping van Bertrand Arnault, prins Laurent en Vlaamse ondernemersfamilies maakt het allemaal extra exclusief.

Maar het blijkt much ado about nothing. Objectief bekeken worden de stichtingen niet structureel misbruikt. Ze worden door vermogenden vooral ingezet om de controle over het familiebedrijf te regelen. Daar halen ze geen enkel fiscaal voordeel mee. Ook kan de stichting worden gebruikt om vermogen langzaam ter beschikking te stellen van de erfgenamen, louter vanuit een beschermingsgedachte na overlijden (spilzieke, jonge of gehandicapte kinderen bijvoorbeeld). Niet iedereen is bekwaam om om te gaan met vermogen.

De artikelenreeks rammelt inhoudelijk aan alle kanten. Een private stichting is niet obscuur of ongecontroleerd. Er zijn net heel veel verplichtingen. Zo moet de stichting worden aangemeld bij de KBO en het UBO-register, dient ze jaarlijks fiscale aangiftes te doen, wordt ze opgericht bij notariële akte, en is een publicatie in het Belgisch Staatsblad en een neerlegging van de jaarrekening bij de griffie van de ondernemingsrechtbank verplicht. Evenmin klopt het dat stichtingen een wijdverspreid fenomeen zijn. Het omgekeerde is eerder waar. Er zijn er amper 2.100, tegenover meer dan 130.000 vzw’s en meer dan 700.000 ondernemingen in België.

Tot slot is een stichting helemaal geen fiscaal feest. De stichting betaalt rechtspersonenbelasting, heel vergelijkbaar met de personenbelasting. Schenken kost 5,5 procent, terwijl rechtstreeks schenken aan kinderen slechts 3 procent kost. Ook betaalt de stichting jaarlijks een vermogensbelasting van 0,45 procent boven op alle anderen belastingen zoals taks op de effectenrekeningen (0,15%) en beurstaks.

Een private stichting is niet obscuur of ongecontroleerd. Er zijn net heel veel verplichtingen.

Uiteraard zal men zeggen dat ik een pleitbezorger van de rijken ben. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Maar gelukkig zijn er objectieve onderzoekers, aan de universiteiten dan wel. Toevallig publiceerde de Nationale Bank van België in mei 2025 een studie van Arthur Apostel (UGent) onder de titel Belgian wealth inequality, 1935-2022. Die concludeert onder meer dat de rol van private stichtingen bij fiscaal misbruik sterk wordt overdreven in de pers. Zo vermeldt de publicatie: ‘Using the available administrative data, I do not find evidence that private foundations are quantitatively important’, en nog: ‘Moreover, private foundations may be less important for tax avoidance than has been suggested in public debate, as gross taxable wealth in such foundations is negligible in the aggregate’.

Een persprijs verdient mijn column zeker niet. Wel hoop ik dat de federale en Vlaamse regering zich niet, zoals de vakjury van de Belfius Persprijs, laat inpakken door het broodjeaapverhaal over het vermeende misbruik van stichtingen. Private stichtingen zijn vandaag al geen groot succes. Een extra laag onzekerheid, of godbetert belasting, gaat daar zeker niet bij helpen. En dat is jammer. Soms moet men door omstandigheden nog kunnen regeren vanuit het graf. En dat is alleen mogelijk met een private stichting.

Lees ook:

The post ‘Private stichtingen worden niet misbruikt’ appeared first on Trends Kanaal Z.

‘Belegger in Amerikaanse aandelen? Let op voor de estate tax’

25 April 2025 at 09:00

Spreiding, spreiding, spreiding, is het credo van de voorzichtige belegger. Om een goed gespreide portefeuille te hebben, kun je niet om de Verenigde Staten heen. Amerikaanse waarden zoals de Magnificent Seven, Lockheed Martin, Berkshire Hathaway, Coca-Cola en JP Morgan maken 70 procent de MSCI World-index uit.

Amerika is dus bijzonder dominant in beleggersland. Maar wat weinigen beseffen, is dat die dominantie gepaard gaat met een verstrekkende fiscale wetgeving. Als een belegger in Amerikaanse aandelen overlijdt, dreigen diens erfgenamen tegen de Amerikaanse estate tax aan te lopen. Daardoor is niet enkel Belgische erfbelasting verschuldigd, maar ook Amerikaanse. De potentiële belastingdruk loopt op tot meer dan 70 procent. Met een beetje pech kun je zelfs meer dan 100 procent kwijt zijn aan belastingen.

De estate tax is verschuldigd zodra een niet-Amerikaan overlijdt met meer dan 60.000 dollar Amerikaanse activa. Als uw effectenportefeuille dus voor meer dan 60.000 dollar aan Amerikaanse waarden omvat, moeten uw erfgenamen in principe ook Amerikaanse erfbelasting betalen. Velen doen dat niet, niet alleen uit onwetendheid, maar ook omdat de Amerikanen daarop in de praktijk amper controle uitvoeren. De informatie-uitwisseling van banken met de Verenigde Staten richt zich op informatie over wat Amerikanen hebben buiten Amerika, niet op wat niet-Amerikanen hebben aan Amerikaanse waarden. Maar wat niet is, zal zeker ooit komen. Er zijn al Europese banken die hun klanten documenten laten ondertekenen waarmee die toestemming geven die informatie spontaan met de Verenigde Staten te delen. Dat is geen wettelijke verplichting. Die banken hopen vooral uit het schootsveld van de Amerikaanse overheid te blijven.

De estate tax is verschuldigd zodra een niet-Amerikaan overlijdt met meer dan 60.000 dollar aan Amerikaanse activa.

De estate tax is pittig. De tarieven variëren van 18 tot 40 procent vanaf 1 miljoen dollar. De administratieve formaliteiten zijn niet van de poes. Binnen de negen maanden moet een aangifte worden ingediend (Form 706-NA). Gebeurt dat niet, dan krijgt u per maand vertraging een boete van 5 procent, met een maximum van 25 procent. Daarnaast zijn nalatigheidsintresten verschuldigd. En daar stopt het niet. Als er een testament is waardoor u vermogen vermaakt aan uw kleinkinderen, komt daar nog de generation skipping transfer tax bij. Met een beetje pech zijn uw erfgenamen op die manier al alles kwijt aan Amerikaanse belastingen. En dan moeten ze in België ook nog langs de kassa van de fiscus passeren.

Beleggers zijn dus het best wakker als het gaat om die Amerikaanse belastingen. Gelukkig is de estate tax vrij gemakkelijk te vermijden. Dat kan bijvoorbeeld door in een niet-Amerikaanse beleggingsvennootschap te beleggen die onderliggend belegt in Amerikaanse waarden. Dat kan een passieve tracker of een actief beheerde bevek zijn. Van belang is dat het geen transparant fonds is, maar een echte vennootschap. Die vennootschap is dan een blocker. Ze zorgt ervoor dat de band tussen de toekomstige erflater en de Amerikaanse effecten wordt doorbroken. Daarnaast kunt u de effecten ook schenken bij leven. Omdat de Amerikaanse gift tax enkel verschuldigd is op materiële roerende goederen en niet op immateriële roerende goederen zoals aandelen en obligaties, is die schenking niet belast in de Verenigde Staten.

Het zou nog gemakkelijker zijn, mocht België een overeenkomst sluiten met de Verenigde Staten die bepaalt wie wat mag belasten. Dat heeft bijvoorbeeld Nederland gedaan. Er waren daarvoor Belgische plannen in de jaren tachtig, maar België heeft dat verdrag nooit geratificeerd. Wellicht is dat iets wat de nieuwbakken Vlaamse minister van Financiën Ben Weyts (N-VA) vanonder het stof kan halen? De Vlaamse beleggers zouden hem heel dankbaar zijn.

De auteur is advocaat bij Rivius en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.

The post ‘Belegger in Amerikaanse aandelen? Let op voor de estate tax’ appeared first on Trends Kanaal Z.

Netelige vragen voor Jan Jambon die zullen bepalen of de meerwaardebelasting een papieren of een bijtende tijger wordt

26 February 2025 at 06:57

Er is al veel gezegd en geschreven over de meerwaardebelasting. Nu het zand wat naar de bodem is gezakt, kan de toestand nuchter worden geëvalueerd.

Wat staat in het regeerakkoord en welke politieke knopen moeten worden doorgehakt? Budgettair is het akkoord duidelijk. De nieuwe belasting moet volgend jaar 250 miljoen opleveren. Op kruissnelheid moet de opbrengst stijgen naar 500 miljoen per jaar. De modaliteiten zullen bepalend zijn of dat doel wordt gehaald.

Het regeerakkoord bepaalt: “Er komt een algemene solidariteitsbijdrage van 10 procent op de toekomstige gerealiseerde meerwaarde van financiële activa, inclusief cryptoactiva, opgebouwd vanaf het moment van de invoering van de bijdrage. Historische meerwaarden zijn dus vrijgesteld. Er wordt voorzien in een aftrekbaarheid van minderwaarden (van deze categorie van inkomsten) binnen het jaar, zonder overdraagbaarheid. In de aangifte wordt een voetvrijstelling van 10.000 euro voorzien om kleine beleggers niet extra te belasten. Deze voetvrijstelling wordt jaarlijks geïndexeerd. Bij een aanmerkelijk belang van minimaal 20 procent zal er altijd 1 miljoen euro zijn vrijgesteld. […] Een meerwaarde vanaf 10 miljoen euro zal belast worden tegen 10 procent.” Daarmee moet minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) het doen om met een voorstel te komen. Dat zal dan in de schoot van de regering worden besproken.

Lees ook: ontsnappingsroute voor meerwaardebelasting krijgt eigen heffing van 5 procent

Een eerste belangrijke noot om te kraken is de vraag of de solidariteitsbijdrage al dan niet een nieuwe belasting is. Als het een nieuwe belasting is, zal er in bepaalde gevallen sprake zijn van een dubbele belasting. Bepaalde meerwaarden op financiële activa zijn al belast tegen 30 of 33 procent.

Dan is er de verwarrende notie ‘voetvrijstelling’. Die bedraagt 10.000 euro voor gewone beleggers en 1 miljoen voor de aanmerkelijkbelanghouders. Spreken van een voetvrijstelling betekent dat er sprake is van een progressieve belastingschaal voor de aanmerkelijke belangen (1,25%, 2,25%, 5% en 10% boven 10 miljoen). Gaat de regering-De Wever die progressieve schaal ook toepassen op beleggers? Dat zou anders zijn dan eerder is gecommuniceerd. Voorlopig gaat iedereen uit van een vlak tarief van 10 procent boven 10.000 euro netto. Waarom dan spreken van een voetvrijstelling en niet gewoon van een vrijstelling? Sterke Jan zal het ons uitleggen.

De correcte fiscale verwerking van de solidariteitsbijdrage dreigt een administratieve nachtmerrie te worden.

De rode draad in de beleggingsfiscaliteit is dat beleggers ontzorgd worden van allerhande fiscale verplichtingen. De bank houdt de beurstaks, de taks op effectenrekeningen en de roerende voorheffing in voor de beleggers. Enkel de vrijstelling voor dividenden van 833 euro moet worden geclaimd via de fiscale aangifte. Zal dat ook zo zijn voor de solidariteitsbijdrage? De correcte fiscale verwerking van de solidariteitsbijdrage dreigt een administratieve nachtmerrie te worden voor beleggers, fiscale controleurs en banken.

Ook is er de vraag wat financiële en cryptoactiva precies zijn. Waar wordt de lijn getrokken? Dat moet een objectieve manier gebeuren. Zo niet dreigt de vernietiging door het Grondwettelijk Hof. Er zullen talloze dilemma’s zijn. Waarom bijvoorbeeld een goud-ETF belasten en een meerwaarde op materieel geleverd goud niet?

En dan is er nog het concept ‘meerwaarde’. Wellicht is dat het positieve verschil tussen de verkoop- en de aankoopprijs. Maar wordt de historische aankoopprijs geïndexeerd of niet? Wat met de kosten die zijn gemaakt om het financieel actief te bewaren? Hoe omgaan met wisselkoerswinsten of verliezen? Als er een onderscheid wordt gemaakt naar houdperiode, hoe bepaal dan je welke financiële activa je hebt verkocht?

Dat zijn stuk voor stuk netelige vragen waar minister Jambon een antwoord op moet verzinnen. Die antwoorden zullen bepalend zijn voor het antwoord op de vraag of de meerwaardebelasting een bijtende tijger zal zijn. Voorlopig is het nog een papieren tijger.

De auteur is advocaat bij Rivus en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool

The post Netelige vragen voor Jan Jambon die zullen bepalen of de meerwaardebelasting een papieren of een bijtende tijger wordt appeared first on Trends Kanaal Z.

❌